Publicaties
Postkoloniale maturiteit? Hoe België omgaat met koloniale straatnamen en standbeelden
1 Reacties
Voor abonnees
Postkoloniaal België en Nederland
maatschappij

Postkoloniale maturiteit? Hoe België omgaat met koloniale straatnamen en standbeelden

Dit is een artikel uit ons papieren archief

De indruk bestaat dat België, en zeker Vlaanderen, vandaag op een volwassen manier met zijn koloniale verleden omgaat. Toch is die postkoloniale maturiteit slechts schijn.

Vroeger was er vooral stilzwijgen of nostalgie, en rond de eeuwwisseling leidden de boeken van Adam Hochschild over de genocide onder Leopold II en van Ludo De Witte over de moord op Lumumba tot hevige en emotionele debatten. Tegenwoordig kan men echter probleemloos kritiek geven. En steeds vaker brengt die zaken in beweging. In december 2015 werden sommige eerbetuigingen afgelast naar aanleiding van de honderdvijftigste verjaardag van de troonsbestijging van de tweede vorst van België. En het vernieuwde Afrikamuseum van Tervuren belooft de taboes niet uit de weg te gaan.

België staat echter nog niet zo ver in de verwerking van zijn koloniale geschiedenis als wij denken. Zeker Vlaanderen luistert nog steeds alleen naar zichzelf: niet één Congolese historicus is ooit naar het Nederlands vertaald. Het heeft ook weinig oor voor tegenstemmen.

Ook de publieke ruimte getuigt van navelstaarderij en is nog diep doordrongen van oude koloniale propaganda. Ons land wemelt van standbeelden en straatnamen die waren opgericht om de activiteiten in Congo te legitimeren en te verheerlijken.

In andere landen wordt de publieke ruimte vaker bijgestuurd. Uiteraard voerden onze buurlanden zulke veranderingen niet altijd en overal even enthousiast door en bleven veel andere monumenten ongewijzigd.

Toch is het opvallend dat België amper stilstaat bij zijn voormalige koloniale propaganda. Geen enkele koloniale straat heeft al een nieuw naam gekregen en niet één koloniaal monument is al verwijderd of omgevormd.

België heeft ook nog geen enkel standbeeld voor Congolezen. Het richt nog nieuwe gedenktekens op, maar die blijven alleen de kolonisator huldigen.

België heeft dus een zeer eenzijdige kijk op het koloniale verleden. Zijn publieke ruimte wordt nog steeds bepaald door één dominant verhaal. Dat is blank en toont zich onverschillig voor alle wandaden van de koloniale overheerser. Verschillende elementen kunnen deze situatie verklaren.

Artikel door Idesbald Goddeeris uit Ons Erfdeel – 2016, nr 3, pp. 42-49

Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€4/maand

Reeks:

Postkoloniaal België en Nederland

JefVanStaeyen

geachte,

"Geen enkele koloniale straat heeft al een nieuwe naam gekregen en niet één koloniaal monument is al verwijderd of omgevormd" schreef Idesbald Goddeeris. Deze stelling verdient enige nuancering.

In Antwerpen werd omstreeks 1930 een Koloniënlaan aangelegd, in de Tentoonstellingswijk. Dat gebeurde in het kader van de Wereldtentoonstelling voor Koloniën, Zeevaart en Vlaamse Kunst van 1930. Deze laan werd in 1968 herdoopt tot Camille Huysmanslaan, ter herinnering van de in dat jaar overleden politicus en oud-burgemeester van Antwerpen. Dat gebeurde allicht niet om dekoloniseringsmotieven, maar om een van de belangrijkste Belgische politieke figuren van zijn eeuw een plechtige plaats te geven in dezelfde wijk waar al meerdere van zijn voorgangers-burgemeesters worden herdacht.

In 1913 werd op de huidige Amerikalei, ook in Antwerpen, ter hoogte van de Sint-Michielskerk, een immens monument met plantsoen opgericht ter ere van baron Dhanis. Francis Dhanis was een Belgisch koloniaal officier en voerde het bevel over de Force Publique in de Onafhankelijke Congostaat. Hij werd geëerd omwille van zijn (succesvolle) strijd tegen de Arabische slavenhandel. Op oude prentkaarten zien we een heldhaftige Dhanis met een geweer, een Arabische slavenhandelaar die zijn nederlaag erkent, en een Congolese vrouw die haar dankbaarheid toont door haar kind met gestrekte armen in de hoogte te steken. We zien ook (vermoed ik) ivoor en (in het plantsoen) palm"bomen". De beeldtaal is duidelijk: zowel de baron als de vrouw heffen een arm (of twee armen) in de hoogte, hij met een geweer, zij met een kind; de Arabische handelaar buigt zich voorover en kijkt naar de grond. Meer dan welk ander monument was dit een eerbetoon aan de Belgische kolonisering van Congo.
Het monument werd in 1950 verwijderd, vooral omdat het in de weg stond, wellicht ook omdat het in slechte staat was en esthetisch van bedenkelijke kwaliteit. Het is me niet bekend of het nadien al dan niet enige tijd aan de Koloniale Hogeschool (1920-1961; momenteel de campus Middelheim van de Universiteit Antwerpen) heeft gestaan. In alle geval blijven er vandaag slechts enkele beschadigde fragmenten over (de baron en de Arabier) die in een depot met andere oude en beschadigde beelden werden geplaatst.
Allicht ging het ook hier niet om dekoloniseringsmotieven. Toch dient vermeld dat twee gelijkaardige monumenten, die ook in de weg stonden van het toenemende autoverkeer, wel anders werden behandeld.
Het nog immensere oorlogsmonument met ruiterstandbeeld van koning Albert I, dat omstreeks 1922 op de huidige Frankrijklei, ter hoogte van de Nationale Bank was opgericht, werd in 1950-1951 naar een prominente, goed zichtbare hoek van het Stadspark overgeplaatst.
Het monument voor Peter Benoit, dat in 1934 op de Frankrijklei, voor de Vlaamse Opera werd gebouwd, en dat in de volksmond "den basseing van Kamiel (Hysmans)" werd genoemd, verhuisde omstreeks 1953-1954 naar (een discrete plek in) het Harmoniepark.

Er valt dus toch wat te "leren" uit de verschillende evoluties die belangrijke (en vaak omvangrijke) monumenten (in Antwerpen) hebben gekend. Sommige kregen prominent een nieuwe plaats (Albert I), andere wat discreter (Benoît, maar ook koningin Astrid, van Astridplein naar Stadspark), sommige kwamen na jaren afwezigheid terug (dat geldt vooral voor kunstenaars: Teniers, Jordaens, Van Dyck), en andere gingen verloren, werden letterlijk vernield, soms op enkele fragmenten na: Boduognat op de Belgiëlei, aan de Nerviërsstraat, burgemeester Loos, op de Loosplaats, en... baron Dhanis.
[De afbraak van de gebouwen en monumenten van de drie Antwerpse Wereldtentoonstellingen, vaak sterk koloniaal, die tijdelijk bedoeld waren, laat ik buiten beschouwing.]

Rijst de vraag of er voldoende gedegen historisch onderzoek is gebeurd naar de geschiedenis van de koloniale straatnamen, monumenten en evenementen in België, en of die geschiedenis voldoende bekend is, zowel bij historici als bij het grote publiek.
Misschien komt men, mits enig zoeken, in tegenstelling tot wat Idesbald Goddeeris beweert, tot de vaststelling dat er wél al meerdere koloniale monumenten en straatnamen verdwenen zijn, maar minder om zich af te zetten tegen het kolonialisme, dan wel uit desinteresse: die dingen stonden in de weg, ze waren vervallen, ze waren lelijk, niemand had wat aan dat verhaal, en de straatnamen waren soms handig om nieuwe mensen te eren.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.