Publicaties
DE DOORWERKING VAN DE SHOAH IN DE LAGE LANDEN - Nederland: drie vragen die niet weggaan - België: tussen piëteit en polemiek
0 Reacties
Voor abonnees
geschiedenis

DE DOORWERKING VAN DE SHOAH IN DE LAGE LANDEN - Nederland: drie vragen die niet weggaan - België: tussen piëteit en polemiek

(Maarten Asscher / Ludo Abicht) ONS ERFDEEL – 2015, NR 4, PP. 42-55

Dit is een artikel uit ons papieren archief

Nederland: drie vragen die niet weggaan

Er rust een taboe op het vergelijken van de Holocaust met de slavernij. Dat taboe geldt ook in Nederland. Zodra iemand de vergelijking trekt tussen enerzijds de massamoord door nazi-Duitsland in de jaren 1940-1945 op het Nederlandse Jodendom en anderzijds de trans-Atlantische slavenhandel, zoals die tot de officiële afschaffing van de slavernij in 1863 met grootscheepse betrokkenheid van de Hollanders in praktijk werd gebracht, springen er direct brievenschrijvers tevoorschijn om uit te leggen dat je die twee historische verschijnselen niet met elkaar kunt vergelijken.

De verschillen zijn inderdaad evident: het op grote schaal handel drijven met, uitbuiten en mishandelen van mensen is iets anders dan het systematisch en op grote schaal vervolgen en vernietigen van mensen. Maar wat in deze vergelijking toch aanspreekt, is de langdurige doorwerking van beide historische misdaden tegen de menselijkheid. Ook meer dan honderdvijftig jaar na het formele einde van de slavernij is bij de tegenwoordige nazaten van vroegere Surinaamse en Antilliaanse slaven het collectief ervaren trauma nog altijd springlevend. De jarenlange pleidooien voor een Nationaal Slavernijmonument, de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij op 1 juli en de wens om in schoolboeken en schoolcurricula meer aandacht te besteden aan dit onderwerp, vormen daar een illustratie van. Het heeft er alle schijn van dat de doorwerking van de Jodenvervolging minstens zo langdurig zal zijn.

Die lange doorwerking houdt vermoedelijk verband met het feit dat deze beide misdaden zich niet richtten tegen de menselijkheid in het algemeen, maar doelgericht plaatsvonden tegen een vooraf bepaalde, langs etnische lijnen gedefinieerde groep. Misschien is het daarom dat leden van die beide groepen ook vandaag de dag nog, vele decennia nadat de slavenhandel respectievelijk de Jodenvervolging tot een einde zijn gekomen, dat “groepsverleden” niet van zich af kunnen schudden. Dat heeft niet zozeer met de persoonlijke trauma’s van een tweede, derde of zoveelste generatie te maken, maar met iets dat uitstijgt boven het individuele.

Deze vergelijkende constatering wil beslist geen pleidooi zijn voor het bevorderen van een eeuwigdurend slachtofferschap, aan de ene kant, of de erkenning van een nooit eindigende verantwoordelijkheid of zelfs aansprakelijkheid van het Koninkrijk der Nederlanden en de talloze medeplichtige bedrijven aan de andere kant. Maar wat de vergelijking met de slavernij in elk geval suggereert, is dat ook meer dan honderdvijftig jaar na dato er bij een dergelijk, even massaal als doelgericht misdrijf nog lang geen sprake is van littekens, eerder van wonden, die bij het minste of geringste weer gaan bloeden.

Er zijn drie vragen met betrekking tot de Jodenvervolging in Nederland in de jaren 1940-1945 die in de stroom van alle publicaties, documentaires, biografieën, interviews en tv-series nog altijd niet bevredigend beantwoord kunnen worden.

De eerste van die vragen is: was het wel altijd mogelijk voor gewone mensen, die in de dagelijkse werkelijkheid van de Duitse bezetting leefden, om een duidelijk onderscheid te maken tussen goed en fout, tussen de keuze voor verzet, hulp en bescherming of voor collaboratie?

De tweede ongemakkelijke vraag die maar niet wil weggaan is: waarom is in Nederland zo’n relatief hoog percentage van de Joden aan de moordzucht van de nazi’s ten prooi gevallen?

De derde vraag die keer op keer opkomt, zozeer dat hij wel nooit zal verdwijnen, is de vraag wat men in de bezettingsjaren wist van het lot dat de Joden na hun deportatie wachtte.

(Maarten Asscher)

België: tussen piëteit en polemiek

Eerst was er Buchenwald. De verhalen over en van de overlevende familieleden, bekenden en landgenoten en de beelden van uitgeputte, graatmagere en zieke mannen in de media waren zo overweldigend, dat de naam van het kamp ook in België een algemeen begrepen codewoord werd voor bijvoorbeeld iemand met een terminale ziekte: “Ja, hij is een echte Buchenwald geworden.” Iets later kwamen daar nog de getuigenissen bij van de overlevenden uit Breendonk (nabij Mechelen), met als gevolg dat de nadruk bijna uitsluitend op het lot van de gedeporteerde verzetsmensen gelegd werd. Sommigen van hen, zoals de latere hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel Leopold Flam, waren ook Joden, maar ze werden in de eerste plaats als partizanen erkend en terecht geëerd. Overal in België verwijzen straatnamen als Weggevoerdenstraat en herdenkingscomités voor “gedeporteerden, dwangarbeiders en gelijkgestelden” naar deze eerste reacties op de misdaden van het naziregime en de bezettende macht.

Pas in de jaren zestig en zeventig verschoof de aandacht langzamerhand naar het lot van de Joden. Net als in de buurlanden werd de bevolking wakker geschud door de dagelijkse verslagen van het proces van Adolf Eichmann in Jeruzalem (1961-1962) en het daaropvolgende spectaculaire Auschwitzproces in Frankfurt am Main (1963-1965). Plotseling was de term Auschwitz niet meer uit het nieuws weg te denken en begon de niet-Joodse wereld de omvang en de ondraaglijke intensiteit te beseffen van de judeocide. Die kreeg eerst de bevreemdende Bijbelse naam Holocaust (totaal maar vrijwillig brandoffer) en later de meer gepaste benaming Shoah (Hebreeuws voor “vernietiging”).

Naast deze evolutie in de publieke opinie door de confrontatie met de getuigenis- sen van slachtoffers en de moeizaam afgedwongen bekentenissen van een aantal prominente daders was er ook het merkwaardige effect van de Amerikaanse vierdelige televisieserie Holocaust uit 1978. Het daarin getoonde tragische lot van een fictieve familie van ogenschijnlijk succesrijk geïntegreerde en gerespecteerde Duitse Joden sloeg overal in als een bom in. De reële, systematische vernietiging van miljoenen medeburgers beroerde de gemoederen blijkbaar minder dan het lot van één virtueel gezin. Voor dit artikel is het betekenisvol dat ook de Vlaamse historicus Lieven Saerens in zijn recentste boek, Onwillig Brussel. Een verhaal over Jodenvervolging en verzet (Davidsfonds, 2014), een gedetailleerde studie van de Shoah in Brussel, deze televisieserie als ogenopener vermeldt: “Hoewel er op de Belgische televisie voordien ook aangrijpende films over de Jodenvervolging waren te zien, betekent die serie een eerste werkelijk kantelpunt voor een brede publieke belangstelling voor de Jodenvervolging.”

Die belangstelling is er uiteraard niet vanzelf gekomen, maar werd voorbereid en daarna verdiept door een aantal cruciale publicaties en initiatieven. Op institutioneel vlak werd in 1980 de Auschwitz Stichting opgericht “met als eerste doelstelling de studie van de geschiedenis en de herinnering van de Holocaust en van de naziterreur, hun kennis, de overdracht van hun herinneringen evenals het bewaren van de archieven hen betreffende”. Deze stichting beheert ook de vzw Auschwitz in Gedachtenis, een Centrum voor Studie en Documentatie. De Auschwitz Stichting werkt ook samen met het Bijzonder Comité voor Herinneringseducatie, dat zich vooral richt op leerlingen van de middelbare scholen en studenten in Vlaanderen, onder meer door het organiseren van geleide bezoeken aan het uitroeiingskamp Auschwitz. Deze herinneringseducatie vindt ook haar plaats in een aantal programma’s in de verschillende onderwijsnetten in Vlaanderen en er gaan stemmen op van parlementsleden die dit onderricht over de Holocaust (als verplicht onderdeel van de “vak- overschrijdende eindtermen” ) willen veralgemenen en verankeren.

(Ludo Abicht)

"

Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€5/maand

€50/jaar

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be