Publicaties
Reeks

Postkoloniaal België en Nederland

Hoe gaan België en Nederland om met hun koloniale verleden in Afrika, Azië en Zuid-Amerika? In deze reeks vind je stukken over Congo, Indonesië, Suriname. Over hoe het daar vroeger was, wat er nu gebeurt en hoe het verleden doorwerkt in het heden.

Makser
geschiedenis Kiza Magendane
13 min leestijd

Het compromismuseum

Zijn de renovatie en dekolonisatie van het AfricaMuseum gelukt? Kiza Magendane bezocht Tervuren met gemengde gevoelens.

Roland-Gunst
6 min leestijd

Een zwarte leeuw van Vlaanderen

Roland Gunst – half Vlaams, half Congolees – verwerkt zijn zoektocht naar een eigen identiteit in verschillende vormen: installaties, performances, film- en videowerk.

Voor abonnees

Nederland en de slavernij

Bespreking van deze interessante en veelzijdige essaybundel die verscheen bij de 135e verjaardag van de afschaffing van de slavernij. Gert Oostindië (red.), \Het verleden onder ogen. Herdenking van de slavernij\" (Uitgeverij Arena/Prins Claus Fonds, den Haag, 1999, 223 p.)"

Voor abonnees

Vergeten geschiedenissen uit het Nederlands koloniaal verleden

Bespreking van drie publicaties over de Nederlandse betrokkenheid bij de slavernij en de slavenhandel. P.C. Emmer, \De Nederlandse slavenhandel 1500-1850\" (De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 2000) K. Ratelband, \"Nederlanders iun West-Afrika 1600-1650. Angola, Kongo en Sao Tome\", bezorgd door René Baesjou (De Walburg Pers, Zutphen, 2000.) H. van der Zee, \"'s Heeren slaaf. Het dramatische leven van Jacobus Capitein\" (Balans, Amsterdam, 2000)."

Voor abonnees

Congo vergeten en herinnerd. Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika van Tervuren en het geheugen van Congo

Tot en met 9 oktober 2005 loopt in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika van Tervuren de tentoonstelling Het geheugen van Congo. Maarten Couttenier gaat in dit artikel in op verschillende thema's die op de tentoonstelling aan bod komen: geweld en economie onder Leopold II, de representatie van Congo en de studie van Congo in België. Hij heeft ook aandacht voor de plaats die deze tentoonstelling inneemt in de geschiedenis van het museum.

Voor abonnees
geschiedenis

“We've got history”. België, Congo en het koloniale verleden

2010 is een jubileumjaar voor Congo: de vroegere Belgische kolonie viert vijftig jaar onafhankelijkheid. Toch is er weinig vrolijkheid te merken: het Afrikaanse land wordt vaak als hopeloos bestempeld en de voormalige kolonisatoren worden niet zelden als uitbuiters voorgesteld. Dit artikel schetst hoe de relaties tussen België en Congo in de voorbije halve eeuw zijn geëvolueerd.

Voor abonnees
kunst

CONGO ALS VRIJSTAAT VOOR DE VERBEELDING. De strip “Arsène Schrauwen” van Olivier Schrauwen

De 38-jarige Vlaming Olivier Schrauwen heeft in een klein decennium tijd een indrukwekkende internationale reputatie verworven als stripauteur, hoewel dat zelfs cultureel geïnteresseerde mensen in Vlaanderen compleet kan zijn ontgaan. Zijn werk is in zeven talen vertaald, zijn illustraties staan in The New York Times en zijn strips zijn genomineerd voor prijzen in Frankrijk, Duitsland en Spanje. Maus-auteur en criticus Art Spiegelman rekende hem enkele jaren geleden samen met de Amerikanen Ben Katchor en Chris Ware tot de interessantste stemmen in de hedendaagse strip.

Die faam heeft hij opgebouwd met slechts enkele boeken. My Boy (2006), zijn debuut, was een bundel korte verhalen over een vader en zijn minuscule zoon in een stijl die aan de vroegtwintigste-eeuwse krantenstrip deed denken. De man die zijn baard liet groeien (2010) bracht heel diverse verhalen samen, met één gemeenschappelijk element: altijd speelde een man met een baard een hoofdrol. De laatste jaren verschenen vooral kleinere boekjes, zoals Le miroir de Mowgli (2011), een woordeloze sequel op The Jungle Book van Rudyard Kipling, en Greys (2012), waarin een verteller met de naam van de auteur het verhaal doet van zijn ontvoering door buitenaardse wezens.

In Arsène Schrauwen, zijn laatste en tot nog toe beste boek, verzon Olivier Schrauwen het verblijf van zijn grootvader in Belgisch Congo in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. De verteller presenteert de gebeurtenissen als waar gebeurd, maar eigenlijk zijn alleen de voornaam van het hoofdpersonage en het feit dat hij in de toenmalige Belgische kolonie heeft verbleven, waarheidsgetrouw. Het personage Arsène reist in 1947 naar Congo om bij zijn neef Roger te gaan werken. Die wil in het midden van de jungle een nieuwe, moderne stad laten verrijzen en werkt naarstig aan een maquette daarvan, vol bizarre architectuur. Roger verliest tijdelijk het contact met de werkelijkheid en wordt opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Daardoor krijgt Arsène de leiding over de expeditie naar het bouwterrein. Ondertussen ontstaat er een relatie tussen Arsène en de vrouw van Roger, Marieke, maar die eindigt wanneer Roger zijn plaats naast zijn vrouw opnieuw kan innemen.

Op basis van de korte inhoud van het werk is alvast duidelijk dat het niet behoort tot de typische entertainende beeldverhalen, zeg maar de Suske en Wiske-kant. Misschien minder vanzelfsprekend is dat het ook niet helemaal past bij de zogenaamde graphic novels, die dichter tegen proza aanleunen.

"

Voor abonnees
geschiedenis

Congo in onze navel. De omgang met het koloniale verleden in België en zijn buurlanden

In deze bijdrage overloopt de auteur de stroom aan Congo-boeken die in 2009 en 2010 is verschenen. Hij merkt op dat er grote verschillen bestaan tussen hoe België zijn koloniale verleden bekijkt en hoe dat in het buitenland gebeurt. Zo beroert de koloniale geschiedenis amper de Belgische gemoederen, terwijl dat in onze buurlanden wel voorkomt. Bovendien zijn de Belgen zich amper bewust van die discrepantie.

Voor abonnees
maatschappij

POSTKOLONIALE MATURITEIT? Hoe België omgaat met koloniale straatnamen en standbeelden

De indruk bestaat dat België, en zeker Vlaanderen, vandaag op een volwassen manier met zijn koloniale verleden omgaat. Vroeger was er vooral stilzwijgen of nostalgie, en rond de eeuwwisseling leidden de boeken van Adam Hochschild over de genocide onder Leopold II en van Ludo De Witte over de moord op Lumumba tot hevige en emotionele debatten. Tegenwoordig kan men echter probleemloos kritiek geven. En steeds vaker brengt die zaken in beweging. In december 2015 werden sommige eerbetuigingen afgelast naar aanleiding van de honderdvijftigste verjaardag van de troonsbestijging van de tweede vorst van België. En het vernieuwde Afrikamuseum van Tervuren dat in 2017 zal opengaan, belooft de taboes niet uit de weg te gaan.

Toch is die postkoloniale maturiteit slechts schijn. België staat nog niet zo ver in de verwerking van zijn koloniale geschiedenis als wij denken. Zeker Vlaanderen luistert nog steeds alleen naar zichzelf: niet één Congolese historicus is ooit naar het Nederlands vertaald. Het heeft ook weinig oor voor tegenstemmen.

Ook de publieke ruimte getuigt van navelstaarderij en is nog diep doordrongen van oude koloniale propaganda. Ons land wemelt van standbeelden en straatnamen die waren opgericht om de activiteiten in Congo te legitimeren en te verheerlijken.

In andere landen wordt de publieke ruimte vaker bijgestuurd. Uiteraard voerden onze buurlanden zulke veranderingen niet altijd en overal even enthousiast door en bleven veel andere monumenten ongewijzigd.

Toch is het opvallend dat België amper stilstaat bij zijn voormalige koloniale propaganda. Geen enkele koloniale straat heeft al een nieuw naam gekregen en niet één koloniaal monument is al verwijderd of omgevormd.

België heeft ook nog geen enkel standbeeld voor Congolezen. Het richt nog nieuwe gedenktekens op, maar die blijven alleen de kolonisator huldigen.

België heeft dus een zeer eenzijdige kijk op het koloniale verleden. Zijn publieke ruimte wordt nog steeds bepaald door één dominant verhaal. Dat is blank en toont zich onverschillig voor alle wandaden van de koloniale overheerser. Verschillende elementen kunnen deze situatie verklaren.

"

Voor abonnees

De parels en de kroon

Recensie van: Gert Oostindie, De parels en de kroon. Het koningshuis en de koloniën, De Bezige Bij, Amsterdam, 2006, 192 p.

Voor abonnees

Spektakel van Hugo Claus

\Het leven en de werken van Leopold II\", door de Nederlandse Comedie. Regie: Hugo Claus."

Voor abonnees

Het vergeten koloniale verleden

In 1985 verschenen twee boeken over de beginperiode van het Belgisch kolonialisme, gericht op het grote publiek. Beide auteurs hadden duidelijk de intentie om een beeld te geven van de onmenselijkheid van die eerste fase, maar dit ging wel ten koste van het wetenschappelijk serieux. Daniël Vangroenweghe, \Rood Rubber. Leopold II en zijn Kongo\", Elsevier, Brussel-Amsterdam, 1985. A.M. Delathuy, \"E.D. Morel tegen Leopold II en zijn Kongostaat\", EPO, Antwerpen, 1985."

Voor abonnees
maatschappij

NAAR EEN INCLUSIEVE SAMENLEVING. Suriname veertig jaar onafhankelijk

In de afgelopen veertig jaar is de republiek Suriname in hoofdzaak bestuurd door het Front voor Democratie en Ontwikkeling – met de Nationale Partij Suriname (NPS) en de Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP) als sleutelpartijen – en door coalities met de Nationale Democratische Partij (NDP) als belangrijkste partij. De kijk van deze combinaties op de onafhankelijkheid verschilt. Ook de wijze waarop zij invulling hebben gegeven aan een eigen koers voor Suriname loopt uiteen. Recente ontwikkelingen laten in toenemende mate de beperkingen, om niet te zeggen de gedateerdheid zien van hun verhalen over de onafhankelijkheid. Er is ruimte voor een nieuw verhaal.

Voor abonnees

Het schuldige Suriname van Astrid Roemer

Naar aanleiding van de voltooiing van haar romantrilogie, bespreekt Den Boef het werk van Roemer. Deze Surinaamse auteur beschrijft een caleidoscoop van gevoelens, dromen en symbolen, van fantasieën en herinneringen. Haar werk kan dan ook vergeleken worden met dat van auteurs als S. Rushdie.

Voor abonnees
maatschappij

Suriname op een tweesprong. Drie boeken over “Switi Sranan”

Recensie van: JOHN LEERDAM EN NORALY BEYER (RED.), Suriname en ik. Persoonlijke verhalen van bekende Surinamers over hun vaderland, Meulenhoff, Amsterdam, 2010, 288 p.; MICHIEL VAN KEMPEN (RED.), Voor mij ben je hier. Verhalen van de jongste generatie Surinaamse schrijvers, Meulenhoff, Amsterdam, 2010, 254 p.; KO VAN GEEMERT, Paramaribo brasa! (Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 16), Bas Lubberhuizen, Amsterdam, 2010, 228 p.

Voor abonnees

Nederlandse koloniale politiek

Bespreking van de bundel \Koloniale taalpolitiek in Oost en West. Nederlands-Indië, Suriname, Nederlandse Antillen, Aruba\" (Amsterdam University Press, Amsterdam, 1997, 304 p.) waarin elf artikelen opgenomen zijn over de door Nederland gevoerde koloniale taalpolitiek in de Oost-Indische bezittingen, maar ook in Suriname en het Caraïbisch gebied. De bundel staat onder de redactie van Kees Groeneboer."

Voor abonnees
literatuur

Zeer geachte heer Douwes Dekker

In haar brief in de reeks \Beste Multatuli,...\" schrijft Ellen Ombre over Suriname, haar geboorteland. “Het is niet vrolijk wat ik te vertellen, maar een poging de stand van zaken te beschrijven.” "

Voor abonnees

Minderhedenbeleid in Nederland

Nederland herbergt ruim 600.000 vreemdelingen. Een deel van hen wordt als vreemdeling ervaren: woonwagenbewoners, Molukkers, Surinamers, Antillianen, buitenlandse werknemers en vluchtelingen. Het Nederlands beleid t.a.v. deze groepen wordt vastgelegd in de Minderhedennota. Het minderhedenbeleid gaat uit van de opvatting dat leden van minderheidsgroepen in Nederland kunnen blijven en dat zij niet gemotiveerd worden om naar hun land terug te keren. Ondertussen blijken er in de maatschappij duidelijk discriminerende tendensen te bestaan, waardoor dit beleid moeilijk te realiseren valt.

Voor abonnees

De demonen van het verleden. Het werk van Hugo Pos

Toen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ook Indonesië en Nieuw-Guinea bevrijd werden, was er daar volgens ooggetuigen maar weinig vreugde te bekennen. ‘Je kunt het niet vergelijken met de Europese bevrijding, waar de Amerikanen, Engelsen en Canadezen als makkers en bevrijders werden binnengehaald. In Tarakan keek de bevolking naar ons, maar ze stak de vlag niet uit en ze juichte niet, geen sprake van. Later waren we jaloers, toen we hoorden hoe het in Europa toegegaan was,' oordeelt de Surinaamse auteur Hugo Pos achteraf. Wat voor Europa terugkeer naar de democratie betekende, was voor de Indonesische bevolking immers slechts vervanging van machthebber. De nationalisten verklaarden zich onafhankelijk. Op dat keerpunt in Nederlands koloniale geschiedenis was Hugo Pos in Indonesië om er de mogelijke collaboratie van de inwoners met de Japanners te berechten. Hij kwam daarbij moreel in een steeds moeilijker parket terecht en ‘ruilde de zekerheden van het negentiende-eeuwse kolonialisme in voor de onzekere vragen van de twintigste eeuw', constateerde Jos de Roo in het nawoord op zijn radio-interviews met Hugo Pos die hij bewerkte in Oost en West en Nederland, waaruit het bovenstaande geciteerd is.

Hugo Pos (ºParamaribo 1913) heeft een werkzaam en avontuurlijk leven geleid en is ook nu hij een hoge leeftijd bereikt heeft nog steeds actief op literair-cultureel gebied. Hij groeit op in een joods milieu te Paramaribo, in een familie die al vanaf de eerste helft van de vorige eeuw in de kolonie Suriname woont.

Voor abonnees
literatuur

Spoorzoeken naar kolonialisme

Judith van der Wel won de essaywedstrijd “Beste Multatuli,…” en kon zo naar Indonesië reizen om de sporen van haar voorouders te zoeken. Dit is haar verslag. “Tijdens mijn reis zal ik een ambivalent gevoel bij de Nederlandse erfenis in Indonesië blijven houden.”

Voor abonnees
literatuur

Beste Multatuli,…

Brief aan Multatuli door zijn biograaf Dik van der Meulen. Hij schrijft: “Wie lezen kan, weet dat het boek, honderdvijftig jaar na verschijnen, van toepassing is op Indonesië – maar allerminst op dat land alleen.”

Voor abonnees
literatuur

EEN SOLDAAT ACHTER EEN SCHRIJFMACHINE. De tolk van Java van Alfred Birney

EEN SOLDAAT ACHTER EEN SCHRIJFMACHINE
De tolk van Java van Alfred Birney

Met De tolk van Java brengt Alfred Birney (1951) een “rilling” bij de lezer teweeg. Het is een roman over een getraumatiseerde vader, Arend, die tijdens de oorlog in Indonesië tientallen mensen heeft vermoord en voor wie de oorlog gewoon doorging in het gezin dat hij in Nederland stichtte. Die oorlog eindigt voor zijn zoon, de ik-verteller van de roman, pas met de dood van zijn vader. “Ik vecht niet langer, ik hou ermee op”, luidt zijn slotzin van de roman.

De tolk van Java begint met een zin van meer dan een pagina over Arend, waarin wordt meegedeeld wat hij zag, hoorde, wie hij verraadde, dat hij werd gemarteld en de geallieerden hielp. Het zijn verhalen die Arend altijd aan zijn zoon vertelde, zijn zoon, die hem haat, die hem als een massamoordenaar beschouwt en hem verwijt zijn leven voor een groot deel te hebben verknoeid. Arend voedt zijn kinderen op zoals hijzelf is opgevoed: hard en met veel slaag, versterkt door zijn oorlogstrauma. Hij slaapt bijvoorbeeld altijd met een mes binnen handbereik, neemt het zelfs mee in zijn fietstas als hij de stad ingaat en op een dag achtervolgt hij met dat mes een van zijn vermeende vijanden in Den Haag.

Het is een rijke roman over identiteit, trauma’s, racisme (in Indonesië, in Nederland en in het Nederlandse leger), de Japanse bezetting van Indonesië, de bloedige strijd van de Nederlanders tegen de Indonesische onafhankelijkheid, een vader die zijn kinderen mishandelt en het internaatsleven dat voor de ik-verteller en de vier andere kinderen uit het gezin begint als zij uit huis worden geplaatst. Hier vindt de lezer geen zoete nostalgie (dat is een “leugen”, schrijft de vader en de ik-verteller heeft er ook niets mee) of een beschrijving van een paradijselijke jeugd, zoals dat vaak bij bekende Nederlandse literatuur over Indonesië het geval is.

Birney heeft gevoel voor timing, want juist in 2016 is er in Nederland opnieuw en grondiger dan voorheen gediscussieerd over de oorlogsmisdaden van het Nederlandse leger dat het koloniale bestuur na 1945 in Indonesië moest herstellen en over de regering die de onafhankelijkheid niet wilde accepteren. De officiële versie tot dusver luidde dat er vooral sprake was van incidentele “excessen” (verkrachting, roof en plundering), niet van structurele oorlogsmisdaden die door het koloniale bestuur, de Nederlandse regering en de militaire justitie werden toegedekt. Na nieuw onderzoek kan niemand er meer omheen dat het Nederlandse leger verantwoordelijk was voor stelselmatige oorlogsmisdaden.

Birney kiest voor zijn vader als centraal personage en diens identiteit is verre van eenduidig: geboren op Java als onwettige zoon van een Indo-Europese vader die hem niet erkent en een Chinese moeder, identificeert hij zich als enige van zijn familie met Nederland. Terwijl zijn medesoldaten pin-ups aan de muur hebben hangen, hangt boven zijn bed een portret van de Nederlandse koningin. Door de turbulente gebeurtenissen in Indonesië wisselt Arend regelmatig van positie en twijfelt over zijn keuzes: samen met zijn Indonesische vrienden vecht hij tegen de Japanse bezetters, maar hij kiest na 1945 de kant van de Nederlanders en bestrijdt zijn landgenoten. Indonesië is niet zijn land, zegt hij: hij is er als onwettig kind door de “Indische mensen” vernederd en bevond zich als Indische jongen tussen de Nederlanders en de Indonesiërs. Zijn zoon twijfelt aan zijn principes en vermoedt dat Arend domweg steeds de kant van de sterkste partij heeft gekozen. Vlak voor zijn vertrek naar Nederland wil Arend zijn naam veranderen in Noland, om zich “te distantiëren van koloniaal getinte Indo-Europeanen en dito blanke Indische Nederlanders”. Het is een naam die sprekend is voor zijn hybride identiteit. En die een voorspellende waarde had, want ook in Nederland zou hij zich nooit thuisvoelen. Het vermeende paradijs blijkt een land vol racisten te zijn.

Als ik beweer dat Birneys roman een “rilling” bij mij heeft veroorzaakt, dan is dat een toespeling op een uitspraak van Van Hoëvell, lid van de Tweede Kamer, die in 1860 na de publicatie van Multatuli’s Max Havelaar zei dat er “de laatste tijd een zekere rilling door het land gegaan was, veroorzaakt door een boek”. Birney maakt diverse toespelingen op Max Havelaar: in de bijkeuken van de nieuwe vriend van zijn moeder vindt de ik-verteller de scheepskist van mijn vaders overtocht naar Nederland”. Hij vervolgt: “Ik opende de kist en zag er allerlei papierwerk in: boeken, paperassen, brieven, foto’s en ordners.” Dat doet denken aan dat andere pak, dat eveneens uit Indonesië kwam, het Pak van Sjaalman uit Max Havelaar. Droogstoppel vermeldt: “Ik vond daar verhandelingen en opstellen”, waarna de lijst met onderwerpen volgt. Terwijl Stern grote delen van het Pak in Max Havelaar verwerkt, worden in De tolk van Java delen van het manuscript van zijn vader gepubliceerd.

Arend beschrijft in zijn manuscript, dat hij tevergeefs probeerde te publiceren, zijn jeugdjaren en de periode tot zijn gedwongen vertrek naar Nederland. Gedwongen, want hij stond op de zwarte lijst van Soekarno en was niet veilig in Indonesië doordat hij talloze Indonesische vrijheidsstrijders had vermoord. Dit bericht staat in de roman centraal en de ik-verteller confronteert zijn moeder, die vrijwel geen belangstelling voor Indonesië heeft, en zijn broer met de inhoud ervan, plaatst vraagtekens en geeft er commentaar op. Een deel, bijna tweehonderd pagina’s, waarin Arend vertelt over de gebeurtenisen vanaf 17 augustus 1945, de dag waarop Soekarno de onafhankelijkheid uitriep, tot hij Indonesië verlaat en met de boot naar Nederland vertrekt, wordt zonder onderbrekingen of commentaar van de ik-verteller opgenomen. Het bestaat uit soms gedetailleerde beschrijvingen van gruwelijke misdaden – ook van de zijde van de Indonesische vrijheidsstrijders. Daardoor en doordat het vanuit het perspectief van het Nederlandse leger, de verliezers, geschreven is, kan het worden vergeleken met de wreedheden in Curzio Malapartes roman Kaputt uit 1944. Ook Malaparte koos het perspectief van de verliezende partij.

De verantwoordelijken voor de Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië zijn daar nooit voor vervolgd en de Nederlandse regering zal een nieuw standpunt over die periode moeten innemen. Terwijl het historische onderzoek geen ruimte laat voor twijfel, maakt Birney de hele kwestie gecompliceerder en minder simpel – de taak van literatuur. Want door het hele boek heen en in de discussie tussen de broers gaat het ook om de vraag of Arend de waarheid heeft geschreven en of zijn herinneringen juist zijn. Ook hier biedt Multatuli uitkomst, want de vraag is niet of alle details waar zijn, maar wat het bij de lezers teweegbrengt. Multatuli schrijft na het verhaal over Saïdjah en Adinda in Max Havelaar: “Maar ik weet meer dan dat alles. Ik weet en kan bewyzen dat er veel Adinda’s waren en veel Saïdjah’s, en dat, wat verdichtsel is in ’t byzonder, waarheid wordt in ’t algemeen.”

De tolk van Java is meer dan een hedendaagse Max Havelaar, een Nederlandse versie van Malapartes Kaputt of een aangrijpende variant op Kafka’s brief aan zijn vader. Birney heeft inmiddels zo’n vijftien romans, essays en bloemlezingen gepubliceerd en dit is misschien wel zijn belangrijkste boek, waarin hij op indrukwekkende wijze alle thema’s uit zijn eerder verschenen werk verenigt.

JAAP GRAVE

Recensie van: Alfred Birney, De tolk van Java. Waarin de herinneringen van een kamerolifantje, de memoires van een oorlogstolk gehamerd op een schrijfmachine, onderbroken met verhalen, brieven en gemopper van de oudste zoon, becommentarieerd door zijn broer, De Geus, Breda/Amsterdam, 2016, 541 p.

Voor abonnees
literatuur

“De hoop maakte my hier en daar welsprekend”

Inleiding tot “Beste Multatuli,…”, een extra katern in Ons Erfdeel met brieven aan de auteur van Max Havelaar. Deze teksten werden geschreven naar aanleiding van de gelijknamige lezingenreeks die het Vlaams-Nederlands Huis deBuren organiseerde in het Multatuli-jaar 2010. Schrijvers namen de pen op en vroegen de meester van het brievengenre om advies over interculturaliteit en (post-)kolonialiteit. Ons Erfdeel publiceert deze brieven in samenwerking met deBuren.

Voor abonnees
literatuur

Dierbare Douwes Dekker

“Ben ik schuldig aan het kolonialisme van mijn voorvaderen?”, vraagt de Vlaamse schrijver David Van Reybrouck zich af in zijn brief in de reeks \Beste Multatuli,...\". “Ik probeer het krampachtig; het lukt me niet.” "

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.