Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Zeeuws-Vlaanderen, de kraamkamer van Vlaanderen en Nederland
0 Reacties
© Kristien Vanspauwen
© Kristien Vanspauwen © Kristien Vanspauwen
maatschappij

Zeeuws-Vlaanderen, de kraamkamer van Vlaanderen en Nederland

Verre periferie in Nederland, en voor Vlaanderen het buitenland: Zeeuws-Vlaanderen is een strook land die nergens echt bij lijkt te horen. Maar het is ook de plek waar twee landen in elkaar overvloeien, net zoals zee en land dat eeuwenlang deden. Ooit begonnen ze hier terrein te winnen op het water. En groeiden de Lage Landen uit de Noordzee. Een blik op een intrigerend en wondermooi gebied.

Lurkend aan zijn pijp kijkt de man tevreden naar het huisje dat volop wordt opgeknapt. ‘BXL’ staat er prominent op de Belgische nummerplaat van zijn forse SUV. De verbouwingswerken zijn nog niet ver gevorderd, maar ik vermoed dat het oude hoevetje een make-over zal krijgen in Normandische stijl. Heel wat rijke Brusselaars kopen tegenwoordig vakantiehuisjes in dit deel van Zeeuws-Vlaanderen. Het mondaine Knokke is geruststellend dichtbij, maar tegelijkertijd vinden ze hier de rust en de vergezichten die in eigen land schaars geworden zijn. Het is hier goed dromen van een Flandre dat aan de andere kant van de grens niet meer bestaat. Of nooit heeft bestaan. En daar hoort blijkbaar een huis met strodak de style Normand bij.

Ik begrijp de man. Ook ik kom hier dromen van een ander Vlaanderen, van een Vlaanderen dat had kunnen zijn. Mooier. Groener. Rustiger. Ik maak een fietstocht door het achterland van de Zeeuws-Vlaamse kust, en geniet van velden met wuivend graan, knoestige knotwilgen langs stille landwegen, vee dat graast in de wei. Ongeschonden en harmonieus landschap dat kilometers en kilometers doorgaat, nauwelijks verstoord door bewoning. Kleine huisjes, wellicht van vroegere landarbeiders, liggen her en der verspreid tussen de bomen. Ouderwetse boerderijen met trotse schuren liggen te midden van uitgestrekte landerijen. Omgeven door hoge populieren zijn ze beschermd tegen de wind, die voor de rest vrij spel heeft over dit vlakke land.

“Mijn vlakke land, mijn Vlaanderenland”, zong Jacques Brel. Meegeneuried allicht door de mijnheer met pijp van daarnet. Alleen: dit is niet mijn Vlaanderenland. Dit is een stukje Vlaanderen in Nederland. En gelukkig maar, want op die manier is het gevrijwaard gebleven van eindeloze lintbebouwing, pijnlijk lelijke en bonkige steenwegen, onophoudelijk uitdijende verkavelingen. De kaalslag van het boerenland heeft hier gewoon niet plaatsgevonden. Er is niet in het wilde weg gebouwd en gebetonneerd. Bomen kunnen hier nog in alle rust oud worden en naar de hemel reiken. Had ‘mijn’ Vlaanderen er ook zo kunnen uitzien, als er ooit voor een andere ruimtelijke ordening was gekozen, voor een doordachte urbanisatie?

Dit is een stukje Vlaanderen in Nederland. Gelukkig maar, want zo is het gevrijwaard gebleven van onophoudelijk uitdijende verkavelingen

Het is iets wat ik de Nederlanders benijd: hun zorg voor het uitzicht van hun land. Waarom is dat zo anders in Vlaanderen? De meesten mompelen als verklaring iets onduidelijks over het verschil tussen katholieken en protestanten. Maar ik heb daar een eigen theorie over. Ik denk dat het gaat over trots. Nederlanders zijn trots op hun verleden, en willen dat hun land blijft lijken op die Hollandse landschappen uit hun glorierijke Gouden Eeuw. De wereld kijkt daar met bewondering naar, het is erfgoed dat ze koesteren. Vlamingen daarentegen voelen zich allerminst trots, ze schamen zich voor hun landelijke verleden: eeuwenlang werd er neergekeken op die achterlijke paysans flamands. Dat moet nu zo snel mogelijk uitgevaagd worden, de spons moet over dat morsige boerenleven. ‘Bokrijk’ is een sneer, een scheldwoord geworden.

Veel van mijn landgenoten delen mijn liefde voor dit kalme Zeeuwse boerenland dan ook totaal niet. “Doodsaai”, was het oordeel van een ex-collega die hier ooit met vakantie kwam. “Al die dorpjes zien er hetzelfde uit en er valt niets te beleven.” En die prachtige open landschappen dan? “Pffftt…” Kneuterig, het is een woord dat steevast valt als Belgen het hebben over Nederland. En niet zelden zien ze de eigen ruimtelijke chaos als een sympathieke uiting van Belgisch surrealisme. De grens loopt niet alleen tussen naties, maar ook door onze hoofden.

Twijfelend tussen land en zee

Ooit was die grens er niet. Eeuwen geleden was het gebied waar ik nu door fiets gewoon het achterland van Brugge, en was Sluis een voorhaven van die rijke handelsstad aan het verzandende Zwin. Net zoals Sas van Gent verderop in Zeeland de al even machtige Gentenaars toegang moest geven tot de zee. Wie op een hedendaagse kaart kijkt, ziet beide stadjes een behoorlijk eind landinwaarts liggen. Maar op oude kaarten liggen ze nog aan open water, en was Zeeuws-Vlaanderen een verzameling van eilanden en schiereilanden doorsneden door bevaarbaar water en modderige getijdengeulen. Vlaanderens bovengrens twijfelde tussen land en zee. Een ‘zeeland’.

Het is meteen ook de verklaring voor de naam ‘Vlaanderen’, menen etymologen. Het zou komen van het Germaanse woord flaum, wat ‘overstroomd gebied’ betekent. In de Verdronken Zwarte Polder nabij Nieuwvliet kun je nog zien hoe dat oorspronkelijke Vlaanderen er wellicht moet hebben uitgezien: land dat bij hoogtij geleidelijk onderloopt, om vervolgens weer droog te komen staan als de zee zich terugtrekt. De eerste bewoners zullen zich er op landruggen, hoger gelegen stukken en eilanden gevestigd hebben. Vele eeuwen geleden was dat. Van op het strand van Nieuwvliet zie je nu onafgebroken grote zeeschepen voorbijvaren, richting Westerschelde en de haven van Antwerpen, het hart van dat andere, moderne Vlaanderen.

De Hollanders zijn intussen wereldberoemd geworden met het winnen van land op de zee. Maar het waren de Vlamingen die ermee begonnen zijn. Al in de vroege middeleeuwen waren monniken en boeren in de weer met het bouwen van dijken en het ontwateren van drassige grond. Zout, zoet en brak water werd steeds verder teruggedrongen. Altijd maar beter werden ze, en alsmaar grotere gebieden legden ze droog. Fietsend door Zeeuws-Vlaanderen zie ik ze overal liggen: oude dijken die nu kilometers ver van de zee liggen. Als ‘binnenlander’ kan ik me maar moeilijk voorstellen dat de zee, of een modderige zijarm, ooit aan die dijkjes likte. Aan welke kant lag dan precies het land, en waar het water? Zouden de locals dit landschap beter kunnen lezen?

De Hollanders zijn wereldberoemd geworden met het winnen van land op de zee. Maar het waren de Vlamingen die ermee begonnen zijn

Al helemaal niet te snappen voor mij is dat je hier zomaar een stuk land opnieuw onder water kunt zetten, zonder dat ook de rest mee onderloopt. Zoals ze binnenkort van plan zijn met de Hedwigepolder: een gebied van zo’n 500 hectare dat grenst aan het Verdronken Land van Saeftinghe, en dat opnieuw natuur moet worden als compensatie voor de uitdieping van de Westerschelde. Rewilding, heet zoiets, en het is nobel en nuttig, zelfs noodzakelijk. Maar ik begrijp ook het protest van de Zeeuwen: letterlijk eeuwen heeft het geduurd om een lappendeken aan eilanden en eilandjes, zandbanken, slikken en schorren aaneen te breien tot één groot stuk land. Vechten tegen het water zit in hun genen. De dijk doorsteken en weer terrein prijsgeven moet dan heel tegennatuurlijk aanvoelen.

Door de golven verzwolgen

Al fietsend vallen me her en der nog ‘constructies’ in het landschap op. Al kun je ze nauwelijks zo noemen, want ze zijn moeilijk te onderscheiden van de oude dijkjes: met gras begroeide ophogingen waarop koeien grazen of bomen groeien, onder andere in de buurt van Aardenburg, Oostburg en IJzendijke. Gezapige plekjes zijn het, die een heel klein beetje reliëf brengen in dit vlakke land. En toch zijn dit getuigen van een andere dramatische periode uit onze gezamenlijke geschiedenis: de Tachtigjarige Oorlog. Het zijn primitieve versterkingen waarop ooit kanonnen stonden, en vanwaar mannen met musketten tuurden over grotendeels ondergelopen land (want ook toen waren de dijken doorgestoken), bang wachtend op de Spaanse troepen. Decennialang is er toen hard gevochten om onze streken. Maar uiteindelijk is de Spaanse opmars hier tot staan gebracht, en kwamen Vlamingen aan deze kant van de linie in een ander land terecht dan de Vlamingen van enkele kilometers verder. Bijna 450 jaar hebben beide landen sindsdien apart geschiedenis geschreven (de val van Antwerpen in 1585 wordt algemeen gezien als het begin van de scheiding).

Ik ben intussen thuisgekomen van mijn fietstocht, in een vakantiehuisje in Zuidzande dat we regelmatig huren. Zuidzande ligt nu enkele kilometers ver in het binnenland, maar ooit lag het aan de zuidkant van een eiland, waartoe ook Cadzand behoorde. Tien jaar geleden kwamen we voor het eerst in deze regio met vakantie, en troffen er rustige stranden en een prachtig achterland. Intussen hebben we het jaar na jaar in ijltempo drukker zien worden, en zien we in de verte Cadzand steeds hoger groeien, en steeds verder langs de kust. Waar tot voor kort de Belgische ‘Atlantikwall’ stopte aan de grens, gaat hij er nu vlotjes over. Knokke groeit Nederland in. Tot tevredenheid wellicht van de man met de pijp. Grenzen die bijna een half millennium geleden werden getrokken, vervagen opnieuw.

Wat is de toekomst van dit kustgebied? Is het wel slim om zoveel te bouwen in een regio die door klimaatopwarming en de stijgende zeespiegel bedreigd wordt? Wordt dit ooit weer een amalgaam van eilanden en overstroomd land? Zal de geschiedenis zich herhalen? De lijst van door de golven verzwolgen dorpen en steden hier is immers verbazend lang. Sommige verdwenen in een stormvloed, andere moesten na jarenlange strijd tegen het water worden opgegeven en verzonken langzaam. Kunnen wij nu met al onze technologie op tegen de kracht van de zee? Of is dat de typische hybris van de moderne mens? Ik ken alvast één persoon die zijn appartement aan zee heeft verkocht: “Onze tijd zal het nog wel duren,” zei hij, “maar ik denk niet dat onze kinderen er nog wat aan zullen hebben.”

Als je het maar over een voldoende lange periode bekijkt, is dit ogenschijnlijk zo rustige gebied constant in beweging, tussen zee en land, tussen landen onderling, tussen mens en natuur. Ik ben het niet eens met mijn collega die het hier doodsaai vond: dit is een plek die nooit verveelt.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.