Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Zeeschilderkunst als Nederlands visitekaartje
0 Reacties
© Het Scheepvaartmuseum, Amsterdam
© Het Scheepvaartmuseum, Amsterdam © Het Scheepvaartmuseum, Amsterdam
Van wie is de Noordzee?
kunst

Zeeschilderkunst als Nederlands visitekaartje

In de negentiende eeuw maakte het nationalisme ook in Nederland zijn opgang. Het land greep terug naar de Gouden Eeuw, toen de Republiek een maritieme grootmacht was en de zeeschilderkunst bloeide. Zo ontstond het beeld van Nederland als zeevarende natie. Vandaag botst die verheerlijking van het verleden met de groeiende bewustwording van de slavernijgeschiedenis en de rol van maritiem Nederland daarin.

Het Koninkrijk der Nederlanden worstelde in de negentiende eeuw lang met economische tegenslag. Het kon dus wel een opsteker en wat goede pr gebruiken. Historici en letterkundigen vonden die in de scheepvaart van de zestiende en zeventiende eeuw, toen de Nederlanders heer en meester waren over de wereldzeeën.

De rijkdom van de zogenoemde Gouden Eeuw ten tijde van de succesvolle Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd voor de jonge natie het na te streven voorbeeld. De zeeschilderkunst, schilderijen van schepen en de zee, speelde hierbij een kleine, maar uiterst relevante rol.

Heldendaden ter zee

Tussen circa 1750 en 1850 ontwikkelde zich in heel Europa de culturele beweging van de romantiek. Voor het tot uiting brengen van het romantische gevoel waren de natuur en het verleden belangrijke thema’s. De romantische hang naar het verleden leidde ook in het toenmalige Nederland tot grote belangstelling voor de hoogtepunten uit de eigen geschiedenis. Letterkundigen en historici doken in de archieven. Historische bronnen werden ontdekt, bewerkt, soms aangedikt tot mythische proporties, en gepubliceerd.

Deze zoektocht zette zich in de gehele negentiende eeuw voort en op die voedingsbodem van een groeiend historisch besef kwam het nationalisme tot bloei. De geschiedenis, literatuur en beeldende kunst van de zeventiende-eeuwse Republiek konden rekenen op een geïnteresseerd publiek.

Voor de zeevaartgeschiedenis bestond een bijzondere belangstelling. De dichter Hendrik Tollens schreef in 1807 het prijswinnende Tafereel van den Vierdaagschen Zeeslag, een historisch dichtstuk over een episode uit de Tweede Engels-Nederlandse zeeoorlog (1666), waarin luitenant-admiraal Michiel de Ruijter schitterde in een hoofdrol als commandeur van de Nederlandse vloot. Romans, biografieën, toneelstukken en kinderboeken bejubelden de ijzingwekkende avonturen van onverschrokken zeevaarders. Eén van de eerste geschiedkundige platenboeken in de negentiende eeuw is Heldendaden der Nederlanders ter zee van de vroegste tijden tot op heden uit 1849-1855, van de zeeschilder Petrus Schotel. Maritieme wapenfeiten werden herdacht en feestelijk gevierd, al dan niet gecombineerd met de onthulling van een nationaal monument of een standbeeld van een vaderlandse zeeheld.

Vertrouwd beeld

De zeestukken met afbeeldingen van schepen en de zee werden gezien als dragers van nationale trots en ze genoten daardoor een aanzienlijke status. Dit karakteristieke schildergenre van de zeventiende-eeuwse Hollandse school stond symbool voor de historische verbondenheid van het land met het water en voor Nederland als zeevarende natie.

In 1791 beschreef de dichter Rhijnvis Feith deze diepe band. In zijn ogen hadden de bewoners van Nederland hun eigen land gecreëerd en bovendien wisten zij de zee aan zich te onderwerpen en om te vormen tot een bron van welvaart. Elke aanblik van de zee herinnerde hen aan de grootsheid en het succes van de Republiek. Daarom zagen de Nederlanders graag “een zeetje van Van de Velde” op een schilderij en was Feith van mening dat de geschilderde zeeslag in ere diende te worden hersteld.

De zeeschilderijen van de Hollandse school stonden symbool voor de historische verbondenheid van het land met het water

Feiths ideeën werden met instemming overgenomen. In kunsttheoretische redevoeringen en publicaties werd bewonderend gesproken over Willem van de Velde (I), zijn zoon Willem van de Velde (II) en Ludolf Bakhuizen, de onbetwist grootste zeeschilders van hun tijd. Hun werk gold voor de negentiende-eeuwse zeeschilder als ijkpunten voor kwaliteit en de belangrijkste stijlvoorbeelden.

De zeeschilderkunst had in de zeventiende eeuw een spectaculaire ontwikkeling doorgemaakt. Het schilderen van de zee en schepen werd een florerend specialisme op de internationale kunstmarkt, mede dankzij de maritieme grootmacht die de Republiek geworden was. Daarom achtte men in de negentiende eeuw de zeeschilderkunst zeer geschikt voor het aanwakkeren van de nationale saamhorigheid. Het “algemene” zeegezicht, uitgevoerd in de stijl van de Hollandse school, was daarvoor al voldoende.

Een voorbeeld is Schepen op kalm water uit circa 1860 van George Opdenhoff (1807-1873), een tafereel van eigentijdse schepen met in het hart van het schilderij de Nederlandse vlag. Met zo’n compositie, die is terug te voeren op het werk van Willem van de Velde (II), werd op een aangename en ingetogen manier het vaderlandse gevoel aangesproken. Dit type schilderijen voedde door het vertrouwde beeld van alledaagse scheepvaart op een eenvoudiger en vooral toegankelijker wijze de liefde voor het vaderland dan de historieschilderkunst.

De landschapschilderkunst vervulde op min of meer dezelfde manier als de zeeschilderkunst een rol bij de vorming van een nationaal besef. Dit genre stond door de verbeelding van de herkenbare, onmiddellijke omgeving dicht bij de beschouwer. Bovendien was het in de negentiende eeuw het meest beoefende onderwerp onder Nederlandse schilders. In de kunstkritiek werden beide genres herhaaldelijk in verband gebracht met de oorspronkelijke Hollandse schilderschool. Ook de navolging van zeventiende-eeuwse schilders werd voor beide in gelijke mate als prijzenswaardig beoordeeld.

Een opvallend en essentieel verschil zat in het effect van de schilderijen op de prikkeling van de vaderlandsliefde. Bij het zien van zeestukken meldden kunstrecensenten meermaals de ervaring van een historische sensatie. Zeegezichten met schepen riepen bij de beschouwer rechtstreeks associaties op met de glorieuze maritieme geschiedenis. Omdat niet het Hollandse landschap maar de zee het toneel was geweest van de belangrijkste historische oorlogen, ontdekkingsreizen en handelsroutes, ontbrak dat specifieke gevoel geheel in de bespreking van de landschapschilderkunst.

Vaderlandsliefde

De zeeschilderkunst en de nationalistische belangstelling voor het maritieme cultureel erfgoed sloten dus nauw op elkaar aan. De gespecialiseerde schilders van de Nederlandse scheepvaart moeten zich hiervan bewust zijn geweest, eenvoudig omdat deze opvatting alom aanwezig was. De behoudende en historiserende schilderstijl van de zeestukken, het kwaliteitsmerk van een volwaardig traditioneel Hollands genre, en bovenal de voorstelling van de zee met schepen ondersteunden zo het nationale denken. Binnen het negentiende-eeuwse Europese nationalisme was die betekenis van de zeeschilderkunst uitzonderlijk, want in de overige landen werd voor het bijbrengen van vaderlandsliefde hoofdzakelijk de historieschilderkunst ingezet.

Europese landen zetten historieschilderkunst in om vaderlandsliefde bij te brengen, Nederland koos uitzonderlijk voor zeeschilderkunst

De hechte verbinding van de zeeschilderkunst met de Nederlandse cultuur werd ook internationaal erkend. Een bevestiging hiervan klinkt door in de vraag van een Belgische verslaggever aan Johannes Schotel, nadat die de gouden eremedaille had ontvangen van de commissie van de Salon d’ Exposition in Brussel in 1836. De journalist informeerde of hij er bezwaar tegen had om de onderscheiding van België te ontvangen. Schotel sprak diplomatiek: “De kunsten kennen geen Vaderland: zij bloeijen dáár, waar goede smaak heerscht.”

Het waren de jaren na de Belgische afscheiding van 1830-1831 en de politieke verhouding tussen de twee landen was moeizaam. De verslaggever liet met zijn voorzichtige vraag merken dat hij zich ervan bewust was dat hier een typisch Nederlands specialisme door het afgescheiden België werd beloond. Johannes Schotel, die vanuit zakelijke belangen in meerdere Europese landen exposeerde, reageerde handig op een neutrale wijze. Hij voldeed daarmee, risicoloos voor zijn inkomsten, aan het traditionele beeld van de kunstenaar die voor de kunst leefde en zich niet bezighield met maatschappelijke beslommeringen.

In trouwe navolging van meester-zeeschilder Johannes Schotel bleef het merendeel van de zeeschilders vasthouden aan de conventies van de zeventiende-eeuwse Hollandse school. Ook kunstrecensenten hanteerden langdurig de traditionele stijlcriteria en zij schuwden nieuwe ontwikkelingen in de zeestukken. Hoewel de interesse van de kunstcritici op de eerste plaats uitging naar de stijl en niet naar nautische details, waren toch ook de correcte weergave en een voldoende aantal schepen op de schilderijen van belang. Uit de recensies sprak een gevoel van verbondenheid met schepen en de zee en het genre werd ervaren als “eigen aan de natie”. Tekenend voor de behoudende aard van de recensenten is dat zij de moderne scheepvaart in de vorm van stoomvaartuigen op de schilderijen langdurig en hardnekkig bleven negeren.

Ouderwets

Toen in de laatste decennia van de negentiende eeuw in de Nederlandse schilderwereld de invloed van de Franse School van Barbizon de toon ging aangeven, nam de brede waardering voor de zeeschilderkunst af. Deze landschapschilders werkten in een nieuwe realistische stijl en plein air in het kustgebied, iets wat vele binnen- en buitenlandse schilders aantrok. Langs de Noordzeekust van Nederland ontstonden vanaf 1880 bloeiende internationale kunstenaarskolonies, waar men zich intensief bezighield met de natuurlijke omgeving.

Ook de vissers en de vissersvrouwen en hun werkzaamheden op het strand rond de schepen, de netten en de vangst van de dag, werden opgenomen in de composities van de schilders. De plaatselijke bevolking die dagelijks met de elementen te maken had, werd vastgelegd als een harmonieus onderdeel van de natuur.

Men schilderde het duinlandschap, de zee en het strand met hier en daar een schip en de kustbewoners in hun dagelijkse bezigheden. Een vlotte schildertrant, de weergave van de sfeer en het overbrengen van het persoonlijke gevoel van de schilder waren hierbij van het grootste belang. Deze schilders waren niet per se nautisch geïnteresseerd. Net als voor de zeeschilders was de zeventiende-eeuwse Hollandse schilderschool tot op zekere hoogte een inspiratiebron. Maar hier was sprake van een totaal andere vorm van zeeschilderkunst, die beantwoordde aan de wensen van het kunst kopende publiek.

Recensenten bleven de moderne scheepvaart in de vorm van stoomvaartuigen op de schilderijen lange tijd hardnekkig negeren

Intussen was een nieuwe generatie kunstcritici aangetreden, die met een scherpe pen de kwaliteit van de moderne schilderkunst beoordeelde. In een hoog tempo werd de navolging van de zeventiende-eeuwse traditionele Hollandse school afgebroken. Hoewel zeeschilders als Louis Meijer, Willem Schütz en Willem Mesdag zich inspanden om hun stijl te moderniseren, werden zij niet meer besproken in de kunstkritiek.

De liefde voor het schip en de nautische kennis van de gespecialiseerde zeeschilders waren lang een unieke capaciteit, maar bleken uiteindelijk hun achilleshiel te zijn. De gedetailleerde uitwerking van de schepen op de gladde, kleurige schilderijen was nu ouderwets. Hoewel er een kleine markt van behoudende kunstkopers voor de zeeschilderkunst bleef bestaan, had in moderne kunstkringen dit eens zo gerespecteerde genre geen artistieke betekenis meer en verdween het uit de canon van Nederlandse beeldende kunst.

Keerzijde van de Gouden Eeuw

Terwijl de zeventiende eeuw verdwijnt uit de zeeschilderkunst, lijkt menig Nederlander nog steeds graag te worden herinnerd aan het fenomeen van de Gouden Eeuw. In 2015 voerde SAIL Amsterdam, het grootste maritieme volksfeest van Nederland, bijvoorbeeld onbekommerd het motto “Gouden verleden en gouden toekomst”, dat regelrecht verwees naar het succes van de wereldwijde historische zeevaart en de koloniale wingewesten.

Uit het hedendaagse publieke debat over de impact van het kolonialisme blijkt echter hoe pijnlijk eendimensionaal deze triomfantelijke houding is. In allerlei geledingen van de maatschappij leidt dit ertoe dat men zich er rekenschap van geeft dat de maritieme geschiedenis niet voor iedereen even fortuinlijk heeft uitgepakt. Voor het geweld, de onderdrukking en het racisme bij de tewerkstelling van tot slaaf gemaakte mensen op de plantages in de koloniën van destijds is nu meer aandacht.

In steeds meer geledingen van de maatschappij geeft men zich er rekenschap van dat de maritieme geschiedenis niet voor iedereen even fortuinlijk heeft uitgepakt

En beter laat dan nooit: in december 2022 sprak premier Rutte namens de Nederlandse staat excuses uit voor het slavernijverleden. Er kwam een fonds van tweehonderd miljoen euro voor projecten die een bewustwording moeten creëren van het Nederlandse aandeel in de slavernijgeschiedenis. Voor de bouw van een museum trok het kabinet zevenentwintig miljoen euro uit. Fonds en museum staan voor de complexe taak van het blootleggen en inzichtelijk maken van dit beladen verleden. Die opgave is extra zwaar omdat zij moeten opboksen tegen de diepgewortelde verheerlijking van Nederland als zeevarende natie, een denkbeeld dat botst met een erkenning van het leed van het kolonialisme.

Tijdens Keti Koti op 1 juli 2023 bood ook koning Willem-Alexander zijn excuses aan voor de rol van zijn voorouders in de slavernijgeschiedenis. Het was een bijzonder moment op deze nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in Nederland, die dag precies honderdvijftig jaar geleden. De koning maakte een oprecht gevoeld gebaar, dat door actiegroepen en de nabestaanden van tot slaafgemaakten warm werd ontvangen. Men was voorzichtig optimistisch, maar wat de vervolgstappen zullen zijn, is nog onduidelijk.

Open blik

Helaas is een zak geld alleen niet genoeg en zijn excuses holle frasen als zelfgenoegzaamheid niet wordt vervangen door een realistischere blik op de zeevaartgeschiedenis. Volgens een publieksonderzoek uit 2019 door het Britse onderzoeksbureau Yougov kijkt de helft van de ondervraagde Nederlanders eerder met trots dan met schaamte naar het vroegere koloniale bezit. Daarmee scoort Nederland het hoogst, met een percentage dat ver uitsteekt boven bijvoorbeeld Engeland (32 procent), Frankrijk (26 procent) en België (23 procent). Slechts 6 procent van de Nederlandse respondenten vindt de kolonisatie van onder andere Indonesië, Zuid-Afrika en Suriname beschamend.

Hoe buig je 200 jaar nationalistische zeevaartindoctrinatie om naar een open blik op de geschiedenis van de Nederlandse slavernij?

Waarom blijven zoveel Nederlanders hardnekkig geloven in die zeevaartmythe? Het lijkt bijna alsof ze niet beter weten. Tot op zekere hoogte is dat waar: sinds het begin van de negentiende eeuw lepelden geschiedenisdocenten de positieve verhalen over de historische zeevaart bij generatie op generatie jonge Nederlanders naar binnen. Het legendarische zeevaartverleden raakt aan niets minder dan de nationale identiteit, dus dat ligt gevoelig. Hoe buig je dan tweehonderd jaar nationalistische zeevaartindoctrinatie om naar een open blik op de geschiedenis van de Nederlandse slavernij?

Het goede nieuws is dat het kolonialisme tegenwoordig vaker diepgaand en nietsontziend wordt onderzocht, zoals bijvoorbeeld met de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog is gebeurd. Ook is aan de canon en richtlijn voor het Nederlandse geschiedenisonderwijs in 2020 de Surinaamse antikolonialist Anton de Kom toegevoegd. Het zijn noodzakelijke stappen naar een dialoog waarin de eenzijdige visie van de kolonisator wordt aangevuld met de andere kant van het nationale verhaal.

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op het boek De Nederlandse zeeschilderkunst in de negentiende eeuw (Amsterdam University Press, 2024) van Cécile Bosman.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met emma.reynaert@onserfdeel.be.