Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Wereldprimeur in Rotterdam: Museum Boijmans opent zijn volledige depot voor het publiek
1 Reacties
© Iris van den Broek
© Iris van den Broek © Iris van den Broek
kunst

Wereldprimeur in Rotterdam: Museum Boijmans opent zijn volledige depot voor het publiek

Met Depot Boijmans Van Beuningen heeft Rotterdam een wereldwijde primeur: de eerste volledig toegankelijke kunstopslag van een museum. Het Depot is niet alleen interessant als bijzondere belevingsvorm en architectonisch icoon maar ook als serieus antwoord op de vraag naar de bestaansrechtvaardiging van musea.

Na De Zwaan (Erasmusbrug), De Koopgoot (Beurstraverse), Het Potlood (Blaaktoren) en De Flipspuit (Hofpleinfontein) heeft Rotterdam nu ook De Pot. Dat het nieuwe depotgebouw van Museum Boijmans Van Beuningen al voor de officiële opening een veel gebruikte koosnaam heeft, geeft aan dat het volledig is omarmd door de lokale bevolking. Dat blijkt ook wel uit de duizenden selfies die de afgelopen maanden genomen zijn voor de spiegelgevel van het gebouw.

En toen de deuren in september vorig jaar een lang weekend opengingen voor een preview waren de zevenduizend beschikbare kaartjes binnen drie uur vergeven. Bezoekers die er eentje hadden weten te bemachtigen, kwamen laaiend enthousiast weer naar buiten.

De ontvangst is wel eens anders geweest. Toen Boijmans-directeur Sjarel Ex zijn plannen voor het Depot voor het eerst presenteerde, werden die afgedaan als megalomaan en spilziek. Natuurvrienden verzetten zich tegen bouw in het Museumpark, helemaal omdat er 255 acacia’s moesten sneuvelen.

De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur gaf twee keer een negatief advies af omdat het de plannen inhoudelijk en financieel onvoldoende vond uitgewerkt. En in de gemeenteraad is keer op keer verhit gedebatteerd over kosten die toch weer hoger uitvielen dan beraamd.

Het uiteindelijke prijskaartje van 92 miljoen euro is niet buitenissig voor een dergelijk project. Het is in ieder geval een stuk schappelijker dan de 259 miljoen euro waar de verbouwing en renovatie van het Boijmans zelf nu op is geschat. En daar is het allemaal mee begonnen. De bouw van het Depot is geen prestigeproject van een bijna gepensioneerde directeur die nog één keer wil scoren, maar bittere noodzaak. De oude kunstopslag in de kelder van het museum was matig beveiligd en bij overdadige regenval gutste het water naar binnen.

In 2016 moest de archeologische tentoonstelling zelfs ontruimd worden. Maar toen was het overgrote deel van de collectie al veilig ondergebracht in vijf depots verspreid over Nederland en België.

Nooit getoonde kunst

Al die ellende is vergeten nadat koning Willem-Alexander op 5 november de spreekwoordelijke linten heeft doorgeknipt. Die royale omlijsting past bij het evenement. Het betreft hier immers een wereldprimeur: de opening van het eerste volledig toegankelijke kunstdepot ter wereld.

Daarmee gaat Boijmans verder dan andere musea. Voor een bezoek aan het Sammlungszentrum van het Zwitserse Nationalmuseum moet je bijvoorbeeld een afspraak maken. Schaulager in Bazel geeft bezoekers alleen een idee van de aanwezige opslagruimte, maar laat ze er niet toe. En ook in het V&A East, waar vanaf 2024 de textiel- en keramiekcollectie van het Londense Victoria & Albert Museum te zien zijn, blijven sommige deuren gesloten.

Musea ontlenen tegenwoordig grotendeels hun bestaansrecht aan de interactie met het publiek, het liefst zo groot mogelijk

Met het radicaal opengestelde depot adresseert Museum Boijmans Van Beuningen een van de belangrijkste vragen, misschien wel de meest urgente, waar musea in de eenentwintigste eeuw mee worstelen. Deze instellingen zijn ooit opgericht om bijzondere voorwerpen te conserveren en bewaren voor het nageslacht. Lange tijd waren die schatten beperkt zichtbaar voor experts en rijke weldoeners. Maar met de democratisering van de samenleving is het tonen en delen steeds belangrijker geworden. Musea ontlenen tegenwoordig zelfs grotendeels hun bestaansrecht aan de interactie met het publiek, het liefst zo groot en breed mogelijk.

Probleem is dat dat publiek zich niet makkelijk laat verleiden met collectiepresentaties. Tijdelijke presentaties met spectaculaire bruiklenen of nieuw gemaakt werk zijn veel populairder. De “verkunsthalling” en de hang naar blockbusters om de bezoekcijfers op te krikken en subsidiegevers tevreden te houden, maakt het museum misschien zichtbaar maar de collectie niet. Daar komt bij dat de inrichtingsesthetiek over de jaren zodanig veranderd is dat zalen steeds minder werken bevatten. Ondertussen blijven de collecties groeien, door aankopen en legaten, en loopt de opslag vol met kunst die nooit getoond wordt.

De geschiedenis van het Boijmans illustreert de trends. Toen het museum in 1935 het gebouw aan het Museumpark betrok, hing de volledige collectie op zaal. Tachtig jaar later is slechts 7 procent van het bezit te zien – en daarmee scoort de Rotterdamse instelling niet lager dan gemiddeld.

Hoog Piranesi-gehalte

Met de opening van het Depot wordt al die ongeziene kunst in één klap ontsloten. En op een manier die veel spannender is dan een collectiepresentatie, hoe radicaal je die ook maakt. Anders dan in een tentoonstelling wordt de blik hier niet gestuurd van beeld naar beeld om een specifiek verhaal over de bühne te brengen. Hier krijgt de bezoeker een kijkje in de museale machinekamer waar het metaverhaal van het kunst verzamelen verteld wordt.

De 151.000 objecten die Boijmans in 172 jaar bij elkaar verzamelde, staan verspreid over zes verdiepingen met vijf verschillende klimaatzones voor uiteenlopende materialen. Ook zijn er vier restauratieateliers voor fotografie, textiel, papier, schilderijen, metaal, hout en keramiek.

Overal is kunst te zien, en dat begint al voor de ingang. Daar wordt een nieuw videowerk geprojecteerd van Pipilotti Rist, een kunstenaar met wie directeur Ex een werkrelatie onderhoudt sinds zijn tijd bij het Centraal Museum in Utrecht en die meermaals heeft geëxposeerd in het Boijmans.

Binnen staan werken ingepakt, in of aan stellages, maar ook open en bloot uitgestald. Prenten, tekeningen en foto’s blijven begrijpelijkerwijs opgeborgen om lichtschade te voorkomen, maar wie ze wil zien kan een afspraak maken in een aparte studieruimte. Ook is er een zaal waar films bekeken kunnen worden.

In het atrium hangen dertien vitrines voor tijdelijke minitentoonstellingen. Ze lijken bijna te zweven, waardoor de kunst onderdeel lijkt te worden van een magieshow. Je ziet de blikvangers het beste vanaf de trappen die de binnenruimte doorkruisen en die het interieur een hoog Piranesi-gehalte verlenen.

Niet alleen de collectie van het museum wordt in het Depot bewaard en getoond. Vijftien procent van het 15.000 vierkante meter grote vloeroppervlak wordt verhuurd aan bedrijven en particulieren. KPN, dat een van de oudste en belangwekkendste bedrijfscollecties van Nederland heeft, behoort tot de eerste klanten. De huuropbrengst en kaartverkoop (volwassenen betalen 20 euro) zijn een belangrijk onderdeel van het exploitatiemodel. Het Depot verdient zichzelf over een periode van dertig jaar grotendeels terug.

Camouflage

Een vernieuwend concept verdient een vernieuwende vorm en daarvoor was Boijmans bij Winy Maas aan het juiste adres. De voorman van architectenbureau MVRDV heeft naar eigen zeggen “een gebouw gemaakt dat nergens op lijkt”. Hij bleef in ieder geval ver weg van de traditionele depotvorm: een blinde en weinig uitnodigende doos. Het Depot is het tegendeel: bescheiden ondanks zijn omvang en licht in voorkomen en uitstraling. Die kwaliteiten zijn grotendeels toe te schrijven aan de 1664 spiegelglaspanelen waar de gevel mee is bekleed. Ze weerkaatsen de omgeving, waardoor het gebouw opgaat in zijn omgeving, bijna als een vorm van camouflage.

De bomen op het dak hebben eenzelfde effect. De 75 berken en 25 dennen zijn zodanig opgekweekt dat ze de wind op 34 meter hoogte kunnen weerstaan en een ingenieus irrigatiesysteem houdt ze in topvorm – ze zien er in ieder geval beter uit dan de ziekelijke acacia’s die voor de bouw gekapt zijn. Van bovenaf gezien loopt de dakbegroeiing over in het park. Terug op maaiveldniveau wordt de verbinding met het omliggende groen gemaximaliseerd door de smalle voet van het komvormige gebouw. Het Depot heeft een letterlijk kleine voetafdruk.

Rotterdam – door Winy Maas “het grootste beeldenpark van Nederland” genoemd – heeft er met het Depot een architectonisch icoon bij. En het is ook interessant voor de niet-kunstliefhebber: op het dak zit een restaurant waar het heerlijk dineren en borrelen is met majestueus uitzicht. De lange tafels, ontworpen door de binnenhuisarchitecten van Concrete, kunnen zodanig worden opgeklapt dat een indrukwekkende evenementenruimte ontstaat.

Wie het terras betreedt en rondloopt, staat vroeg of laat tegenover de precies even hoge museumtoren van Boijmans. Dat uitzicht herinnert eraan dat het museum nog zeker zeven jaar dicht blijft, waarmee een flink gat wordt geslagen in het culturele programma van een snel groeiende stad die altijd hongert naar meer. De opening van het Depot komt wat dat betreft geen moment te vroeg.

JefVanStaeyen

De realisatie en de opening van het nieuwe depot is uiteraard een mooie zaak (bravo!) maar het komt me voor dat de auteur iets te lichtvoetig schrijft over het park waarin het werd gebouwd: "Natuurvrienden verzetten zich tegen bouw in het Museumpark, helemaal omdat er 255 acacia’s moesten sneuvelen."
En dan plant men bomen op het dak, wat zowat hetzelfde is als vogels op een hoed.
Al te vaak worden culturele en sportinfrastructuren in parken ingeplant: musea, floraliënpaleizen, bibliotheken, theaters, zwembaden, skateparken, voetbalstadions... Of scholen. Veelal het resultaat van een weinig vooruitziende opdrachtgever, die niet tijdig naar een terrein heeft gezocht, en dan maar de plek van de minste weerstand koos. En: gaat het niet om kunst? sport? onderwijs? wie kan dát nu weigeren?

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.