Publicaties
Wat literair erfgoed ons over vandaag vertelt
0 Reacties
© Hans van Heeswijk
© Hans van Heeswijk © Hans van Heeswijk
geschiedenis

Wat literair erfgoed ons over vandaag vertelt

Hoe 'vaderlands' en 'heldhaftig' was Johan Maurits van Nassau eigenlijk?

Literair erfgoed kan reliëf geven aan hedendaagse kwesties zoals status en wording van Nederland, het Nederlands en het Nederlanderschap. Lees bijvoorbeeld wat Vondel dichtte over Johan Maurits von Nassau, de omstreden bouwer en naamgever van het Mauritshuis.

Ernstige rellen in London, begin augustus 2011, leverden een iconische foto op. Er was zwaar geplunderd. Winkels met dure flatscreen-tv’s en hippe sneakers waren leeggeroofd. Maar tussen gebroken glas en beschadigde gevels was één zaak totaal ongemoeid gelaten. Een boekwinkel. Het beeld kan twee overwegingen ingeven. De cynische: de ongeletterde relschoppers interesseren zich slechts voor dure consumptiegoederen en cultuurgoed boeit hun niet; of een wat hoopgevendere: voor boeken bestaat nog altijd mateloos respect.

De gedachte drong zich op bij de consternatie over de buste van Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679), bouwer van het Mauritshuis in Den Haag. Zijn borstbeeld werd begin 2018 verwijderd uit de foyer van het museum, omdat zijn naam viel in relatie tot slavenhandel. Dat leverde veel rumoer op, tot aan een tweet van de Nederlandseminister-president. Sindsdien staat Johan Maurits tussen de vaderlandse helden die onder vuur liggen, met anderen als J.P. Coen en Heutz. Sinds de discussie begin januari oplaaide, verschenen in de papieren media zo’n tweehonderd artikelen over Johan Maurits.

Maar ook hier bleven de “boeken” ongemoeid. Van Johan Maurits bestaan namelijk niet alleen beelden en afbeeldingen. Joost van den Vondel schreef meerdere monumentjes voor hem in de vorm van lofdichten. In geen van de honderden krantenartikelen die in 2018 over Johan Maurits verschenen, wordt Nederlands grootste dichter uit de zeventiende eeuw zelfs maar genoemd. Net als bij de Londense rellen is de vraag: speelt hier desinteresse en onwetendheid? Of juist respect voor literair erfgoed?

Johan Maurits Nederlander?

Johan Maurits is een merkwaardige vaderlandse held. De bouwer van het Mauritshuis werd, net als zijn oudoom Willem van Oranje, geboren in Slot Dillenburg (in de huidige deelstaat Hessen). Hij studeerde in Basel en Genève, en werd rond zijn vijftiende naar een oom in Leeuwarden gestuurd om wat Nederlands te leren. Voor de Republiek bleef hij vooral van belang als gouverneur van (een deel van) Brazilië, tussen 1637 en 1644, wat hem de bijnaam “De Braziliaan” opleverde. In 1679 overleed hij in Kleef. Zijn stoffelijk overschot werd via Keulen naar het familieslot in Siegen gebracht. Zijn twintigste-eeuwse biograaf A.N.J. Fabius merkt over overlijden en begraven droogjes op: “In de Nederlanden ging dat alles onopgemerkt voorbij.” Zo “vaderlands” was Johan Maurits ook niet, met als actieradius heel West-Europa én Brazilië, wat ook spreekt uit zijn lijfspreuk quapatetorbis: zo ver als de aardkring reikt (overigens nog altijd het motto van de Koninklijke Marine).

Zijn duidelijkste band met (wat nu) Nederland (is) is het Mauritshuis, dat hij liet bouwen om na terugkeer uit Brazilië te gaan bewonen. Daar kwam het nauwelijks van: “er zijn jaren geweest dat hij er geen dag verblijf hield”, aldus Fabius. Drie jaar na terugkeer uit Brazilië werd Johan Maurits namelijk al stadhouder van Kleef.

Grote onbekende

De afgelopen decennia werden in Duitsland tentoonstellingen aan Johan Maurits gewijd, congressen, monografieën en artikelenbundels. Ook in Brazilië is de belangstelling aanzienlijk en veelal positief. Hij wordt er geprezen voor zijn liberale bestuur van de kolonie, waar onder meer godsdienstvrijheid heerste voor katholieken en joden. Hij bouwde er twee paleizen en een nieuwe stad (Mauritsstad, het huidige Recife).

In Nederland bleef hij relatief onbekend. Fabius schrijft dat het lang duurde eer men “hier dezen grooten Nassauer [heeft] leeren waardeeren als een hoogstmerkwaardig man, die in de geschiedenis der Republiek niet een der vijf eerste Oranjes heeft geëvenaard, niet een De Witt, een De Ruyter of de Tromp’s op zijde streefde, maar die – iets meer op den achtergrond – zich een blijvende plaats heeft verzekerd.” Deze onbekendheid strekt zich tot vandaag uit. Tijdens de discussie over Johan Maurits’ buste in het Mauritshuis, meldde het Algemeen Dagblad, wat ontluisterend: “Het museum erkent eigenlijk niet veel te weten over zijn naamgever.”

Johan Maurits en Vondel

Zowel in de Duitse, Portugese als Nederlandse letterkunde duikt Johan Maurits op. In Nederland is Vondel ongetwijfeld de aanzienlijkste auteur:hij schreef vier lange lofdichten op de vorst,een vijftal epigrammen en in twee andere gedichten was een bijrol voor hem weggelegd. M.A. Schenkeveld-Van der Dussen stelt in een (Duitstalig!) artikel dat Johan Maurits en Vondel als gemeenschappelijke vriend de schilder Govert Flinck hadden, en zij elkaar mogelijk persoonlijk kenden. Vondel was evident gefascineerd door de Braziliaan. De drie “ontmoetten” elkaar in elk geval in een kort lofdicht uit 1656 van Vondel bij een portret van Johan Maurits door Flinck.

QVA PATET ORBIS.

Zoo leeft MAURITIUS, die, als een kopren stijl,
De Nieuwe Weerelt stutte, en stant hiel in Brazijl,
Daar Portugal, en al de zeekust, zwart van Wilden,
Op hem hun grof geschut, geweer, en pijlen spilden.
De grens der Staten slaapt op zijne wacht en zorg.
Den stoel van Kleef, den Raad van 't Keurhoofd Brandenborg
Bekleedt hij met zijn Deugd, wiens lauwren nooit verdorden.
Op zijn Grootmeesterschap van Duitslands Heilige Orden
Heft Malta nu het hoofd veel trotser uit de zee,
Als Ottoman het zwaard wil rukken uit zynscheê.
De Keizer en het Rijk hem voor een' Rijksvorst eeren,
Een perel aan de Kroon van Nassau en zyn Heren.

Ondanks het barokke taalgebruik is ook nu de strekking kristalhelder: het gaat over een held! Vondel prijst Nassaus moed en standvastigheid in Brazilië. Vervolgens looft hij zijn vreedzame kant als verzoenende stadhouder in Kleef. De paradox van strijdbare heldhaftigheid en vredelievende wijsheid keert steeds terug in Vondels lofdichten. Ook schemert het politieke belang van zijn positie door: het was tactisch om als stadhouder van direct aangrenzend gebied een Nassau te hebben met affiniteit met de Republiek. Dan wordt Johan Maurits’functie als grootmeester van de Johanniterorde bezongen: die was, volgens Vondel, vooral van belang om Europa te verdedigen tegen de dreigende Turken (“Ottoman”). De slotregel bezingt zijn familiebanden met de Nassaus.

Beknopt blijkt hier de lof die ook spreekt uit de langere gedichten, waarvan de ‘Jaghtzang aen J. Mauritius’ de kroon spant. Johan Maurits stuurde jaarlijks aan het Amsterdamse stadsbestuur, ter gelegenheid van de bestuurswissel, een partij zelfgeschoten wild uit Kleef. In opdracht van de stad schreef Vondel in 1656 dit lofdicht. Het is een vernuftig gecomponeerd stukje, geheel volgens alle regels der retorica. Vanzelfsprekend ook hier niets dan goeds. Vondel prijst de jacht als leerschool voor het échte werk van de krijgsman (“De jaght leert Oversten de vyanden belaegen,/ Of keeren op de grens, of slaen in ‘t vlacke velt”). Ook thematiseert hij de vredestichter weer, zij het opnieuw met een belangrijke uitzondering, namelijk als “Het flauwe Europe ’t hooft ter slavernije neight;/ Dan zwicht zijn yver niet om hantgemeen te worden.” Johan Maurits kan het Turkse gevaar keren. Een ander belangrijk thema in de ‘Jaghtzang’ is Johan Maurits als bouwer, onder andere van het Mauritshuis: “Zijn huis in ’s Gravenhaegh kan levendigh ghewaegen/Hoe ’t Vorstelijcke hart hierin te groejen plagh.”

Kind van zijn tijd

Het mooie van teksten is natuurlijk dat ze altijd openstaan voor herinterpretatie. Neem bijvoorbeeld de lof van Vondel voor Johan Maurits als bouwer. Zijn Braziliaanse plannen kon hij in werkelijkheid slechts realiseren omdat hij de, eerder al door de West-Indische Compagnie verwoeste, oude hoofdstad Olinda tot de laatste steen liet slopen en gebruikte als bouwmateriaal voor zijn eigen plannen. Vondel vermeldt slechts terloops en zonder uitleg dat Olinda “in puin begraven lagh”.

Hij verbleef maar een bescheiden deel van zijn leven in Nederland, in een tijd dat het begrip ‘vaderland’ volop in ontwikkeling was

En Johan Maurits’ betrokkenheid bij slavenhandel, de steen des aanstoots waardoor de ophef over het borstbeeld in het Mauritshuis begon? Vondel heeft het er in geen van zijn gedichten over. Wist hij er niets van? Was het zo’n maatschappelijke vanzelfsprekendheid dat hij er niet over dichtte? Vaststaat dat slavernij in Vondels tijd, zij het in bescheiden mate, al punt van discussie was. In de hagiografie die Barlaeus (waarschijnlijk in opdracht van de gebiografeerde zelf gemaakt) in 1647 schreef, werd Johan Maurits’ betrokkenheid bij het fenomeen al kritisch beschouwd. Aan de basis van de kritiek lag het gegeven dat men het houden van slaven in strijd achtte met Bijbelse beginselen. Eind negentiende eeuw plaatste neerlandicus Gerrit Kalffin een artikel in De Gids ook zijn vraagtekens bij Johan Maurits’ betrokkenheid bij slavenhandel. Hij noemde hem “waarschijnlijk (...) te zeer een kind van zijn tijd om van de rechten van den mensch en het doemwaardige van slavernij overtuigd te zijn”. Enigszins curieus is het nu aangekondigde onderzoek naar dit precaire onderwerp. Wie zich maar enigszins oriënteert op Johan Maurits, ziet immers dat dit onderzoek allang gedaan wordt (onder meer door historicus Luis Felipe de Alencastro).

Het voorbeeld van Johan Maurits en Vondel geeft aan dat we literair erfgoed zorgvuldig moeten blijven ontsluiten (de complete Vondel is gelukkig toegankelijk via de onvolprezen Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) en permanent beschikbaar houden – ook en juist voor alle denkbare kritische vragen: in hoeverre is Johan Maurits een “held” te noemen? Vondels beeld van de vredebrenger rijmt bijvoorbeeld helemaal niet met de (onlangs in het Nederlands vertaalde) kroniek van een van zijn tegenstanders, de Portugese admiraal Francisco de Brito Freire: “De graaf van Nassau – die door de hem omringende vleiers meestal ‘prins’ werd genoemd – liet zich zo door zijn instincten beheersen dat hij toestond dat zijn onderdanen op de wreedst denkbare wijze hun wraak op de omwonende plattelanders koelden. Met snelle vaartuigen voeren zij de binnenzee op, en slachtten daar veel mannen, vrouwen en hele gezinnen af. Door die onbeheerste woedeaanvallen kwamen veel mensen om het leven.”

En hoe “vaderlands” is deze in Duitsland geboren en gestorven Nassau, die maar een bescheiden deel van zijn leven in Nederland verbleef, in een tijd dat het begrip “vaderland” nog volop in ontwikkeling was? De man die (ondanks het voorgaande) door Brazilianen werd geëerd als “santo Antonio”, maar ook door een Duitse historicus, die “in dem Grafen Moritz von Nassau einen ganzen Deutschen Mann zag.

Dynamisch erfgoed

Literair erfgoed is er voor interpretatie en herinterpretatie. Zeker oudere literaire teksten kunnen perspectief en reliëf geven aan kwesties die vandaag urgent zijn: status en wording van Nederland, het Nederlands en het Nederlanderschap.

Vondel is niet in opspraak geraakt in verband met Johan Maurits. Hij mag intussen wel plotseling klappen van wat onverwachte zijde vrezen. In april 2018 werd namelijk bekend dat vanaf het schooljaar 2018-2019 opleidingen tot tweedegraads leraar Nederlands geen aandacht meer hoeven te besteden aan Nederlandse literatuur van vóór 1880. Welbewust en per decreet hakt men een stuk literatuurgeschiedenis weg. Gelukkig gaat dat niet helemaal stilletjes – gelet de verontwaardiging in de media. Terecht stelt de Nijmeegse hoogleraar Marc van Oostendorp in NRC Handelsblad: “Natuurlijk zijn oudere boeken lastiger dan moderne. Maar daar staat ook wat tegenover: niets maakt het verleden zo tastbaar als in het hoofd kruipen van onze voorgangers.”

Vondels gedichten over Johan Maurits maken dat mooi aanschouwelijk.Vanaf hun exotische Nederlands tot aan de volstrekt andere leef- en gedachtewereld van waaruit hij schreef. Het is niet alleen prachtig materiaal om op school te gebruiken, maar leerzaam voor álle andere landgenoten van nu en later. Zoals Vondel zelf schreef, in een ander gedicht voor Johan Maurits: “De kunsten staen aen eeu noch tijt gebonden.”

Het Mauritshuis organiseert vanaf 4 april tot en met 7 juli 2019 Bewogen Beeld - Op zoek naar Johan Maurits, een tentoonstelling over de beeldvorming rondom de naamgever van het museum, Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679).
Website Mauritshuis

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be