Publicaties
Nomen est omen
1 Reacties
column Taaltoestanden
taal

Nomen est omen

Taalwetenschapper Fieke van der Gucht onderzocht de manier waarop de oude Germanen hun voornamen kozen. En haar eigen naam? Blijkt dat haar ouders niet zo goed waren in Duits.

Tegenwoordig mogen ouders álles kiezen als voornaam, zolang die keuze hun kind maar niet in verlegenheid brengt. (Soms gebeurt dat zelfs letterlijk. In 2013 noemden ouders uit de provincie Antwerpen hun dochter Alles! Ha!)

Die vrijwel ongelimiteerde keuzevrijheid geldt nog niet zo erg lang in België. Pas vanaf 1987 neemt de voornaamwetgeving een alles mag, behalve-houding aan. Daarvoor schreef de Belgische wet precies het omgekeerde voor: niks mag, behalve voornamen die voorkomen op de gebruikelijke kalenders, en voornamen van personen die bekend zijn in de geschiedenis.

Duitsers onthaalden mijn naam steevast op verlegen gegrijns dan wel onbedaar-lijk lachen

Ik stam uit het niks mag, behalve-tijdperk, maar geen ambtenaar zag toen graten in Fieke blijkbaar. Zelf kon ik er ook best mee leven, al was het altijd even met de ogen draaien als leerkrachten mij ten bewijze om mijn identiteitskaart vroegen. Ze wilden met eigen ogen zien dat deze voornaam naast ongebruikelijk ook officieel was.

Later werd me duidelijk dat mijn ouders noch de ambtenaar van de burgerlijke stand het Duits goed beheersten. Duitsers onthaalden mijn naam bij eerste kennismaking steevast op verlegen gegrijns dan wel onbedaarlijk lachen: “Und bumsen ist dein Hobby?”

Everzwijnsterke man

Een gevoel van naderend onheil werd bevestigd door een roodkleurende Duitse schermer – het toenmalige lief deed aan sabelschermen en ik mocht mee op toernooi. Hij legde uit dat ficken het equivalent was van het Nederlandse neuken. Ik zou me in Duitsland voortaan altijd voorstellen als Sophie.

Nee, dan dachten de Germanen vóór de twaalfde eeuw een pak grondiger na dan mijn Duitsonkundige ouders. Stel dat Hildebrand en Gertrud op 24 november 878 een kind kregen. Dat kind moest een (voor)naam: familienamen waren nog niet aan de orde. Handige voornamenboekjes bestonden nog niet, maar de Germaanse namenvoorraad was gelukkig een pak kleiner dan nu het geval is. Er waren een paar keuzemogelijkheden, maar de kans was het grootst dat Hildebrand en Gertrud er, net als de meeste Germanen, voor kozen om zelf een samengestelde, tweedelige voornaam bijeen te puzzelen. Zo’n voornaam was dan samengesteld uit twee woorden die verwezen naar roem, eer en algemene deugden, naar familie en verwantschap, naar religie en mythologie of naar dieren.

Geloofden Hildebrand en Gertrud in de spreuk nomen est omen, dan selecteerden ze woorddelen waarvan de betekeniscombinatie het nauwst aansloot bij hun wens voor dochter of zoon. Zoon Dankwin, een combinatie van zelfstandige naamwoorden dank + win ofte ‘gedachten, geest’ + ‘vriend’, wilden ze laten uitgroeien tot een ‘bedachtzame vriend’.

Hechtten ze minder belang aan het emotionele IQ van hun zoon en gingen ze voor het cliché van de ‘everzwijnsterke man’, dan combineerden ze zelfstandig naamwoord ever (‘everzwijn’) met bijvoeglijk naamwoord hard (‘sterk’). Dochter Radelind, een mix and match van zelfstandig naamwoord raad (‘advies’) met bijvoeglijk naamwoord lind (‘zachtmoedig’), wensten ze een leven als ‘zachtmoedig raadgeefster’ toe. Als de dochter wat meer poer in haar gat mocht hebben, dan gingen ze voor de combo van twee bijvoeglijk naamwoorden neer + zwind of ‘mannelijk, dapper’ + ‘sterk’: Nerswind zou dan zo sterk worden als een man.

Fredegonde verbindt frithu (vrede) met gund (oorlog): perfect voor een vrouw die even snel wisselt van ondergoed als van humeur

Hoewel ik die wensfunctie graag voor waar aanneem, weet ik eigenlijk stiekem wel: die betekenisvolle Germaanse voornamen moeten worden genuanceerd. Taalkundigen nemen aan dat de Germanen, zeker vanaf de zevende à achtste eeuw, niet altijd afgingen op de betekenis van een voornaam. Dat vermoeden ze door absurde betekeniscombinaties van samengestelde namen als Fredegonde. Die meisjesnaam verbindt immers tegengestelde betekenissen frithu (‘vrede’) met gund (‘oorlog’) – hoewel dat een perfecte voornaam is voor een volatiele vrouw die even snel wisselt van ondergoed als van humeur.

Ik toetste voorzichtig bij mijn ouders of zij van het nomen est omen-slag waren. Van de Duitse verwarring waren ze niet op de hoogte, maar grappig vonden ze die wel. En nee, dat Fieke een afkorting is van Sofie, godin van de wijsheid, dat hadden ze ook niet in het achterhoofd gehad. Sorry, Sofieke! Ik bleek simpelweg vernoemd naar tante Fieke, de zus van mijn Hollandse grootmoeder aan moeders zijde. En daarmee was de kous af.

Of mijn voornaam alsnog een onbedoeld voorteken in zich droeg? Dat laat ik graag in het midden.

JefVanStaeyen

Een juweeltje van een tekst. En nog leerzaam ook.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.