Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Voortvarende neerlandici op het Colloquium Neerlandicum in Nijmegen
0 Reacties
© Emmy ter Ellen / IVN
© Emmy ter Ellen / IVN © Emmy ter Ellen / IVN
taal

Voortvarende neerlandici op het Colloquium Neerlandicum in Nijmegen

Onder de titel Voortvarend Nederlands kwamen ruim tweehonderdvijftig neerlandici uit de hele wereld naar de Radboud Universiteit in Nijmegen voor het 21ste Colloquium Neerlandicum van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. Ook de redactie van de lage landen was erbij.

Nijmegen, eind augustus: er hangt een broeierige sfeer in de stad, en dat heeft niet alleen te maken met de hoge temperaturen. Aan de Radboud Universiteit vindt de introductieweek voor nieuwe studenten plaats. Overal – van het centrum tot de campus – lopen groepjes studenten in felkleurige T-shirts van hun clubs. Je krijgt meteen het gevoel in een dynamische stad te zijn. Het was een mooi ontvangstdecor voor de ruim tweehonderdvijftig neerlandici uit de hele wereld die te gast waren aan de Radboud. Zij kwamen voor het Colloquium Neerlandicum, het driejaarlijkse treffen voor leden van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN). Die telt bijna zeshonderd leden in zo’n veertig landen en bedient jaarlijks zowat veertienduizend studenten. Ook Radboud-rector Han van Krieken noemde het in zijn welkomstwoord een mooi toeval dat de komst van de neerlandici samenviel met het onthaal van de nieuwe studenten.

De sfeer onder de academici mocht dan wat minder luidruchtig zijn dan bij de jeugd, toch viel niet naast het enthousiasme van de verzamelde neerlandici te kijken. Dat was deels het gevolg van het extra lange wachten op deze editie: die had al in 2021 moeten plaatsvinden, maar de pandemie liet zo’n treffen toen nog niet toe. Nu het wel weer kon, knikten de aanwezigen instemmend toen rector Van Krieken het belang benadrukte van de neerlandistiek in een universitaire realiteit van krimpende talenrichtingen, terwijl de bètavakken begeerd blijven.

De rector verwees ook naar Eurocommissaris Frans Timmermans en schrijver Adriaan van Dis, die onlangs een onderscheiding kregen in Nijmegen. Beiden besloten hun dankwoorden op gelijkaardige wijze: niet alles kan met techniek alleen worden opgelost. Leve de humanities! Kris Van de Poel, algemeen-secretaris van de Taalunie (die de IVN ondersteunt en huisvest), maakte het nog het concreter met een uitgebreide visie en actieplan voor de neerlandistiek (dat de komende jaren tot concrete acties en resultaten moet leiden). Aftredend IVN-bestuursvoorzitter Henriëtte Louwerse voegde er nog een verzoek aan de politici bij: blijf investeren in de neerlandistiek.

Radboud-rector Han van Krieken benadrukte het belang van de neerlandistiek in een universitaire realiteit van krimpende talenrichtingen

Te vrezen valt wel dat Louwerses oproep niet is gehoord: er waren geen politici op het colloquium en er stond niets in de kranten over deze internationale bijeenkomst. Dat was bij eerdere edities nog anders: in 2018 haalde het colloquium zelfs de voorpagina van De Standaard. Dat gebrek aan aandacht merkte je ook op een andere manier: waar waren de neerlandici die in Nederland en Vlaanderen werken? Er hadden er veel meer de weg naar Nijmegen mogen vinden.

Na-effecten van de pandemie? Had de IVN – een zeer gedreven, maar ook kleine organisatie – te weinig kunnen investeren in de bekendmaking van haar congres? In elk geval is hier nog winst te halen. En waarom dan ook niet meteen wat ruimer gedacht: er zijn zoveel mensen beroepshalve bezig met taal, literatuur, didactiek en cultuur(geschiedenis), waarom zou je voor het congres dan niet breder uitnodigen? Het zou de zichtbaarheid en het netwerk van de IVN kunnen vergroten, en dat verdient deze organisatie.

Er valt namelijk genoeg interessants te horen en te zien op zo’n colloquium: het is dé plek om als neerlandicus van je internationale collega’s te horen waar zij mee bezig zijn. Zelfs in deze hyperdigitale tijden van Zoom-meetings en open source-onderzoeken en -artikelen blijft het een meerwaarde om elkaar in levenden lijve te zien.

Het colloquium is dé plek om als neerlandicus van je internationale collega’s te horen waar zij mee bezig zijn

De hiernavolgende impressies geven een beeld van het Nijmeegse colloquium waarvan het programma rijker was dan ooit: lezingen, presentaties en panelgesprekken over taalkunde, letterkunde, vertalen, didactiek en cultuur en als zesde pijler de bijeenkomst van de Suider-Afrikaanse Vereniging vir Neerlandistiek.

Om met Zuid-Afrika te beginnen: Wannie Carstens, oudgediende van de studie van het Afrikaans, gebruikte het colloquium om een nieuwe generatie onderzoekers te introduceren én een grootscheeps onderzoek aan te kondigen naar het ontstaan van het Afrikaans. Samen met zijn jonge collega Roné Wierenga start Carstens een uitvoerige digitalisering van bronnen in het Afrikaans, van de late zeventiende eeuw tot de vroege twintigste (toen de standaardisering op gang kwam). Die gedigitaliseerde teksten worden dan met de nieuwste technologieën onderzocht om een zo precies mogelijk antwoord te krijgen op de vraag: wanneer was Afrikaans nie meer Nederlands nie?

Marni Bonthuys hield een lezing over zwarte vrouwelijke dichters die zowel in het Afrikaans als in het Nederlands aan een opmars bezig zijn. In Zuid-Afrika gooiden vroeger al Diana Ferrus en recent ook Ronelda Kamfer hoge ogen, in Nederland gaat het om Babs Gons, Radna Fabias en Simone Atangana Bekono. Bonthuys liet zien dat al deze dichters thema’s als racisme, seksisme en feminisme in hun werk aan de orde te stellen én met elkaar in verband brengen. Ook stelde ze vast dat zij formele kenmerken delen: de invloed van hiphop en straattaal, een doorwerking van de orale tradities uit hun herkomstlanden. Velen van hen hebben ook wortels in het spoken word-livecircuit, een omgeving die voor dichters met een diverse achtergrond vaak kansen biedt die ze elders niet altijd krijgen. Of zoals Bonthuys het verwoordde: als je pas op je twaalfde naar Nederland bent gekomen, mag je je daar wel eens vergissen van lidwoord.

Een interessante uitspraak die echode in wat je tijdens het colloquium ook wel eens in de wandelgangen of aan de cafétafel hoorde (buiten het officiële parcours wordt er op zo’n colloquium natuurlijk ook flink bijgekletst): dat neerlandici, met name de Vlaamse en Nederlandse, wel wat coulanter mogen zijn tegenover anderstalige neerlandici. Wat doen een afwijkende uitspraak of een verkeerd verbogen adjectief ertoe als de boodschap helder is? Henriëtte Louwerse zei in een interview met IVN-blad VakTaal: “Taal is ook het uitsluitmechanisme bij uitstek, zeker binnen de Lage Landen. Dat stoort me soms wel. Zodra iemand een klein foutje maakt – de en het door elkaar –, wordt iemand buitengesloten.”

Daarmee komen we bij een levendig punt van discussie: normen, standaarden en de soms hoge drempels voor leerders van het Nederlands. Het onderwerp passeerde in diverse lezingen, en vaker nog in de vragen achteraf. Opvallend: voor sommige neerlandici komt de norm nog altijd uit het Noorden (de Randstad), ook al is het Nederlands volgens de Taalunie een pluricentrische taal, met eigen, gelijkwaardige standaardvariëteiten in Nederland, België, Suriname en de Caribische eilanden.

Een levendig punt van discussie op dit colloquium: normen, standaarden en de soms hoge drempels voor leerders van het Nederlands

Andere neerlandici zien het Nederlands dan weer in een nog ruimere context. Truus De Wilde en Matthias Hüning uit Berlijn presenteerden een update van hun project Dutch++, dat tien jaar geleden begon om precies dat idee van Nederlands als pluricentrische taal te duiden. Inmiddels staat ook het concept pluricentrisme ter discussie: het zou nog te zeer gestoeld zijn op het absolute karakter van nationale grenzen, nog te veel focussen op één taal en de variaties daarbinnen. Terwijl er in de realiteit ook binnen nationale landsgrenzen veel talen circuleren die met elkaar in contact komen en elkaar beïnvloeden. Onderwijs en onderzoek zouden veel meer rekening moeten houden met die situatie, die in academische kringen pluriarealiteit wordt genoemd, een concept dat meer recht zou doen aan de regionale variëteiten binnen het Nederlands.

Spreken we binnen afzienbare tijd van pluriarealiteit als we het over het Nederlands hebben? Bij de toehoorders van De Wilde en Hüning klonk instemming, maar zag je ook gefronste wenkbrauwen – er moet toch een norm zijn? Hoe we het Nederlands in de toekomst ook gaan benoemen en bestuderen, vaststaat dat de gesprekken op het IVN-congres mee de richting bepalen: neerlandici kunnen er hun meningen aftoetsen, aanscherpen of juist afvijlen.

Hoewel de deelnemers soms diametraal tegengestelde meningen uitten, verliepen de gesprekken uiterst hoffelijk. Dat bleek des te meer tijdens de avondprogrammatie, voorzien door het Algemeen-Nederlands Verbond, Onze Taal en de lage landen. Voor Onze Taal presenteerde lexicoloog Vivien Waszink haar boek Dat mag je óók al niet meer zeggen, over woorden die wel of niet meer kunnen. Delicate materie soms, zeker als je op het terrein van de identiteit komt (wit of blank; het n-woord), maar er viel amper een scheef woord, integendeel: mensen luisterden naar elkaars argumenten en verschilden beschaafd van mening. Kom daar maar eens om op Twitter of in de televisiestudio!

Die constructieve sfeer mag misschien opmerkelijk heten bij een publiek dat van over de hele planeet naar Nederland gekomen is, en waartussen de verschillen soms aanzienlijk zijn. Maar de wereldwijde neerlandici zijn natuurlijk ervaringsdeskundigen in de omgang met diverse culturen. Precies dat was het onderwerp van een avond die de lage landen organiseerde: ‘Van abortus tot Zwarte Piet: hoe organiseer je cultuursensitief onderwijs?’ Daarvan onthouden we wat Sita Doerga Misier (Paramaribo) zei over wit of blank en andere gevoeligheden: Surinamers zijn te druk bezig met overleven om zich daar zorgen over te maken.

Het is maar één voorbeeld van hoe verrijkend zo’n colloquium kan zijn: je hoort uit de eerste hand wat er elders leeft, en dat is niet altijd wat je dacht. Ook memorabel: de getuigenis van Judit Gera (Boedapest) over werken in een land dat allengs autocratischer wordt geleid. Sommige studenten hebben hun angst voor afwijkende meningen al zozeer geïnternaliseerd dat ze helemaal zwijgen over heikele kwesties, zei Gera voor een publiek dat even stil werd. Gelukkig vormen internationale bijeenkomsten als dit colloquium nog een forum om vrijuit te spreken.

Vaak aan het woord in Nijmegen waren de Oost-Europese neerlandici: in die regio doet de studie van het Nederlands het onverminderd goed, met name in Polen. Tegelijk viel ook – opnieuw – op dat de neerlandistiek verjongt: veel nieuwe gezichten in Nijmegen. Mooi om te zien was hoe die jongere docenten en onderzoekers na hun presentaties meteen concrete adviezen kregen van de oudere generaties – ken je dat onderzoek, las je die studie?

Aan het einde van het colloquium werden zoals altijd leden- en beleidsvergaderingen gehouden, waarbij afscheid werd genomen van IVN-directeur Iris van Erve (haar positie was bij het ter perse gaan nog vacant) en voorzitter Henriëtte Louwerse. Er trad een nieuw bestuur met Wim Vandenbussche van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) als voorzitter. Hoe de internationale neerlandistiek nu zal voortvaren, weten we in 2025 bij het volgende Colloquium Neerlandicum, dat wellicht plaatsvindt aan de VUB. In afwachting daarvan kun je alvast het volgende nummer van de lage landen lezen (februari ’23). Daarin onderzoeken we hoe onze taal ervoor staat: wat betekent het in de praktijk dat het Nederlands een pluricentrische taal is met gelijkwaardige regionale variëteiten?

Met dank aan Hendrik Tratsaert en Hans Vanacker voor hun impressies van het colloquium.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met emma.reynaert@onserfdeel.be.