Publicaties
Van kwaad tot erger: ‘Ik ben er niet’ van Lize Spit
3 Reacties
© Lieve Blancquaert
© Lieve Blancquaert © Lieve Blancquaert
Voor abonnees
recensie
literatuur

Van kwaad tot erger: ‘Ik ben er niet’ van Lize Spit

De tweede roman van Lize Spit is het verhaal van een verhouding tussen twee gehavende individuen die elkaar eerst ondersteunen, maar uiteindelijk samen ten val komen. De verwikkelingen zijn tragisch, maar omdat alles zo breed wordt uitgemeten, verdwijnt de subtiliteit.

Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€3

€4/maand

€40/jaar

Andrew Van Parijs

In 2016 kocht ik 'Het smelt' kort na verschijnen en in 2020 deed ik met 'Ik ben er niet' hetzelfde. Reden daarvoor is Lize Spits vertelkunst en haar realistische manier om gebeurtenissen weer te geven en hoe uit kwaad erger ontstaat. Naar mijn mening brengen de beste vertellers variatie aan in informatie- en spanningsdichtheid in de voortstuwing van het drama. Sommige recensenten zijn echter allergisch voor voortkabbelende dialogen en alledaagse taferelen als tijdelijk zijpad van de hoofdlijn - deze zouden slechts de aandacht afleiden - maar is het niet de schrijver die het tempo bepaalt?

Lize Spit is op haar best in het schetsen van alledaagse situaties met het venijn van de kritische waarnemer, precies zoals Goethe in 'Die Leiden des jungen Werther' allerlei speldenprikjes uitdeelt naar de burgerlijke maatschappij en de omgang tussen mensen vol holle, ingesleten patronen als langzaam pulserende opmaat naar een onontkoombaar lijkende zelfmoord. De getalenteerde schrijver blinkt mijns inziens dan ook niet zozeer uit in het verhalen over Grote Onderwerpen, maar in een klare observatie van het alledaagse leven. Zo vertelt Leo in ‘Ik ben er niet’ dat ze als schrijver voor een ‘gemakkelijk’ baantje in een kledingwinkel heeft gekozen (p. 38) om haar creativiteit te sparen – ik deed hetzelfde toen ik ooit daags na mijn buluitreiking postbode werd om verder in alle rust te kunnen componeren. Even verder (p. 39) zegt Leo dat ze na een mapje losse scènes en clichématige observaties in haar verhalen niet veel verder komt, omdat ze geen zin heeft om autobiografisch te schrijven (die zit!). En dan deze: wie de rest van de wereld over een schuilkelder inlichtte, kon er nooit meer zeker van zijn dat er, bij nood, ruimte genoeg was voor zichzelf (p. 440). Het zijn deze karakteriseringen die niet zoveel zeggen over het verhaal zelf, maar des te meer over wat de schrijver om zich heen ziet.

Mensen die gebeurtenissen niet correct afhandelen lopen het risico in een boek terecht te komen, zo luidde de waarschuwing bij publicatie van 'Het smelt'. Een dankbaar thema dat al eeuwenlang meegaat, maar bij Spit knaagt het harder en bijt het meer. Wanneer Leo onder pseudoniem Zara Six in een weekblad de ziekte van haar vriend in afleveringen beschrijft, dit om toch alsnog aandacht te krijgen als schrijver en het broodnodige geld te verdienen, ontdekt haar collega Lotte dit en geeft het door. Wie is hier de grootste verrader, die moet ophouden de ander de les te spellen, of is het een voorbeeld van een katje in het nauw dat gekke sprongen maakt? De dreiging ontmaskerd te worden ligt om de hoek, wanneer de versleuteling van jouw verhaal niet waterdicht blijkt en mensen boos worden, zelf echter zo miezerig dat hun namen enkel zouden overleven dankzij dat gehate boek. Lize Spit houdt het spannend en dat deden er meer, ieder in het in het eigen tempo. En weer moet ik denken aan Goethe en aan Werther in Wetzlar, waar zich het Lottehaus bevindt…

Andrew van Parijs

JefVanStaeyen

Ik heb "Het smelt" niet gelezen, en ga dat misschien nooit doen. Ik lijd namelijk aan enige aversie ten overstaan van dingen die me opgedrongen worden. Eind 2015 begin 2016 was het onmogelijk een digitale krant open te slaan, zonder op Lize Spit of "Het smelt" te stoten. Ik huiver daarvan. [Dáármee vergeleken is het nu oorverdovend stil rond "Ik ben er niet"...]
Ik erken dat ik in het verleden al mooie dingen heb gemist, of laattijdig "ontdekt", maar allicht ben ik zo aan enige waan van de dag ontsnapt.
Edoch — "Het smelt" niet gelezen hebbende — maak ik gebruik van dit antwoordvenstertje om te reageren op (een deeltje van) wat Christophe Van Gerrewey destijds in De Gids schreef over "Het smelt". Hierboven verwijst Lodewijk Verduin immers expliciet naar diens tekst, en naar elementen ervan, omtrent Lize Spits "onnauwkeurige, klungelige zinnen".
Aan de hand van Van Gerreweys voorbeelden lijkt het me dat Spit bij Gerard Reve in de leer is gegaan. Ook deze is zoon zinnen begonnen te schrijven.
Met vriendelijke groet,

Jozef

Eindelijk een goede bespreking. Tot nu toe enkel promotietaal gelezen. Dank!

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.