Publicaties
Van Jeanne Brabants tot Sidi Larbi Cherkaoui: Ballet van Vlaanderen bestaat vijftig jaar
0 Reacties
© Filip van Roe
© Filip van Roe © Filip van Roe
kunst

Van Jeanne Brabants tot Sidi Larbi Cherkaoui: Ballet van Vlaanderen bestaat vijftig jaar

Op 2 december 1969 ging de droom van danslegende Jeanne Brabants in vervulling met de oprichting van het Ballet van Vlaanderen. Vijftig jaar, een nieuwe naam Opera Ballet Vlaanderen en een fusie met de opera later staat het enige overgebleven professionele balletgezelschap van België voor nieuwe uitdagingen. Een bewogen geschiedenis in vogelvlucht.

Op 20 oktober ging bij Opera Ballet Vlaanderen Cantus Firmus/Mea Culpa: Brabants/Cherkaoui in première. Een dubbelchoreografie die vijftig jaar Ballet Vlaanderen viert en overbrugt: van de eerste emanciperende stappen van oprichtster Jeanne Brabants (1920-2014) tot de interculturele maatschappijkritiek van huidig artistiek leider Sidi Larbi Cherkaoui binnen Opera Ballet Vlaanderen.

Met Cantus Firmus herneemt Ballet Vlaanderen een werk van Jeanne Brabants die het in 1968 creëerde voor haar leerlingen van de Koninklijke Balletschool Antwerpen. In 1970 herwerkte ze het stuk voor het nieuwe Ballet van Vlaanderen. We zien abstracte pointedans van een haast ontroerende zuiverheid, met techniek die niet gericht is op brille, wel op pure bewegingslijnen en referenties naar moderne dans. De ruimte is choreografisch helder uitgetekend, met veel frontaliteit en verplaatsingen naar het publiek. Het valt op hoe het werk vandaag nog die frisse uitstraling heeft. Het originele decor van Jeanne’s vaste scenograaf John Bogaert is een ingenieuze, wendbare touwenconstructie tussen twee bogen, geïnspireerd op het orgel van J.S. Bach en op de bewegende sculpturen van Calder. Het paste in één koffer, net als de grammofoonversie van de Bach-psalmen: Brabants wilde overal kunnen optreden, van China en de Verenigde Staten tot in Vlaamse parochiezalen toe. In de huidige opzet speelt B’Rock Orchestra live op oude instrumenten.

Mea Culpa, het tweede luik van het feestprogramma, is een voorstelling die Sidi Larbi Cherkaoui oorspronkelijk maakte voor de Balletten van Monte-Carlo in 2006. Cherkaoui ensceneerde, lang voor het thema losbarstte in de podiumkunsten, de impact van kolonisatie, op een schuivende onderlaag van machtsverhoudingen tussen meester en slaaf. Speciaal voor deze versie neemt Cherkaoui twee Congolese muzikanten op scène. Hij mixt confronterend videowerk, Afrikaanse dans en zang met de renaissancemuziek van Heinrich Schütz. De virtuositeit van de dansers zet hij om naar soms snoeiharde bewegingstaal die zijn thema kracht bij zet. Ook onvaste genderidentiteit is aan de orde: ergens onderweg loopt iedereen weg van een dronken, zwalpende man en neemt de androgyne Drew Jacoby de mannelijke hoofdrol over. Het gegeven van vast balletgezelschap en - hiërarchie gaan mee in de mengmolen: er zijn (ex)-dansers uit de hedendaagse danscompagnie Eastman van Sidi Larbi en gastrollen voor dansers uit andere gezelschappen en danstradities. Mea Culpa is theaterdans van de zuiverste soort. Tegelijk heeft het de maatschappelijke relevantie die Jeanne zo bewonderde in De Groene Tafel – het anti-oorlog danstheater van Kurt Jooss en Sigurd Leeder dat ze in 1936 op het podium zag.

Jeanne Brabants zelf verdedigt met vuur het eigen Vlaamse danstalent in een tijd waarin alles wat Franssprekend is in hoger aanzien staat

Maar het decor van Mea Culpa past vast niet in een reiskoffer, en van de kostuums van Karl Lagerfeld had Jeanne wellicht niet durven dromen.

Naast het prille van Cantus Firmus toont Mea Culpa een zelfverzekerde, goed geoliede machine met genoeg productionele armslag om van deze choreografie een publiekstrekker en prijsbeest te maken.

Wat Cantus Firmus overigens ook ooit was. Kunnen we dan besluiten dat de aanstelling van Larbi als artistiek directeur met zijn star quality, en met zijn mix van durf en uitstraling die ook Jeanne nastreefde, een verrijking is voor Ballet Vlaanderen?

Dans als autonome kunstdiscipline

Een duik in de geschiedenis. In 1969 – jaar van visie en toekomstmogelijkheden – start onder impuls van Jeanne Brabants het Ballet van Vlaanderen. Het orgelpunt op de ambitie van een visionaire die al decennialang stappen ondernam om dans als autonome kunstdiscipline op de kaart te krijgen. De genese van Ballet Vlaanderen is nauw verbonden met haar persoonlijke geschiedenis, en leest als een ontvoogdingsstrijd op vele fronten. Het Ballet van Vlaanderen komt er ook niet zonder politieke agenda. Als in december 1969 de eerste Vlaamse Minister van Cultuur groen licht geeft voor het nieuwe gezelschap is dat een sterk signaal in het heetst van de Vlaamse taalstrijd.

Jeanne Brabants zelf verdedigt met vuur het eigen Vlaamse danstalent in een tijd waarin alles wat Franssprekend is in hoger aanzien staat. Maar voor Brabants is dat Vlaams emancipatorische maar één aspect. Het gaat er haar in de eerste plaats om dans duurzaam te verankeren, met institutionalisering, zichtbaarheid en een degelijke pedagogische basismethode als hefbomen. Dat in 1987 een ster als Maurice Béjart door een directeurswissel uit de Munt gezet werd, en de vrijgekomen middelen niet naar het dansveld gingen, was voor Brabants opnieuw het beste bewijs dat dans blijvend op autonomie moest inzetten.

Een eigen balletschool

De missie van Jeanne Brabants had veel te maken met structurele lacunes toen ze zelf als kind wilde leren dansen. Pas in 1936, na twee jaar dansgymnastiek, kon ze beginnen aan een private, semiprofessionele opleiding in modern-expressionistische dans met rudimentaire balletbasis, bij Lea Daan in Antwerpen. Zestien was ze toen al. Binnen haar familie was het de enige optie in een tijd waar klassiek ballet nog geassocieerd werd met de wantoestanden in de 19de-eeuwse Parijse Opéra (lees: armoede en prostitutie). Net voor de Tweede Wereldoorlog begon ze aan een opleiding bij de meesters van het Duitse dansexpressionisme zelf in Engeland, waar Kurt Jooss en Sigurd Leeder samen met bewegingstheoreticus Rudolf von Laban asiel hadden gevonden. Toen de oorlog uitbrak keerde Jeanne noodgedwongen naar huis terug.

Na de oorlog was alles wat Duits was uit de gratie. Vastbesloten én pragmatisch – zo was ze - gaat Jeanne Brabants op zoek naar lessen ballettechniek in Londen en Parijs. Ze vindt een Teachers’ Course bij Ninette de Valois van de Royal Ballet School. Daarmee ontpopt ze zich in Europa als een van de overgangsfiguren tussen theaterdans en een vernieuwd ballet met moderne invloeden. Ook Birgit Cullberg in Zweden was zo een figuur. Nadat ze samen met haar zussen Jos en Annie al een eigen school en gezelschap had, kreeg Jeanne het in 1951 gedaan om aan de opera in Antwerpen een balletschool te starten. Tien jaar onverdroten lobbywerk en de steun van haar clan, leiden tot het Stedelijk Instituut voor Ballet, een openbare school met algemene vakken en een officieel erkend diploma.

Nieuwe Vlaamse dansgolf

Met Brabants’ pensioen in 1985 ontstaat een dansideologische strijd op verschillende fronten. Ze is mordicus tegen de Rus Valery Panov als nieuwe directeur en zal daarom zelfs een jaar vroeger vertrekken, in 1984. Panov is een briljant danser uit het Kirov, maar voor haar representeert hij een achterhaalde Sovjetstijl: niet geschikt voor een jong gezelschap dat vooruitkijkt. Net in diezelfde periode komt de nieuwe Vlaamse dansgolf om de hoek kijken. Het ‘oubollige’ ballet vormt voor de jonge garde een perfecte schietschijf. Het is het begin van een idiosyncratisch Vlaamse vete - opnieuw politiek getint ook, want het gaat om subsidies, centen dus.

Na de passage van Valery Panov brengt Antwerpenaar Robert Denvers rust – tenminste in de balletgelederen. Terwijl onder zijn directeurschap het gezelschap naar een nieuwbouw verhuist op het Antwerpse Eilandje, pareert hij de kritiek vanuit het hedendaagse dansveld door Jan Fabre uit te nodigen voor een actuele versie van het Zwanenmeer.

In 2005 doet een nieuwe furie haar intrede met de Australische Kathryn Bennetts. Dankzij haar jarenlange ervaring als pedagoge en balletmeesteres bij het gezelschap van William Forsythe brengt ze het corps de ballet naar kristalheldere hoogte. En naar de grote internationale podia, want van Forsythe mag ze met Ballet Vlaanderen een aantal van zijn werken instuderen. Impressing the Czar toert wereldwijd en sleept prijzen in de wacht. In eigen land wordt het werk getoond in huizen die hun podia exclusief voorbehielden aan hedendaagse dans. Er ontstaat een nieuw wederzijds respect.

Moeizame fusie met de opera

Bennetts ambities met het gezelschap reiken helaas veel verder dan de subsidiepot toelaat. Bezorgd om de financiële situatie van Koninklijk Ballet Vlaanderen beslist de Vlaamse regering tot een fusie met de Vlaamse Opera. Kathryn Bennetts laakt het plan. Jeanne Brabants, de 90 voorbij, publiceert furieuze brieven in de nationale media. Het mag niet baten: de fusie komt er. In 2012 dient Bennetts ontslag in en neemt de Portugese Assis Carreiro over. Zij bedenkt formats om ballet weer op kleinere podia te tonen, maar als niet-danser vindt ze onvoldoende weerklank in het gezelschap. Wel haalt zij voor het eerst werk binnen van Sidi Larbi Cherkaoui.

Ook Cherkaoui is nooit opgeleid in ballet – hij volgde les in hedendaagse dans. Zijn choreografische leerschool vond hij bij het theaterdansgezelschap van Alain Platel. Later deed hij ervaring op als choreograaf voor grote internationale balletgezelschappen. Evengoed werkte hij met de performers van het Turnhoutse Theater Stap die een verstandelijke beperking hebben. Ook hij wint belangrijke prijzen. Cherkaoui brengt bij Ballet Vlaanderen een grote openheid naar andere dansdisciplines en –culturen. Hij nodigt vernieuwende balletchoreografen uit van buitenaf. Dat is precies waarvoor ook Jeanne ijverde. Cherkaoui treedt bovendien op als verzoener tussen hedendaagse dans en ballet in Vlaanderen: dit seizoen staat Alain Platel met Choeurs op het programma, met het koor, orkest en de dansers van Opera Ballet Vlaanderen. Volgend jaar is Anne Teresa de Keersmaeker te gast met haar versie van Cosi Fan Tuti. Zij komt met haar eigen Rosas-dansers.

Een derde poot

Blijft de vraag welke weg Ballet Vlaanderen vandaag inslaat. Moet inslaan, kan inslaan. Cherkaoui kan heel wat betekenen voor de internationale uitstraling en de branding van het gezelschap. Maar de dubbele job van Cherkaoui maakt dat hij veel afwezig is. Hij is namelijk ook nog artistiek leider van zijn eigen dansgezelschap Eastman Company en doet regelmatig uitstapjes richting popcultuur – zie zijn werk voor Beyoncé en Broadway. Kan hij op termijn de focus en begeestering garanderen om het hele gezelschap in de kijker te houden, in België en in het buitenland? Kan het huis alle 43 dansers voldoende tournees en podium bieden?

Artistiek kunnen Brabants en Cherkaoui elkaar over 50 jaar heen moeiteloos vinden in hun inclusieve en maatschappelijk betrokken kijk op ballet en theaterdans

En: hoeveel zorgen moeten we ons maken over die fusie met de Opera - precies waar Jeanne Brabants met alle geweld van weg wilde? Sinds dit seizoen is Jan Vandenhouwe nieuw algemeen directeur. Hij koestert ambitieuze plannen. Rond het idee van openheid en hybriditeit wil hij vanaf volgend seizoen Opera Ballet Vlaanderen als vernieuwend kunstenhuis naar een (nog) hoger niveau tillen. Centraal in zijn plannen staat een volwaardige derde poot naast opera en ballet: een platform voor ‘experiment, innovatie, talentontwikkeling, kunsteducatie, inclusiviteit en intersectionaliteit’, zo zegt de perscommunicatie. Met de ogen wijd open voor de diversiteit van Antwerpen en Gent, waar Opera Ballet Vlaanderen zijn vestigingen heeft. Het huis wil invalshoeken en vormen van buitenaf voluit laten interageren met het medium opera en ballet.

Sterke ideeën zijn het. Vraag is echter wat dit op termijn betekent voor ‘het ballet’ als instituut. In haar tijd werkte Jeanne Brabants manmoedig aan een recyclagemodel avant la lettre om een historisch continuüm voor dans te verzekeren en de investering van middelen niet verloren te laten gaan. Voor de beste leerlingen uit haar internationaal gereputeerde school was er plek in het balletgezelschap. Ze vormde jonge choreografen, met het oog op vernieuwing.

Daarnaast richtte Brabants een pedagogische afdeling op, opnieuw met het oog op werkgelegenheid, bijvoorbeeld in de deeltijdse muziekscholen - waar ze dans mee op de kaart zette. Ze was intens bezig met het sociaal statuut en de bescherming van dansers, en zorgde voor een omscholingsbudget na hun korte carrière.

Onzekere toekomst

Artistiek kunnen Brabants en Cherkaoui elkaar over 50 jaar heen moeiteloos vinden in hun inclusieve en maatschappelijk betrokken kijk op ballet en theaterdans. Geldt dat ook voor Brabants’ cyclische model van verankering en emancipatie van dansers? Ballet Vlaanderen is het laatste gezelschap in Vlaanderen waar dansers nog vast in dienst zijn. (In hedendaagse dans en performance is dat al vele jaren niet meer zo - daar kreeg Rosas bij de Brusselse Munt in 2006 ontslag als vast ensemble.) Is er in Ballet Vlaanderen nog ruimte en interesse voor de dansers uit de Koninklijke Balletschool? En wat met het Junior Ballet Antwerp dat daar recent werd opgericht waar jonge dansers podiumervaring opdoen – voorlopig mits inschrijvingsgeld?

Of stevenen we af op een dansveld waar geen enkel instituut of gezelschap nog werkzekerheid biedt aan dansers? Waar ook ‘het ballet’ op termijn baan moet ruimen voor een economisch systeemmodel van self-managing, met individuele dansers in uiterst precaire statuten? Recent kondigde de nieuwe Vlaamse minister van cultuur net voor deze categorie kunstenaars een draconische knip in de projectsubsidies aan. We hopen dat de geplande derde poot van Opera Ballet Vlaanderen soelaas brengt voor die dakloze, talentvolle, jonge dansers. Want zij zorgen voor de impulsen die het veld levend houden. Het zou ook mooi zijn, mocht Sidi Larbi Cherkaoui het sociale en emancipatorische gedachtegoed van Jeanne Brabants binnen deze grote Vlaamse kunstinstelling in ere houden.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be