Publicaties
Tussen kans en uitdaging. De neerlandistiek in Zuid-Afrika
0 Reacties
Neerlandistiek
taal

Tussen kans en uitdaging. De neerlandistiek in Zuid-Afrika

Het lot van de studie van de Nederlandse taal en cultuur is in Zuid-Afrika onlosmakelijk verbonden met het Afrikaans, dat onder druk staat. De neerlandistiek in Zuid-Afrika kampt dus met een paar uitdagingen, maar heeft nog altijd een groot potentieel. De belangstelling en de samenwerking met Vlaanderen en Nederland zijn er in ieder geval, maar kunnen nog worden uitgebreid.

De invloed van Nederland op de geschiedenis van Zuid-Afrika is bekend en het Nederlandse erfgoed uit het VOC-tijdperk is nog altijd aanwezig in het hedendaagse Zuid-Afrika: zie plaatsnamen als Amersfoort, Amsterdam, Delft en Gouda of namen van boerderijen en wijken als Dalzicht, Meerendal, Fraaie Uitzicht en andere. Wie als Nederlandstalige Zuid-Afrika bezoekt, ervaart daar een mate van vertrouwdheid. De taal klinkt bekend, maar toch zullen er onduidelijkheden in woordenschat en uitspraak zijn, net voldoende om duidelijk te maken dat het Afrikaans en het Nederlands verwante, maar afzonderlijke talen zijn. De historische taal- en cultuurverwantschap – terug te zien in woordenschat, morfologie en klank- en zinsstructuren – heeft de lange verbintenis tussen de universitaire neerlandistiek en Afrikaanse taal- en letterkunde mogelijk gemaakt.

Voornamelijk door de politieke en culturele boycot tegen Zuid-Afrika in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw is de eerdere hechte band met de Lage Landen opgeschort. In de jaren negentig is er een begin gemaakt om de relaties te herstellen en vandaag zijn de banden tussen Zuid-Afrika en Nederland en België genormaliseerd. De culturele uitwisseling is helaas niet meer zo sterk als in het verleden, en kan in de toekomst nog verder verwateren. Maar voorlopig zijn de banden nog altijd duidelijk en zichtbaar.

Er is weer een vrije vloei van studenten en docenten tussen Zuid-Afrika en de Lage Landen. Ook de meer dan honderd jaar oude traditie van Zuid-Afrikaanse studenten die een tijdje aan Nederlandstalige universiteiten studeren, wordt voortgezet. En er zijn vele uitwisselings- en samenwerkingsovereenkomsten tussen instellingen in de drie landen. Het Nederlands en de Lage Landen zijn dus nog lang niet losgemaakt van Zuid-Afrika.

Maar hoe gaat het met de neerlandistiek in Zuid-Afrika? Is er sprake van groei of krimp? Waarmee houden docenten en studenten zich bezig? Welke uitdagingen ervaren ze? Wat is het toekomstpotentieel van het Nederlands in het Afrikaanse land?

Beperkt aanbod

De studie van het Nederlands aan Zuid-Afrikaanse universiteiten ziet er in 2020 radicaal anders uit dan in de jaren 1970 en ’80. Destijds werd alleen de Nederlandse letterkunde bestudeerd (er waren geen taalverwervingscolleges), en dat bepaalde minstens 40 of 50 procent van het letterkunde-aanbod in het curriculum Afrikaans. Leesvaardigheid van het Nederlands gold als vanzelfsprekend, omdat Nederlandse verhalen en romans deel uitmaakten van het curriculum van de middelbare school. De opleidingen heetten toen nog “departement Afrikaans/Nederlands” of “departement Afrikaans en Nederlands”.

Zowel in het middelbaar onderwijs als op universitair niveau had het Nederlands dankzij het Afrikaans een plaatsje in het curriculum in de vorm van verplichte boeken. In het middelbaar onderwijs was Ciske de Rat jarenlang favoriet, maar ook een roman als De vlaschaard van Stijn Streuvels en bloemlezingen met Nederlandse gedichten en verhalen waren populair. Op de universiteit was er een groot aanbod aan romans, gedichten en toneelstukken en in het vierde studiejaar was Middelnederlandse letterkunde op veel universiteiten verplicht. Bij een oudere generatie was het Nederlands dus nog bekend, als een taal die enigszins anders was dan het Afrikaans, maar die toch te begrijpen viel.

Tegenwoordig is er een beperkt aanbod van Nederlandse letterkunde in de curricula van Zuid-Afrikaanse universiteiten waar Afrikaans (en soms ook Nederlands) nog als vak aangeboden wordt: Kaapstad (UK), Wes-Kaapland (UWK), Stellenbosch (US), Rhodes, Vrijstaat (UFS), de Noordwes-Universiteit (NWU), en de universiteit van Namibië (UNAM). Terwijl het Afrikaans is gegroeid, is de Nederlandse component sinds vooral 1994 aanzienlijk verschraald. Aan UNISA (de grootste universiteit van het land, Pretoria) is het aanbod van Nederlandse letterkunde bijvoorbeeld uit het curriculum gehaald net als aan de Universiteit van Pretoria (UP). Weinig universiteiten bieden zelfstandige Nederlandse collegereeksen aan – Nederlands wordt geïntegreerd in de bestaande colleges Afrikaanse taal- en letterkunde, waar het dikwijls in vergelijkend verband aan bod komt.

Ook is de kennis van de Nederlandse letterkunde die er in de jaren 1970 nog bestond, niet echt meer aanwezig. De generatie docenten die nog in de Lage Landen heeft gestudeerd en daar haar deskundigheid verworven heeft, is nu met pensioen. Ze zijn ook niet altijd met overeenkomstige expertise vervangen omdat de formatieplaatsen bij de opleidingen Afrikaans verminderd zijn, waardoor vooral het aanbod van Nederlandse colleges getroffen is. Universiteiten als UK, UWK, US, Rhodes en NWU vallen daarom steeds vaker terug op Nederlandse gastdocenten om de hiaten in hun expertise te vullen. De belangrijkste reden daarvoor is de groei en verzelfstandiging van de Afrikaanse letterkunde sinds de jaren 1980, het aandringen op dekolonisering sinds het begin van de eenentwintigste eeuw – het verleden moet dus anders beoordeeld worden dan vroeger – en de daaruit voortvloeiende aandrang om opleidingen meer op Afrika te richten.

Verheugend is wel de groei in Nederlandse taalverwervingscursussen, vooral aan de UFS, de US, de NWU en de UP. Het groeipotentieel hier is groot, ook als het gaat om studenten die geen Afrikaans studeren. Een nieuw project van de Suider-Afrikaanse Vereniging vir Neerlandistiek (SAVN) is juist om jongere docenten wegwijs te maken in het Nederlands en om degelijke opleidingen aan die docenten te verschaffen.

Uit bovenstaand overzicht blijkt duidelijk dat de twee talen elkaar nodig hebben: in Zuid-Afrika is er ruimte voor het Nederlands via het Afrikaans en in de Lage Landen zijn er kansen voor het Afrikaans via het Nederlands. Dat gebeurt hoofdzakelijk via de universitaire studie van de talen. Door dat proces is het Afrikaans in de loop der tijd via het Nederlands een onderdeel geworden van de internationale neerlandistiek. Dat vakgebied is stevig gevestigd aan de voormalige Afrikaanstalige universiteiten, zij het dezer dagen wel wat minder dan vroeger.

Gelukkig zijn er ook bijzondere instanties die ertoe bijdragen beide talen in de diverse landen levend te houden. In Zuid-Afrika zijn dat de al genoemde Suider-Afrikaanse Vereniging vir Neerlandistiek (SAVN) en, als zichtbaar boegbeeld van het Nederlands in Zuid-Afrika, het Suid-Afrikaanse Sentrum vir Nederland en Vlaandere (SASNEV) in Pinelands (bij Kaapstad). In de Lage Landen zijn er onder meer het Zuid-Afrikahuis in Amsterdam en het Centrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika aan de Universiteit Gent als zichtbare symbolen van het Afrikaans. Er is ook wederzijdse culturele samenwerking tussen organisaties in beide landen, zoals de Van Ewijck Stichting, de Marnixring, de Orde van den Prince, de Vlaams Zuid-Afrikaanse Vereniging (VZAV) en het Algemeen Nederlands Verbond (ANV).

De nieuwe belangstelling voor de Nederlandse taalverwerving is verheugend

Objectief beoordeeld is het duidelijk dat er in Zuid-Afrika een afnemende belangstelling voor de neerlandistiek is: minder studenten, minder docenten, minder gelegenheden (wegens beperkte financiële middelen). De inkrimping raakt jammer genoeg vooral de letterkunde. Het was een verrijkende ervaring om kennis te maken met de Middelnederlandse, de zeventiende-eeuwse en de moderne Nederlandse letterkunde. Dat volledige aanbod is nergens meer beschikbaar.

Tegelijk valt er ook groei te bespeuren: de vergelijkende taalkunde opent horizonten voor taalkundigen en de nieuwe belangstelling voor de Nederlandse taalverwerving is verheugend. De beoogde gastleerstoel Nederlands “Nederlands in een meertalige context – culturele diversiteit” (bekleed door gastdocenten, net als de leerstoel Afrikaans aan de Universiteit Gent) zal stimulerend zijn voor de bestudering van de letterkunde en mogelijk zelfs de taalkunde. Of dit alles op de lange termijn kan worden volgehouden, is een goede vraag.

Gezonde belangstelling

Uit feedback van docenten aan de verschillende universiteiten in Zuid-Afrika blijkt er nog altijd een gezonde belangstelling voor Nederlands als academisch terrein te bestaan. Dat blijkt ook uit de masterscripties en proefschriften van studenten en uit artikelen van docenten in publicaties als Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans, Tydskrif vir Geesteswetenskappe, Tydskrif vir Letterkunde, Literator, Stilet, Werkswinkel, LitNet Akademies, enzovoorts). Toch lijkt het alsof er op twee niveaus een accentverschuiving is gebeurd.

Aan de ene kant is er een verschuiving naar een meer vergelijkende benadering van thema’s uit de Afrikaanse en Nederlandse taal- en letterkunde, en aan de andere kant naar een samenwerkende benadering tussen Nederlandssprekende en Afrikaanse academici. Die vorm van samenwerking komt in verschillende vormen voor, zoals institutionele overeenkomsten tussen universiteiten in Zuid-Afrika en de Lage Landen, en wetenschappelijke samenwerking tussen onderzoekers en wetenschappelijke instellingen uit die landen.

Zo hebben de Taalunie en de Afrikaanse Taalraad (ATR) in januari 2020 een overeenkomst getekend om het Nederlands en het Afrikaans te bevorderen. De Taalunie en de ATR streven elk vanuit hun eigen rol naar samenwerking en kennisuitwisseling op het gebied van taaltechnologie, taalinfrastructuur, talenkennis, talige cultuur, taalbeleid in meertalige contexten en Nederlands en Afrikaans als onderwijsvakken en in academische programma’s.

Eerder zijn vele succesvolle projecten geweest, zoals de samenwerking tussen het Taalportaal van het Meertens Instituut en de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns die uiteindelijk heeft geleid tot de totstandkoming van het Virtuele Instituut vir Afrikaans (VivA), de Digitale Bibliografie van de Afrikaanse Taalkunde en een veeltalig tekstredactieproject tussen onderzoekers van de Universiteit van Antwerpen en de NWU in Zuid-Afrika.

De druk op het Afrikaans zal ongetwijfeld een impact hebben op de positie van het Nederlands

Belangrijke recente taalkundeprojecten zijn de samenwerking met het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) aan woordenboekprojecten, de bouw van een gezamenlijk historisch corpus voor het Afrikaans en het Nederlands (met de hulp van het Meertens Instituut, VivA, South African Centre for Digital Language Resources en het Zuid-Afrikahuis), samenwerking aan academische geletterdheid (Groningen, Radboud, Tilburg) en de ontwikkeling van een online schrijfhulp door het Instituut voor Levende Talen in Leuven, de NWU, UP en US. Er wordt ook gewerkt aan een omvattende Digitale Bibliotheek van het Afrikaans.

Al het bovenstaande wordt mogelijk gemaakt door institutionele overeenkomsten tussen universiteiten in Zuid-Afrika en de Lage Landen, bijvoorbeeld de US en Leiden, de UWK en Gent, de NWU en Antwerpen en Gent. Studenten en docenten hebben enorm veel baat bij die samenwerking en er kwamen al diverse boeken en artikelen uit voort. Ook het doceren van de twee talen in de wederzijdse landen wordt erdoor versterkt.

Samenwerking tussen individuele onderzoekers en hun masterstudenten en promovendi in de Lage Landen en Zuid-Afrika is eveneens een goed gevestigd gebruik, met gedeelde publicaties en onderzoeksprojecten tot gevolg.

#AfrikaansMustFall

De neerlandistiek in Zuid-Afrika staat zeker voor een paar uitdagingen. Die hebben te maken met de politiek van het land, de beschikbare financiering en ook de belangstelling voor het vak.

Veel van die problemen zijn het gevolg van het huidige politieke klimaat en de omgeving waarin we in Zuid-Afrika werken. De druk op het Afrikaans aan universiteiten in Zuid-Afrika zal ongetwijfeld een impact hebben op de positie van het Nederlands in Zuid-Afrika.

Het Afrikaans is sinds 2015 – dat voor het Afrikaans als een annus horribilis omschreven kan worden – als onderwijstaal verdwenen aan twee voormalig Afrikaanstalige universiteiten: de Universiteit van die Vrystaat in Bloemfontein en de Universiteit van Pretoria. Hetzelfde gebeurde aan de Universiteit van Suid-Afrika. Aan de Universiteit Stellenbosch is de rol van het Afrikaans in 2016 veranderd van onderwijstaal in een taal die “ondersteund” wordt in het onderwijs. Op de Potchefstroom-campus van de Noordwes-Universiteit heeft het Afrikaans nog een houvast, maar voor hoe lang is onzeker.

Niet zelden was het Afrikaans het bewuste mikpunt van politiek gemotiveerde acties

Verschillende politiek gemotiveerde campagnes van Zuid-Afrikaanse studenten sinds 2014 en oproepen tot dekolonisering hebben daarbij een grote rol gespeeld. Niet zelden was het Afrikaans het bewuste mikpunt van zulke acties. De felle en soms zelfs gewelddadige #AfrikaansMustFall-beweging heeft grote (imago)schade aangericht, vooral aan het Afrikaans als universitair vakgebied, maar indirect ook aan het Nederlands.

Dat heeft vanzelfsprekend een impact gehad op studenten- en docentenaantallen voor colleges in het Afrikaans, en het zal op de lange termijn onvermijdelijk ook de leerplannen van colleges beïnvloeden. En na verloop van tijd ook het aantal studenten dat zich op bachelor-, master- of PhD-niveau aanmeldt voor de studie van en over het Nederlands. De positie van het Nederlands als koloniale taal kan er zelfs toe bijdragen dat Nederlands als vak (vanwege de associatie met Afrikaans) onder vuur komt te liggen. In het hedendaagse Zuid-Afrika is helaas niets onmogelijk.

Een bijzondere uitdaging is de slinkende begroting van universiteiten in Zuid-Afrika. Docenten zijn overbelast, en moeten zowel Afrikaans als Nederlands doceren. Er zijn steeds minder mensen om al dit werk te doen, en dat heeft gevolgen voor specialisaties, zoals Nederlands, die na verloop van tijd worden losgelaten om in het systeem te kunnen overleven.

Het is moeilijk financiering te krijgen, maar het is wel haalbaar

De verdere uitdagingen die onderzoekers (studenten en docenten) ervaren, komen waarschijnlijk overeen met wat elders in de neerlandistiek het geval is. Het gebrek aan (voldoende) financiering voor dergelijk onderzoek draagt ertoe bij dat mogelijk geïnteresseerde onderzoekers eerder andere opties zullen overwegen. In het geval van studenten worden er zelfs andere carrièremogelijkheden overwogen, zoals taalprofessional, de uitgeverij, en zo meer. En dat leidt er dan weer toe dat de poel van onderzoekers steeds kleiner wordt.

Er is ook tot op zekere hoogte een gebrek aan belangstelling voor het Nederlands omdat het Nederlands in Zuid-Afrika steeds meer een onbekende taal wordt. Maar dit kan makkelijk veranderen als er enthousiaste, jongere docenten opstaan om het spreekwoordelijke stokje van de oudere generatie over te nemen. Er zijn alvast jonge postdoctorale studenten die een deel van hun masterstudie of promotieonderzoek in Nederland en België voltooien en zich zo de Europese sfeer en traditie eigen maken.

Dankzij ondersteuning en welwillendheid van de Taalunie en andere internationale overeenkomsten tussen universiteiten en beschikbare beurzenstelsels, is dat wel degelijk een mogelijke piste. Het is hoopgevend dat er bij een aantal instanties fondsen beschikbaar zijn voor studiebeurzen voor postdocstudenten, zoals de Taalunie en de Stichting Studiefonds voor Zuid-Afrikaanse Studenten. Dat geldt ook voor de onderzoeksorganisaties in de betreffende landen. Onderzoekers hebben toegang tot financiering via hun eigen onderzoeksorganisaties als de Zuid-Afrikaanse National Research Foundation (NRF) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Toegegeven, het is moeilijk om financiering te krijgen, maar het is wel haalbaar. Docenten en gevorderde studenten moeten dan ook gewoon de bestaande kansen benutten.

Het congres van de Suider-Afrikaanse Vereniging vir Neerlandistiek in Windhoek, Namibië (5 tot 9 juli 2020) is ook een gouden kans om de belangstelling voor de neerlandistiek een nieuwe impuls te geven.

Misschien moet men ook wat anders naar de uitdagingen voor de neerlandistiek in Zuid-Afrika kijken, en eerder de nadruk leggen op hoe samenwerking tussen instanties (en individuen) in de betrokken landen uitgebreid kan worden en hoe het al bestaande nog verbeterd kan worden.

Plannen smeden

Hierboven is uitgelegd dat de druk op het Afrikaans ook het aanbod van het Nederlands op de lange termijn kan raken. De universitaire neerlandistiek blijft dus gekoppeld aan wat er met het Afrikaans zal gebeuren, en daarover bestaat er in het politiek overgevoelige Zuid-Afrika momenteel geen zekerheid. Het is wel belangrijk om niet te wachten tot het beeld eenmaal duidelijk is, want dan gaat er veel momentum verloren.

Er moeten dus plannen gesmeed én uitgevoerd worden, zoals met de geplande leerstoel Nederlands in Zuid-Afrika, de ontwikkeling van Nederlandse onlinecursussen voor het publiek, studenten en belangstellenden uit andere vakgebieden, het beschikbaar stellen van deskundigheid door Nederlandse instanties en ook van financiering voor samenwerkingsprojecten, het sluiten van samenwerkings- en uitwisselingsovereenkomsten, enzovoort.

Ondanks de druk op het Afrikaans wordt neerlandistiek in Zuid-Afrika nog altijd levend gehouden

Verder moeten Zuid-Afrikaanse neerlandici zich blijven engageren in de internationale neerlandistiek, bijscholingsbijeenkomsten volgen (zoals de Nederlandse taalverwervingscursussen van de Taalunie) en meewerken aan internationale projecten met medewerkers uit het Nederlandse taalgebied (waarbij docenten uit beide landen samen gevorderde studenten begeleiden en samen boeken en artikelen schrijven). Internationale congressen (zoals het driejaarlijkse IVN-colloquium) worden goed bijgewoond en dat zorgt voor meer bekendheid van de Zuid-Afrikaanse neerlandistiek. Academici uit Polen, Rusland, Oostenrijk, de Verenigde Staten en Indonesië bezoeken Zuid-Afrika of hebben ceremoniële aanstellingen aan Zuid-Afrikaanse universiteiten. Dat moet allemaal blijven doorgaan, en omgekeerd zouden Afrikaanse academici ook in die landen moeten gaan doceren. De mogelijkheden zijn er en moeten worden benut. Maar dat gebeurt niet vanzelf, individuen moeten er zelf het initiatief toe nemen.

Wie bij de neerlandistiek in Zuid-Afrika betrokken is, moet zichzelf via de bestaande communicatie- en informatiekanalen op de hoogte houden van ontwikkelingen in de neerlandistiek. Zo draagt de digitale omgeving bij tot goede contacten tussen de Afrikaanse en Nederlandse wereld. De websites www.voertaal.nu en www.litnet.co.za dienen om informatie over Afrikaanse en Nederlandse publicaties en activiteiten makkelijk en snel te verspreiden. De website en de frequente digitale nieuwsbrief van de IVN kunnen in dit verband verder van dienst zijn.

Als dit alles de nodige aandacht krijgt, is er een groot groeipotentieel voor de neerlandistiek in Zuid-Afrika.

Een lans blijven breken

Ondanks de druk op het Afrikaans wordt de neerlandistiek in Zuid-Afrika nog altijd levend gehouden door de actieve bijdragen van individuen en instanties. Dat moet doorgaan. Er blijkt ook een nieuwe, levendige belangstelling te bespeuren in contrastieve taalkunde en dat moet aangemoedigd worden. De focus is verschoven en omvat nu naast de letterkunde ook de taalkunde. Als Afrikaanse taalkundigen verwelkomen wij die nieuwe energie. We zijn dankbaar dat de letterkundecollega’s dwars door de moeilijke boycotjaren heen het Nederlandse vlammetje brandend hebben gehouden en dat nog altijd doen. Ook in de toekomst zullen wij samen in onze eigen opleidingsinstituten een lans voor het Nederlands en de neerlandistiek blijven breken.

Dit artikel is oorspronkelijk in het Afrikaans geschreven, de originele versie is hier te lezen .
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.