Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Toen arm Londen volop Vlaamse konijnen verorberde
0 Reacties
Ⓒ The Met Museum
Ⓒ The Met Museum Ⓒ The Met Museum
geschiedenis

Toen arm Londen volop Vlaamse konijnen verorberde

Oostende en eten? Dan denk je aan garnalen en mosselen. Maar de Londenaars van de negentiende eeuw dachten aan… konijnen. Vanaf de jaren 1840 werden grote aantallen gevilde konijnen per stoomboot over het Kanaal verscheept om op de Londense markten te worden verkocht. Deze ‘konijnen uit Oostende’ werden een populaire bron van goedkoop vlees voor de armen van Londen.

In de jaren 1820 begonnen stoomboten regelmatig reizen tussen Oostende en Londen te maken met passagiers en vracht in beide richtingen. Het is niet duidelijk wanneer de kratten met gevilde konijnen deel gingen uitmaken van deze kanaaloverschrijdende handel vanuit Vlaanderen, die overigens ook bestond uit eieren en boter. In ieder geval was de handel in 1843 zodanig gegroeid dat hij de aandacht trok van het humoristische tijdschrift Punch. “Sinds dit land een groot aantal konijnen uit Oostende zonder hun bont importeert, is er in Nederland nog nauwelijks een kat te bekennen”, grapte het tijdschrift. “Een correspondent heeft gesuggereerd dat ze in de toekomst schijnbare konijnen genoemd moeten worden!”

De verschijning van de gevilde konijnen in Londense marktkramen zal inderdaad nogal vreemd zijn geweest. Mensen waren gewend om wilde konijnen met een vacht te kopen bij wildhandelaars, kruideniers of zelfs “konijnenmannen” die over straat liepen met de dieren bungelend aan een paal. Volgens een wildhandelaar uit die tijd waren gevilde konijnen aan het eind van de jaren 1830 nog nauwelijks te koop.

Maar de Londenaren herkenden iets goeds als ze het zagen, en deze gevilde konijnen waren goedkoop, in overvloed beschikbaar en in het algemeen gezond. De karkassen zagen er misschien vreemd uit zo zonder vacht, maar het vlees was smakelijk. Dat kwam deels doordat Vlaamse konijnen groter waren dan wilde Engelse konijnen, en deels doordat de spieren ploften als ze in de dozen werden geperst.

Stapels van die kisten, met elk ongeveer honderdtwintig konijnen, arriveerden elke woensdag en zaterdag in Londen, met dank aan de General Steam Navigation Company. Tegen 1852 importeerde Londen elke week 50-100 ton konijnenvlees, wat werk verschafte aan zo’n duizend verkopers, kruiers en andere werklieden, en ruim honderdduizend mensen van voedsel voorzag.

De stoomboten over het Kanaal maakten de Oostendse konijnenhandel mogelijk, maar daarbij was geen tijd te verliezen: de karkassen waren niet veel langer dan een dag of wat verkoopbaar. Bij het aanbreken van de dag verzamelden de handelaars zich aan de kade waar de stoomboten aanmeerden, in de hoop als eerste aan de beurt te komen om hun producten op te eisen.

“Er was dan geduw en getrek om een plek te bemachtigen”, schreef Ambrose Keevil in zijn geschiedenis van het levensmiddelenbedrijf Fitch Lovell. “De gemoederen waren vaak verhit op dat uur in de ochtend. Het enige wat ze allemaal vreesden was mist, wat zou betekenen dat de boten vertraging zouden oplopen. Er was destijds nog geen koeling en de zeer bederfelijke konijnen moesten snel worden verkocht aan kruideniers direct ter plaatse of op de Smithfield [markt]. In het beste geval werden de wagens zo snel mogelijk volgeladen en galoppeerden de paarden in volle vaart weg om te proberen als eerst de winkels te bereiken.”

De handelaren verkochten hun producten vanuit kruiwagens, die ze eerst kochten op de belangrijkste voedselmarkten en vervolgens naar de armere wijken van de hoofdstad brachten. In zijn boek London Labour and the London Poor uit 1851 merkt Henry Mayhew op dat konijnen een gewild product waren en dat sommige handelaren gedurende vijf of zes maanden van het jaar weinig anders verkochten. Bij een onderzoek van de markt in Whitecross Street op een zaterdag in november 1862 werden negen kraampjes gevonden die konijnen uit Oostende verkochten, allemaal onderboden ze de winkels uit de buurt en deden ze goede zaken. “Ze waren perfect vers en een gezond voedingsmiddel”, rapporteerde James Greenwood aan een commissie van de Royal Society of Arts. Hij voegde eraan toe dat “arme mensen in de kruiwagenman geloven”.

Hoe deze Oostendse konijnen precies bereid werden in de armere huishoudens is moeilijk te achterhalen, hoewel koken of stoven het meest waarschijnlijk lijkt. Naarmate de negentiende eeuw vorderde, verschenen er recepten voor het koken van Oostendse konijnen in damesbladen en huishoudboeken, wat erop wijst dat het stigma van konijnen als voedsel voor de armen verdween. Voor een avontuurlijke kok waren er tal van mogelijkheden: het boek A Gourmet’s Guide to Rabbit Cooking van Georgiana Hills uit 1859 telde niet minder dan 124 recepten, van soepen en taarten tot gebraden gerechten en curry’s. Ondertussen begonnen kruideniers te adverteren met de mogelijkheid dat zij konijnen uit Oostende konden leveren als dat nodig was.

Het feit dat Oostendse konijnen in zulke grote aantallen over het Kanaal konden worden verscheept en toch nog winst opleverden voor alle betrokkenen was voor veel Britse waarnemers een raadsel. Men ging er vaak van uit dat de konijnen in uitgestrekte holen werden gefokt, of geruimd werden uit de overvloedige sprong wilde konijnen die op de zandgronden rond Oostende leefden. Maar toen journalisten in 1882 een bezoek brachten aan Vlaanderen om deze vroege vorm van fabriekslandbouw te onderzoeken, vonden zij een doodgewoon antwoord.

Bijna alle Oostendse konijnen werden gefokt in achtertuinen en op boerderijen, waar ze over het algemeen werden verzorgd door de kinderen van het huishouden. Deze activiteit was zowel de bijdrage van de kinderen aan het gezinsinkomen als een kennismaking met de veeteelt. De konijnen werden gevoed met keukenresten en groen van de heg: zowel qua arbeid als qua voedsel kostten ze dus bijna niets in onderhoud.

Dat Oostendse konijnen in zulke grote aantallen over het Kanaal konden worden verscheept en toch nog winst opleverden, was voor Britse waarnemers een raadsel

De konijnen werden levend verzameld door kleine handelaars die van dorp tot dorp reisden, zijn leverden die vervolgens aan depots in de grotere steden. Een Belgisch verslag uit 1873 noemt als belangrijke centra Torhout, Staden, Tielt, Ruiselede, Eeklo en Gent. Hier werden de konijnen gedood, gevild en in dozen gestopt, waarna ze werden overhandigd aan de stoombootmaatschappij in Oostende. De huiden waren even waardevol als het vlees, zo niet waardevoller, en het konijnenbont werd doorverkocht om er jassen, oorwarmers, hoeden enzovoort van te maken. Er werden vernuftige methodes ontwikkeld om konijnenbont te trimmen en te verven, zodat het bijvoorbeeld voor zeehond kon doorgaan. Dat leidde tot een levendige exporthandel.

National Utility Rabbit Association

De handel in Oostendse konijnen bleef de hele eeuw sterk, tot die op de proef werd gesteld door import vanuit andere bestemmingen. Australië kende een epidemie van wilde konijnen en dankzij de komst van de koelscheepvaart kon men nu denken aan de export van konijnenvlees naar Europa. Deze handel, die goedkoper was dan het konijn uit Vlaanderen, deed vanaf de jaren 1890 zijn intrede. Tegen die tijd werd elk konijn dat gevild werd verkocht “Oostends konijn” genoemd, ongeacht de herkomst ervan.

De definitieve klap voor de kanaaloverschrijdende handel kwam met de Eerste Wereldoorlog. Daardoor werd Groot-Brittannië gedwongen het binnenlands fokken van tamme konijnen serieus te nemen om zo de tekorten in de vleesvoorziening aan te vullen. Er werd een National Utility Rabbit Association opgericht om het fokken van tamme konijnen aan te moedigen en advies te geven over voeding, ziekten en de oprichting van konijnenclubs. Een van de eerste uitdagingen was blijkbaar het Britse publiek ervan te overtuigen dat zelfgeproduceerde konijnen niet hutchy smaakten, maar in feite hetzelfde smaakten als de konijnen uit Oostende.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.