Publicaties
TERUG NAAR WATERLOO EN QUATRE-BRAS. Tijd voor een Belgisch-Nederlandse revisie van de geschiedenis?
0 Reacties
Voor abonnees
geschiedenis

TERUG NAAR WATERLOO EN QUATRE-BRAS. Tijd voor een Belgisch-Nederlandse revisie van de geschiedenis?

(Jeroen van Zanten) Ons Erfdeel – 2015, nr 2, pp. 14-25

Dit is een artikel uit ons papieren archief

Napoleon was er zeker van. Niet hij, maar maarschalk Ney was er verantwoordelijk voor dat ze bij Waterloo een nederlaag hadden geleden. Na zijn tweede verbanning sprak de gevallen Franse keizer niet graag over de fatale campagne van 1815. Maar de dagen op Sint-Helena waren lang en zo nu en dan kon hij het toch niet laten iets over Waterloo te zeggen. Maar speculeren over “wat als...”, had volgens de keizer geen zin. Waterloo was voor hem een afgesloten hoofdstuk. Bovendien bestond er volgens hem niet zo iets als de historische waarheid: “U zult geen twee gelijke getuigenissen vinden over een en dezelfde gebeurtenis.”

Napoleons tegenspeler, Wellington, dacht er na afloop van de veldslag hetzelfde over. De waarheid over Waterloo zou nooit achterhaald worden, laat staan de slagorde en de bevelen die tot de overwinning hadden geleid.

Het gebrek aan vertrouwen van zowel Napoleon als Wellington in de geschiedschrijving is op zijn minst opmerkelijk, daar beiden na 1815 geen kans voorbij lieten gaan zich het verhaal van Waterloo toe te eigenen. Anders dan zijn nederlaag bij Leipzig in oktober 1813 wist Napoleon zijn verlies bij Waterloo om te zetten in winst. Door de nederlaag en ballingschap naar het verre Sint-Helena die erop volgden, werd de mythevorming rond hem alleen maar groter. Na zijn dood in mei 1821 volgde in Frankrijk, maar ook in België en in delen van Duitsland, het martelaarschap.

Wellington gebruikte Waterloo vooral om zijn politieke invloed te vergroten. Met zijn overwinning hadden hij en de Britse troepen vrede gebracht. “Waterloo heeft meer dan alle andere grote slagen bijgedragen aan het werkelijke doel van een veldslag; de wereldvrede.”

Door vrijwel direct na de veldslag de historische waarheid te ontkennen, gaven Napoleon en Wellington het startschot voor een nieuwe strijd, een strijd om de nagedachtenis van Waterloo, en belangrijker nog: om de controle over de Europese geschiedenis.

De Belgische historicus Johan Op de Beeck concludeert terecht in zijn recentelijk verschenen Waterlooboek dat de keizer en de hertog hiermee “elk op hun manier” een bevredigend eindoordeel over Waterloo “voorgoed onmogelijk” hebben gemaakt. Na 19 juni 1815 kent Waterloo andere verliezers dan tijdens de veldslag zelf, namelijk de Pruisen, en vooral de Nederlanders en de Belgen, die met ruim 35.000 man aan Engelse kant meevochten.

Is het terecht dat Nederlandse en Belgische Waterloo-helden als Jean Baptiste baron van Merlen, de prins van Oranje, Jean Victor de Constant Rebecque en Chrétien Henri Scheltens zijn vergeten? Behoeft de geschiedschrijving over Waterloo niet een Belgisch-Nederlandse revisie als tegengeluid tegen het chauvinisme van grotere Europese landen?

Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€3

€4/maand

€40/jaar

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.