Publicaties
Stiefmoederlijk behandeld
0 Reacties
column Taaltoestanden
taal

Stiefmoederlijk behandeld

Stiefmoeders hebben hun naam niet mee. Ze verdienen een naam zonder negatieve bijklank, vindt taalwetenschapper Fieke Van der Gucht. Zij leest en luistert, en beschrijft elke maand wat haar opvalt in ons taalgebruik.

“De meeste stiefmoeders doen juist lief: ze maken eten dat je lekker vindt en doen er haast geen vergif in.” (Uit: Nu in handige meeneemverpakking / Ted van Lieshout)

Echtscheidingen. Je hebt ze in vecht- en vlekkeloze versies, of net iets daar tussenin. Ze brengen hoe dan ook gedoe met zich mee en een pak nieuwe taal om dat gedoe te benoemen. Bij vechtscheidingen horen hexen of ‘vervelende exen’, bij vlekkeloze versies het week-weeksysteem’. Dat klinkt concreter voor kinderen dan co-ouderschap. Ouders wisselen dan af tussen de kinderweek en de niet-kinderweek.

Op een dag, jaren geleden ondertussen, trad die nieuwe taal mijn leven binnen. Net als twee stiefkinderen, welja. En ik in de hunne. “Ik noem haar Fieke”, stelde de zoon na een week of wat verbaasd vast. “Ik spreek haar niet met ‘stiefmoeder’ aan.” “Fieke hoort ze vast liever”, lachte de vader – hij had gelijk. “Maar,” hield de zoon vol, “ik spreek alle volwassenen in mijn leven met hun titel aan. Als ik mama mama noem, jou papa, tante K. tante K en meester N. meester N, waarom zeg ik dan niet automatisch stiefmama?

En nu gij! Dat stiefmoeders hun imago niet mee hebben, heeft er wellicht mee te maken. Nochtans betekende het voorvoegsel stief- in het Middelnederlands gewoon ‘zonder bloedverwantschap’ en onderliggend ‘iets missend’, ‘beroofd zijn van’. Jonge kinderen die hun moeder verloren, waren bij voorbaat stiefkinderen, ‘beroofd van een moeder’. Wie met de vader hertrouwde, werd naar analogie een stiefmoeder genoemd. Tegenwoordig krijgen kinderen er vaker een stiefouder bij omdat hun ouders gescheiden leven en een nieuwe partner leerden kennen.

Stiefmoeders van lang geleden hebben zich blijkbaar wanstaltig gedragen

Stief- droeg van bij zijn ontstaan al de tristesse van een overlijden in zich, maar nog geen harteloosheid. Die bijkomende negatieve connotatie kwam later. Stiefmoeders van lang geleden hebben zich blijkbaar wanstaltig gedragen. En daar zijn moderne stiefmoeders nu de dupe van. Zo is ‘liefdeloze, hardvochtige moeder’ de tweede betekenis van stiefmoeder volgens de Dikke Van Dale. En onderwerpen en mensen worden liever niet stiefmoederlijk behandeld.

Per hoge uitzondering blijken sommige stiefmoeders best mee te vallen. En dan verdienen ze een nieuwe naam zonder negatieve bijklank, vinden taalgebruikers. Gehandicapten kregen bijvoorbeeld meer eufemismen dan hun lief was. Met alternatieven voor stiefmoeder wil het niet zo lukken. Plusmoeders lijkt terrein te winnen, her en der hoor je ook bijmoeders of zorgmoeders. Bizar, want alle literatuur roept net dat je faalt als je gaat ‘moederen’ als nieuwe partner. De nieuwe samenstellingen met -moeder zijn daarom niet echt succesvol.

De kinderen en ik benoemen elkaar dus al jaren via de verbindende schakel, hun vader. Ik ben ‘de vriendin van hun vader’, zij zijn ‘de kinderen van mijn lief’. Maar hun moeder blijft hun moeder, hun vader hun vader, ook al zitten ze in het week-weeksysteem. Dat verliezen die nieuwe uitdrukkingen wel eens uit het oog. “Ik kan niet mee,” hoorde ik mijn lief zeggen. “Ik heb de kinderen deze week. Volgende week kan wel, dan heb ik ze niet.” “Je bent hun vader,” rol ik met mijn ogen. “Je hebt je kinderen altíjd.”

[Deze column is een bewerking van een eerder verschenen column uit 2015 voor het ter ziele gegane Taalunie:Bericht]
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.