Publicaties
Staatsvorming op postzegelformaat: miniland Moresnet
0 Reacties
geschiedenis

Staatsvorming op postzegelformaat: miniland Moresnet

Neutraal Moresnet heeft tussen 1816 en 1919 bestaan als een geografisch curiosum op het drielandenpunt tussen België, Nederland en Duitsland. Het was een gebied met eigen grenzen dat een vergelijkbaar statuut had als Monaco of Vaticaanstad.

Op het Congres van Wenen (1814-1815) is Neutraal Moresnet bij vergissing ontstaan – hoe vreemd dat ook klinkt. Tijdens de diplomatieke gesprekken verdween een driehoekige uitstulping van 271 hectaren groot letterlijk tussen de plooien van de geschiedenis. Het Grensverdrag van Aken (1816) regulariseerde deze vergissing en verhief de uitstulping tot neutraal grondgebied: een grensgebied en soms ook een niemandsland tussen het toenmalige Pruisen en het Koninkrijk der Nederlanden, waaruit later België en Nederland zouden ontstaan.

Dieper in de tijd verscholen ligt aan de grondslag van het staatje een zinkgroeve, die al bekend was in de oudheid, maar pas in de negentiende eeuw fortuinlijk werd. De geschiedenis van Moresnet is dan ook de geschiedenis van zink en het onwaarschijnlijke verhaal van staatsvorming op postzegelformaat, tot stand gebracht door industriële technologie, geopolitiek en stom toeval.

Behalve in de Belgische Oostkantons (met name in het stadje Kelmis, waar een lokaal museum gewijd is aan Moresnet) is het een vergeten land met een vergeten geschiedenis. In 2016 zijn er twee boeken aan gewijd.

Een daarvan is Zink van David Van Reybrouck, geschreven als Boekenweekessay. Net zoals in het bekroonde Congo (2010) gaat Van Reybrouck in Zink op zoek naar het verhaal achter de geschiedenis, hoe klein dat ook is. Hij bezoekt het archief en de bibliotheek, maar laat de geschreven bronnen al snel achter zich, om eropuit te trekken, terug in de tijd, op zoek naar de plaatsen en de mensen van Moresnet.

Het rusthuis is zijn tweede archief. In het lokale dorpscafé ontmoet hij de streekhistoricus. In de woonkamer van de familie Rixen beluistert hij de familiegeschiedenis met zijn schriftje in de aanslag. Hij trekt zijn bergschoenen aan om de bossen van wijlen Moresnet te verkennen, waar werd gesmokkeld bij het leven, en kijkt in de gapende kuil van de verlaten zinkgroeve, de Kul van Kelmis. Hij bezoekt de gemeenteraad en de kermis. Aan zijn schrijftafel vermengt hij zijn indrukken en verhalen met de historische bronnen tot het vakkundig gesmeden Zink.

Van Reybrouck wordt vaak omschreven als een intellectueel, maar als ambachtsman is hij even bedreven. Pagina na pagina ensceneert hij het verleden, zoals hij het zag, terugschakelend tussen het geschiedenisverhaal en zijn ervaringen als embedded historian. In de alchemie van het schrijfproces worden veldnotities literatuur.

“Drie weken voor mijn geboorte stierf een man van 68 die de laatste twintig jaar van zijn leven voornamelijk bij het raam had gezeten”, opent Zink. Joseph Rixen is de man wiens persoonlijke geschiedenis Van Reybrouck verweeft met het zink van Moresnet en de omtrekkende geschiedenis van Europa. Rixen werd in 1903 geboren in Moresnet, maar zag op zijn zestiende zijn geboorteland verdwijnen tijdens de vredesonderhandelingen in Versailles, waar honderd jaar na datum de vergissing van Wenen werd rechtgezet. Oorlog en diplomatie slingerden hem vervolgens heen en weer tussen Oost en West, naarmate Duitsland en België zich afwisselend het voormalige Moresnet toe-eigenden.

Dat is de boodschap van Zink: hoe oneindig complex geschiedenis kan zijn

Bepaald beklemmend zijn de passages over de Tweede Wereldoorlog, wanneer de veertigjarige Rixen opnieuw Duitser wordt – nadat Hitler de Oostkantons heeft geannexeerd – en gedwongen is om te vechten tegen België. Dat was het land van zijn hart, waartoe hij sinds 1919 behoorde, maar dat hem na de oorlog zou behandelen als collaborateur. De verschuivende grenzen van het oude Moresnet hebben Rixen in een kamp geduwd, en vervolgens in een oorlog, zonder dat hem ooit iets gevraagd werd. Daarom zit hij de laatste jaren van zijn leven vooral bij het raam.

Omdat in 1816 een grenskwestie niet goed geregeld is, worden een eeuw later nog altijd levens van gewone mensen verwoest. Dat is de boodschap van Zink: hoe ingrijpend historische gebeurtenissen inwerken op gewone levens, hoe oneindig complex geschiedenis kan zijn, hoe fataal een grens is en hoe snel een land kan verdwijnen in de vergeetput van het verleden. Veel meesterschap zit vervat in een kleine bundel – ook in de vorm is Zink een eerbetoon aan de kleine, grote geschiedenis van Moresnet.

De journalist Philip Dröge tekende voor het tweede boek over Moresnet, het land dat op 26 juni 2016 tweehonderd jaar zou worden. Moresnet. Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje is een volledige monografie, met veel aandacht voor de buitenissige trekjes van de ministaat: de smokkel, de Far West-allures, het absurde statuut, de grensgevallen, de kleinschaligheid en de politiemacht van één veldwachter groot. Het is geen wetenschappelijk boek, maar steunt wel op gedegen literatuur- en bronnenonderzoek dat opgesomd staat in het boek.

Alsof de geschiedenis van Moresnet niet genoeg had aan zichzelf, heeft Dröge een “lichte dramatisering” toegevoegd aan zijn betoog. Hij geeft netjes aan waar hij dat doet, maar het bezorgt me als lezer het gevoel dat ik een met epo behandelde geschiedenis aan het lezen ben. Als glijmiddel voor de feiten overtuigt het procedé ook niet: elk hoofdstuk heeft als opmaat hetzelfde soort “gedramatiseerd” historisch tafereel, in de vorm van een knullige romanscène. Stereotypen overheersen, zoals het krakende parket, de hakkelende bediende, de strenge Pruisische regent. Moresnet is wat te veel een journalistiek product en wat te weinig een boek om helemaal te overtuigen.

Opvallend zijn ook de vele hollandismen: in Moresnet wordt “de boel belazerd”, “gestiefeld”, “door roeien en ruiten gegaan”, “de kont tegen de kribbe gegooid”, komt men “op de bonnefooi”, maar neemt men “de kuierlatten” als het past.

De achilleshiel van Moresnet is ten slotte Moresnet zelf. Verwondering over een geografisch curiosum dat zich op de kaart zette met zink, de smokkel en het Esperanto (enthousiastelingen van deze kunsttaal wilden er zetel van de internationale Esperantobeweging maken), is wat weinig om een heel boek mee te vullen. In wezen is Moresnet een geschiedenis van pogingen om het land op te heffen, een boksmatch tussen Oost en West die telkens door andere spelers gevoerd werd, maar steeds op hetzelfde gelijkspel is neergekomen. Je kunt je niet blijven verbazen over hetzelfde fenomeen.

Van Reybrouck hanteert Moresnet als kader voor een persoonlijke, en tegelijk bijna universele vertelling over hoe de mens de speelbal is van grotere krachten. In Moresnet van Dröge blijft alleen die geschiedenis over, “licht gedramatiseerd”, en wat vervelend op de lange duur.

PHILIP DRÖGE, Moresnet. Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje, Spectrum, Houten, 2016, 272 p.

DAVID VAN REYBROUCK, Zink, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, Amsterdam, 2016, 63 p.

Dit artikel is verschenen in Ons Erfdeel, 4/2016, pp. 147-149

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.