Publicaties
Robbie Rensenbrink, de sierlijkste voetballer van de Lage Landen
0 Reacties
maatschappij

Robbie Rensenbrink, de sierlijkste voetballer van de Lage Landen

Met Robbie Rensenbrink (1947-2020) is onlangs de kleinkunstenaar van het voetbal overleden. Een fan neemt afscheid van zijn jeugdidool.

Ik was erbij, op de Heizel tijdens een heerlijke meiavond in 1976, toen Robbie Rensenbrink met twee doelpunten en twee assists Anderlecht aan zijn eerste Europabeker der Bekerwinnaars hielp tijdens de finale tegen West Ham United. Twee jaar eerder was hij met het Nederlandse elftal onderuitgegaan in de finale tegen West-Duitsland en twee jaar later zou hij op een haar na Nederland wereldkampioen maken tegen Argentinië. Zijn voorzetschot belandde in de allerlaatste minuut tegen de linkerpaal. Voor de verkiezing van de Ballon d’Or haalde hij in die jaren tweemaal het podium.

Vandaag is het onvoorstelbaar dat zo’n wereldvedette voor Anderlecht zou spelen. In het huidige voetbalwereldje maakte hij ongetwijfeld deel uit van Real, Manchester City of Barcelona. Als geboren Amsterdammer zou hij nooit op hoog niveau in Nederland spelen. Hij debuteerde bij Amsterdam DWS (Door Wilskracht Sterk), een naam die al laat vermoeden dat het geen wereldelftal was. Zijn topjaren bracht hij in België door, eerst twee jaren bij Club Brugge, waar hij in 1969 naartoe trok, daarna negen jaar bij Anderlecht, dat hij aan de lopende band landstitels en bekers (zowel Belgisch als Europees) bezorgde.

Rensenbrink had een fluwelen linker, zijn rechtervoet gebruikte hij als steunpunt of enkel in noodgevallen. Maar met die linkerpoot kon hij toveren, op een onnavolgbare manier. Hij oogde frêle, maar met zijn weergaloze techniek kon hij de meest robuuste verdedigers doldraaien.

Hij had één typische beweging, ik kan het weten want ik heb ze duizend maal proberen te imiteren, doorgaans met matig succes. Net voor de aanstormende tackle van een hijgerige verdediger, trok hij met de binnenkant van zijn linkervoet de bal enkele centimeters weg, draaide vervolgens een halve pirouette en dartelde langs de lijn verder om met diezelfde linker een volgende tegenstrever uit te kappen, nu eens buitenom dan weer binnendoor.

In het sterrenelftal van Nederland speelde hij samen met Johan Cruijff, de grote vedette. Van veraf leken ze op elkaar, twee spichtige jongens, met wapperende haren – zeker in hun vroegste jaren – en een heerlijke techniek. Bij nader inzien waren ze antipoden. Cruijff gesticuleerde, dirigeerde, eiste voortdurend de bal op. Rensenbrink verschool zich liefst in de nabijheid van de zijlijn, meestal links, soms rechts en dan was het wachten op die geniale ingeving, de fijne baltoets, de onvoorspelbare dribbel.

Steevast liep hij een beetje voorover gebogen, flegmatiek, nonchalant. Na een doelpunt wuifde hij bijna onzichtbaar, onopvallend. Cruijff zocht de media op en sprak oeverloos. Rensenbrink zweeg liever, als hij sprak was het bij voorkeur met zijn linkerpoot en zijn slangenlijf.

Ooit noemde een Hongaarse journalist hem ‘het slangenmens’, nadat hij in zijn dooie eentje ongeveer de hele ploeg van Ujpest Dosja op een hoopje had gespeeld. Die bijnaam werd gretig overgenomen door de Belgische journalisten. Als een slang slingerde hij zich door verdedigingen, in Waregem, Lokeren en Waterschei, maar evenzeer tegen die van Bayern of Liverpool.

De slang sneed negen jaar door Belgische verdedigingen

Op topmatchen trekt Robbie zijn galakostuum aan, zei Raymond Goethals, de iconische trainer uit België die hem de allerbeste speler noemde met wie hij ooit had gewerkt. Maar die hem als coach van de Belgische nationale ploeg ook een nachtmerrie bezorgde, toen Robbie in de Rotterdamse kuip Eric Gerets in zijn debuutwedstrijd met dat onvoorspelbare slangenlijf tureluurs speelde en een hattrick scoorde.

Terwijl in de jaren 1970 Boudewijn de Groot de Vlaamse zalen inpalmde, schitterde de Hollander Rensenbrink op de Belgische velden. Even speels, rebels, ogenschijnlijk nonchalant. Zijn spel spotte met alle uitgekiende tactieken, voorgeschreven regels, geleerde analyses. Was hij beter dan Cruijff? Ik vond natuurlijk van wel, want hij was mijn idool. Cruijff dirigeerde, maar zuiver technisch was Rensenbrink beter. De slang sneed negen jaar door Belgische verdedigingen. In 1980 verdween hij – weer bijna geruisloos – naar de uitgang. Anderlecht nam niet waardig afscheid van zijn allerbeste speler.

Dat verzuim werd vele jaren later goed gemaakt. Naar aanleiding van de publicatie van zijn biografie mocht hij nog een keer als eregast in Anderlecht opdraven. De gevolgen van de spierziekte PSMA die hem uiteindelijk fataal zou worden, waren toen al duidelijk zichtbaar. Het scherpe, magere jongensgezicht, dat hij met Johan Cruijff en Boudewijn de Groot deelde, was oud en sereen geworden. De slang slingerde niet meer, ze trilde. Op 24 januari 2020 stierf hij. Hij werd 72 jaar oud.

Hier en daar droomt iemand nog van de schoonheid op de vierkante centimeter

Vroeger was het voetbal zoveel mooier, liegt het kind de volwassene voor. Vandaag staan plannen voor een Beneliga, de eerste afdeling van een Belgisch-Nederlandse competitie, in de steigers. Zo willen de Lage Landen opnieuw de concurrentie met de grote voetballanden aangaan. Het jargon is overwegend dat van commerce, mercantiele zelfingenomenheid. Hier en daar droomt iemand nog van de schoonheid op de vierkante centimeter. Met de kleinkunstenaar van het voetbal, de sierlijkste Hollander op Belgische velden, als icoon.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.