Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Reve was hier
0 Reacties
© Wikimedia Commons
© Wikimedia Commons © Wikimedia Commons
column Thomas Heerma van Voss
literatuur

Reve was hier

Op reis komt Thomas Heerma van Voss toevallig terecht in het Zuid-Franse dorpje waar Gerard Reve jarenlang woonde en werkte. Wat houdt hem tegen om zelf zo’n rustige schrijfplek in te richten?

De weg was kronkelend en rustgevend leeg. Links en rechts verschenen weilanden, ik zag ogenschijnlijk onbemande stenen huisjes, een eenzame tractor die in hoog tempo lavendel snoeide. Frankrijk midden in de zomer – en alsnog waren hier amper mensen. Een verlaten kruispunt leidde naar een dorpje en daar, in een eveneens stille straat met één eetcafé en één boulanger, meer niet, zag ik een fraai hoekhuis dat ik direct herkende. La Grâce, zoals Gerard Reve de plek begin jaren 1970 doopte. Het adres had ik niet eens hoeven opzoeken; dit dorpje was zo klein dat ik automatisch op mijn bestemming aankwam.

Regelmatig merken vrienden, vooral degenen met Vaste Contracten bij Grote Bedrijven, ietwat verwonderd op dat ik mijn werk overal kan uitvoeren. Dat klopt. Een laptop, eventueel pen en papier, af en toe wifi en bij voorkeur een stevige stoel – meer heb ik niet nodig om te schrijven. En tijd natuurlijk, de belangrijkste voorwaarde. Maar juist een kortstondige verhuizing is een handige manier om de agenda leeg te houden.

In de afgelopen jaren streek ik neer op de meest uiteenlopende schrijfplekken, door initiatiefnemers vaak wat plechtig residenties genoemd. Een vergeten badplaatsje in Zuid-Engeland; een tochtige hut op Texel; een enorme villa in een bos in New Hampshire; een griezelig grote villa in Sluis, waar afgaande op de verzamelde rouwkaarten kortgeleden iemand was overleden.

Al die verblijven hadden drie dingen gemeen: 1) ze waren uitermate geschikt om veel te schrijven 2) ze kwamen min of meer toevallig tot stand (ik was er niet naar op zoek geweest) en 3) ze speelden zich af in afzondering. Soms lagen die residenties zo afgelegen dat ik, driftig typend, geleidelijk leek los te komen van alle aardse beslommeringen en dagelijkse appjes – een zowel bevredigend als angstwekkend gevoel. Het liefst wilde ik dan dat er steeds iemand anders in huis aanwezig was – een vriend, een vriendin – die me vervolgens volkomen mijn gang liet gaan en vooral niet te veel samen hoopte te ondernemen.

Waarom ging ik niet vaker, veel vaker de stad uit?

Waarom koos ik zelf nooit een fraaie, afgelegen schrijfplek? Waarom ging ik niet vaker, veel vaker de stad uit? Zeker tijdens de eerste coronagolven kwamen die vragen bij me op. Mijn vrienden hadden gelijk, ik kon overal naartoe. Waarom liet ik me leiden door waar ik min of meer toevallig werd uitgenodigd en huurde ik geen goedkoop kamertje ergens aan zee?

Ook in deze overweldigende Franse streek was ik terechtgekomen zonder dat ik daar zelf actief voor had gekozen. Mijn geliefde had hier vlakbij een opgeknapt tuinhuisje gehuurd dat groter was dan waar ik in Amsterdam leefde. “Hé, wat grappig”, zei ze eenmaal ter plaatse. “Reve woonde jarenlang in deze buurt.”

Dus daar gingen we, richting Le Poët-Laval. Zij reed, ik vulde de gaten in mijn Reve-kennis vluchtig aan met wat ik her en der online vond.

Ik las dat Reve in 1971, hij was toen bijna vijftig, in dit nietige dorpje terecht was gekomen.

Dat deze streek een rol speelde in meerdere van zijn boeken, soms terloops, soms nadrukkelijk.

Dat zijn Franse leven in het teken stond van getob, geschrijf, gezuip, geklus en ook het veelvuldige gebruik van amfetaminepillen.

Dat hij alles zelf onstuimig had verbouwd, inclusief zijn grote schrijfkamer, die los lag van zijn woongedeelte.

Dat hij actief nationale en daarna lokale journalisten had benaderd om het nieuws te verspreiden: beroemde Nederlandse schrijver vestigt zich in Frans dorpje.

Alles wat ik over Reves Franse bestaan las, verraadde een doortastende houding. De houding van iemand die nooit afwachtte waar hij werd uitgenodigd, maar zelf een plek uitkoos en die volop naar zijn hand zette.

Alles wat ik over Reves Franse bestaan las, verraadde een doortastende houding

Nu, decennia nadat Reve zijn Franse leven weer achter zich liet, lag zijn voormalige huis er nog altijd keurig bij. Zo te zien was er sindsdien niets aan veranderd, alleen had een klimop flink aan terrein gewonnen; de bladeren, in verschillende kleuren groen, bedekten een groot gedeelte van de zijgevel. Van binnen kwamen intussen volop tekens van Franse huiselijkheid. Er zoemde een radio, achter het kattenluikje blèrde een kind.

Ik liep een rondje. Langs de ietwat versleten brievenbus waar Reve, zo had ik ook online gelezen, dagelijks zijn brieven postte. Pal naast het huis bleek zich het enige tastbare aandenken aan de zelfbenoemde volksschrijver te bevinden – de Gerard Reve Impasse. Ook hier, heel toepasselijk: stilte, leegte. De Gerard Reve Impasse was meer een steeg dan een straat.

Ik maakte foto’s van de steeg, van de klimop, van het huis. Ik plaatste ze op Instagram en stuurde ze naar mijn vader, die vanuit Amsterdam meteen reageerde. “Ik dacht altijd dat Reve in een soort Frans kasteel woonde, zo schreef hij altijd over dat huis! PS Niet gruwelijk warm daar? PPS Vakantie goed te betalen?”

Op Instagram vroeg collega-schrijver Roman Helinski of die vroegere woning van Reve niet te koop stond.

Kort daarvoor had ik gelezen dat Helinski binnenkort voor een jaar naar Italië gaat. Zonder uitgedacht plan, zonder precies te weten in welke steden hij allemaal zal belanden.

“Voor zover ik weet helaas niet”, schreef ik hem terug.

Maar als het te koop had gestaan, voor het soort schappelijke prijs dat Reve ooit betaalde, had ik dan wel gehandeld? Had ik geïnformeerd, gerekend, een bod uitgebracht? Zou ik ook voor een jaar op de bonnefooi naar Italië durven te gaan?

Zou ik ook voor een jaar op de bonnefooi naar Italië durven te gaan?

Tijdens de vakantie zei mijn geliefde meermaals dat ze naar Frankrijk wilde emigreren. Op deze avond, etend in dat enige restaurant van Le Poët-Laval, herhaalde ze die wens. Ik reageerde enthousiast maar toch ook algemeen, een beetje niksig. Ik hoorde echo’s van de financiële waakzaamheid waarmee mijn vader me had opgevoed: nooit grote uitgaven doen, nooit investeren in iets wat je niet volledig kunt overzien.

Maar wat hield me nu eigenlijk tegen?

Het was niet gruwelijk warm hier, het weer was heerlijk. Een tot de rand gevuld, smakelijk glas rosé kostte twee euro. Het eten was goed en betaalbaar. Ik stond op het punt om te zeggen: “Goed, we proberen het.” Ik zag al voor me dat ik deze buurt zou verkennen en hier geregeld zou eten, terwijl ik me de rest van de tijd in anonieme afzondering concentreerde op mijn werk. ’s Ochtends naar de bakker, verder niets dan ruimte en stilte. Of was die stilte wat me uiteindelijk toch angst aanjoeg? En was dit de reden dat ik nu, aan tafel, toch nog eventjes stil bleef: het vooruitzicht dat mensen me acuut zouden vergeten zodra ik me te lang in zo’n onzichtbare plaats vestigde, dat de zinnen die ik dan zou schrijven steeds minder mensen zouden bereiken en dat op een dag iemand in Amsterdam zou verzuchten: “God, ja, die Thomas, leeft die nog? Is die niet in Frankrijk opgelost omdat hij dacht dat hij Reve was?”

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.