Publicaties
Pleur op, scheefpoeper. Vlaamse en Nederlandse vloek- en scheldwoorden verzameld
0 Reacties
taal

Pleur op, scheefpoeper. Vlaamse en Nederlandse vloek- en scheldwoorden verzameld

Het Groot Vlaams Vloekboek combineert, net als zijn Nederlandse tegenhanger, een systematische helderheid met een attitude van – makkelijk flauw in deze context – “het kan allemaal onze kloten kussen”. Twintig hoofdstukjes. Eén vloek, verwensing of scheldwoord per kapitteltje. Alles geheel willekeurig gekozen op basis van wat de samenstellers “leuk vonden”. Wie iets meer verwacht – een “zogenaamd serieus wetenschappelijk boek”, godbetert – wordt wandelen gestuurd met een welgemeende fuck you.

Dat ademt studentikoze branie, en dat is het ook grotendeels. De kiem van vloekboeken is gelardeerd met studentenzweet: medeauteurs Robbe Verlinde en Willem van Beylen pleegden voor hun opleiding tot vormgever en illustrator een eindwerk over vloeken aan de LUCA School of Arts (het Gentse Sint-Lucas uit de tijd toen het Nederlands nog niet op was in onderwijsland).

Uitgeverij Lannoo zag er commercieel brood in en haalde er taalkundigen Fieke Van Der Gucht en Marten van der Meulen bij om een en ander wat meer linguïstische sérieux te geven. Van Der Gucht tekende mee voor het beste populairwetenschappelijke taalboek in jaren, de Atlas van de Nederlandse taal. Van der Meulen geniet enige bekendheid als een helft van taalbloggersduo Milfje.

Troeteltermen

Zowel het koffietafelformaat van de boeken als de keuze voor een aparte Vlaamse en Nederlandse editie zwemen naar het dunnetjes overdoen van het commerciële succes van de voormelde Atlas. De helft van het verbale buskruit komt in beide versies aan bod, weze het met eerder zuidelijke of noordelijke voorbeelden en wat cosmetische taalaanpassinkjes. Dat levert een gedeelde wolk van woordendonder op met fuck, godverdomme, kankerlijer, kreng, kut, lul, randdebiel, shit, slet en teef. Voor Vlaanderen komen daar nog bij: bleekscheet, crapuul, dikke nek, kalf, kapoen, klootzak, nondedju, scheefpoeper, sloef en trut.

Wie 25 euro extra veil heeft voor de “andere” versie kan lering trekken uit termen als achterlijke gladiool, belhamel, hufter, kloothommel, krijg de tyfus, lijpo, pleur op, schurftig hondsvot, sodeju en stoephoer. Wie kloefkapper, pekelkut of tsjiepmuile meent te moeten ontberen, kan zich een vernietigend godvermiljaardenondekloten besparen: een tweehonderdtal extra troeteltermen komt immers in de plooien van de tekst nog aan bod.

Tijdens het lezen is het goed telkens weer te beseffen dat dit boekenpaar voor alles een uit de hand gelopen grafisch project is, en geen taalkundig. Dat betekent breed uitgesmeerde plastische fantasieën bij elk van de krachttermen en verwensingen. En diverse bladspiegels: van een betekenisvolle leegte naar übersymmetrisch geordende informatie met een overdadige graai in de typografische kast tot vrij klassieke tekstkolommen. Na een keer of twintig heeft de lezer het patroon wel beet: grote tekening op witte achtergrond – korte cryptische vraag op grote effen achtergrond – korte grafisch gestileerde krachtterm met eerste gebruiksdatum op gekleurde achtergrond – inleidende pagina met krachtterm, definitie, “scheldschade”-graad en korte bespiegeling, met veel witte achtergrond – twee pagina tekst met wat feitjes en weetjes, ruim bemeten voor de blanco achtergrond.

Wetenschappelijk solide werk over vloeken was niet de eerste betrachting

Een minzame recensent noteerde dit in een eerdere bespreking van deze boeken: “Er is zeer veel wit op de meeste bladzijden waardoor de tekeningen heel goed tot hun recht komen.” Die uitspraak bevat veel wijsheid.

Wetenschappelijk solide werk over vloeken en andere taboetermen was niet de eerste betrachting, maar de auteurs kennen die bronnen wel. Bij een blik op de bibliografie herkent de belezen vakgenoot heel wat van de klassieke binnen- en buitenlandse werken over het thema, inclusief de Nederlandse standaardwerken van Piet van Sterkenburg, het baanbrekende onderzoek van Jean-Marc Dewaele (Birkbeck, London) over vloeken bij meertaligen, en het laagdrempelige Engelstalige Holy Sh*t: A Brief History of Swearing van Melissa Mohr.

Waarom verwensen Nederlanders met ziektes en Vlamingen veel minder?

Wat de lezer dan wel krijgt, is een verzameling hapklare amusante weetjes – waar komt het verschil tussen Vlaams en Hollands poepen vandaan? – aangevuld met paragraafjes over de functie van vloeken (ontladen van frustratie, woede en pijn), de maatschappelijke factoren die vloekgedrag sturen en veranderen (ontkerkelijking en nieuwe taboes, van god-verdoem-me naar fuck), en andere vruchten van recent wetenschappelijk onderzoek.

Shit, euh... Chips

Wie wist dat kont in het Middelnederlands nog betrekking had op de vrouwelijke voorzijde (net als het Engelse cunt), en pas een tweehonderdtal jaar weer naar de derrière begon te verwijzen? Waarom kinderen chips in plaats van shit zeggen? Waarom Nederlanders met ziektes verwensen (krijg de aids) en Vlamingen dat veel minder tot niet doen (op het prozaïsche krijg de kramp in uw kloten na)? Dit soort wetenwaardigheden wordt allemaal met een etymologisch sausje en dialectologische data overgoten, aangevuld met een paar recente anekdotes.

Originele of nieuwe informatie is dat allemaal niet, maar vermoedelijk komt ze in deze gepopulariseerde vorm en presentatie bij een ander en breder publiek terecht. Uiterst genietbaar is het zonder twijfel, niet het minst omdat er veel te lachen valt in de politiek incorrecte sfeer (je moeder is zo dik dat ze mayonaise zweet of nog, dat haar bloedtype Nutella is).

Er valt veel te lachen in de politiek incorrecte sfeer

Lannoo lanceert deze boeken opnieuw in een Vlaamse en een Nederlandse versie, net als de onvolprezen Atlassen van de Nederlandse taal. Als neerlandicus bedroeft me dat andermaal, omdat er genoeg Vlaamse en Nederlandse lezers te vinden zijn die “verder kijken dan Wuustwezel”. Het zal best wel kloppen dat het opnemen van Belgische én Nederlandse voorbeelden tot een substantieel dikker boek leidt, maar het pertinent omschrijven van de (voor de helft overlappende) teksten voor een noordelijk en zuidelijk publiek is ook hier weer in essentie volstrekt overbodig: wat fundamenteel anders is, gaat opnieuw niet verder dan een zinswending, leestekengebruik en wat woordvolgorde. Niets van dat alles bezwaart een perfect begrip van de tekst aan beide zijden van de rijksgrens.

Ik sta daar iets langer bij stil, omdat de directeur-uitgever van Lannoo daarover met pijn in het hart schreef dat non-fictieboeken die niet aangepast worden aan het noordelijke taalgebruik vooral “heerlijk Belgisch” bevonden worden. Lees: slecht geschreven en commercieel een ramp. Dat die boeken perfect begrijpelijk zijn voor Noorderlingen is daarbij van geen tel voor de afnemers, of het nu om de lezers, de boekhandelaars of de recenserende pers gaat.

Niets bezwaart een perfect begrip van de teksten aan beide zijden van de rijksgrens

Een soortgelijke hartenkreet viel te horen tijdens het debat dat Ons Erfdeel in het najaar van 2018 organiseerde in Leuven toen daar het congres van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek plaatsvond.3 Een vertaalster legde de vinger pijnlijk op de wonde toen ze zei dat er van Vlaamse vertalers van non-fictie absoluut geen taaleigen uitdrukkingen aanvaard worden door Nederlandse broodheren in de uitgeverswereld. Vertalen gaat dus eerst naar het Vlaamse Journaalnederlands, “en dan naar het Standaardnederlands van de uitgeverijen”. Anno 2019 kan dat zelfs de meest hartstochtelijke orangist alleen tot de diepste droefenis bewegen. Vermoedelijk vergezeld van een krakende stapelvloek.

Fieke Van der Gucht, Marten van der Meulen, Willem van Beylen en Robbe Verlinde, Het Groot Vlaams vloekboek. Slimmer schelden en vaardiger vloeken, Lannoo, Tielt, 2018, 144 p.
Fieke Van der Gucht, Marten van der Meulen, Willem van Beylen en Robbe Verlinde, Het Groot Nederlands vloekboek. Slimmer schelden en vaardiger vloeken, Lannoo, Tielt, 2018, 272 p.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be