Publicaties
Pionier en motor van grensoverschrijdende samenwerking
0 Reacties
De Franse Nederlanden

Pionier en motor van grensoverschrijdende samenwerking

De provincie West-Vlaanderen werkt 30 jaar samen met Noord-Frankrijk

Dertig jaar geleden sloten de provincie West-Vlaanderen en het département du Nord een samenwerkingsakkoord. Dat was de start van een intense grensoverschrijdende samenwerking. In de loop van die tijd zijn beide partners in deze samenwerking een stabiele as geworden. Maar ook met het département Pas-de-Calais en de regio Hauts-de-France is de provincie intenser gaan samenwerken.

Félicitations pour vos 30 ans de coopération transfrontalière. Vous êtes des précurseurs parce que vos conventions de coopération datent encore d'avant la chute du mur de Berlin. Depuis, beaucoup d'efforts ont été déployés pour surmonter les frontières qui séparent les pays européens, et plus particulièrement les régions frontalières. Met deze woorden opende Karl-Heinz Lambertz, voorzitter van het Europees Comité van de Regio’s, de viering van dertig jaar grensoverschrijdende samenwerking tussen de provincie West-Vlaanderen en het département du Nord die plaatsvond op 21 oktober 2019 in de Velodroom STAB in Roubaix.

Dertig jaar eerder, in een context van vooruitgangsdenken en toenemend enthousiasme voor het Europese project, werd op 16 oktober 1989 in Brugge een protocolakkoord tussen de provincie West-Vlaanderen en het département du Nord ondertekend door Bernard Derosier, toenmalig voorzitter van de conseil général du Nord, Oliver Vanneste, toenmalig gouverneur van de provincie West-Vlaanderen, en Marie-Claire Van der Stichele-De Jaegere, op dat ogenblik gedeputeerde van de provincie West-Vlaanderen bevoegd voor Externe Betrekkingen. Met dit protocolakkoord werd een Permanente Gemengde Commissie opgericht die gezamenlijke activiteiten zou ontwikkelingen ter bevordering van economische groei, sociale en culturele uitwisseling tussen West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Vooral voor domeinen waar beide besturen vergelijkbare bevoegdheden hadden en waar het nationale wetgevende kader niet te knellend was, zoals cultuur, toerisme en leefmilieu, werden projecten opgezet. Voor het eerst in de geschiedenis zouden lokale overheden de grensoverschrijdende samenwerking gestalte geven. Tot dan waren de bestuurlijke contacten namelijk grotendeels beperkt gebleven tot bilaterale afspraken tussen centrale overheden.

Uiteraard speelde de voortschrijdende Europese eenmaking een cruciale rol in deze evolutie. Het plan dat Jacques Delors, toenmalig voorzitter van de Europese Commissie, in 1985 ontvouwde, bracht een nooit geziene Europese dynamiek teweeg. Met het Schengenverdrag wilde de Fransman tegen 31 december 1992 alle fysieke, reglementaire en fiscale belemmeringen opheffen die een daadwerkelijk vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitalen in de Europese gemeenschap in de weg stonden. De gevolgen hiervan sloegen vooral in de grensstreken aan, want daardoor werden er belangrijke grensobstakels weggenomen. De Europese eenmaking bood de grensstreken de kans een nieuwe centrale ligging in te nemen, buiten de nationale context. Deze samenwerking tussen Europa en de regio’s was dan ook de basisgedachte van het Europese cohesiebeleid.

Mijlpaal 1989

In deze tijden van Europese bewustwording waren de afspraken tussen de West-Vlaamse provincie en het Noord-Franse departement een eerste belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van de grensoverschrijdende samenwerking met Noord-Frankrijk. De provincie West-Vlaanderen anticipeerde op die manier op gebeurtenissen die zich de komende decennia zouden ontplooien. Een paar jaar later, in 1991, lanceerde de Europese Commissie het communautaire initiatief Interreg dat Europese middelen ter beschikking stelde voor grensoverschrijdende initiatieven in de grensregio’s. In 2005 werd op voorstel van de toenmalige Franse premier Jean-Pierre Raffarin een Frans-Belgische parlementaire werkgroep in het leven geroepen. Zes Franse en zes Belgische parlementsleden werden belast met het formuleren van voorstellen ter bevordering van de grensoverschrijdende samenwerking in de agglomeratie Rijsel-Kortrijk-Doornik. De opdracht bestond uit het in kaart brengen van juridische hinderpalen en het ontwerpen van een mogelijke beheersstructuur voor de grensoverschrijdende metropool. Deze laatste aanbeveling leidde in 2008 tot de oprichting van de eerste Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS), de "Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai". Een jaar later, in 2009, werd een tweede EGTS in de grensstreek opgericht, namelijk die van « West-Vlaanderen/Flandre-Dunkerque-Côte d’Opale ». In de Frans-Belgische grensregio wordt nog steeds gebruik gemaakt van de middelen (Interreg) en de instrumenten (EGTS) die de Europese Commissie ter beschikking stelt om grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen. Om deze middelen en instrumenten echter optimaal te benutten, zijn goede banden tussen overheden aan beide zijden van de grens van cruciaal belang.

Het belang van territoriale diplomatie valt niet te onderschatten

De constructieve contacten tussen West-Vlaamse en Noord-Franse bestuursniveaus zijn het resultaat van het jarenlang uitbouwen en onderhouden van vriendschapsrelaties. Gedeputeerde Marie-Claire Van der Stichele-De Jaegere was een pionier. Gouverneur Paul Breyne was, in opdracht van de Vlaamse regering, de eerste Vlaamse coördinator voor de samenwerking met Noord-Frankrijk en was de grensoverschrijdende samenwerking bijzonder genegen. De huidige gedeputeerde voor Externe Relaties, Jean de Bethune, zet heel wat in beweging dankzij de goede banden met zijn Franse collega’s. De provincie heeft waardevolle ervaring als facilitator om de juiste grensoverschrijdende spelers met elkaar in contact te brengen voor het opzetten van projecten die vaak door de Europese Commissie worden gecofinancierd. De voorbije zes jaar bijvoorbeeld werden zo’n 500 projecten gerealiseerd, samen met alle grensregio’s van West-Vlaanderen, goed voor een budget van 250 miljoen euro.

De institutionele samenwerking met Noord-Frankrijk is een continu proces. De voorbije jaren is deze samenwerking dan ook intensiever en gediversifieerder geworden. ‘Intensiever’ omwille van de veelheid aan institutionele partners waarmee de provincie momenteel samenwerkt: niet enkel meer met het département du Nord, maar ook département du Pas-de-Calais, région Hauts-de-France, intercommunale verenigingen tot zelfs de Franse Staat. ‘Gediversifieerder’ omwille van het feit dat grensdossiers steeds complexer worden en de betrokkenheid van meerdere bevoegde instanties vereist is, zoals bijvoorbeeld de herbestemming van de grenspostsite te Callicanes. Opeenvolgende hervormingen van de verschillende bestuursniveaus in beide landen met bijhorende bevoegdheidsverschuivingen tot gevolg liggen ongetwijfeld aan de basis van deze evolutie. Samenwerking over de grenzen heen blijft een uitdaging, ook na meer dan dertig jaar institutionele samenwerking en meer dan vijfentwintig jaar Europees cohesiebeleid.

Een stabiele as met département du Nord

Sinds 1989 hebben het département du Nord en de provincie West-Vlaanderen gezamenlijk een zeventigtal projecten opgezet, voornamelijk op het vlak van toerisme, cultuur, water en landbouw. Talrijke uitwisselingen, studiebezoeken, technische en politieke ontmoetingen gaven aanleiding tot concrete initiatieven en projecten, of lagen aan de basis van specifieke overeenkomsten. Maar ook dit samenwerkingsverband voelde de gevolgen van de meest recente institutionele en territoriale hervormingen die zowel het département du Nord als de provincie West-Vlaanderen respectievelijk sinds 2015 en 2018 hebben doorgemaakt. Hoewel deze hervormingen aan beide kanten van de grens asymmetrisch verliepen – West-Vlaanderen verloor persoonsgebonden bevoegdheden terwijl sociale acties in het département du Nord net werden versterkt – zijn beide overheden er toch in geslaagd op een efficiënte manier te blijven samenwerken rond thema’s die de grensbevolking aanbelangen en blijft het dertigjarige partnerschap tussen de provincie West-Vlaanderen en het département du Nord een stabiele as in de Frans-Belgische grensoverschrijdende samenwerking. Dit vertaalt zich niet alleen in een meer geïntegreerde en transversale aanpak maar ook in het feit dat beide overheden hun bevoegdheden om te faciliteren niet hebben verloren, integendeel. De voorbije jaren slaagden de provincie en het département erin noodzakelijke initiatieven op te zetten rond grensoverschrijdende uitwisseling van data en grensarbeid.

Intensievere samenwerking met département Pas-de-Calais door de Brexit

Met het département du Pas-de-Calais worden de banden sinds een kleine tien jaar aangehaald. Pas-de-Calais vertoont met zijn KMO-weefsel, zijn landbouwsector en zijn afwezigheid van een grote metropool, opvallende gelijkenissen met West-Vlaanderen. Om de banden te versterken en de louter projectmatige samenwerking te overstijgen, werd in 2014 in Atrecht (Arras) een intentieverklaring tot bilaterale samenwerking ondertekend. Deze verklaring had ook tot doel de banden met Kent County Council te versterken waarmee het département du Pas-de-Calais een historische band heeft. Ook met dit Engelse Graafschap werd in 2014 in Ieper – niet toevallig de aanvang van de herdenkingsperiode van de Grote Oorlog – een verklaring ondertekend. Deze tripartiete samenwerking kwam, paradoxaal genoeg, in een stroomversnelling door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Deze terugtrekking zal een aanzienlijke impact hebben op ons grensgebied en de nieuwe relatie die het Verenigd Koninkrijk zal aangaan met de Europese Unie zal ongetwijfeld onze banden veranderen. Meer dan ooit zal het nodig zijn de grensoverschrijdende samenwerking met de Britten te intensiveren. Daarom beslisten de Franse departementen Pas-de-Calais en Nord, de Belgische provincies West- en Oost-Vlaanderen, de Nederlandse provincie Zeeland en het Britse graafschap Kent gezamenlijk een nieuwe vorm van multilaterale samenwerking op te zetten: het Comité van de Kanaalzone aan de Noordzee (Straits Comittee, Comité du Détroit). Het Comité dat samenwerking en dialoog vooropstelt, heeft tot doel de uitdagingen die de Brexit met zich zal meebrengen te verzachten, door de relaties tussen de instellingen te versterken en uit te breiden tot de spelers in het gebied van de Kanaalzone, voor wat betreft zowel verenigingen, universiteiten, economische spelers en andere lokale en regionale partners.

Région Hauts-de-France

De région Hauts-de-France (tot 31 december 2015 “région Nord-Pas de Calais”) heeft sinds de laatste territoriale hervormingen belangrijke bevoegdheden als economie en mobiliteit overgenomen van het département du Nord waardoor samenwerking met dit bestuursniveau belangrijk is voor West-Vlaanderen. In het kader van het Interreg programma V France-Wallonie-Vlaanderen is région Hauts-de-France, als leidende partnerautoriteit voor het Franse deelgebied, een constructieve partner die de grensoverschrijdende belangen met West-Vlaanderen verdedigt, die op zijn beurt leidende partnerautoriteit is voor het Vlaamse deelgebied. Ook de intercommunale verenigingen namen de voorbije jaren stelselmatig specifieke bevoegdheden van de departementen en de gemeenten over. De provincie heeft voor bepaalde dossiers contacten met Métropole Européenne de Lille (MEL) en Communauté Urbaine de Dunkerque (CUD), maar er is eveneens een toenemende vraag van kleinschaligere intercommunale verenigingen om met de provincie samen te werken rond specifieke thema’s, zoals de Communauté de Communes Flandre Intérieure (CCFI) en de Communauté d’Agglomération du Pays de Saint-Omer (CAPSO). De Franse Staat, vertegenwoordigd door de Préfet van région Hauts-de-France, lanceerde dan weer naar aanleiding van de actualisering van het Frans-Belgisch parlementair rapport in 2015-2016 het initiatief om experten te verenigen rond de grensthema’s luchtkwaliteit, vrachtvervoer en grensarbeid, waarvoor gezamenlijke oplossingen moeten worden gevonden.

Paradoxen van de grensoverschrijdende samenwerking

In West-Vlaanderen is het dagelijks contact met de Franse leefwereld de afgelopen decennia sterk afgenomen. Lokale overheden in West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk zijn dus werk gaan maken van grensoverschrijdende samenwerking op het ogenblik dat spontane contacten in het dagelijkse leven met onze buurregio minder intens werden. De toenemende institutionalisering van de grensoverschrijdende samenwerking (via overeenkomsten, platformen en juridische structuren) en de financiering van grensoverschrijdende projecten (EFRO en andere fondsen) tonen dat de moeilijkheden in 1993 zwaar werden onderschat. De verdwijning van fysieke grenscontroles brachten niet meteen de verdwijning van onzichtbare barrières met zich mee, noch was ze in staat de terugval van de francofilie op te vangen. Positief is echter wel dat het bewustzijn van het belang van grensoverschrijdende samenwerking bij overheden en organisaties is toegenomen. Overal in Europa waren lokale overheden eind jaren tachtig en begin jaren negentig de trekker van de grensoverschrijdende samenwerking. De voorbije jaren gingen ook andere overheden en organisaties zich professionaliseren : de Vlaamse overheid en zijn agentschappen, centrumsteden, belangenorganisaties zoals UNIZO en VOKA, etc. Bovendien is de economische dynamiek buiten de grenzen enorm toegenomen: er zijn meer contacten tussen bedrijven als gevolg van het opengaan van de grenzen.

De mogelijke sluiting van grenzen tijdens crisissen toont aan dat de grensoverschrijdende samenwerking niet verworven is

De toegenomen complexiteit in de besluitvorming, zowel in Vlaanderen maar vooral in Frankrijk, zorgt ervoor dat het moeilijker is plaats te maken voor een grensoverschrijdende dimensie, net op een ogenblik dat iedereen zich meer bewust wordt van de noodzaak ervan. Het wordt moeilijker op korte termijn concrete resultaten neer te zetten. De veelheid aan grensoverschrijdende structuren en de administratieve rompslomp van Europese programma’s brachten evenmin vereenvoudiging voor grensoverschrijdende samenwerking met zich mee. Toch merken we tegelijkertijd dat op nieuwe vlakken samenwerkingen tot stand komen. Voor het eerst ontstonden – mede dankzij Europa – grensoverschrijdende projecten en samenwerkingsverbanden inzake economie en innovatie, terwijl voorheen de samenwerking zich voornamelijk stoelde op minder complexe en meer zichtbare thema’s als toerisme, cultuur en jeugd. Toch zal het vooral dankzij rechtstreekse contacten tussen mensen zijn, via taal, cultuur, toerisme en jeugd, dat de grensoverschrijdende samenwerking gestalte zal blijven krijgen.

Moed, geduld en vertrouwen

Dans le transfrontalier, il faut de l’audace et de la patience, stelde de Fransman Pierre Mauroy, voormalig premier, burgemeester van Rijsel en promotor van de Eurometropool. Moed en geduld zijn zeker nodig, maar ook vertrouwen. Ondanks alle stimulansen van de Europese Commissie blijft het vertrouwen tussen mensen de basis om over grenzen heen samen te werken. Ondanks heel wat investeringen, projecten en initiatieven blijven obstakels in de grensregio’s nog talrijk voor de 30% van de Europese bevolking die in deze grensregio’s woont. Moed, geduld én vertrouwen zullen nu meer dan ooit de sleutelwoorden zijn, na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en na de Covid-19 crisis. Deze historische gebeurtenissen zullen zonder twijfel littekens nalaten op de Frans-Vlaamse grensregio. In een artikel dat op 25 maart 2020 in France Info verscheen, verwoordde een journalist de gevolgen van de Belgische maatregelen naar aanleiding van de epidemie van het coronavirus Covid-19 op het leven aan de grens als volgt : “… depuis les mesures de confinement liées à l’épidémie de coronavirus Covid-19 et les restrictions de circulation imposées chez nos voisins, la frontière a pris des allures de Berlin à l’époque de la Guerre Froide”. Sinds de Koude Oorlog hebben wij de grens niet meer zo hard gevoeld. De woorden van Karl-Heinz Lambertz krijgen een wrange ondertoon en houden zonder meer de waarschuwing in waakzaam te blijven. De mogelijke sluiting van grenzen tijdens crisissen toont aan dat de grensoverschrijdende samenwerking niet verworven is. We zullen dus met zijn allen voor een belangrijke uitdaging staan eens deze crisis achter de rug is. De provincie West-Vlaanderen zal, als enige Vlaamse grensprovincie met Frankrijk én als volwaardige partner van het Europese cohesieverhaal, een belangrijke rol blijven spelen in de grensoverschrijdende samenwerking. Alleen door samen te werken kunnen crisissen worden overwonnen.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.