Publicaties
Ervaringskunstenaar Philip Vermeulen maakt meeslepende machines
0 Reacties
© Lotte Stekelenburg
© Lotte Stekelenburg © Lotte Stekelenburg
kunst

Ervaringskunstenaar Philip Vermeulen maakt meeslepende machines

Philip Vermeulen (1986) raakte als kind overweldigd toen hij naar bomen keek en het leek alsof ze zijn huis binnendrongen. De kunstenaar uit Den Haag bouwt nu zelf zulke overrompelende ervaringen, in de vorm van grote installaties. Effectbejag zul je bij hem niet vinden, wél een even speelse als onderzoekende houding.

Het begon met een stuk afdekzeil, wapperend in de wind. Philip Vermeulen raakte gefascineerd door de flappende beweging en het geluid. Na veel testen en spelen ontstond Flap Flap (2018): een staaf die aangestuurd kan worden, zodat een groot stuk zeil op en neer beweegt – wat een flink kabaal met zich meebrengt. De bewegingen kunnen geprogrammeerd worden; Vermeulen spreekt daarom ook van een compositie of choreografie, woorden die haaks lijken te staan op “spelen” en “testen”. Maar dat past juist perfect bij het heerlijk paradoxale van zijn werk: hij lijkt op rationele wijze emotionele reacties uit te willen lokken.

Gevoel van gevaar

Vermeulens installaties zijn sterk geworteld in twee kunsttradities die op het eerste oog moeilijk met elkaar verenigd kunnen worden. Enerzijds is hij schatplichtig aan de kinetische kunst, de nogal onduidelijk omlijnde kunststroming die zowel bewegende kunstwerken omvat als lichtkunst en opart. Daarbij had je onderling heel diverse kunstenaars – van introverte schilders tot installaties bouwende macho’s – die wél vaak de interesse in wetenschap deelden, en dan specifiek de samenwerking tussen oog en hersenen. Zo zou er objectieve kunst gemaakt kunnen worden die door iedereen op dezelfde wijze ervaren zou worden.

Opartachtige gezichtsillusies zijn te zien in Vermeulens 10 Meters of Sound (2014-2018), dat aangekocht is door Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Vier elastieken, tien meter lang, draaien rond en beginnen te golven, waardoor er moirépatronen ontstaan. Die volgen elkaar na een tijdje in hoog tempo op, zodat ze bijna onbevattelijk worden: wat je net zag, is een seconde later alweer weg.

Bovendien zorgen de elastieken voor een gevoel van gevaar. De afzetting houdt je op afstand, maar er blijft een gevoel van “wat als ze knappen?” Dat gevoel verbindt Vermeulens werk met een andere traditie: die van het sublieme, het gelijktijdige gevoel van angst en bewondering. Het Rijksmuseum Twenthe wijdde in 2015 een expositie aan William Turner, de negentiende-eeuwse schilder die bekendstaat om zijn imposante landschappen en weergaves van natuurgeweld.

Terwijl Turner ervaringen weergaf – of misschien nog eerder: doorgaf –, máákt Vermeulen ze juist. Zijn installaties stellen niets voor, in de zin dat ze geen representaties zijn van bijvoorbeeld een schipbreuk of berglandschap. Tegelijkertijd is het moeilijk ze echt abstract te noemen wanneer ze zich zo groot aan de toeschouwer voordoen: een flink zeil, grote elastieken, tennisballen die met een rotvaart door de ruimte schieten. Het zijn gewoonweg apparaten die sterke reacties en ervaringen kunnen oproepen. Hoezeer Vermeulen in zijn loods ook experimenteert en dingen uitprobeert, het gaat hem er uiteindelijk om dat toeschouwers op zijn installaties reageren. Naast het sublieme zou hij ook graag de extase in zijn werk willen vangen: de intense emotie die hij beschrijft als het moment waarop je één lijkt te zijn met alles om je heen.

Verdwijnen in kunstwerken

Vermeulen ging tweeënhalf jaar naar een meer traditionele kunstacademie (inclusief een jaar zittenblijven, merkt hij op), maar voelde zich daar niet op zijn plaats. Hij was te veel een ongeleid projectiel dat vooral zelf wilde experimenteren, vertelt hij. Achteraf vond hij ook dat de daar behandelde kunstgeschiedenis te beperkt was. Er was weinig aandacht voor kinetische kunst, om van film en geluid nog maar te zwijgen. Zijn draai vond hij wel bij de ArtScience Interfaculty in Den Haag, een interdisciplinair samenwerkingsverband tussen de kunstacademie en het conservatorium in die stad. Onderzoek en technologie spelen belangrijke rollen, net als kruisbestuivingen tussen beeldende kunst, muziek, theater en film. De eerste keer dat Vermeulen van ArtScience hoorde, was toen iemand hem vertelde over een kunstopleiding waar studenten eerst potloden in hun ogen moesten duwen om daarna te tekenen wat ze zagen. Dáár moest hij heen, vertelt hij lachend.

Ook zonder technische kennis zie je gemakkelijk hoe zijn installaties functioneren

Vermeulen schreef aan ArtScience een afstudeerscriptie over het sublieme. Brewing the Sublime (2017) laat zich lezen als een kruising tussen een kookboek en een lang essay en later in boekvorm is uitgebracht. Hij vertelt daarin dat hij als kind uit het raam staarde en zag hoe de afstand tussen hem en de bomen buiten steeds veranderde. Langzaam leken ze de kamer binnen te komen: “Ik raakte er enigszins in paniek door, maar ik vond het ook erg fijn om dit te zien en mee te maken.” Dat gevoel herkende hij later in de kunst van mensen als Mark Rothko, Yves Klein en Kurt Hentschläger. In hun kunstwerken kon hij verdwijnen, en in zijn eigen werk streeft hij naar eenzelfde gevoel van onderdompeling.

Daarna volgt een verkenningstocht door de verschillende definities van het sublieme én de vraag of en hoe je dat fenomeen kunt oproepen. In de tekst komen regelmatig recepten voor, maar een sluitende methode is er niet. Het blijft een kwestie van experimenteren: “Ontdek verschillende ingrediënten in allerlei soorten media: geluid, licht, natuurkunde, natuur. Probeer met hen te koken door ze in extreme mate toe te passen. Wanneer kookt het, wanneer brandt het?” De vaak absurde recepten laten wel zien hoe onmogelijk die onderneming is: voor een daarvan moeten er bijvoorbeeld bergen, zeeën en zelfs universums in de blender gestopt worden.

Geen effectbejag

In zijn scriptie heeft Vermeulen bovendien kritiek op Rain Room van het kunstcollectief Random International, een installatie die een indrukwekkende ervaring probeert te creëren door bezoekers midden in een stortbui te laten lopen terwijl ze droog blijven. Hoe het precies werkt, willen de ontwerpers niet onthullen omwille van de magie – die Vermeulen afdoet als “Disneyachtig”. Die kritiek zegt veel over zijn eigen houding, die iets eerlijks en onderzoekends heeft. Ook zonder technische kennis is het gemakkelijk te zien hoe zijn installaties functioneren. Die eerlijkheid houdt effectbejag op veilige afstand. Daarin schuilt bovendien weer een van die mooie tegenstellingen in Vermeulens werk: het is duidelijk welke ingrediënten de kunstenaar inzet, maar dat valt pas later op. Op het moment zelf laat je je gewoon meeslepen.

Een van Vermeulens belangrijkste ingrediënten is geluid. Weinig dingen roepen zo’n directe reactie op als een plotse klap of knal; weinig voelt zo overweldigend aan als constant lawaai. Physical Rhythm Machine / Boem Boem (2017) is een van Vermeulens bekendste werken. Hij maakte het tijdens zijn afstuderen aan ArtScience, en het was later onder meer te zien in kunstinstellingen, op mediakunstfestivals en op een popfestival. Tennisballen worden met een snelheid van 150 kilometer per uur (!) tegen houten klankkasten geschoten, waarna er knallen klinken. Vermeulen geeft de bezoekers instructies waar ze veilig kunnen lopen, maar het geheel behoudt iets hachelijks: te ver van het pad afwijken kan vervelende gevolgen hebben.

Het gaat Vermeulen er uiteindelijk om dat toeschouwers op zijn installaties reageren

Dat Vermeulens ingrediënten makkelijk herkenbaar zijn, heeft er ook mee te maken dat hij ze graag uit elkaar trekt, isoleert en vervolgens versterkt of anderszins verandert. Dat volgt uit zijn interesse in publieksreacties. Objectieve kunst interesseert hem niet: de subjectieve ervaring is veel interessanter. Als voorbeeld haalt hij INT/EXT (2015) aan, een installatie die op het eerste gezicht atypisch voor hem lijkt. In een compleet donkere ruimte schijnt na een tijdje opeens een klein beetje licht, dat zeer subjectieve nabeelden oproept. Het kunstwerk lokt even verschillende reacties uit: het kreeg drie mensen aan het huilen – eerder door paniek dan ontroering –, terwijl het anderen juist onverschillig liet.

Dat wil niet zeggen dat de installatie mislukt is: je kunt er eerder de gelegenheid in zien om verder te spelen, te experimenteren en te tweaken. De nieuwe versie van INT/EXT moet nog meer mensen aan het huilen krijgen, grapt Vermeulen. Een installatie die bij iedereen precies hetzelfde gevoel oproept, hij moet er ook niet aan denken. Want wat moet hij daarna nog doen?

www.philipvermeulen.com

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.