Publicaties
Opnieuw leren lijden. Damiaan Denys over de stand van de Nederlandse psychiatrie
0 Reacties
recensie
maatschappij

Opnieuw leren lijden. Damiaan Denys over de stand van de Nederlandse psychiatrie

Niet alleen het neokapitalisme is de oorzaak van ons onbehagen, betoogt hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys in Het tekort van het teveel. Het ligt ook aan de condition humaine: de eeuwige worsteling met ons onvermogen. Maar hoe herstellen we dan de verstoorde balans tussen welvaart en welzijn?

There's something rotten in the state of Holland. Nederland staat tiende op de index van meest ontwikkelde landen, bezet de zesde plek op de World Happiness Index en besteedt van alle Europese landen het meeste geld aan geestelijke gezondheidszorg (GGZ) als percentage van het nationale inkomen. Toch stijgt het aantal mensen dat gebruikmaakt van de GGZ zienderogen: tussen 1980 en 1997 bijvoorbeeld verdubbelde het aantal aanmeldingen. En toch zijn de wachtlijsten langer dan ooit, de artsen ongelukkig en de patiënten ontevreden over de zorg die ze krijgen.

Deze situatie noemt de Vlaamse, in Amsterdam werkende, hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys “het tekort van het teveel”, meteen de titel van zijn jongste boek. Denys studeerde filosofie en psychiatrie en is gespecialiseerd in onderzoek naar angst. Als een van de eersten in de Lage Landen past hij diepe hersenstimulatie toe bij psychiatrische aandoeningen. Hij publiceerde, behalve academische werken, ook een aantal publieksgerichte boeken.

Maar Denys is meer dan een behandelende arts. Sinds hij een “monoloog over angst” in de theaterzalen bracht, is hij sterk aanwezig in de media. Zijn doortocht in Zomergasten (2015) heeft zijn bekendheid verder doen toenemen. Drie jaar later gaf hij in Amsterdam een TED-talk over onze angst om te leren. Samen met zijn collega’s Paul Verhaeghe en Dirk De Wachter is hij intussen een van de meest gevraagde duiders van ons onbehagen – een rol die in de pers tegenwoordig vooral aan psychiaters toebedeeld wordt; niet verwonderlijk in een tijd waarin elke krant bijna dagelijks bericht over “mentale problemen”. Hij is wel de enige die zijn naam tot een logo heeft gemaakt.

Samen met zijn collega’s Paul Verhaeghe en Dirk De Wachter is Denys intussen een van de meest gevraagde duiders van ons onbehagen

De boodschap van Verhaeghe en De Wachter, is, alle verschillen in acht genomen, opvallend gelijklopend. We leven in een waardencultuur die ons ziek maakt. Een oververhitte, overprikkelde samenleving waarin het moeilijk geworden is te beseffen dat we maar mensen zijn – geen Übermenschen, geen machines. Dat het nu eens goed gaat, dan weer slecht. Dat het perfect normaal en menselijk is om je nu en dan wat minder te voelen. Bij Verhaeghe is het neokapitalisme de grote boosdoener: die heeft ons haar waardencultuur zo dominant opgelegd, dat we ze geïnternaliseerd hebben. We denken dat we alleen nog meetellen als we productief zijn. Volgens De Wachter is de remedie tegen dat idee relatief eenvoudig: we moeten weer leren “een beetje ongelukkig” te zijn en wat meer tijd te nemen voor elkaar.

Niet meer, maar minder

De analyse die Damiaan Denys maakt in Het tekort van het teveel, leidt tot gelijkaardige conclusies. Maar ze komt op een heel andere manier tot stand. In het eerste deel van zijn boek maakt hij een systeemanalyse van de Nederlandse GGZ, die slechts als illustratie moet dienen voor een evolutie die ook in andere westerse landen aan de gang is. Zowel het zorgstelsel (het beleid en de organisatie van de GGZ), het zorgaanbod (de geneeskundige kant van de psychiatrie) als de zorgvraag (de hulpvraag van de patiënt) is uit zijn voegen gebarsten. Elke geleding verwacht op haar beurt te veel van de andere geledingen. De oplossing die tot nu toe gehanteerd werd – steeds méér, meer geld, meer mensen, meer patiënten, betere cijfers – heeft geleid tot het debacle van vandaag.

Volgens Denys moet de psychiater de uitzondering vormen, niet de regel zijn

Denys wil de denkrichting veranderen: we moeten niet naar meer van alles, maar juist naar minder. Er zijn heldere afbakeningen nodig en minder bureaucratie, zodat iedereen weet wie precies waarvoor instaat – en vooral: waarvoor ook niet. De overheid moet minder regelneverij willen en meer vertrouwen hebben in de artsen. De patiënt moet beseffen dat niet elk lijden een psychiatrische aandoening is die behandeling behoeft – en als hij toch behandeling nodig heeft, dat een volledige “genezing” een illusie is. De psychiater moet oordeelkundig uitmaken aan welke ziekte iemand lijdt, nadat de GGZ-arts, een nog niet bestaand statuut dat Denys wil invoeren, de schifting heeft gemaakt en besloten wie echt behoefte heeft aan een psychiater. Dat zijn, in Denys’ ogen, alleen die mensen die lijden aan een zware psychische stoornis zoals schizofrenie. Voor alle andere mensen met mentale problemen moet een bezoek bij de psychiater “een beetje ongemakkelijk” blijven, vindt Denys – de psychiater moet de uitzondering vormen, niet de regel zijn.

Leren accepteren

Dat is in een notendop het eerste deel van Het tekort van het teveel. Het slechte nieuws is dat deze heel lang uitgesponnen analyse erg academisch aandoet, dat Denys’ vertelstem vaak pedant en soms ronduit arrogant klinkt, zoals ze zich graag verliest in filosofische spielereien waar alleen de auteur wat aan heeft, en dat ze eerder geschreven lijkt voor beleidsmakers dan voor een geïnteresseerde lezer. Denys was drie jaar lang voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, wellicht is dit gedeelte van het boek vanuit die bestuurdersrol geschreven. Maar er is ook goed nieuws voor die geïnteresseerde leek: die kan de eerste honderdvijfenzeventig pagina’s zonder enige schroom ongelezen laten. Alleen de laatste vijfenzeventig bladzijden zijn echt interessant. Bovendien worden ze ingeleid door een korte samenvatting van het eerste gedeelte, de probleemstelling, waarin je alles meekrijgt wat van belang is.

Wat is nu de oplossing die Denys voorstelt? Kort gezegd: het beperken van de taken van de GGZ. De worsteling die elke mens ervaart als hij probeert zijn leven zin te geven, de onveranderlijkheid van de condition humaine – die moet niet gemedicaliseerd worden. Denys: “We hebben al eeuwen filosofie, wetenschap, kunst en hobby’s, waaronder tuinieren, koken, wandelen, lezen en fietsen om ons toegang te verschaffen tot zingeving en geluk.” Het is niet de taak van de psychiatrie om mensen “een boeiend bestaan te garanderen”. Evenmin is het haar opdracht om alle lijden weg te nemen. Integendeel: mensen moeten het leren te accepteren, anders te bekijken. “Lijden”, stelt Denys, “is geen defect dat om herstel vraagt maar een bereidheid om de werkelijkheid te eerbiedigen.”

Onze cultuur leert ons dat een gebrek aan productiviteit een probleem is, en dat problemen doelmatig kunnen worden opgelost. Maar zo werkt het niet voor mensen

Ook onze cultuur speelt daarin een rol. Al wat emotie is, wordt bekeken door de bril van de psychologie of de psychiatrie, en heus niet alleen in damesbladen. Terwijl er vroeger alleen de kunst was, en de literatuur – je zou er ook nog religie bij kunnen zetten. Die boden “de context om onze gevoelens te uiten”, schrijft Denys, “waardoor het lijden het aroma van een esthetische essentie met zich meedroeg.” Doordat het in de dominante cultuur vandaag geen plek meer heeft, is het lijden van zijn betekenis beroofd – en dus “onduldbaar” geworden, aldus de zenuwarts. We weten niet meer hoe we ermee om moeten gaan, we willen het snel en via een doeltreffende procedure opheffen.

Onze cultuur leert ons dat een gebrek aan productiviteit een probleem is, en dat problemen doelmatig kunnen worden opgelost. Maar zo werkt het niet voor mensen. Het lijden aanvaarden, stelt Denys, is juist een zaak van níét handelen – iets waar veel kracht voor nodig is en waar we notoir slecht in zijn geworden. In zijn visie is de psychiatrie zelf ook een artistieke discipline, lijkt hij zelfs te suggereren – of waarom spreekt hij anders over “de medische kunsten” en “het spel van de diagnose”?

Zelf zin geven

Net als Verhaeghe en De Wachter pleit Denys dus impliciet voor een ander soort cultuur, waarin de mens dichter bij zichzelf kan blijven en bij zijn onvermogen. Waarin hij niet probeert een perfecte productiemachine te zijn, een pogen dat alleen maar tot meer onvervuldheid leidt, maar zelf zin probeert te geven aan dat zinloze mensenleven; in connectie met andere mensen, zou vooral Dirk De Wachter daaraan toevoegen, die zijn worsteling herkennen.

De oorzaak van de huidige waardencultuur ligt in de mens zelf

Maar anders dan Verhaeghe legt Denys de oorzaak van de huidige waardencultuur niet in de eerste plaats bij een sociaaleconomisch systeem – het neokapitalisme, al heeft dat systeem geen gunstige invloed. Nee, de oorzaak ligt evenzeer in de mens zelf, in zijn eeuwige ongenoegen en zijn wens om die ongedaan te maken. De waardencultuur waar we nu in leven is voor Denys dus niet exclusief gebonden aan dit tijdsgewricht – ze is in meer of mindere mate van alle (menselijke) tijden. En omdat de oorzaak bij de mens hoort, is de crisis waarin de psychiatrie verkeert natuurlijk niet alleen een crisis van de psychiatrie, zo is Denys een mogelijke kritiek voor. De dynamiek van “het tekort van het teveel” is in westerse landen allesdoordringend en laat zich behalve in de zorg ook zien in onderwijs, justitie, wetenschap, economie, politiek en media.

Hoe de dynamiek te keren en de balans tussen welvaart en welzijn te herstellen? In ieder geval vanuit het besef dat “misschien niet de mens maar wel de ziel op zijn best is in tijden van relatieve schaarste”, vindt Denys. Met vele vakbroeders, kunstenaars, klimaatjongeren en andere wakkere burgers deelt hij de indruk “dat we langzaam afscheid moeten nemen van oude normen en waarden”. Maar de mens wil van nature te veel, dus dat zal niet vanzelf gaan. In zijn slotwoord verwoordt de filosoof wat elke denkende mens vandaag al weet: “Er is verzet nodig.”

Damiaan Denys, Het tekort van het teveel. De paradox van de mentale zorg, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2020, 280 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.