Publicaties
Ons koloniale verleden moet ons bewuster maken van moderne slavernij
1 Reacties
Snijpunt
maatschappij

Ons koloniale verleden moet ons bewuster maken van moderne slavernij

Waarom hebben de Nederlandse en Belgische overheden nog altijd geen officiële excuses aangeboden voor het leed dat werd aangericht in hun voormalige kolonies? Moeten er eigenlijk wel excuses komen? Een collectief wit schuldgevoel aankweken is contraproductief, maar we kunnen wel werken aan een groeiend besef van privilege dat ons niet blind maakt voor moderne vormen van slavernij.

Het leek alsof er begin januari 2018 een nieuwe Beeldenstorm was uitgebroken. Toch als je sommige media en politici, onder wie de Nederlandse premier Mark Rutte, moest geloven. De aanleiding? De vermeende verwijdering van de buste van Johan Maurits van Nassau uit het Mauritshuis in Den Haag. De verwijdering vond, volgens een woordvoerder van het museum, plaats als gevolg van “de groeiende maatschappelijke discussie over het slavernijverleden van Nederland”. Johan Maurits van Nassau, een achterneef van Willem van Oranje, was immers niet alleen stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, hij was ook een tijd in dienst van de West-Indische Compagnie en verdiende enorm veel geld met de trans-Atlantische slavenhandel. Dat geld gebruikte hij onder meer om zijn weelderige stadspaleis te bouwen.

Uiteindelijk bleek dat het beeld gewoon was verplaatst, ging het dus om een storm in een glas water. Maar de zaak toont wel de gevoeligheid aan omtrent een paar grote, maar beladen namen uit de Nederlandse geschiedenis. En omtrent de onverkwikkelijke zaken waar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in betrokken was tijdens haar Gouden Eeuw.

In België stuit het vernieuwde Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, omgedoopt tot AfricaMuseum, dan weer op de nodige kritiek. Op zich is het al een bizar idee dat je een evenwichtig museum probeert uit te bouwen rond kolonisatie, terwijl je gehuisvest blijft in een majestueus pand dat is neergepoot ter eer en glorie van Leopold II, die “de beschaving naar Congo bracht”. Die beschaving ging gepaard met slavernij, uitbuiting, het afhakken van handen en wat we nu een onversneden genocide zouden noemen.

Militant versus gezapig debat

Het debat over het AfricaMuseum bleef beperkt tot het obligate rondje opiniestukken zonder veel impact. Hoe anders gaat het eraan toe in Nederland. Daar blijft een mondige zwarte gemeenschap hameren op de ongenuanceerde verering van zeehelden met een dubieus verleden en bekladt een actiegroep als De Grauwe Eeuw standbeelden.

In België gaat het er minder militant aan toe, haast gezapig. Zo besliste de stad Gent onlangs nog om de naam van de Leopold II-laan niet te wijzigen. Pikant detail: omstreden figuren van buitenlandse origine vallen veel makkelijker van hun sokkel. Zo had de stad Leuven er in 2012 geen enkel probleem mee om het Fochplein, vernoemd naar een Franse maarschalk uit de Eerste Wereldoorlog, om te dopen tot het minder martiale Rector de Somerplein.

De nogal milde blik van de Belgen op hun kolonisatie van Congo werd alvast niet gedeeld door een werkgroep van de Verenigde Naties. Die bezocht het land om onderzoek te voeren naar racisme en xenofobie tegenover inwoners van Afrikaanse origine. Niet alleen vonden ze het onbegrijpelijk dat in het AfricaMuseum nog tal van beelden staan die een propagandistisch beeld ophangen van de kolonisatie. Ze kwamen ook tot de conclusie dat veel van het hedendaagse racisme in België zijn oorsprong vindt “in het gebrek aan erkenning van de ware omvang van het geweld en het onrecht van de kolonisatie”. Volgens de commissie is het dan ook noodzakelijk dat België zich expliciet excuseert voor het koloniale verleden in Congo.

Voorlopig geen excuses

Daarmee is het hoge woord er uit: excuses. Europa worstelt met de vraag of ze expliciet schuld moeten bekennen voor de ellende veroorzaakt door de kolonisatie en de slavenhandel. Men verwijst daarbij vaak naar Emmanuel Macron, die in 2017 het koloniale beleid van Frankrijk al een “misdaad tegen de menselijkheid” noemde. Maar van officiële excuses is, na ruim twee jaar presidentschap, vooralsnog geen sprake. Wel is er een voorzichtig begin gemaakt met de teruggave van geroofde Afrikaanse kunst die zich in Franse musea bevindt. Bovendien erkende hij dat het Franse leger zich te buiten is gegaan aan martelingen en ongeoorloofde executies tijden de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog.

De Belgische premier Charles Michel heeft zich alleen geëxcuseerd tegenover de “halfbloed-kinderen”

Maar deze ene zwaluw maakt de lente niet en vliegt bovendien erg traag. De Belgische premier Charles Michel heeft zich alleen geëxcuseerd tegenover de zogenaamde “halfbloedkinderen”, die werden geboren uit een relatie tussen een witte koloniaal en een zwarte vrouw. Zij werden na de onafhankelijkheid weggehaald bij hun moeder en ondergebracht in weeshuizen.

In Nederland weigerde het kabinet-Rutte in te gaan op een vraag van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb om verontschuldigingen aan te bieden voor het slavernijverleden. Ook landen als Duitsland, Groot-Brittannië, Italië en Spanje zijn vooralsnog niet van plan om zich te excuseren voor de koloniale periode en/of de slavernij.

Opmerkelijk daarbij is wel dat Europa minder problemen heeft met het erkennen en vergoeden van wandaden gepleegd op het eigen continent. De Nederlandse Spoorwegen (NS) gaan nabestaanden en overlevenden van de Holocaust schadevergoedingen betalen. De NS doen dit omdat de spoormaatschappij een onmiskenbare rol speelde in het transport van tienduizenden Joden naar het Kamp Westerbork, van waaruit ze werden overgebracht naar de concentratiekampen. Duitsland tekende in 1952 al een Wiedergutmachung-akkoord waarbij het de staat Israël compensaties zou betalen voor de Joodse slachtoffers van het naziregime.

Bang voor schadeclaim?

Ligt het probleem daar? Wie excuses aanbiedt en schuld bekent, stelt zich ook bloot aan een mogelijk schadeclaim. In 1999 plakte de African World Reparations and Repatriation Truth Commission voor het eerst een cijfer op de compensatie voor de slavernij en kolonisatie. Volgens de organisatie moest het Westen zo’n 777 biljoen dollar betalen aan Afrika. In de Verenigde Staten berekende men dan weer dat de Afro-Amerikaanse gemeenschap recht heeft op zo’n 14 biljoen dollar ter compensatie van het leed en de achterstelling veroorzaakt door slavernij.

Dat zij bedragen die je naar de adem doen happen. En toch, in 1833 keerde de Britse regering bij de afschaffing van de slavernij het hedendaagse equivalent van 17 miljard pond uit als schadevergoeding. Dat geld ging echter niet naar de slaven, maar naar hun voormalige eigenaars; ter compensatie van het “verlies van menselijk bezit”. Het is een indicatie van de economische waarde die gegenereerd werd door het systeem van slavernij.

Bij de afschaffing van de slavernij betaalde de Britse regering 17 miljard pond schadevergoeding uit. Aan de voormalige eigenaars van slaven

Toch lijkt het weinig zinvol om van het Westen een economische woestenij te maken door compensatiegelden van dergelijke omvang bij elkaar te schrapen. Nog los van de praktische bezwaren – Aan wie moet je betalen? En wie moet er precies opdraaien voor welk bedrag? Moeten Europese landen die nooit kolonies hadden ook opdraaien voor de schadevergoeding? – is er ook een moreel dilemma.

Neen, het gaat er niet om dat de slavenhandelaars en kolonisatoren ook maar “kinderen van hun tijd” waren. Al in 1615 trok Bredero in zijn toneelstuk Moortje fel van leer tegen de slavenhandel: “Onmenselijck gebruyck! Godloose schelmerij! Dat men de menschen vent tot paertsche slavernij. Maar 't sal Godt niet verhoolen blijven.”

Dit was in de eerste plaats uiteraard gericht tegen de Spanjaarden en Portugezen, allebei concurrenten op de wereldzeeën. Toen ook de Hollandse Republiek deel kon nemen aan die lucratieve handel, smolten de bezwaren snel weg. Niet in de laatste plaats omdat elk theologisch en moreel bezwaar werd weggewuifd door te wijzen op de ”inferieure ontwikkeling” van de zwarte bevolking. Of hoe slavenhandel de weg bereidde voor het racisme van vandaag.

Als het Westen zijn verleden verwerpt als immoreel, impliceert dit dat het nu de boel op orde heeft. Niets is minder waar

Tegelijk is slavernij geen louter Europees gegeven, en het werd ook niet uitgevonden door de Europeanen. De trans-Atlantische slavenhandel was een haast industriële schaalvergroting van praktijken die al eeuwen aan de gang waren. Elke man, vrouw of kind van de tientallen miljoenen die werden vervoerd op de slavenschepen was gevangengenomen en/of verkocht door een Afrikaanse of Arabische tussenhandelaar.

Als het Westen zijn verleden verwerpt als immoreel impliceert dit dat het vandaag de boel helemaal op orde heeft. Niets is minder waar: racisme en xenofobie lijken alleen maar toe te nemen op het oude continent. Een reden te meer om niet te blijven hangen in polemische en polariserende claims over het verleden.

Bewust van moderne slavernij

Het verleden moet een ankerplaats zijn, maar mag geen gevangenis worden. De blik zou op de toekomst gericht moeten zijn. Op dat vlak is het aankweken van een collectief wit schuldgevoel contraproductief. Niemand kan verondersteld worden zich schuldig te voelen over onrecht dat generaties voor zijn of haar geboorte heeft plaatsgevonden.

Wel kunnen we werken aan een groeiend besef van privilege dat ons niet blind maakt voor moderne vormen van slavernij. De International Labour Organization (ILO) en de International Organization for Migration (IOM) becijferen dat meer dan 40 miljoen mensen wereldwijd in moderne slavernij leven en 89 miljoen mensen te maken hebben met een vorm van slavernij.

Niemand kan verondersteld worden zich schuldig te voelen over onrecht dat generaties voor zijn of haar geboorte heeft plaatsgevonden

Moderne slavernij is een verborgen misdaad en ieder land heeft ermee te maken, aldus The Global Slavery Index in het jaarrapport van 2018. Moderne slavernij komt voor in vele sectoren: de kledingindustrie, de mijnen, de landbouw, in diplomatenhuizen, tot in de carwash toe. Het zijn maar een paar voorbeelden uit het rapport. En nog: we varen wel bij slavernij. De G20 importeren jaarlijks zo’n 354 miljard dollar aan risicoproducten, gelinkt aan slavernij. Om nog maar te zwijgen over een nieuw precariaat van tijdelijke contracten, onderbetaalde opdrachten en zwakke sociale statuten. Ook dat zijn vormen van moderne slavernij.

Het verleden is een anker, maar mag ons niet blind maken voor de ontmenselijking van vandaag en morgen. De blik vooruit hebben we nodig. Pas wanneer je het anker licht, ben je klaar om te vertrekken.

JefVanStaeyen

hartelijk dank, Hind Fraihi, voor uw artikel,
Toch een opmerking, én een suggestie, die laatste niet alleen voor u.

(1) de opmerking.
U schrijft: "Tegelijk is slavernij geen louter Europees gegeven, en het werd ook niet uitgevonden door de Europeanen. De trans-Atlantische slavenhandel was een haast industriële schaalvergroting van praktijken die al eeuwen aan de gang waren. Elke man, vrouw of kind van de tientallen miljoenen die werden vervoerd op de slavenschepen was gevangengenomen en/of verkocht door een Afrikaanse of Arabische tussenhandelaar."

Ik vermoed dat de Europese slavenhandel wél de eerste (en enige) vorm van slavernij was, die op "ras" (huidskleur en gelaatskenmerken) was gebaseerd. Elke vrije zwarte man, vrouw of kind was in die optiek een slaaf die nog niet gevangen genomen was (of die was ontsnapt). Vergelijkbaar met een "maverick". Eerdere vormen van slavernij waren voor zover ik weet niet op uiterlijke lichaamskenmerken gebaseerd.

Ook het feit dat de Europese slavenhandelaars anderen op jacht stuurden om zwarte mensen voor hen te vangen verandert weinig aan hun verantwoordelijkheid.

(2) de suggestie
Er kan nog wat anders gebeuren dan excuses, dan financiële schadevergoeding, en dan het teruggeven van gestolen kunst. En zelfs dan het stoppen van allerlei actuele vormen van uitbuiting.

Ik raad ieder aan op deze website een beetje door te klikken. Onderaan, bij "onze partners", en dan CODART, tot aan het kaartje met het netwerk van musea met kunst uit de lage landen: https://www.codart.nl/guide/museums/?viewmode=map : "The CODART map of museums with significant collections of Dutch and Flemish art includes 765 institutions worldwide."

Wereldwijd? Wat valt op? Geen museum met een belangrijke collectie Nederlandse of Vlaamse kunst in Zuid-Oost Azië (behalve Japan) of Afrika. Geen museum met een belangrijke collectie Nederlandse of Vlaamse kunst in de vroegere Nederlandse of Belgische kolonies.
(Over China gaan we ons geen zorgen maken maar) Waar moet een Congolees (of bij uitbreiding Afrikaan) of een Indonesiër terecht als hij Nederlandse of Vlaamse (of bij uitbreiding Europese) kunst wil zien?

Het heeft geen zin om àlle Afrikaanse kunst naar Afrika terug te sturen. Het is inderdaad zinvol dat we ook in Europa hoogwaardige Afrikaanse kunst kunnen blijven zien. Maar is het niet even zinvol dat Afrikanen in Afrika hoogwaardige Europese kunst kunnen zien? Zijn we bereid om belangrijke stukken uit onze nationale collecties (van het niveau van Van Eyck, Rubens, Van Dyck, Rembrandt, Hals, Vermeer, Ensor, Van Gogh !) aan Afrikaanse musea te schenken ("schenken" staat er, niet "lenen")?
Misschien doet het ons pijn, en wellicht vinden we allerlei loze redenen om het niet te doen ("zijn die Afrikaanse landen en hun leiders wel te vertrouwen, wordt er niet te veel oorlog gevoerd?", alsof dezelfde vragen niet voor Europa gelden), maar het lijkt me een daad (meer dan een geste) die bij echte excuses hoort.

met vriendelijke groet,

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be