Publicaties
Met kunst en seks op zoek naar bevrijding
0 Reacties
recensie De Eerste Keer
literatuur

Met kunst en seks op zoek naar bevrijding

Ze vormen een bont en merkwaardig allegaartje, de kunstenaars die Hans Depelchin samenbrengt in zijn debuutroman Weekdier. Allemaal staan ze op een kruispunt in hun leven.

In een kelder waar het geurt naar plamuur en natte hond komt een kunstzinnig gezelschap samen voor een soort afscheidsritueel. Er is een urn in het spel, de maker zit trots in het publiek. Op het podium zit een naakte actrice met melkachtige huid en compacte borsten, achter haar een pianist die mechanisch tokkelt. Er worden foto’s geprojecteerd, en ook de fotograaf zit ongeduldig op zijn wankele stoel te schuiven in het publiek.

De aanwezigen, allemaal bewoners van de Bevrijdingslaan in de hippe museumbuurt, hadden een soort happening verwacht, iets fijns, het liefst overladen met veel hapjes en nog veel meer drank. Niet deze dramatische plechtigheid, die doet denken aan een uitvaart. En zelfs die uitvaart loopt niet helemaal zoals gepland.

In de proloog van Weekdier komt alles samen waar debutant Hans Depelchin (Oostende, 1991) ook op de volgende pagina’s mee uitpakt: dromerige, haast magisch-realistische passages over kunstzinnige types die hard zoekende zijn naar de volgende stap in hun persoonlijke leven of carrière. Dat doen ze aan de hand van de meest bizarre kunstprojecten, of door seks, of soms zelfs een combinatie van beide. Ze staan op een kruispunt in het leven, want een deel van de Bevrijdingslaan moet worden gesloopt, vandaar het afscheid in de kelder.

Niet dat de kunstzinnige bewoners nu zo’n hechte band hebben met elkaar. Het enige wat ze vaak gemeen hebben, is dat ze recensies van hun werk aan de muur hebben hangen. Die kritieken zijn geschreven door Mathilde Beckers, een uitgebluste lerares in het kunstonderwijs, maar in haar vrije tijd ook kunstmedewerkster voor een kwaliteitskrant. Natuurlijk woont Mathilde ook in de Bevrijdingslaan. Ze schrijft wel over haar buren, maar ze heeft nog nooit een van hen ontmoet.

In de volgende hoofdstukken leren we de kunstenaars en hun worstelingen een voor een wat beter kennen. En uiteraard grijpen die levens op elkaar in, zijn er overlappende gebeurtenissen, al was het maar omdat de bewoners van de even kant die van de oneven kant nauwkeurig in de gaten houden, en vice versa. Ze hebben elk aan hun kant van de straat zelfs een eigen stamcafé. Het ene wat volkser, het andere jazzy en hipper dan hip. En in die kroegen speculeren ze volop over welke kant van de straat uiteindelijk zal moeten sneuvelen.

Depelchin schakelt vlot van het ene perspectief naar het andere, kan bij momenten erg grappig schrijven en durft op een scherpe manier tere punten aan te raken. Zoals de hypocrisie van de vrijgevochten actrice die samenleeft met een soort mannelijke Mia Doornaert, een macho die de meest reactionaire stukken in de krant pleegt, zonder zich iets aan te trekken van de woke kringen waarin zijn vriendin verkeert. Ze is zwanger, maar ze weet niet van wie, want voor de zekerheid heeft ze ook een progressievere minnaar genomen.

Depelchin kan erg grappig schrijven en durft op een scherpe manier tere punten aan te raken

Er is ook een beeldhouwer die in contracten laat vastleggen dat hij zijn modellen mag neuken, terwijl zijn vriendin een verdieping lager secretaresse en onthaaljuffrouw mag spelen. En er is een biseksuele pianist die tegelijk een relatie probeert te hebben met een meisje en haar halfbroer, terwijl die dat niet van elkaar mogen weten.

Depelchin doorspekt zijn verhaal met referenties aan klassiekers, zoals de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen (de tekst van Een poppenhuis loopt als een extra rode draad door het verhaal) of de Zwitserse beeldhouwer/schilder Alberto Giacometti. Dat geeft de roman soms iets nodeloos intellectualistisch, al komt Depelchin gelukkig doorgaans snel genoeg terug tot de essentie: een zedenschets van late twintigers die zich afvragen hoe de volgende stap in hun leven er moet uitzien.

Hun zoektocht naar de ultieme vrijheid waar ze zo naar verlangen, blijkt op allerlei burgerlijke grenzen te stuiten, en ze proberen een uitweg te zoeken. Maar soms hangt het er maar vanaf aan welke kant van de straat je woont, want niet op alles in het leven heb je grip. Ook niet als kunstenaar.

Het debuut van Depelchin is een ambitieus en rijk werkstuk. De schrijver heeft dan ook al enige kilometers op de teller, als medewerker van literaire bladen zoals Het Liegend Konijn, Kluger Hans en DW B. Die ervaring sijpelt door in deze eersteling, net als zijn opleidingen moderne letterkunde en woordkunst.

Dat alles samen zorgt voor weelderige roman, waarin het schrijfplezier van de pagina’s spat, en waarin Depelchin zijn dolende zielen met vaste hand richting kelder stuurt. Klaar voor de sloop, of de opstanding.

Hans Depelchin, Weekdier, De Geus, Amsterdam, 336 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.