Publicaties
Maak van het Gezellehuis een plek voor jong talent
0 Reacties
© Musea Brugge / Sarah Bauwens
© Musea Brugge / Sarah Bauwens © Musea Brugge / Sarah Bauwens
literatuur

Maak van het Gezellehuis een plek voor jong talent

De aangekondigde sluiting van het Gezellemuseum in Brugge zorgde voor onrust onder literatuurliefhebbers. Naar aanleiding daarvan blikt auteur en lerares Valerie Tack terug op een les over Guido Gezelle. Ze hoopt dat het gebouw een nieuwe invulling krijgt die in de eerste plaats gericht is op jongeren.

De Guido Gezellestraat, die kennen ze. Maar daar houdt het al snel bij op. Mijn zesdejaars zijn gulzig naar alles wat het leven te bieden heeft, alleen hoort poëzie daar nauwelijks bij. En Guido Gezelle al zeker niet.

Januari 2020. “Echt, mevrouw?”, vraagt Andreas. “Poëzie op een maandagochtend? Van een priester uit de negentiende eeuw?” Hij zucht diep en heft theatraal de handen. “Waarom toch?”

Ik start mijn pleidooi door te vertellen hoezeer ik Guido Gezelle bewonder en duid vervolgens zijn rol in de Vlaamse Beweging. Ook verwijs ik naar de vaak geciteerde woorden van Herman de Coninck. Dat poëzie nergens toe dient en dat dat op zich al een verdienste is. “Deze wereld wordt verpest door zijn utilitarisme, als iets niet meteen winstgevend is, deugt het niet.” Vervolgens stelt De Coninck zijn mening bij. “Poëzie dient wel ergens toe”, schrijft hij. “Een van de dingen waar poëzie toe bijdraagt, is begrip.”

We lezen ‘Dien avond en die rooze’.

Of er iets opvalt aan de tekst, vraag ik.

“Dat die lang is”, verzucht Eline op de achterste rij.

Andreas steekt zijn hand op. “Dat de dichter weinig inspiratie had. Uur, uur, uur, roos, roos, blom, blom en u, u, u.”

“Perfect”, zeg ik. “Je zit al meteen bij de kern.” Dat van die inspiratie, dat laat ik zo. We gaan verder en analyseren het gedicht.

Eerst de vorm. De leerlingen volgen gedwee, antwoorden moeizaam op mijn vragen en maken notities. Dan de inhoud. We hebben het over de liefde, over de manieren waarop we onze beminde proberen te imponeren, over afscheid, gemis en herinneringen. De klas herleeft. Er wordt gelachen.

Arthur, een van de stoerdere jongens, vertelt dat hij ooit een Spotify-playlist maakte voor het meisje op wie hij verliefd was en dat ze geen enkel liedje mooi vond. “Ze hield van r&b, en ik had rocknummers gekozen.” Of het iets geworden is, vraag ik. Hij schudt het hoofd. De teleurstelling van weleer komt heel even terug. “Geen medelijden hebben, mevrouw”, roept zijn beste vriend. “Arthur is een player. Hij stuurt die lijst nog steeds rond naar meisjes.”

Dat doe je toch niet?

We keren terug naar ‘Dien avond en die rooze’ en ik schets zo genuanceerd mogelijk de context waarin het gedicht ontstaan is. De respons is er grotendeels een van afkeur. Walging. Onbegrip.

“Wie schrijft nu een liefdesgedicht voor zijn leerling? Dat doe je toch niet?”

“Weer een pedopriester, typisch.”

“Geen wonder dat zijn vader hem daar weghaalde.”

“Ik vond het eerst nog mooi, maar nu niet meer.”

Of dat kan, vraag ik, vriendschap tussen een leraar en een leerling. De meningen zijn verdeeld. Dat een leraar zich bij de leerstof moet houden, meer niet. Dat het toch fijn is als een leraar interesse toont? Begaan is, bezorgd? Er zijn leraren met wie sommigen best bevriend willen zijn. Meneer Dewitte is ook een supporter van KV Kortrijk en mevrouw Vermeulen klimt. Twee jongens stoten elkaar plagerig aan. We moeten even aandringen, maar naderhand blijkt dat ze allebei een zwak hebben voor mevrouw Wynants, de nieuwe, piepjonge lerares lichamelijke opvoeding.

Hoezo? Gezelle niet meer van deze tijd?

14 april 2020. In de krant staat dat het Gezellemuseum in Brugge definitief de deuren sluit. Een dag later heeft Jozef Deleu het in diezelfde krant over “een verwerpelijke beslissing”. Met amper negen bezoekers per dag in 2018 is het geboortehuis van “onze helderste zanger” niet bepaald een succes in het voor het overige drukbezochte Brugge. Utilitarisme, iemand?

Deleu roept op tot de nodige creativiteit “om aan het Gezellemuseum een sprankelende opdracht te verlenen”. “Het museum verdwijnt niet, maar zal een ontmoetingsplaats worden”, verduidelijkt schepen Nico Blontrock, “met een seizoensgebonden programma”. Er is alvast een nieuwe naam bedacht: het Gezellehuis.

Een ontmoetingsplaats, fijn, maar voor wie is die dan bedoeld? Voor het overwegend oudere publiek dat je nu eenmaal ziet op literaire evenementen en dat sowieso al vertrouwd is met het werk van Gezelle? Maakt men dan niet dezelfde fout als in 2011, toen het museum weinig ingrijpend vernieuwd werd? Er is een werkgroep opgericht. Musea Brugge zal samenzitten met verschillende artistieke en cultuur-educatieve partners. Ik hoop dat de werkgroep haar pijlen in de eerste plaats op jongeren richt.

Vandaar volgende suggesties. (Weliswaar in de stille hoop dat het leven ooit weer wordt zoals voor de komst van het coronavirus.)

Vraag bekende, jonge dichters en schrijvers naar nieuw werk, dat geïnspireerd is door Gezelle. Nodig diezelfde dichters en schrijvers uit naar het Gezellehuis om er te praten met jongeren over poëzie en literatuur in het algemeen en over de betekenis van Gezelles werk anno 2020 in het bijzonder.

Stel een letterzetter aan, zoals in Kortrijk, een andere West-Vlaamse provinciestad. Laat haar of hem in Brugge niet alleen het woord verspreiden, maar ook jongeren coachen in het schrijven. Ga op zoek naar kraakvers schrijverstalent en breng dat talent samen in een collectief dat opereert vanuit het Gezellehuis onder het toeziend oog van de letterzetter.

Vraag bekende, jonge dichters en schrijvers naar nieuw werk, dat geïnspireerd is door Gezelle

Organiseer schrijfworkshops. Zet een zomeracademie op poten waarin de jongeren redactioneel begeleid worden door gevestigde waarden. Bundel hun teksten en verspreid die via het internet en over de stad. Laat de opvallendste talenten, wanneer ze het collectief ontgroeid zijn, nog wat verder rijpen onder de vleugels van een auteur die hen kan begeleiden in het proces naar een publicatie. Maak daar budget voor vrij.

Schrijf ook wedstrijden uit, geef jongeren tijdens de zomer een podium in Gezelles achtertuin én blijf het museum openstellen voor bezoekers. Al is het maar enkele dagen per week of per maand. Als je jongeren bereikt, dan bereik je ook hun ouders, grootouders en leraren.

Terug naar januari 2020. We lezen nog drie gedichten van Gezelle.

“De analyse wordt iets minder diepgaand, beloofd.”

‘Het mezennestje’, omdat er in deze wetenschapsklas leerlingen zitten met een groot hart voor natuur. ‘Gij badt op eenen berg’ en ‘’s Avonds’. Vanwege de weltschmerz, de twijfel, de onzekerheid en het zoeken naar zingeving, naar betekenis. Want daar zijn jongeren ook mee bezig, alleen op een andere manier.

“Mevrouw?”

De les is ten einde en Andreas zit onderuitgezakt op zijn stoel.

“Je weet dat ik duivenmelker ben, hè?”

“Ja, dat weet ik”, zeg ik en ik bedenk hoe fantastisch ik dat vind. Een jongen van net geen achttien, die samen met zijn vader en grootvader duiven houdt.

“Wel”, zegt hij, “dat gedicht ‘Het mezennestje’, ik vond dat nog oké. Ik kan ook uren naar mijn duiven kijken.”

* De namen van de leerlingen en leraren zijn verzonnen.

Website Guido Gezelle

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.