Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Jef Verheyen sloeg de brug tussen Jan van Eyck en Lucio Fontana
0 Reacties
Jef Verheyen in zijn atelier met het schilderij ‘Metaponte’ © Lothar Wolleh / Lothar Wolleh Estate
Jef Verheyen in zijn atelier met het schilderij ‘Metaponte’ © Lothar Wolleh / Lothar Wolleh Estate Jef Verheyen in zijn atelier met het schilderij ‘Metaponte’ © Lothar Wolleh / Lothar Wolleh Estate
kunst

Jef Verheyen sloeg de brug tussen Jan van Eyck en Lucio Fontana

Veertig jaar na zijn overlijden wijdt het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen een overzicht aan de Kempische kunstenaar Jef Verheyen. De mooie expositie is niet alleen kunsthistorisch relevant, want Verheyen begeestert ook vandaag nog jonge kunstenaars.

Als kunstenaar had Jef Verheyen (1932-1984) een contradictorische missie. Met verf en borstel wilde hij de eeuwenoude Vlaamse schildertraditie voortzetten. Maar tegelijk wilde hij een niet-plastische schilderkunst, zonder herkenbare voorstellingen of menselijke sporen, die reikte naar het volmaakte en de onbegrensde kosmos.

Dat de bijzondere artistieke visie die Verheyen erop nahield nog leeft onder hedendaagse kunstenaars is een feit. In het tentoonstellingsparcours presenteert het KMSKA subtiele interventies van Ann Veronica Janssens, Kimsooja, Pieter Vermeersch en Carla Arocha en Stéphane Schraenen. Ook deze kunstenaars streven, net als Verheyen, naar een haast materieloze, visuele beleving van licht en kleur.

Maar de interventie van de expositie is te zien in de zaal van de vijftiende-eeuwse meesters. De Madonna van Jean Fouquet, misschien wel het meest enigmatische werk uit deze collectie, wordt er magistraal geflankeerd door Verheyens tweeluik Lux est Lex (1974). Naar verluidt was het een droom van Verheyen om deze met matlak geschilderde doeken ooit aan weerszijden van het vijftiende-eeuwse paneel te zien hangen, een droom die nu postuum wordt waargemaakt.

Keramiek

Verheyen was een Kempenzoon, de oudste in een gezin van twaalf. Zijn vader was een huisschilder en zijn moeder baatte de verfwinkel uit. Een oogziekte zadelde de jonge Jef de rest van zijn leven op met een bril met sterke glazen. Na de Tweede Wereldoorlog volgde de oudste zoon van de huisschilder les aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Met een aantal kunststudenten bepleitte hij er de oprichting van een keramiekklas, die er in 1952 kwam, met Olivier Strebelle als docent. Van de vele disciplines waarmee hij kennis maakte, bekoorde de keramiek hem het meest.

Na een maandenlang verblijf in 1953 in het Zuid-Franse Vallauris, waar hij Picasso aan het werk zag, opende hij met zijn partner Dani Franque Atelier 14: een keramiekatelier en -winkel tegenover het Rubenshuis in Antwerpen. Hij verdiepte zich ook in Chinese monochrome keramiek en de taoïstische en zen-boeddhistische traditie.

Later, aangemoedigd door de bevriende schrijver Ivo Michiels, auteur van Het boek Alfa, legde hij zich weer toe op de schilderkunst. In 1957 ontdekte hij Das Bildnerische Denken, het boek waarin Paul Klee zijn theorie uiteenzet. Met een schok stelde Verheyen vast dat hij de voorbije jaren onbewust in de geest van Klee heeft gewerkt. Hij koesterde vooral de opvatting van Klee dat kunst niet het zichtbare weergeeft, maar zichtbaar maakt (wat eerder niet te zien was).

‘Echte Milanees’

De ontmoeting met de ruim dertig jaar oudere Argentijns-Italiaanse kunstenaar Lucio Fontana (1899-1968), met wie hij in 1958 in Milaan een blijvende vriendschap sloot, betekende een nieuwe stimulans voor zijn ontwikkeling. Fontana, bekend van zijn gekerfde schilderdoeken, leerde hem dat het idee primeert op de uitvoering. Verheyen noemde zichzelf in die periode Le Peintre Flamant (sic). Hij voelde zich onder andere verwant aan Jan van Eyck, die met zijn glacis-techniek ook dunne laagjes olieverf over elkaar schilderde om een diepe glans te bekomen.

Maar onder invloed van het spatialisme van Fontana beukte de Antwerpse schilder tegelijk op de poort naar de oneindigheid. Het aardse, dat zo kenmerkend is voor de Vlaamse schilderkunst, maakte plaats voor een bovenmenselijke perfectie. Ivo Michiels noteerde in die periode dat het oeuvre van Verheyen stilaan in een “hooglied aan de stilte” veranderde.

In het Hessenhuis in Antwerpen organiseerde de kunstenaarsgroep G58, waarvan Verheyen een van de initiatiefnemers was, een openingsexpositie. Van Verheyen was het roodkleurige doek L’air est plein de ta chaleur er te zien. Fontana kocht het werk, dat nu als bruikleen in het KMSKA te zien is.

Michiels schreef over deze periode dat Verheyen “een echte Milanees” was geworden. Verheyen was er druk bezig met filosoferen en discussiëren met collega’s en maakte plannen voor internationale projecten. Zo wilde hij een internationale expositie opzetten over monochrome schilderkunst en schreef een pamflet voor ‘Le Mouvement Stable’. Maar Yves Klein, die ook gevraagd was om mee te werken, vond dat Verheyen ideeën van hem had gejat. Uiteindelijk vond in het Hessenhuis een groepstentoonstelling plaats van Groep 58, die de nadrukt legde op mobiele in plaats van monochrome kunst. Jef Verheyen nam niet deel.

Ondertussen werd zijn pamflet Essentialisme, waarin hij de term “achrome schilderkunst” overnam van Manzoni, gepubliceerd in het Franstalige tijdschrift Art Actuel en in het Nederlandstalige blad Het Kahier. Ook in Milaan kreeg het pamflet verspreiding. Een citaat eruit: “De zwarte ruimte, het essentiële begrip zwart, ieder is drager van dat begrip, maar om het te vinden moet men los van materie kunnen, de traditionele rommel, tachisme en al het andere geploeter.” Wat verder in het pamflet krijgt ook Asger Jorn en de aan Cobra verwante kunst een veeg uit de pan.

Rothko

Verheyen kende ook de Amerikaanse kunstenaar Mark Rothko, die het licht liet trillen in contemplatieve kleurvlakken. Uit de notities die hij maakte terwijl hij aan het sleutelwerk Le voile du mystère werkte, blijkt dat de weg die Verheyen bewandelde anders was: “Nu ben ik al twee maanden op hetzelfde thema aan ’t werken en ’t blijft immer duren. Ik voel geen vorm meer enkel vibrerende ruimten, m’n doek is de ruimte zelf en ik voel me helemaal niet gebonden aan het vlak waarop ik werk.”

Bij Rothko, die kleurvlakken liet contrasteren, is het aardse geploeter wel zichtbaar aanwezig: uit de penseelvoering spreekt emotie, een zweem melancholie of pijn. Van die aardse zaken wilde Verheyen zich losmaken met zijn uitdijende, trillende vlakken.

Op het moment dat het werk van Verheyen samen met dat van Rothko en anderen te zien was op de expositie Monochrome Malerei in het Museum Morsbroich in Leverkusen, waren de doeken van Verheyen aan de donkere kant. Kort daarna zou hij het wit laten domineren met de suggestie van brekend licht in regen- en zonnebogen. Verheyen was tot het inzicht gekomen dat wit geschikter is om los te komen van de materie. Hij sprak voortaan over panchromie, het gevoel dat alle kleuren aanwezig zijn in het vlak, ook al zijn ze niet allemaal geschilderd.

Quatre mains en Zero

Terug in Antwerpen richtte Jef Verheyen in 1960, deels uit onvrede met de gang van zaken bij G58, met Englebert Van Anderlecht, Paul De Vree, Wim (Wannes) Van De Velde en nog anderen De Nieuwe Vlaamse School op. De toon van het bijbehorende pamflet was duidelijk Vlaams-nationalistisch en kreeg een kritische ontvangst. De beweging was maar een kort leven beschoren, maar de meeste leden bleven onderling contact houden.

Zo maakten Van Anderlecht en Verheyen een reeks van tien gezamenlijke schilderijen. Verheyen schilderde de achtergrond en daarna was het de beurt aan Van Anderlecht. Verheyen zette vergelijkbare samenwerkingen op met Paul De Vree, Lucio Fontana, Hermann Goepfert en Günther Uecker.

Verheyen was een van de weinige Zero-kunstenaars die vasthield aan het pure schilderen

In Antwerpen vonden Verheyen en zijn artistieke vrienden in die periode een vaste stek in de galerie Ad Libitum van John en Jacqueline Trouillard. Verheyen ontpopte er zich de volgende jaren tot de draaischijf van het internationale netwerk van Zero-kunstenaars, met wie hij behalve in Antwerpen ook op vele buitenlandse plaatsen zou exposeren. De Zero-beweging grijpt terug naar de beginselen van de abstractie zoals geformuleerd door de constructivisten. Kunstenaars als Heinz Mack, Otto Piene en Günther Uecker maakten onder andere lichtinstallaties, rookschilderijen en spijkerobjecten. Verheyen was een van de weinige Zero-kunstenaars die vasthield aan het pure schilderen, maar net als zijn medestanders vermeed hij lyrische expressie.

In 1964 maakte Verheyen, bijgestaan door Paul De Vree, Jos Pustjens, Jan Bruyndonckx en Julien Schoenaerts (stem), de kunstfilm Essentieel, die nu te zien is in het KMSKA.

Judoka

Verheyen reisde veel, steeds op zoek naar een ander licht. In 1974 verhuisde hij met zijn gezin naar Apt in de Provence. In die periode ontstond een hechte vriendschap met galeriehouder Axel Vervoordt, die een belangrijke bruikleengever was voor de lopende expositie.

Hoewel hij zich goed voelde in het glooiende landschap van de Luberon, waar hij veel ging paardrijden, was Verheyen nog vaak in ons land te vinden. In 1979 kreeg hij een retrospectieve in het PSK in Brussel en organiseerde hij samen met museummedewerker Jean Buyck een grote expositie over de Zero-beweging in het KMSKA. Het museum kocht daarna een mooi ensemble werken van Zero-kunstenaars als Fontana, Uecker en Goepfert.

Vijf jaar na die expositie bezweek de kunstenaar aan een hartaanval. Verheyen, die een fervent judoka was, stond op het fatale moment bij zijn lokale club in Apt op de tatami.

De man die de brug sloeg tussen de Vlaamse schildertraditie en de conceptueel-abstracte kunst is in België en Nederland minder bekend, maar zijn erfenis leeft verder onder de nieuwe generaties kunstenaars. Ook dat probeert de expositie Venster op het oneindige in het KSMKA te tonen.

De overzichtstentoonstelling Jef Verheyen. Venster op het oneindige is nog tot en met 18 augustus 2024 te zien in het KMSKA.

Bij Hannibal Books is de gelijknamige catalogus verschenen, alle informatie daarover vind je HIER.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met emma.reynaert@onserfdeel.be.