Publicaties
Hoe rockveteraan William Souffreau zijn vitaliteit bewaart
0 Reacties
© Photo Els De Nll
© Photo Els De Nll © Photo Els De Nll
Belpop
kunst

Hoe rockveteraan William Souffreau zijn vitaliteit bewaart

Met zijn pionierswerk bij de rockgroep Irish Coffee baande zanger en songschrijver William Souffreau in de seventies de weg voor hedendaagse bands als Triggerfinger en Black Box Revelation. Ook vandaag, op zijn vijfenzeventigste, blijft Souffreau creatief.

In de vroege jaren 1970 ziet het er even naar uit dat Aalstenaar William Souffreau (1946) en zijn gezellen de Belgische tegenhangers van Golden Earring zullen worden. Maar in tegenstelling tot het Haagse gezelschap, dat de VS verovert met ‘Radar Love’, is het grote succes voor de Belgen niet weggelegd. Na vier singles en een titelloze lp legt Irish Coffee er het bijltje bij neer, al weet de zanger zijn groep, die grossiert in blues, prog en potige rock, daarna nog meermaals nieuw leven in te blazen. Ruim dertig jaar na haar debuut neemt ze in 2004 een tweede plaat op en wordt ze in Bonn uitgenodigd voor een optreden in de befaamde Duitse tv-show Rockpalast.

Met de jaren groeit ook de cultstatus van het vijftal. Van zijn eerste langspeler verschijnen piraatversies in Italië en Mexico. De originele vinylpersing uit 1971 haalt op de internationale markt vandaag zelfs bedragen van 2.000 euro of meer, wat William Souffreau in 2013 tot een comeback beweegt. Alleen is Irish Coffee nu een powertrio, zonder de kenmerkende orgelsound van weleer. En vijf jaar na het album When the Owl Cries is in 2020, in een compleet vernieuwde line-up, het vitale Heaven verschenen. “In wezen is Irish Coffee niet langer een band maar een gevoel”, vindt Souffreau. “De naam resoneert nog steeds. Toch wil ik niet in het verleden blijven steken. Het geeft me juist voldoening regelmatig met nieuwe mensen in zee te gaan. Irish Coffee bestaat enkel als ík het wil, al duiken echo’s van zijn forse gitaarsound soms ook in mijn solowerk op.”

Gebrek aan veelzijdigheid kun je William Souffreau niet verwijten. Zo speelde hij rockabilly met BLINK IT!, traditionele rock-’n-roll met The Cochrans en zigeunerjazz met The Moonlovers. Op Heaven zingt hij echter als vanouds over wat in hem omgaat en hoe hij de maatschappelijke werkelijkheid ervaart. In ‘Lay them Shotguns Down’ hoor je de urgentie van een jonge twintiger, in ‘Gonna Take It as It Comes’ de aanvaarding van een oude wijze man die heeft geleerd zijn verwachtingen enigszins te temperen.

“Rock’n’roll is my way to be free”, luidt het in één van zijn songs. Noem het gerust zijn levensmotto. “Mijn hoofd zit nog altijd vol muziek”, bekent Souffreau. “Wie had ooit gedacht dat ik als zeventiger nog op het podium zou staan? Maar Dylan en Jagger zijn ouder dan ik en ook zij weten van geen ophouden.”

Souffreau: “Dylan en Jagger zijn ouder dan ik en ook zij weten van geen ophouden”

Op zijn veertiende erft William Souffreau de muziekmicrobe van zijn oudere broer, die gitaar speelt en naast klassieke platen ook jazz en klezmer in zijn collectie heeft. Thuis in het gezin wordt veel gezongen en het zal niet lang duren voor Souffreau met enkele schoolvrienden een groepje vormt. Met The Blue Jets schuimt hij in eigen streek kermissen, parochiezaaltjes en feesttenten af. “Ons repertoire bestond uit covers van The Shadows, Elvis en Eddie Cochran. Voor ons was dat een prima manier om het metier onder de knie te krijgen en uit te vlooien hoe die nummers in elkaar zaten”, vertelt de zanger-gitarist. “Het was goedbedoeld amateurisme. Toch hebben we in die dagen nog Will Tura begeleid. Net als wij putte hij toen nog uit de catalogus van The Everly Brothers: eenvoudige liedjes met een country-randje.”

Vervolgens gaat Souffreau aan de slag met The Mings en The Four Rockets. Met de laatstgenoemden neemt hij een single op met twee eigen composities. Flauwe aftreksels van bestaande liedjes, noemt hij ze zelf. Toch worden de Rockets, die regelmatig in Wallonië en Noord-Frankrijk spelen, gevraagd als backingband van plaatselijke vedette Lou Deprijck. De laatstgenoemde zal later succes oogsten met Two Man Sound en hits scoren met ‘Kingston, Kingston’ en het voor Plastic Bertrand gepende ‘Ça plane pour moi’. “In Rijsel speelden we voor vijfduizend toeschouwers en ontsponnen zich Beatles-achtige taferelen met hysterische tienermeisjes. Wat uit het buitenland kwam, werd er meteen als bijzonder beschouwd.”

Stilistisch sluit een nummer als 'Masterpiece' naadloos aan bij opkomende heavy rockbands als Deep Purple en Uriah Heep

Samen met muzikanten uit het orkest van Rocco Granata, vormt William Souffreau in 1969 The VooDoo en ruilt hij het populaire repertoire voor beenharde rock en blues. Het combo bouwt aan een imposante livereputatie en trekt zo de aandacht van Louis de Vries, manager van de op dat moment razend populaire popgroep The Pebbles. De Vries ziet potentieel in de Aalstenaren, maar dringt aan op eigen materiaal. Dus komt Souffreau voor de dag met ‘Masterpiece’, een inmiddels klassieke song over het schrijnende contrast tussen arm en rijk. Stilistisch sluit het nummer naadloos aan bij opkomende heavy rockbands als Deep Purple en Uriah Heep. “Het orgelriedeltje pikte ik uit een cantate van Bach”, herinnert Souffreau zich. “Zoiets was toen hip.”

https://www.youtube.com/embed/GS9VY1tTTbo

Op de muziekbeurs Midem in Cannes weet Louis de Vries de single te slijten in heel Europa en trekt hij de aandacht van het Amerikaanse label Parrot, dat met ‘Masterpiece’ aan de slag wil, maar twee voorwaarden stelt: de groepsnaam dient veranderd te worden in Irish Coffee en er moet sito presto een lp worden opgenomen. Souffreau en zijn maats krijgen precies vier dagen om de klus te klaren en dienen ter plekke snel enkele extra nummers te verzinnen. Helaas is de Belgische rockgeschiedenis er één van gemiste kansen en loze beloften: Parrot gaat bankroet en zo wordt ook de internationale doorbraak in de kiem gesmoord.

De lp verschijnt in een oplage die te klein is om echt hoge ogen te gooien. In België zijn de promotiemogelijkheden sowieso beperkt en, in tegenstelling tot Brussel, waar luidruchtige bands als Kleptomania, Doctor Downtrip, Burning Plague en Carriage Company het mooie weer maken, zit Vlaanderen niet te wachten op een band die als een aanslag op de trommelliezen geldt.

Een voorname troef is wél het rauwe, grofkorrelige stemgeluid van de frontman, ontwikkeld onder invloed van Robert Plant van Led Zeppelin. Een verrassende wending, vooral omdat William Souffreaus zangstijl voordien altijd schatplichtig is geweest aan die van Elvis Presley en Cliff Richard. “De tijdgeest was veranderd”, legt hij uit. “Ik voel me gezegend, omdat ik op mijn oude dag die vocale kracht nog niet kwijt ben geraakt.”

https://www.youtube.com/embed/G8PbqJG6uZM

In de vroege seventies levert Irish Coffee méér Belgische rockclassics af, zoals ‘Carry On’ en ‘I’m Alive’, maar de concerten blijven beperkt tot kleine zalen en slecht georganiseerde festivalletjes. Bovendien blijken niet alle bandleden Souffreaus gedrevenheid te delen. Zo wil Jean Van der Schueren zich voortaan toeleggen op de klassieke gitaar. Wanneer de overige muzikanten zich verhuren aan kleinkunstzanger Wim De Craene, slaat ook nog eens het noodlot toe. Na een optreden met de Wetterse chansonnier wordt hun busje frontaal aangereden door een dronken automobilist. Organist Paul Lambert, die altijd het belangrijkste bindmiddel tussen de leden van Irish Coffee is geweest, schiet er het leven bij in. Voor de groep betekent dat trauma in 1974 de genadeslag.

William Souffreau zet zijn geld in op Joystick, een band met blazers naar het voorbeeld van Blood, Sweat & Tears. Vergeefse moeite, zo blijkt. “Net nu punk de wereld overspoelt, komen wij met funk aanzetten. We zitten er slechts één letter naast”, grijnst de zanger. “Er is een nieuwe generatie opgestaan en voor we het beseffen zijn we al passé.”

De volgende decennia concentreert de zanger, die intussen een gezin heeft, zich op enkele handelszaken, waaronder drie cafés. “In Vlaanderen zul je als rockmuzikant nooit rijk worden. Dus besluit ik, puur voor de lol, in coverbandjes te gaan spelen. Aangezien ik financieel onafhankelijk ben, kan ik precies doen wat ik wil. Ik heb nooit iets uitgebracht waar ik me vandaag voor schaam.”

De nieuwe songs van Souffreau getuigen van een diepgewortelde maatschappelijke betrokkenheid: “Een erfenis van Dylan”

Omstreeks 1991 zoekt William Souffreau aansluiting bij het folkmilieu. Op de eerste van zijn acht soloplaten,Under A Belgian Moon, manifesteert hij zich als singer-songwriter, laat hij een bedachtzamer geluid horen en flirt hij met genres als blues, zydeco en Keltische muziek. “Meer dan ooit heb ik er nood aan verhalen te vertellen”, laat hij optekenen. Hij gaat op zoek naar zijn verloren jeugd, een thema dat jaren later ook uitgebreid aan bod zal komen op Tobacco Fields(2017). Zijn nieuwe songs getuigen van een diepgewortelde maatschappelijke betrokkenheid. “Een erfenis van Dylan”, aldus Souffreau. “Maar vooral van mijn grote held Ray Davies, die altijd inzoomt op gewone mensen uit zijn omgeving. Ook op Tobacco Fields, over mijn kinderjaren in Aalst, spiegel ik mij aan de aanvoerder van The Kinks. Het liefst van al zou ik kunnen schrijven zoals hij.”

In ‘They’re Our Neighbours’ heeft William Souffreau het over migratie en subtiele vormen van discriminatie. Lang voor de eerste klimaatspijbelaars snijdt hij in ‘Antarctica’ en ‘Acid Rains Are Gonna Fall’ al ecologische thema’s aan en maakt hij zich zorgen over het smeltende poolijs, kernafval of de ontmenselijking van arbeid door technologie. Op Zwarte Zondag (24 november 1991) brengt hij, naar aanleiding van de verkiezingsoverwinning van het extreemrechtse Vlaams Blok (nu Vlaams Belang), op de Vlaamse openbare omroep het lied ‘We All Must Get Together’. Net als Wannes Van de Velde, naar wie hij enorm opkijkt, vindt hij het als artiest zijn plicht bij te dragen tot de bewustmaking van zijn publiek. “Het maakt niet uit wie je bent, waar je vandaan komt of voor wie je stemt”, aldus Souffreau. “Uiteindelijk zijn we allemaal op elkaar aangewezen.”

https://www.youtube.com/embed/p8nc6ALNuj0

In tegenstelling tot veel van zijn collega’s, mijdt hij als songsmid typisch Amerikaanse beelden van auto’s, snelwegen en woestijnen. Hij blijft altijd dicht bij zijn eigen wortels en bericht over de dingen die hij kent uit de eerste hand. Met ‘My Flemish Garden’ bedenkt hij zelfs een tegenhanger voor Jacques Brels ‘Le plat pays’. Op zijn lp Little Man (1992) portretteert hij dan weer zijn vrouw en dochters en ook op Tobacco Fields put hij uit eigen ervaringen. “Mijn overgrootvader heeft ooit tabak verbouwd. In gedachten zie ik nog steeds de bladeren die in de schuur te drogen hingen”, zegt Souffreau. Maar de plaat is ook een nostalgische terugblik op hoe het was op te groeien in zijn door carnaval geobsedeerde ‘Crazy Old Town’. De songs zitten vol expliciete verwijzingen naar Aalst, haar geografie (de Dender, de Kattestraat) en geschiedenis. In ‘Every Story’ refereert de artiest aan de armoede en kinderarbeid in de periode van Pieter Daens, terwijl hij in ‘Walking the Dog’ de humanist en drukker Dirk Martens ten tonele voert.

https://www.youtube.com/embed/TKNn5kplgVQ?list=OLAK5uy_ns8W9-LsLhwijkp1g1hoK5xjlvtnxPiOM

Op de lp staat ook een lied over ‘Ravachol’, een Franse anarchist die aan het eind van de negentiende eeuw opkwam tegen sociaal onrecht en uiteindelijk werd terechtgesteld wegens moord. “Poverty makes the crime”, stelt co-auteur Gerrit Vermeiren vast. “Zelf heb ik me altijd een muzikale anarchist gevoeld”, benadrukt William Souffreau. In het Aalsterse dialect kennen we trouwens het woord raffasjol, wat deugniet betekent. Die connectie vind ik wel interessant’.

Momenteel is Irish Coffee weer springlevend, maar als bewonderaar van de Britse songschrijver Richard Hawley hoopt de zanger ooit nog een croonerplaat te maken. En ook al dwingen gezondheidsproblemen hem het dezer dagen wat kalmer aan te doen, stilzitten is niets voor hem. “Ik bepaal gewoon mijn eigen tempo”, lacht hij. “Ik laat mij enkel commanderen door die meneer van hierboven.”

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.