Publicaties
Hoe moslimextremisten de jihad naar de klaslokalen en straten brengen
0 Reacties
© Jeanne Menjoulet via Flickr
© Jeanne Menjoulet via Flickr © Jeanne Menjoulet via Flickr
column Hind Fraihi
maatschappij

Hoe moslimextremisten de jihad naar de klaslokalen en straten brengen

In haar tweede column over polarisatie en wantrouwen tegenover de gevestigde orde focust Hind Fraihi op moslimextremisme. Buitenlandse conflicten worden kleine oorlogen in onze straten, schrijft Fraihi, met rudimentaire vormen van terreur. Het Europese gangsterislamisme heeft wortels in de jaren 1990. Maar het doelwit is nieuw: leerkrachten, de mensen die jongeren willen vrijwaren van haatkiemen door hen kennis bij te brengen. Welke les kunnen we daaruit trekken? Niet wegkijken en islamistische straatterreur bestrijden met een harde én een zachte aanpak.

Quatorze Juillet, een heidense hoogdag? Een dag waarop ongelovigen verzamelen blazen om hún Franse nationale feestdag te vieren. Die enggeestige kronkel van een gedachte ontkiemde ongetwijfeld in het hoofd van een adept van de Islamitische Staat (IS).

De ‘verdorvenen’ zouden genietend van een glaasje op terrassen zitten keuvelen of hand in hand wandelen op de lange promenade. Gezellig. En kinderen moesten haast wel van de partij zijn, likkend aan een ijsje misschien. Allen wachtend op vuurwerk, het zou knallen.

Het knalde. Als net op die dag een bestorming in 1789 – als symbolische aftrap van de Franse Revolutie – wordt herdacht, dan moest IS ook een kras in de geschiedenis zetten. Eveneens met een bestorming.

De stormram werd ingezet, op vier wielen: een vrachtwagen. De Franco-Tunesiër Mohamed Lahouaiej Bouhlel duwde op 14 juli 2016 genadeloos het gaspedaal in op de Promenade d’Anglais en ramde de menige. De dodenrit kostte het leven aan zesentachtig mensen.

Dit was niet in Fallujah, dit was niet in een gehucht in het Midden-Oosten. Dit was in Nice. In onze straten, in Europa.

Nog geen half jaar na het bloedbad van Nice gebeurde het nog maar eens. Dezelfde modus operandi, maar dan in Duitsland. Anis Amri reed met een gekaapte vrachtwagen in op bezoekers van de kerstmarkt op de Breitscheidplatz in Berlijn. Daarbij vielen twaalf doden.

We spoelen een zomer verder. Weer een ramaanval met een voertuig. Deze keer op de Ramblas in Barcelona. Weer doden. Weer islamistische terreur.

Berlijn, dat ligt dus niet in Irak. Barcelona evenmin. We maakten kennis met terreur zonder explosieven. Slechts een voet op een gaspedaal weg.

Al denken de daders een hoog ijdel doel voor ogen te hebben – het paradijs –, toch blijven de kenmerken van dit doe-het-zelf-jihadisme uiterst laag: low profile, low tech, low budget. Goedkoop, snel en bij voorkeur met een platte organisatiestructuur. Ook het jihadisme ontsnapt niet aan hedendaagse managementhypes.

Goedkoop, snel en met een platte organisatiestructuur: ook het jihadisme ontsnapt niet aan managementhypes

Ervaren criminele meesterbreinen die internationaal georganiseerde misdaadpraktijken runnen, delen haast dezelfde positie als een straatboefje dat zijn wapen bij de plaatselijke bouwmarkt haalt. De jihadi-pedigree laat zich als het ware van zijn sokken blazen door een aspirant, slechts gewapend met een rudimentair mes.

De leraar Samuel Paty werd op 16 oktober na het uitgaan van zijn school onthoofd door een achttienjarige jongen van Tsjetsjeense afkomst. Het moordwapen was geen gekaapt voertuig, maar een lang keukenmes. Goedkoop en snel te verkrijgen. De middelen worden kleiner, de nabijheid groter.

Deze jihadistische aanslag gebeurde niet in Raqqa, maar in de Parijse voorstad Conflans-Sainte-Honorine. Drie uur rijden van Brussel, minder dan zes uur van Amsterdam. De onthoofding heeft Europa zwaar aangeslagen. Zagen we deze gruwelijke straatterreur dan niet aankomen?

De prelude was nochtans al lang aangekondigd. Niet het minst in de Lage Landen, langs de as Rijsel-Brussel, met kruimeldieven die meer dan figurant spelen in de gangsterislam.

Gangsterpraktijken en islamisme vermengden zich onstuitbaar in de jaren 1990. De gangsters vergoelijkten hun criminaliteit met een religieuze moraal

Dat is een vorm van criminaliteit die ik vijftien jaar geleden, nadat ik was ondergedoken in het Molenbeekse moslimextremistische milieu, met die term definieerde. Ronselaars leidden de jihadistische scene als een criminele activiteit, met een synergie tussen banditisme en islam.

We schrijven jaren 1990, waarin de Bende van Roubaix, Le Gang de Roubaix, als Noord-Franse pendant van Al Qaeda verantwoordelijk is voor een reeks gewapende overvallen. De bendeleden schuwen het geweld niet, met als doel de jihad te financieren via een internationaal netwerk georganiseerd door de terrorist Fateh Kamel, een moedjahedien, veteraan van de Afghaanse en de Bosnische oorlog.

Ter plaatse organiseert een groep Franse bekeerlingen en Frans-Algerijnen en Marokkanen die in Bosnië vochten in de gelederen van de moedjahedienbrigade, vanuit Roubaix de financiering van de islamistische zaak.

De misdaadwinsten uit gewapende overvallen sluizen ze door naar het oorlogsfront. Gangsterpraktijken en islamisme vermengen zich onstuitbaar. De gangsters vergoelijken hun criminaliteit met een religieuze moraal. Dat geweld en beroving van ongelovigen best legitiem is om de politieke islam te dienen.

Ook in Brussel was het van dat. Boefjes op straat en in de metro bestalen ‘ongelovigen’. Sommigen wisten zich te ontpoppen tot terroristen van de aanslagen in Brussel en Parijs. Voorbeelden zijn de Brusselse kamikazebroers El Bakraoui en Abdelhamid Abaaoud, gelieerd aan de bende van Papa Noël, alias Khalid Zerkani.

“Zerkani liet de jongeren ook diefstallen plegen om de strijd in Syrië en Irak te financieren: elektronische spullen, gsm’s, computers enz. Oorlogsbuit, volgens de jihadistische leer, want stelen is niet verboden in ongelovige landen die in strijd zijn met de ware islam”, stond in de krant Het Nieuwsblad kort na de aanslagen in Brussel in 2016.

Dat het gangsterislamisme zijn oorsprong heeft in de vroege jaren 1990 is geen toeval. Toen streken heel wat militanten van de Algerijnse GIA en de Marokkaanse GICM, het latere Al Qaeda Maghreb, neer in de Belgische hoofdstad en aan de Noord-Franse grens.

Uitspattingen van het gangsterislamisme over straatcriminaliteit tot banditisme en terrorisme zijn niet meer weg te denken. Toch heeft het beleid lang genoeg weggekeken. Het is stuitend dat wie pijnpunten duidt van een deel van de moslimgemeenschap islamofoob wordt genoemd, racistisch. Rechts.

Gangsterislamisten en drugstrafikanten werken al jaren samen. Antwerpen en Rotterdam gelden als belangrijke Europese doorvoerhavens

Islamistisch ingegeven straatterreur moet aangepakt worden met kaki en blauw op straat. Maar evengoed met meer kleuren, mensen van alle slag: “We hebben een creatieve krijgsraad nodig met militairen, kunstenaars, hackers, oorlogsreporters, antropologen, arabisten en theologen”, zegt oorlogsfotograaf Teun Voeten.

In zijn boek Drugs legt Voeten overigens de vinger op de wonde: hoe gangsterislamisten en drugstrafikanten al jaren samenwerken. Daarbij gelden Antwerpen en Rotterdam als belangrijke Europese doorvoerhavens. De drugsproblematiek zit niet alleen in distributielijnen in de Lage Landen, maar evenzeer in straatgeweld, waarbij gangs in sommige gevallen hele buurten terroriseren, aldus Voeten.

Laat dat een nederige les zijn die we kunnen trekken uit de onthoofding van een Franse leerkracht: niet wegkijken, problematieken benoemen en bestrijden met een harde én zachte aanpak.

Een andere les, is dat Europeanen niet op een eiland leven. Wat mondiale tentakels heeft, sluipt op kousenvoeten binnen: de oorlogen in Irak, Syrië, het Palestijns-Israëlische conflict en de meer dan schrijnende situatie in Jemen. Het is niet ver-van-ons-bed.

Een oorlog by proxy keert als een boemerang terug, het worden kleine oorlogen in onze straten. Zeer nabij. Met rudimentaire vormen van terreur, ten aanval met een mes.

Het doelwit vormen, niet het minst, zij die onze jongeren willen vrijwaren van haatkiemen, willen behoeden voor criminaliteit op straat door kennis door te geven.

Leerkrachten vormen de buffers van de straat, het ultieme wapen van massa-educatie, een mentaal betonblok tegen terreur

Wie anders zouden dat in eerste plaats zijn dan onze leerkrachten? Zij vormen de buffers van de straat, het ultieme wapen van massa-educatie. Zij vormen betonblokken, niet op een kerstmarkt of een nationale feestdag, maar een mentaal betonblok tegen terreur.

Dat juist een hoofd letterlijk moest rollen is geen toeval, geen werk van een solist. Ook geen slordigheid, maar een uitgekiende strategie: het front ligt niet noodzakelijk in een conflictgebied. De klas is het nieuwe slagveld.

De banaliteit van de barbarij treft de klas maar ook de kerk, de straat. Frankrijk wordt geconfronteerd met meerdere dodelijke mesaanvallen in één maand tijd. Eerst in een voorstad van Parijs, dan in de kuststad Nice. Waar het gaspedaal dodelijk werd ingeduwd op Quatorze Juillet worden nu mensen de keel overgesneden.

Het bloed vloeit in onze straten.

Hind Fraihi is titularis van de Leerstoel Willy Calewaert aan de Vrije Universiteit in Brussel (VUB). Onder de vlag ANTIPODE organiseert de leerstoel een vierdelige lezingenreeks over groeiende polarisatie vanuit ultrarechts, decolonize, islamisme en klimaat (nu uitgesteld vanwege corona). Die thema’s vormen één voor één hete hangijzers, wat kan leiden tot een tweedeling in de samenleving: de ene groep wordt de antipode van de ander. In haar columns neemt Hind Fraihi telkens een antipode onder de loep. Vorige maand gaf ze context bij ultrarechts in de Lage Landen. In november staat ze stil bij de klimaatzaak en in december bij decolonize. ANTIPODE is een samenwerking met het August Vermeylenfonds, PEN Vlaanderen en het Hannah Arendt Instituut.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.