Publicaties
Hoe het apolitieke Songfestival soms verrassend politiek kan zijn
0 Reacties
De Poolse inzending van 2016
De Poolse inzending van 2016 De Poolse inzending van 2016
maatschappij

Hoe het apolitieke Songfestival soms verrassend politiek kan zijn

De thema’s ‘samenkomen’ en ‘diversiteit’ staan al jaren centraal op het Eurovisiesongfestival: in de profilering van gastlanden, in de regenboogvlaggetjes die overal in het publiek opduiken en in de optredens zelf. Ook in de filmpjes voor Rotterdam 2020, waar het festival had moeten plaatsvinden, viel de diverse stoet van mensen op: oud en jong, zwart en wit, homo en hetero, hip en niet zo hip. Dat is opvallend voor een festival dat uitgesproken apolitiek van aard is. Waarom heeft het Songfestival zo’n fascinatie voor verbroedering en diversiteit?

Na Corry, Teddy, Lenny en Getty werd Duncan Laurence in 2019 de vijfde Nederlandse winnaar van het Eurovisiesongfestival. Voor de vijfenzestigste editie, gepland in mei 2020, werd een pakkende slogan verzonnen, campagnefilmpjes werden gemaakt en eenenveertig landen selecteerden popartiesten om de harten van het continent te veroveren. Maar toen kwam het virus en werd alles afgelast. De slogans, de filmpjes, de liedjes en de reacties daarop zijn er nog wel. Wat zeggen die over het Songfestival, over Europa, en over de centrale rol van thema’s als verbroedering en diversiteit?

Een race van bidboeken

Het Eurovisiesongfestival is het grootste muziektelevisie-evenement ter wereld. In 2019 keken maar liefst 182 miljoen kijkers naar één van de halve finales of de finale van het festival dat Duncan Laurence zo glorierijk won. Je zult er maar staan als artiest, in de wetenschap dat miljoenen mensen op het Europese continent en ver daarbuiten, naar elke noot zitten te luisteren die uit je mond komt.

Toen Duncan won, en daarmee de organisatie van het festival van 2020 naar Nederland bracht, begon het bij diverse stadbestuurders ook te kriebelen, al die potentie om hun stad op z’n best te laten zien aan zoveel kijkers. Steden als Breda, Leeuwarden, Arnhem en Den Bosch buitelden over elkaar heen om het festival te verwelkomen. Door praktische bezwaren vielen er een paar kandidaten af, maar vijf steden presenteerden uiteindelijk hun projectplannen en marketingcampagnes in een bidboek om in 2020 gaststad van het festival te worden.

https://www.youtube.com/embed/K253_MHt_9c

De onthulling van de gaststad werd gedaan in de vorm van een hartverwarmend filmpje. Beelden uit heel Nederland, waaronder die van prominente plekken in de twee overblijvende kandidaat-steden Maastricht en Rotterdam, werden afgewisseld met een breed scala aan markante Nederlanders, oud en jong, zwart en wit, homo en hetero, hip en niet zo hip.

Duncan Laurence maakte aan het eind van het filmpje bekend dat de keuze op Rotterdam gevallen was. De Maasstad werd omschreven als “a city where being different doesn’t make a difference at all”. De slogan, Open Up, versterkte het idee dat dit festival voor íédereen moest zijn.

Geen politiek

De slogan Open Up viel in dezelfde categorie van Eurovisieslogans van voorgaande jaren: Dare to Dream, Come Together, Building Bridges en het wel erg letterlijke Celebrate Diversity van de editie in Kiev (2017). De thema’s “samenkomen” en “diversiteit” staan al jaren centraal in de profilering van gastlanden, in de regenboogvlaggetjes die overal in het publiek opduiken en in de Eurovisie-optredens zelf. Dat is opvallend voor een festival dat uitgesproken apolitiek van aard is. Waarom heeft het Songfestival zo’n fascinatie voor verbroedering en diversiteit?

Artikel 2.6 in het reglement van het Eurovisie Songfestival stelt: “The ESC is a non-political event (…). No lyrics, speeches, gestures of a political, commercial or similar nature shall be permitted during the ESC.” Er wordt dus geen politiek gedreven in het songfestival, althans volgens de European Broadcasting Union (EBU), de organisator van het festival. Het eerste Songfestival, in 1956, werd gehouden in Zwitserland, en moest net als het gastland symbool staan voor Europese verbroedering en neutraliteit. Don’t Mention The War als festival.

In werkelijk-heid ligt de apolitieke aard van het Songfestival natuurlijk net iets ingewikkelder

In werkelijkheid ligt de apolitieke aard van het Songfestival natuurlijk net iets ingewikkelder. Een wedstrijd tussen landen in een culturele setting is per definitie politiek. Zo waait er elk jaar een collectieve zucht over het continent als Griekenland en Cyprus elkaar weer eens douze points geven. Ook de liedjes zelf zijn lang niet altijd te duiden als wel of niet politiek. De Oekraïense Jamala won in 2016 met het lied ‘1944’, over de deportatie van Krim-Tataren in dat jaar door de Sovjet-Unie. In de context van de Russische annexatie van de Krim twee jaar eerder was het niet moeilijk om 1944 als actueel politiek statement te zien.

Ook aan de Nederlandse songfestivalacts zit wel eens een politiek randje: al bij de allereerste Nederlandse inzending voor het Songfestival sijpelde er iets van politiek door in de persoon van Jetty Paerl. Haar ‘Vogels van Holland’, geschreven door Annie M.G. Schmidt, was geen politiek statement, maar Jetty zelf belichaamde het snijvlak politiek en cultuur omdat ze bekend was vanwege haar werk bij Radio Oranje tijdens de Tweede Wereldoorlog.

https://www.youtube.com/embed/u45UQVGRVPA

EU-phoria

Als het Eurovisiesongfestival politiek gekleurd is, dan is het progressief-links en pro-Europees. De European Broadcasting Union (EBU) werd in 1950 opgericht om Europese landen te verbinden, in de meest letterlijke zin. De EBU was een initiatief van nationale omroepen om hun content ook internationaal te kunnen tonen en buitenlandse shows uit te kunnen zenden, maar daar was eerst een internationale infrastructuur voor nodig. Dat deze verbinding tussen West-Europese landen ook ideologisch van aard was, werd benadrukt door Paus Pius XII, die in de eerste uitzending van de EBU in 1954 in vijf talen sprak over Europese verbroedering.

De Europese eenwording liep min of meer gelijk op met de ontwikkeling van het Eurovisiesongfestival. De voorlopers van de Europese Unie, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) en de Europese Economische Gemeenschap (EEG) werden opgericht in de jaren 1950 door dezelfde landen die meededen in het Songfestival: de Benelux-landen, Frankrijk, West-Duitsland en Italië. Alleen het onafhankelijke Zwitserland werd geen EEG-lid, maar nam wel deel in het Songfestival.

Als het Songfestival politiek gekleurd is, dan is het progressief-links en pro-Europees

Elk land dat tot de EEG en later de EU zou toetreden, zou eerst deelnemen aan het Songfestival, met uitzondering van Tsjechië. Andersom was dit niet het geval: Songfestivaldeelnemers als Noorwegen, Israël, Turkije en Marokko werden nooit EU-lid.

Het onderwerp “Europese eenwording” schopte het zowaar tot in de muziek zelf. De Italiaanse zanger Toto Cutugno won het festival van 1990 met ‘Insieme 1992’ (“Samen 1992”). Met een Sloveens achtergrondkoor blikte hij vooruit naar 1992, het jaar waarin het Verdrag van Maastricht getekend zou worden, waarmee de Europese Gemeenschap zou overgaan in de Europese Unie, met een intensere samenwerking tussen lidstaten en de invoering van de euro. Ook het bidboek van Maastricht, de grote concurrent van Rotterdam om het Nederlandse songfestival van 2020 te organiseren, stond bol van verwijzingen naar het Verdrag van Maastricht.

https://www.youtube.com/embed/0b5whZydVZc

Mede door het jaarlijkse songfestival konden inwoners van EU-lidstaten zich alvast een beeld vormen van aanstaande lidstaten. Een uitgelezen kans dus ook voor die kandidaten om zich te presenteren als landen met een gezamenlijk Europees gedachtegoed. De slogan van de Europese Unie, United in Diversity, werd door pro-Europese omroepen als leidraad genomen voor hun Eurovisie-acts. Neem bijvoorbeeld Oekraïne: in de afgelopen jaren deden ze mee met onder andere het officieuze lijflied van de Oranje Revolutie door rapgroep GreenJolly; dragqueen Verka Serduchka, wiens ‘Lasha Tumbai’ toch wel heel erg op een fonetisch “Russia Goodbye” leek, al hield ze vol dat het de Mongoolse term was voor slagroom; en de half-Congolese Gaitana, die vanuit de nationalistische Svoboda-partij het verwijt kreeg de indruk te wekken dat Europeanen zouden denken dat Oekraïne op een ander continent lag.

Pinkwashing, artwashing en Israël

Terwijl de eerste landen zich melden voor deelname in 2020, maakte Hongarije bekend dat het land niet zou meedoen. Ze gaven daar geen officiële reden voor, maar The Guardian speculeerde dat het kwam omdat het songfestival “te gay” werd bevonden door regeringspartij Fidesz. Ook beroepshomofoob Johan Derksen noemde het songfestival één groot homofeest.

Ondanks hun nare associaties hadden Derksen en de Hongaren eigenlijk geen ongelijk. Het festival heeft een grote aanhang van voornamelijk homoseksuele mannen en bij het woord Eurovisie komen al snel associaties met de kitsch en glam van flamboyante Eurovisie-knallers als Conchita Wurst, Dana International, Marija Šerifović en Verka Serduchka. Diezelfde artiesten vertegenwoordigen vaak een land waar ze het niet zo nauw nemen met LHBTI-rechten. Ook pinkwashing, het profileren van personen, bedrijven, organisaties en regeringen als pro-LHBTI, om modern, progressief en tolerant te lijken, is dus geen onbekende van het Songfestival.

Beroepshomofoob Johan Derksen noemde het songfestival één groot homofeest. Ondanks zijn nare associaties heeft hij geen ongelijk

Het gastland van 2019, Israël, zette vol in op de diversiteitsboodschap. Zo mocht oud-winnares en transvrouw Dana International op de Eurovisie-dinsdag een liedje zingen. Er was gekozen voor ‘Just the Way You Are’ van Bruno Mars. De woorden “Love has no boundaries, no religion, no race, no limits, love is love” verschenen achter haar op een groot scherm, terwijl een trits aan diverse stelletjes door een kiss cam werden aangespoord te zoenen voor het miljoenenpubliek. Presentator Assi Azar vertelde hoe Dana’s overwinning in 1998 hem kracht gaf toen hij nog in de kast zat.

Tijdens de tweede halve finale deed Israël het trucje dunnetjes over. Israëls Eurovisie-slogan Dare to Dream werd ditmaal belichaamd door de groep Shalva, bestaande uit jongeren met een beperking. Het lied opende met een focus op de vingers van één van de twee blinde zangeressen, die zich een weg banen over een tekst in braille. Je mag aannemen dat de meisjes de tekst uit het hoofd kennen, dus was dit spiekbriefje nodig? En waarom stond er een jongen met Down en een keppeltje dit alles te vertalen in gebarentaal, als hij lang niet de hele tijd in beeld was? Voor wie gebaarde hij?

De boodschap zit niet in de tekst, de gebaren, het breekbare braille. The medium is the message, zei de filosoof Marshall McLuhan al. De boodschap is: kijk eens hoe goed wij zijn voor onze minderheden, of het nou mensen met een handicap zijn, of leden van de LHBTI-gemeenschap. Israël presenteerde zichzelf hier als een oasis van verdraagzaamheid en liefde in het dorre, bedreigende Midden-Oosten.

Presentator Assi Azar vertelde hoe Dana’s overwinning in 1998 hem kracht gaf toen hij nog in de kast zat

De oproep van Palestijnse kunstenaars, organisaties en journalisten tot een boycot van het festival, werd ondertussen rijkelijk genegeerd door alle deelnemende landen. Het Deense zangeresje Leonora zong zelfs “don’t get too political” in haar liedje, ‘Love is Forever’, wat in de context van een songfestival in Israël welhaast zelf een politiek statement is. Dat de IJslandse groep Hatari Palestijnse vlaggen de arena had binnengesmokkeld, en dat ook gastartiest Madonna een Palestijnse vlag toonde tijdens haar optreden, deed daar nauwelijks afbreuk aan. Ghada Zeidan, oprichtster van de Palestijns-Nederlandse organisatie Palestine Link, noemde de hele show in Israël artwashing: een poging van Israël om de bezetting en onderdrukking van Palestina te verhullen in rookmachines, stroboscooplicht, spektakel.

De diversiteitsboodschap, hoe selectief ook, zat er in 2019 dus goed in, maar eigenlijk ook al vele jaren ervoor. Uit conservatieve hoek komt er al jaren veel weerzin tegen het festival naar boven. Toen de bebaarde dragqueen Conchita Wurst het festival in 2014 won, brachten de leiders van de Servische en Montenegrijnse orthodoxe kerken dit direct in verband met de overstromingen in de Balkan die erop volgden en waarin tenminste vijftig mensen verdronken. Ook de Russische orthodoxe kerk noemde de overwinning van Wurst een gruwel, iets wat direct inging tegen de christelijke identiteit van de Europese cultuur. Een petitie werd gestart in Rusland en Wit-Rusland om niet meer mee te doen met het Songfestival, waar liberale Europeanen hun kinderen zouden blootstellen aan zoveel sodomie.

In de aanloop naar het festival in het liberale Nederland zagen de Hongaren wellicht de roze wolk al hangen, en gooiden ze daarom de handdoek in de ring.

Het laatste fort van witheid

Dat het festival in 2020 uiteindelijk niet doorging, zal vooral een bittere pil zijn geweest voor Jeangu Macrooy, die Nederland zou vertegenwoordigen. Achteraf bezien bevatte zijn lied ‘Grow, een verhandeling over persoonlijke groei en de teleurstellingen die daarmee gemoeid gaan, al een vooruitziende blik: “It ain’t what I thought it would be”, zingt de zanger.

Jeangu lijkt een verpersoonlijking van de Eurovisie-slogan Open Up. Als openlijk homoseksuele zanger uit Suriname sprak hij zich al eerder uit over het belang van rolmodellen en zichtbaarheid. Seksuele diversiteit wordt al jaren geassocieerd met het songfestival, maar de profilering van etnische diversiteit loopt in vergelijking achter.

https://www.youtube.com/embed/sMcxWB90TTY

Vanaf het begin was het Songfestival bedoeld als Europees festival, waarin deelnemende landen hun muziek en cultuur konden laten zien. De meeste deelnemende landen interpreteerden dat als: witter dan wit. Tot ver in de jaren 1990 bleef het Eurovisie Songfestival een witte anomalie binnen een muziekbusiness waarin zwarte muziek en artiesten al sinds jaar en dag een aanzienlijke rol speelden. De Nederlandse muziekwetenschapper Lutgard Mutsaers stelt dat het Songfestival lang kon worden gezien als het laatste fortress of whiteness in mainstream popmuziek.

Nederland vormde daarop al vroeg een uitzondering. In 1964 zong Anneke Grönlöh als eerste Indo-Europese zangeres op het songfestival haar lied ‘Jij bent mijn Leven’. Twee jaar later stond de Surinaams-Nederlandse Milly Scott als eerste zwarte artiest met ‘Fernando en Filippo’ op het podium namens Nederland.

https://www.youtube.com/embed/lAqjksxc4iA

In de zestig keer dat Nederland meedeed aan het Songfestival, gebeurde dat zeventien keer door (deels) niet-witte artiesten; als je achtergrondartiesten meerekent, groeit dat aantal zelfs tot zesentwintig keer. Ter vergelijking: België, toch een land met een rijkelijk diverse muziekcultuur, werd in eenenzestig songfestivaledities slechts drie keer vertegenwoordigd door (deels) niet-witte acts, waarvan twee keer door leden van de Nederlandse Maessen-familie, die eerder al als Hearts of Soul mee hadden gedaan namens Nederland. Het verloren songfestival van 2020 had deze trends voortgezet, met Jeangu Macrooy voor Nederland en de witte artiesten van Hooverphonic uit België.

De etnische diversiteit in de Nederlandse inzendingen kan worden gezien als uitdrukking van “tolerant Nederland”, een natuurlijke representatie van een multiculturele samenleving. Dat Nederland zich al vroeg wilde profileren als inclusief is prijzenswaardig, maar je zou het ook kunnen zien als borstklopperij. Is Nederland echt zo vooruitstrevend? Of wil het alleen maar zijn tolerante imago tentoonspreiden voor de rest van Europa?

In de filmpjes van Rotterdam 2020 viel vooral de diverse stoet van sympathieke mensen en regenboog-vlaggen op

Landen als Oekraïne, Roemenië en Noord-Macedonië presenteerden de afgelopen jaren ook zwarte artiesten op het Eurovisie-podium. Dat dit niet erg representatief is als je kijkt naar de census van deze landen, maakt duidelijk dat diversiteit op het festival wel vaker wordt gebruikt als showelement. De eerste en enige keer dat een zwarte zanger het festival won, was dat namens Estland, en pas in 2001: de van oorsprong Arubaanse Dave Benton won met Tanel Padar en 2XL met het nummer ‘Everybody’. Het lied was zelfs onderdeel van een opzettelijke strategie om Estland als divers, en dus westers, te presenteren aan de rest van Europa, ook met het oog op toetreding tot de Europese Unie in 2004.

In de filmpjes van Rotterdam 2020 viel vooral de diverse stoet van sympathieke mensen en regenboogvlaggen op, naast obligate beelden van koeien, tulpen en tompoezen. Maar die opbouw naar een groot Open Up-feest, veranderde in een lockdown zoals we die nooit eerder meemaakten.

Voor Rotterdam zal de keuze voor een inclusief festival waarschijnlijk niet alleen zijn ingegeven door een verlangen om mooie sier te maken voor Europa. De diversiteit die terugkomt in de keuze voor Macrooy, in de slogan, en in de marketingcampagne voor het festival ligt immers al besloten in de veelzijdigheid van de Rotterdamse, en breder, de Nederlandse bevolking. Dat het festival in 2020 niet doorging, mag dan ook een gemiste kans heten om ook etnische diversiteit meer in de Eurovisie-spotlights te zetten.

Open Up 2020

Voor elk Eurovisie-optreden zijn er postcardvideos te zien die vaak worden gebruikt om de schoonheid en cultuur van het gastland te tonen. Voor de editie van 2020 ging een oproep naar Rotterdamse gemeenschappen en clubs de deur uit om activiteiten te ondernemen met de Eurovisie-artiesten. Met een beetje geluk zouden de afgevaardigden al koekhappend, fierljeppend, rolstoelbasketballend en in full drag te zien zijn geweest in de visuele ansichtkaarten. De opnames stonden al gepland, maar begin maart maakte de Israëlische zangeres Eden Alene al kenbaar dat ze er vanwege Covid-19 niet voor naar Nederland zou vliegen. Haar besluit vormde een proloog op de beslissing die de EBU een week later zou nemen: voor het eerst sinds 1956 zou het Eurovisiesongfestival geannuleerd worden. En dat niet alleen: voor het eerstvolgende festival in 2021 mochten de 41 liedjes niet hergebruikt worden.

Hopelijk wordt het gevoel van verbondenheid in diversiteit door deze crisis alleen nog maar versterkt

Terwijl de Ahoy werd omgebouwd tot noodhospitaal, werd achter de schermen hard gewerkt aan een online alternatief. NPO, NOS, AVROTROS en EBU gingen aan de slag met Eurovision: Europe Shine A Light, dat op 16 mei 2020 wordt uitgezonden en waarin fragmenten van alle deelnemende liedjes worden afgewisseld met oudere songfestivalklassiekers. Chantal Janzen, Edsilia Rombley, Jan Smit en NikkieTutorials, die al in de startblokken stonden om het festival te presenteren, verzorgen nu de presentatie van dit alternatief vanuit een studio zonder publiek.

Ondertussen maakten diverse nationale oproepen plannen voor hun eigen versie van het Songfestival. Onder andere Australië, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Zwitserland zenden hun eigen versie uit, vaak verspreid over meerdere avonden, en zelfs met de mogelijkheid om als vanouds op de favoriete act te stemmen. Op het moment van schrijven is er al één winnaar bekend, van de Oostenrijkse show: de kleurrijke IJslandse inzending ‘Think about Things’ van de groep Daði og Gagnamagnið kreeg de meeste stemmen. De IJslanders wonnen ook het digitale alternatief Eurostream2020, georganiseerd door verschillende songfestivalwebsites, België en Nederland kregen respectievelijk de vijfde en dertiende plek toebedeeld door de vakjury’s.

https://www.youtube.com/embed/1HU7ocv3S2o

Ook de organisatoren van het Songfestival mogen zich alvast winnaars noemen: het logo, een amalgaam van Europese vlaggen gebaseerd op vijfenzestig jaar festivalgeschiedenis, gemaakt door het Nederlandse designbureau CLEVER°FRANKE, won twee prijzen bij de European Design Awards.

Opgeteld zullen de tv-alternatieven qua kijkersaantal waarschijnlijk nooit in de buurt komen van een normaal Songfestival, en de artiesten, liedjesschrijvers en producenten hebben in 2020 niet het bereik waar ze op hoopten, maar het Songfestival leeft door. Hopelijk mogen veel van hen het in 2021 overdoen, krijgt Rotterdam alsnog het Songfestival waar het zo zijn zinnen op had gezet, en wordt het gevoel van verbondenheid in diversiteit, nu gekristalliseerd in de slogan Open Up, door deze crisis alleen nog maar versterkt.

Zo gaat het Songfestival van 2020 tóch niet helemaal verloren.

Deze tekst kwam tot stand met de steun van De Nieuwe Garde, een platform dat de krachten van de literaire, culturele en wetenschappelijke velden verenigt, en die inzet om beloftevolle schrijvers hun weg in de essayistiek te laten vinden. Meer info via deze link.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.