Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

HLN-hoofdredacteur en stiftdichter Dimitri Antonissen wil niet kiezen tussen nieuws en poëzie
0 Reacties
literatuur

HLN-hoofdredacteur en stiftdichter Dimitri Antonissen wil niet kiezen tussen nieuws en poëzie

Dimitri Antonissen, lid van de hoofdredactie van Het Laatste Nieuws, heeft een tweede bundel met ‘stiftgedichten’ uit. Dat zijn geen gewone gedichten, maar ‘schrapteksten’. Om zijn hoofd leeg te maken, duikt Antonissen ’s avonds, gewapend met pen en stiften, in het materiaal waar hij overdag beroepshalve mee bezig is. Maar in plaats van artikelen op te bouwen, schrapt hij erin, op zoek naar de juiste woorden. ‘Het resultaat is altijd een verrassing’, zegt hij.

Twaalf jaar zat er tussen Dimitri Antonissens eerste bundel Schrap me (2010) en zijn onlangs bij het Gentse Poëziecentrum verschenen Stiftgedichten. Als lid van de hoofdredactie van Het Laatste Nieuws moest hij de stiftgedichten even aan de kant schuiven. Tot Antonissen op een dag toch tot het besef kwam dat hij zijn stiftgedichten miste. Waar hij eerst vreesde dat zijn schrapteksten minder belangrijk waren dan zijn werk voor de krant – omdat ze een minder groot bereik hebben –, realiseerde hij zich later dat de gedichten een deel waren van zijn carrière in de media.

Antonissen: “De poëzie geeft mij een vollediger leven, ik voel mij beter in mijn job door creatieve dingen te doen. Zoals de onlangs overleden huisdichter van De Morgen Stijn De Paepe het ooit zei: ‘Het heeft misschien geen nut, maar wel zin’. Ook vind ik de spanning tussen het massamedium Het Laatste Nieuws en de kleine nichegedichten interessant. Ik wil geen keuze maken.”

Het gaat bij stiftgedichten niet om poëzie zoals we die traditioneel kennen, maar om erasurism of schrapteksten. Dat is een vorm van constraint writing – schrijven aan de hand van beperkingen – zoals bij de experimenten van Oulipo (ouvroir de littérature potentielle, ofwel ‘werkplaats voor potentiële literatuur’). Deze groep, opgericht in 1960 door de Franse schrijvers Raymond Queneau en François Le Lionnais, maakt literaire werken die onderhevig zijn aan bepaalde beperkingen of voorwaarden, om zo de creativiteit aan te scherpen.

Antonissen: ‘Ik voel mij beter in mijn job door creatieve dingen te doen’

Antonissen zegt dat ook hij aangetrokken is door deze manier van schrijven: “Ik heb me altijd goed gevoeld bij vormen die me een beperking opleggen. Vroeger schreef ik bijvoorbeeld korte verhalen die dan exact uit vijfhonderd woorden bestonden.” Die verhalen werden door het publiek gesmaakt. “Ze lezen als poëzie”, kreeg Antonissen dan als reactie. De verklaring daarvoor ziet hij in zijn verhoogde aandacht voor ritme en klankkleur, waardoor de stukjes tekst op het snijvlak van poëzie en proza zitten.

Maar wat is nu een gedicht voor een stiftdichter? Antonissen: “Poëzie is een schemerzone, het is een stuk tekst waar lezer en dichter een eigen betekenis in leggen en een eigen betekenis in zoeken. Of mijn gedichten poëzie zijn? Ik zoek bewust die grens op en ik dek mij in mijn poëzie alvast in tegen de kritiek dat de stiftgedichten ‘geen echte poëzie’ zijn. Denk maar aan mijn gedicht “Er zijn / dichters / die het moeten hebben van / hun diepgang, en / lange, verhalende ge- / dichten / Maar ik / niet”.

In de Stiftgedichten van Dimitri Antonissen bestaat de beperking er net in dat hij niet werkt met zijn eigen woorden, maar met die van anderen. “Het geeft een speciaal gevoel om je iemands woorden toe te eigenen en er iets nieuws van te maken, dat geeft een gevoel van macht. Zo geeft het een kick om van een lang feministisch essay van Saskia De Coster iets luchtigs te maken. Dan tag ik de oorspronkelijke auteur via Twitter of Instagram en dan is het altijd even in spanning wachten op een reactie – maar die valt meestal wel goed mee.”

Antonissen: ‘Het geeft een speciaal gevoel om je iemands woorden toe te eigenen en er iets nieuws van te maken’

En wat met de auteursrechten? Antonissen zegt dat er met de uitgeverij over is gesproken omdat het toch wel een gevoelige materie is. Op het einde van de bundel vind je dan ook deze melding: “Degenen die desondanks menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.” Tijdens ons gesprek zegt Antonissen ook nog lachend: “Indien auteurs toch aanspraak willen maken op hun royalty’s, neem ik hen graag eens mee uit voor een etentje op mijn kosten.”

Voor deze stiftdichter gaat het vooral om het spel van de schrapteksten. “Je weet nooit wat je gaat krijgen, ook voor mij is het ongrijpbaar. Ik zoek naar beelden en klankkleuren die mij aanspreken, maar het uiteindelijke resultaat is altijd een verrassing. Je kan er moeilijk de vinger op leggen.”

Dat Antonissen het graag speels houdt, lezen we ook in zijn gedichten: “jarennegentigfeestjes / en / cassettebandjes / met / Grace Jones, en / de Lambada. / Ik herinner me / één feest waarbij ieder / een gelukkig / moest worden of / werd omgeruild voor een / borrelhapje”.

Ook een artikel over onze hoofdredacteur Hendrik Tratsaert uit De Standaard vormde de basis voor een stiftgedicht: er moeten “meer vrouwen in het b(l)ad”.

De schrapgedichten van Antonissen, de bekendste van hun soort in het Nederlandse taalgebied, passen in een lange traditie van (literaire) kunstwerken op basis van andermans teksten of gevonden objecten, ook wel readymades genoemd. De bekendste readymade is natuurlijk het urinoir van Marcel Duchamp – of moeten we zeggen van Elsa von Freytag? Uit recent onderzoek is gebleken dat deze kunstenares de werkelijke auteur is van Fountaine uit 1917, zegt literatuurwetenschapper Kila van der Starre. In ieder geval: door een dagelijks object te hercontextualiseren en het in een museum te plaatsen, ontstond er een kunstobject.

“Dit is ook wat er bij de stiftgedichten gebeurt”, legt Van der Starre uit, die onderzoek doet naar de circulatie en het gebruik van poëzie. “Je neemt iets uit de dagelijkse werkelijkheid, in dit geval uit een krant, dus dat is iets niet-fictioneels en doorgaans iets niet-creatiefs, en door het te hercontextualiseren ontstaat er iets artistieks en subjectiefs. Poëzie ligt dan zomaar voor het oprapen.”

Literatuurwetenschapper Kila van der Starre: ‘Door teksten uit de krant te hercontextualiseren ontstaat er iets artistieks. Poëzie ligt dan zomaar voor het oprapen’

Van der Starre voegt hieraan toe: “Bij stiftgedichten ga je aan de slag met de woorden van anderen en ook toeval speelt een grote rol. Ze gaan dus ook terug op de traditie van het surrealisme en het dadaïsme, waarbinnen mensen onder andere kunst maakten op basis van het toeval.” Traditionele ideeën over literatuur zoals originaliteit, auteurschap en creativiteit staan daardoor ter discussie. Vanwege de obsessionele drang naar originaliteit in de literaire wereld worden de stiftgedichten toch vaak als minderwaardig beschouwd, of als een apart genre naast de traditionele poëzie, weet Kila van der Starre.

Carl De Strycker, directeur van het Poëziecentrum, erkent de lange traditie waarin de stiftgedichten thuishoren. “Ze sluiten ook aan bij de experimenten van de jaren 1960, waarbij er werd gewerkt met fragmenten uit de dagelijkse realiteit. Ze zijn dus deels een verderzetting, maar ze zijn ook vernieuwend door hun onverwachte vorm. Daarenboven is het geen hermetische poëzie – wat overigens wel vaak het geval is met experimentele teksten. Daarnaast zitten ze op het snijvlak van literatuur en beeldende kunsten. Het gaat hier om een intermediale manier om aan poëzie te doen. Omdat het basismateriaal een krant is, heb je sowieso beeld – je krijgt dus een hybride vorm van poëzie.”

De Stiftgedichten zijn kleine schilderijtjes waarop golfjes, pijlen of poezen te zien zijn. Gevraagd naar dit aspect van zijn kunst reageert Antonissen bescheiden. “Ik heb een slechte fijne motoriek, maar ik probeer er iets van te maken. Austin Kleon (auteur van ‘newspaper blackout poems’ en Antonissens inspiratiebron, red.) gaat daarin veel verder, hij maakt prachtige sketches. Maar ik doe mijn best. Als ik een toepasselijke foto zie, dan houd ik die, of ik speel met lettergroottes. Ik houd wel steeds rekening met de leesbaarheid. Als beeld moet alles helder leesbaar zijn, anders zijn de stifgedichten onbruikbaar. Van mijn vorige bundel zijn ook enkele gedichten op posterformaat gedrukt, dan zie je echt dat het visuele poëzie is”.

Onder meer door die visuele laag zijn de stiftgedichten erg populair, en ook de toegankelijkheid ervan speelt daarin een rol: iedereen kan het doen, je hebt enkel wat stiften en kranten nodig (zie ook de appendix bij Stiftgedichten met instructies).

Carl De Strycker van het Poëziecentrum: “Wij hebben de bundel uitgegeven, ten eerste omdat het een uniek genre is, en ten tweede omdat wij zoeken naar manieren om mensen in aanraking te laten komen met poëzie en dit is een heel laagdrempelige vorm van poëzie, leerlingen kunnen er zelf mee aan de slag.”

Literatuurwetenschapper Kila van der Starre: ‘Voor mensen die niets hebben met gedichten is het een laagdrempelige en prikkelende vorm van poëzie’

Kila van der Starre deelt die mening: “Voor mensen die niets hebben met gedichten is het een laagdrempelige en prikkelende vorm van poëzie doordat je de woorden en het thema al hebt. Je hebt wel visueel inzicht nodig. Die combinatie van woord en beeld past trouwens goed in deze tijd: Instagramdichters doen dat ook en die zijn immens populair – zowel online als offline: ze hebben een grote impact op de verkoop van poëziebundels.”

En ook een poëtisch oog komt van pas. Dat Dimitri Antonissen dat heeft, lezen we in zijn Stiftgedichten, een bundel die meerdere parels poëzie bevat, waaronder deze: “Koester de tijd / nu buiten / een / museum is / van kwetsbaarheid.”

Dimitri Antonissen, Stiftgedichten, PoëzieCentrum, Gent, 2022, 108 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.