Publicaties
Grasduinen in de Grote van Daele
0 Reacties
© Europese Unie 2018 - EP
© Europese Unie 2018 - EP © Europese Unie 2018 - EP
Wankel
maatschappij

Grasduinen in de Grote van Daele

Gaston Durnez las de memoires van de bekendste Belgische diplomaat: Frans van Daele. Deze man wordt ook wel eens ‘schaduwkoning’ genoemd en staat als ‘onverstoorbare eurofiel’ te boek. Hoe de ‘Grote van Daele’ over de beruchte Boris Johnson denkt? ‘Hij gaat de Brit met opgetrokken neus voorbij.’

Toen eerste minister Wilfried Martens die ochtend de krantenkoppen zag, schrok hij zich een hoedje. Daar las hij zowaar wat hij daags voordien, in een besloten vergadering, zonder ambtenaren, zonder secretarissen, zonder diplomatieke assistenten voor de ministers, en met veiligheidsagenten in de buurt, had besproken met zijn buitenlandse collega’s van de Europese Raad. Stomverbaasd vroeg de nog niet zo ervaren Belgische eerste minister zich af hoe die kerels – rekels? – van de pers in ’s hemelsnaam zo goed ingelicht konden zijn. Men heeft het hem nooit uitgelegd.

Frans Van Daele, toen een jonge maar al sterke coming man in de diplomatie, kende het geheim van het lek en dat onthult hij nu, vele jaren later, in zijn memoires, Schaken met de macht. Het lijkt wel een studentengrap en het behoort tot de weinige anekdotes die de gewezen kabinetschef van koning Filip in zijn boek vertelt. Hij komt wel over als een gemoedelijke man en hij vertelt graag en gemakkelijk. Maar als memorialist geeft hij de voorkeur (zo zegt Herman Van Rompuy het in een voorwoord) aan “een brede beschrijving van wat hij beleefde om dan telkens over te schakelen naar een hoger niveau van analyse”.

Wat vertelt Van Daele? “Ambtenaren worden altijd erg zenuwachtig van situaties waarbij hun ministers onderhandelen over belangrijke zaken zonder dat zij er zelf bij betrokken zijn;” Zij doen hem denken aan Yes, Minister, het befaamde Engelse satirische tv-feuilleton. “De hoge ambtenaren willen altijd weten wat hun minister aan het uitspoken is. En de ministers zelf vinden het veel leuker dat er geen ambtenaren in de weg zitten, dan kunnen ze hun zin doen…” Van Daele zegt er niet bij – maar zou hij niet terzijde staan glimlachen? – dat de kabinetschef in het feuilleton uiteindelijk alles beter wist en besliste.

[Lees verder onder de video]

Dat was dus de sfeer in de jonge Europese Raad. De gefrustreerde diplomaten die als persoonlijke assistenten van hun eerste minister ter beschikking stonden, beraamden een actieplan. Ze kregen het voor mekaar dat hun groepje voor de deur van de vergadering mocht plaatsnemen. Als iemand van hen een bericht had voor zijn minister, dan mocht die even de zaal in om het te bezorgen. De “loopjongen” treuzelde dan wat en zette zijn oren goed open. Zo kreeg ieder zijn beurt om te luistervinken en nadien te noteren wat hij had opgevangen in enkele flitsen, die samen tenslotte een behoorlijk verslag vormden…

Het was niet de bedoeling dat dit aan de pers zou worden bezorgd. Edoch, er liepen in de buurt ook woordvoerders rond die de naam van hun minister graag in de krant wilden. Woordvoerders waren toen een nieuwe, weldra zeer bloeiende mensensoort, met een eigen levensritme.

Als je het nu vertelt, is het alsof studentikoze, ambitieuze assistenten bezig zijn hun trukendoos te testen. Het resultaat was wel dat er na verloop van tijd door de Bevoegde Instanties voor een reguliere verslaggeving werd gezorgd, met een behoorlijke link naar de pers. Nu vormen de vele bedrukte pagina’s uit de jaren 1980 een bron voor de Europese Geschiedenis.

Rechterarm

Frans van Daele (72), Zeeuws-Vlaming van geboorte en West-Vlaming van afkomst, zal nu wel de bekendste Belgische diplomaat zijn. Op alle grote diplomatieke posten heeft hij schaak gespeeld met de Macht. In meer dan één Belgische regering heeft hij achter de rug van de stuurmannen gestaan als zij het roer van het Schip van State in handen namen. Vaak was hij hun rechterarm om het stuur vast te houden.

Zijn actieve loopbaan besloot Van Daele als kabinetschef van de eerste president van Europa en daarna, kroon op het werk, als kabinetschef van de koning. Hij werd minister van staat en is in de adelstand verheven als baron. De kranten durfden hem wel eens als “schaduwkoning” in het licht te stellen. Ze zien in hem een “onverstoorbare eurofiel” en tegelijk een Vlaming die de Belgische boot “onvergaanbaar” acht. Het moet ons dan ook niet verwonderen dat sommigen hem, denkend aan zijn Zeeuwse naamgenoot (met één e te weinig) “simpelweg de nieuwe Grote van Daele” gingen noemen. Kortom, hij is spraakmakend geweest.

[Lees verder onder de video]

Als journalist keek ik dus uit naar wat hij in zijn gedenkschriften zou zeggen over de media in het algemeen en hun spraakmakers in het bijzonder. Hij heeft ze in het hart van Europa zien groeien tot een nooit geziene kolossale kolonie. Hij heeft ze ook zelf op een eigen manier gebruikt om la chose publique te dienen.

De Europese journalisten in Brussel hebben Washington onttroond als belangrijkste stad van de buitenlandse correspondenten

Toen Van Daele in de jaren tachtig van vorige eeuw als woordvoerder bedrijvig was, kon hij nog van zijn nachtrust genieten, zegt hij. Sindsdien heeft de technologische (r)evolutie een nooit meer onderbroken nieuwsstroom veroorzaakt en maken de sociale media de dienst en de ondienst uit. Maar zij hebben de echte beroepslui niet uitgeschakeld. De Europese professionals zijn talrijker dan ooit. Zij hebben Washington onttroond als belangrijkste stad van de buitenlandse correspondenten. In Brussels, in het licht en de schaduw van de Europese wijk, wonen en werken nu meer dan duizend verslaggevers en commentatoren.

Van Daele voert er het positieve woord over. De meesten noemt hij prima vaklui. Ze zijn ook pro-Europees: “Uitzonderingen zoals de beroemde, of liever beruchte Boris Johnson, de huidige premier, die correspondent was van de Daily Telegraph, niet te na gesproken.” Wie bij het lezen van die naam een boristiek verhaal verwacht, heeft de stijl van de diplomaat niet goed beet. Hij gaat de Brit met opgetrokken neus voorbij.

De aanwezigheid van het enorme Press Parc in het hart van België heeft als gevolg dat het land meer dan normaal profiteert van het licht waarin de internationale media werken. België zelf komt meer dan ooit in het wereldnieuws. Maar dat is niet altijd kleurrijke reclame. Integendeel. De buitenlandse correspondenten willen ook geregeld “aangrijpender verhalen” brengen dan de Europe stories en het meest illustere voorbeeld noemt Van Daele de affaire-Dutroux.

Van Daele bleef er zich sterk van bewust dat de correspondenten het beeld van België tot ver buiten de grenzen bepalen. Daarom, zo legt hij uit, heeft hij de perslui systematisch en per nationaliteit aangesproken en heeft hij een netwerk gebreid dat zijn nut bewees bij een ander groot drama uit de recente Belgische geschiedenis, het Heizeldrama.

Maar hoe doe je dat, een netwerk breien? Om te beginnen overal aanwezig zijn waar gepraat en gecocktaild en geconfereerd en vergaderd wordt, zo heb ik, simpele duif in het Press Parc, begrepen. En altijd bereid zijn om te luisteren en vragen op te vangen en vragen te raden en ze zo mogelijk al op voorhand ernstig te beantwoorden met een redelijke uitleg. En klaar staan met een compromis, zelfs als er alleen maar twee gelijke voorstellen zijn. Natuurlijk ook altijd op background-basis, deep background, off the record, zonder vingerafdrukken… De oude uitdrukkingen uit het journalistenjargon blijven sterk.

Op background-basis is er de jongste jaren niet zo veraf, in en rond het paleis van de koning, druk en met succes aan het imago gewerkt. Men is vanzelfsprekend benieuwd naar wat de gewezen “schaduwkoning” daarover te vertellen heeft. Hij blijft er als altijd kalm bij. Hij zegt ook niet wat hij van zijn bijnaam denkt.

Wat in zijn jonge tijd over prins Filip werd verteld, was een karikatuur, zegt Van Daele. De basis daarvan was gelegd door “een gewezen hofmaarschalk (de man krijgt van hem geen naam) die beweerde te weten dat de prins “het” niet kon. Van dat ogenblik was de jacht open. Alles wat de prins deed of zei, werd tegen hem uitgelegd. De karikatuur haalde het opnieuw.” De politieke weerslag bleef echter beperkt.

Geleidelijk is de perceptie omgeslagen. Redenen: het koninklijk huwelijk, de persoonlijkheid van de koningin, de talenten van de vorst die gaandeweg meer aan het licht komen, zijn grotere aanwezigheid in het publieke leven. En op de achtergrond: het moderne communicatie- en mediabeleid. “De koning is ervan overtuigd dat de mensen moeten weten waar hij mee bezig is en wat hij probeert voor ons land te doen. Hij heeft het communicatiebeleid daarom open getrokken.”

Samenwerkingsfederalisme

De karikatuur is veranderd in het portret van een intellectuele, zeer belezen en gedocumenteerde, sportieve man. “Soms”, zegt Van Daele, “hoor ik nog het verhaal dat op het paleis alles in het Frans gebeurt. Ik spreek zelf altijd Nederlands met de vorsten, en dat gebeurt heel spontaan. Het trof me ook, toen ik hoorde dat hun kinderen onder elkaar Nederlands spraken.”

Om de ideeën van de koning over ’s lands inrichtingen te duiden, herinnert Van Daele aan de troonrede van 21 juli 2013. De zelfzekerheid waarmee Filip toen sprak, zijn positieve houding tegenover het federalisme, het woord “deelstaten” dat vroeger in koninklijke redevoeringen werd vermeden: “Signalen om te zeggen: ik volg de logica van het samenwerkingsfederalisme.”

Stel, u bent een beeldensnijder en u mag een van de beelden in het edele schaakspel het portret geven van de Grote Van Daele, wie zou u kiezen?

Frans van Daele, Schaken met de macht. Achter de schermen van de diplomatie, Lannoo, Tielt, 2019, 304 p.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be