Publicaties
Een vreemde op het eigen continent
0 Reacties
© ID / Bas Bogaerts
© ID / Bas Bogaerts © ID / Bas Bogaerts
maatschappij

Een vreemde op het eigen continent

Identitaire bewegingen teren op angst voor islam en hang naar 'complexloos' verleden

Extreem rechts en moslimextremisten zijn loten van dezelfde stam: angst. De wederzijdse vrees voor dominantie van de andere groep voedt het terugplooien op de eigen identiteit, of die nu een wit verleden verheerlijkt dan wel een fundamentalistische interpretatie van de religie aanhangt. Beide extremen komen bovendien los van de marge en dringen dieper door in de samenleving, zelfs tot in de instituties. Intussen wordt een veel groter probleem overschaduwd: ongelijkheid.

Een telefooncel in Bornem. Daar kwam ik voor het eerst in aanraking met extreemrechts. Amper zestien was ik toen ik op die zonnige namiddag in een muf glazen hok stond. Met de zwarte hoorn in mijn handtastte ik diep in mijn broekzak naar een muntstuk van twintig Belgische frank. Tevergeefs. Drie piepjes volgden en de lijn viel stil. Ik haakte in, draaide me om en stond aan de grond genageld, met één gedachte: waarom heb ik deze mannen niet zien aankomen? Met drie waren ze en ze zagen eruit als een drieling. Hun hoofd was kaalgeschoren, ze droegen een bomberjack en hadden dikke ringen met Germaanse kruisen aan hun vingers. Plots stonden ze voor de klapdeur van mijn telefooncel.

De ruit was beklad met in alcoholstift geschreven boodschappen zoals allerhande telefoonnummers, initialen, een hartje met pijl en de namen Kevin en Miranda, voor altijd. Liefde leefde kleurrijk binnenin het hok, maar buiten stond een klein front van haat met opgerolde broekspijpen. Drie paar op een rij. De middelste van het trio kende ik van gezicht en van naam. Hij was een dorpsfiguur. Verkneukeld keek hij me aan, grijnsde vies en fluisterde “White Power”. Die grimas gaf me een rilling. Ik voelde bij het trekken van zijn bovenlip het zweet over mijn rug lopen. Toch trok ik de deur open en stapte ogenschijnlijk rustig naar buiten. Voor altijd, dacht ik, ben ik nu mijn tanden kwijt. Ik verwachtte klappen, maar de mannen gingen gedwee opzij. Vreemd. Eén van hen riep me na als een hond die nog snel even blaft als zijn baasje vertrekt: “En nu ben je weg, hopelijk voor altijd!” En weg was ik, het kon mij niet snel genoeg gaan.

Zwarte dagen

Het bleef bij dat ene incident, oog in oog dan toch. We schrijven de jaren 1990,toen ik naziskinheads nog wel eens zag op een fuif in het Klein-Brabantse en daarbuiten. Hun kaalgeschoren koppen doken op na de Zwarte Zondag in 1991, toen het extreem rechtse Vlaams Blok zijn eerste grote verkiezingswinst boekte. Herrie schoppen deden ze niet, hun aanwezigheid op zich was al aanstootgevend tussen onverzorgde grungers en punkrockers die doorgaans flirtten met een opengrenzenbeleid en multiculturalisme. Maar prompt waren die in aantal te verwaarlozen neonazi’s weg, in geen straten of fuifzalen meer te bespeuren. Waren ze weggevaagd door een historische gebeurtenis van een andere ordegrootte?

De islam, ook in zijn radicale vorm, is nu lichaamseigen aan het Westen

Tien jaar na die Zwarte Zondag vond een gitzwarte gebeurtenisplaats waarop duizenden mensen de dood vonden, een dag die zijn datum als naam draagt: nine-eleven. Sindsdien praat zowat iedereen over de radicale islam. Skinheads verdwenen met de noorderzon en de radicale moslimman kwam als het ware in de plaats. Met baard, lange tuniek of gewoonweg westers gekleed werd zijn aanroepen van de almachtige God de karikaturale schets van de groeiende islam. Velen van die radicale mannen heb ik ontmoet. De suprematie van de islam is wat ze willen.Wacht maar, zeggen ze vaak, bij Gods wil, Europa wordt van ons. Weldra, insja’allah. Ze zeggen het niet met zoveel woorden maar wel evengoed met een onderdrukte grijns, muslim power zal de klok slaan.

De islam is inderdaad een groeiende godsdienst– volgens sommige onderzoeken zelfs de snelst groeiende godsdienst.Een prognose: tegen 2050 zullen er wereldwijd bijna evenveel moslims (2,76 miljard) als christenen (2,92 miljard) zijn. Tegen die tijd zal bijna 12 procent van de Belgen moslim zijn. Dat is een verdubbeling van hun aandeel in de bevolking tegenover 2010, schrijft het Pew Research Center.

“De islam heeft niet langer alleen betrekking op moslims. Voor het Westen is de islam niet langer de religie van de Ander, het is nu een endogene sociale werkelijkheid”, zegt de Franse professor Hela Ouardi. Je kunt het ook zo stellen: Europa wordt niet van moslims,maar blijft evenmin homogeen wit. We delen het continent, endogeen, met krachten en processen van binnenuit. De islam, ook in de radicale vorm, is nu lichaamseigen aan het Westen, en dat wordt door sommigen gezien als een dreiging. Moslims moeten zich niet langer integreren maar moeten worden verstoten, als waren ze de onwelkome Fremdkörper van Europa.

Terugplooien op identiteit

De ander afstoten, dat roept ook onderlinge verbondenheid op in een identitaire terugplooiing, beter bekend als identiteitspolitiek. Dat is een vorm van politiek waarbij het opkomen voor belangen wordt verengd tot de eigen groep, en een identiteit wordt aangescherpt om zich af te zetten tegen de ander. De Nederlandse onderzoeker Amy-Jane Gielen toonde in 2008 al aan dat de zoektocht naar identiteit een cruciale factor is in het radicaliseringsproces, zowel bij moslimextremisten als bij extreemrechts.

De witte man geeft niet langer de toon aan in Europa, hij valt uit de toon

Beide radicale groepen hebben een vergelijkbaar proces van identiteitsvorming. Eenvoudig gezegd komt het hierop neer: ik word pas ik als wij tegen zij zijn. Het islamitische extremisme creëert een gemeenschappelijke vijand door een afkeer tegen het in hun ogen verdorven Westen, en bij extreemrechts heerst de angst voor islamisering en politieke correctheid. Vooral in dat laatste geval voelt de witte man – middenklasse, middelbare leeftijd – zich de dupe. Hij wordt door andere groepsidentiteiten, voornamelijk van allerhande minderheden, op het matje geroepen. Daarbij grijpt men zelfs terug naar een verleden van kolonisatie, slavernij, uitbuiting en oorlog. Daar zijn witte mannen of hun kapitalistische samenlevingsmodellen nooit ver uit de buurt geweest. Niet dat andere volkeren en culturen vrijuit gaan, maar het is de grootschaligheid van vernieling en dominantie op het conto van de witte man die maakt dat hij op dit vlak haast niet te evenaren is.

Die dominantie zou ook privileges met zich meegebracht hebben. Het voorrecht om te discrimineren bijvoorbeeld, op de werkvloer en de huizenmarkt, in het onderwijs,de privésfeer, de publieke ruimte, de gezondheidssector, de sport, de cultuur en noem maar op. De uitsluiting gebeurt op basis van geslacht, etnisch-culturele of migratieachtergrond, nationaliteit, sociaal-economische positie, seksuele oriëntatie, religie en leeftijd. Volgens die gediscrimineerde groepsidentiteiten zijn het historische voorrechten die rechtgezet of op zijn minst in vraag gesteld moeten worden. Of bestreden met een (strengere) discriminatiewetgeving en een grotere inclusie van allerhande groepen in instituten, bedrijven en overheden.Mannen – wit vooral – zijn de errata geworden van een nieuw, toekomstig verhaal. De witte man is niet het Fremdkörper, maar de foutregel in Europa. Niet langer is hij de bevoorrechte norm, degene die de toon aangeeft, hij valt nu uit de toon en zijn dominante belichaming van overheden en instituten wordt ingeperkt.Haast als een vreemdeling in eigen continent schiet hij in het offensief. Zichzelf ervarend als een bedreigde soort wordt verdediging de beste aanval. Met de defensie van Europa voorop.

Virtueel activisme

Defend Europe. Dat is een actie van de jonge rechtse groep Génération Identitaire,die deel uitmaakt van een fusie van pan-Europese identitaire bewegingen die in het midden van de jaren 2000 zijn ontstaan als tegenreactie op het jihadisme. Ze strijden naar eigen zeggen tegen islamisering en massa-immigratie. Het is niet nieuw dat extreemrechtse groeperingen de xenofobe gevoelens van hun achterban bespelen, maar nieuwe bewegingen rond dit thema schieten als paddenstoelen uit de grond, denk maar aan burgerwachten zoals de Soldiers of Odin. In Vlaanderen is Schild&Vrienden de succesvolste exponent van het identitarisme. Hun slagkracht is groot in het virtuele activisme: het verspreiden van haatboodschappen op sociale media. Niet langer word ik verrast aan een publieke telefooncel,nu ben ik al eens het doelwit van trollen op het internet, tot hacking toe.

Maar de mobilisatiekracht van deze beweging neemt ook in het echt toe.Begin oktober 2018 werd in Marseille het hoofdkantoor van SOS Méditerranée, een van de hulporganisaties die op de Middellandse Zee migranten redden van de verdrinkingsdood, aangevallen en een tijdlang bezet. De daders waren jongeren van de extreemrechtse Génération Identitaire met roots in Frankrijk en vertakkingen in Nederland en Duitsland. Een fait divers, zou je op het eerste gezicht zeggen. Maar in diezelfde week maakte de Nederlandse veiligheidsdienst AIVD bekend dat er in Nederland een klimaat is ontstaan waarin rechts-extremisme gezwind kan uitzaaien. Die trend wordt bevestigd door Duitse, Britse en Zweedse veiligheidsdiensten. Alleen al in Duitsland lopen er ruim 25.500 mensen rond die zich niet langer schamen om openlijk te dwepen met neonazistisch of fascistisch gedachtegoed.Sommigen zijn bereid het pad van geweld te bewandelen voor een “zuivering van Europa”. De bewapening van extreemrechtse militanten en sympathisanten uit zich onder meer ook in het succes van schietclubs in Nederland en Vlaanderen.

De salon-fähigheid van extreem rechts voltrekt zich ook in de politiek

De opkomst van de identitaire bewegingen is ook de Belgische Staatsveiligheid niet ontgaan. In een recent rapport worden ze zo omschreven: “Naar het voorbeeld van alt-right in de Verenigde Staten. Een nieuwe verschijningsvorm van radicaal rechts of ‘extreem rechts in maatpak’.” Dit fenomeen brengt me terug naar de intimiderende ontmoeting aan de telefooncel. Nu, ruim twintig jaar later, zie ik de toen breed grijnzende dorpsfiguur soms rondlopen in mijn gemeente. Niet langer wordt hij geflankeerd door kletskoppen, maar door kinderen en pluskinderen. Het is haast aandoenlijk.

Institutionalisering en verbreding

Minder vertederend is dat de salonfähigheid van extreemrechts zich ook in de politiek voltrekt. De extreemrechtse politieke formaties verschillen van land tot land, onder meer vanwege andere tradities en het verzet waarop ze botsen. Ultranationalistische partijen zijn aan de macht in Polen, Hongarije en Slowakije. Hun agenda’s vallen grotendeels samen met die van de rechts-populisten in West-Europa. Het grote verschil: het gaat hier niet om oppositiepartijen, maar om gevestigde partijen. Europees bundelen de partijen hun krachten in de ENV (Europa van Naties en Vrijheid). In zijn onderzoek The Racist Mind Revisited (2002), waarin Raphael Ezekiel neonazi’s en KuKlux Klan-groepen portretteert, stelde de Amerikaanse psycholoog in 2002 vast dat de ultrarechtse bewegingen een trage institutionalisering doormaken. Oproepen tot geweld is geen doel meer op zich.Eerder richten ze zich op deelname aan de samenlevingsstructuren. En dat vergt zelfreflectie van onszelf als burger en kiezer. Ezekiel gebruikt hiervoor een bekende quote: “We have met the enemy and they are us.” In tegenstelling tot op die zonnige dag toen ik zestien was, kan ik deze keer niet paf staan met de vraag waarom ik deze mannen niet heb zien aankomen.

Het zijn overigens niet alleen mannen, ook vrouwen nemen deel aan het rechts-extremisme. Concreet? Het Duitse Apabiz, het “antifascistische persarchief”, verzamelde zo’n honderdtwintig namen van neonazi’s die betrokken waren bij het netwerk van de NSU (Nationalsozialistischer Untergrund, die in Duitsland diverse moorden pleegde op mensen met buitenlandse roots). Ruim 20 procent van hen was vrouw. Bij alt-right en andere extreemrechtse groepen zetten ze de positie van de vrouw vooral op de agenda als middel tegen migratie. Om vrouwen te beschermen tegen wat zij zien als de perverse effecten van multiculturalisme: een samenleving waarin vrouwen betast worden.

“We zijn de dochters van Europa. We hebben lang genoeg gezwegen. Nu begint ons verzet.” Met die duidelijke videoboodschap verzetten enkele Duitse vrouwen zich sinds begin 2018 tegen (seksueel) geweld – waarbij alleen vluchtelingen in het vizier worden genomen. De dames beschouwen zichzelf als slachtoffers van de migratiepolitiek en communiceren op sociale media met de hashtag #120db.“ 120 decibel is normaal het volume van een alarmknop in de handtas. 120 decibel is de naam van onze beweging van vrouwen voor vrouwen. #120db is de echte #metoo”, aldus de vrouwen. Het initiatief kwam uit extreemrechtse hoek en bereikte in een mum van tijd drie miljoen mensen.

Utopische regressie vormt het toekomst-beeld, gewen-teld in een regionalistische romance

Dat extreemrechts de vrouwenkaart trekt, is niet meer dan het inzetten van een pseudofeministische joker. Vrouwen dienen een schijnemancipatorische, islamofobe agenda. Schijn, jazeker, want voor de harde kern van de white supremacy-beweging heeft de vrouw slechts een hitleriaanse bestemming, en die is: Kinder und Küche.

In de frontvorming tegen de islam en migratie duikt ook nog een andere bizarre alliantie op, met name tussen sommige extreemrechtse figuren en delen van de homogemeenschap. Een bekend voorbeeld is de Franse schrijver Renaud Camus, die beschouwd wordt als inspirator van Front National. Islamofobie lijkt in dit verbond een antwoord te bieden op de homofobie van bepaalde moslims.

Nostalgische regressie

Angst voedt angst, het maatschappelijke klimaat verhardt en men hoopt het te verzachten door middel van een identitaire terugplooiing. Terug naar het land van ooit; wit – alleen wit – en christelijk. En zo gaat het ook met het extremisme op de andere flank, van islamitisch allooi, dromend van een kalifaat, voor sommigen op Europese bodem nog wel. Een utopische regressie vormt het toekomstbeeld, gewenteld in een regionalistische romance. Het is nostalgie met een uitermate wrange kant. Bij zoveel heimwee naar vroeger denk ik steevast aan dat munststuk van twintig Belgische frank in een telefoonhokje. Hartjes op de ruiten en geen hashtag te bespeuren.

Nostalgie en geschiedenis zijn een rugzak en mogen geenszins als een dood gewicht de toekomst hypothekeren. De blik vooruit hebben we nodig. Focussen op het verleden doen we om weg te kijken van het heden. De wereld mag dan wel grotendeels gevormd zijn door (de excessen van) het kolonialisme, dat staat niet los van problemen van vandaag zoals moderne slavernij gehuld in een sociale afbraak en een nieuw precariaat dat geen onderscheid kent in kleur of religie.

De identiteitspolitiek en haar bewegingen slagen er bijzonder goed in om grote systemen en kapitalistische structuren te overschaduwen. Identitarisme – van extreemrechts tot de decolonize-beweging – versterkt een neoliberaal beleid dat ertoe heeft geleid dat we in onderlinge competitie verkeren. Het merk mens kwam tot leven. Het individu werd meer en meer een werkwoord. We ikken erop los. Ik vrouw, ik bruin en ik wil wat. Zelfontplooiing wordt een bezigheid met de dwingende vraag: what’s in it for me? We stellen die vraag tot we onszelf erin verliezen, om die verdwaalde ik dan hopelijk terug te vinden in yogalessen, marathonlopen of skydiven. Of in een identitaire beweging – nogmaals: ik word ik als wij tegen zij zijn. Personal branding wordt branding van een groep. Wij worden een merk, er wordt een kudde gevormd die baat heeft bij tribale politiek.

Net daarom is extreemrechts niet langer alleen voor “marginalen”, maar ook voor studerende fils à papa’s die zich richten naar gedachtegoed zoals dat van Schild&Vrienden. Geen bomberjacks en tattoos, maar keurig in het pak. In al zijn eenvoud is het een nieuw uniform.

Universele emancipatie

Een exclusieve blik op het verleden maakt het haast onmogelijk om een oplossing te vinden voor de problemen van nu. En de vooruitkijkspiegel kan alleen een goede reflectie op de toekomst bieden als we onszelf losdenken van identiteitspolitiek. Om het met de woorden van historicus Jan Dumolyn te zeggen: “Ik denk nog steeds liever in termen van sociale klassen dan van identiteiten, ik prefereer de bevrijding door universele emancipatie dan het terugplooien op een imaginaire gemeenschap die altijd ook haar eigen interne onderdrukking kent.”

Waar de mensheid behoefte aan heeft? Een strijd tegen mondiale ongelijkheid

Maar, zo gaat Dumolyn verder, een universeel emancipatorisch perspectief, de waarden van de Verlichting en het secularisme zelf, dat vinden identiteitstheoretici te onderdrukkend en racistisch op zich, en ze maken geen politiek-economische analyse van het kapitalisme meer. Hun historische en economische kennis over het kolonialisme is bovendien vaak beperkt, hoewel ze al wel eens een postkoloniale roman “deconstrueren” of de witheid van een klassiek toneelstuk aan het licht brengen –alsof dat is waar de mensheid nu het meest behoefte aan heeft.

Waar de mensheid dan wel behoefte aan heeft? Een strijd tegen mondiale ongelijkheid, want die is nog nooit zo groot geweest. En die ongelijkheid kan iedereen treffen zorgbehoevenden, homo’s, vrouwen, werkende armen van alle kleuren; wit, rood, bruin, geel, zwart. Ongelijkheid discrimineert niet, laat zich niet in hokjes stoppen, is geen niche op de markt. Marketing heeft er geen vat op. Identiteit evenmin.

Kunnen we het daar nog eens over hebben in plaats van de witte arbeidersklasse te culpabiliseren door ze racistisch te noemen of alles in de schoenen van de islam te schuiven?

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be