Publicaties
Een staat onthoofd: de politieke val van Johan van Oldenbarnevelt
0 Reacties
Het zwaard waarmee Oldenbarnevelt is onthoofd (Rijksmuseum, Amsterdam)
Het zwaard waarmee Oldenbarnevelt is onthoofd (Rijksmuseum, Amsterdam) Het zwaard waarmee Oldenbarnevelt is onthoofd (Rijksmuseum, Amsterdam)
geschiedenis

Een staat onthoofd: de politieke val van Johan van Oldenbarnevelt

Vierhonderd jaar geleden werd landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt onthoofd wegens hoogverraad. Hoe is het zover kunnen komen?

In de vroege morgen van 13 mei 1619 stroomde het Haagse Binnenhof, het politieke centrum van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, vol met duizenden nieuwsgierige mensen van binnen en buiten Den Haag. Allen wachtten in spanning het moment af waarop een van de machtigste mannen uit die tijd zou terechtstaan wegens hoogverraad. Enige uren later beklom de 71-jarige landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt het houten schavot dat speciaal voor deze gelegenheid voor de ingang van de Grote Zaal (de huidige Ridderzaal) was opgericht. Na het uitspreken van zijn beroemde laatste woorden – “Maeck ’et kort, maeck ’et kort” – tegen zijn dienaar die afscheid wilde nemen, knielde Oldenbarnevelt neer in gebed waarna hij werd onthoofd. Wat ging vooraf aan die noodlottige dag?

Na afronding van de Latijnse school in zijn geboortestad Amersfoort vertrok Oldenbarnevelt in de zomer van 1566 naar Leuven om rechten te studeren. Zijn verblijf aan een van de grootste universiteiten van Europa bracht hem in directe aanraking met de onrust van de Beeldenstorm die door de Habsburgse Nederlanden raasde. Deze grootschalige vernieling van heiligenbeelden was de opmaat naar de opstand die twee jaar later zou uitbreken tegen landsheer Filips II van Spanje. Bij terugkeer van zijn buitenlandse studiereis in 1570 hield Oldenbarnevelt zich nog afzijdig in dit conflict tegen het Habsburgse gezag, maar dit veranderde twee jaar later toen de gewesten Holland en Zeeland het centrum van het verzet gingen vormen. De jonge jurist verhuisde naar Delft om zich aan te sluiten bij de leider van de Nederlandse Opstand: Willem van Oranje.

In 1581 besloten de zeven noordelijke gewesten van de Habsburgse Nederlanden om Filips II als hun landsheer af te zetten. Direct gingen zij op zoek naar bondgenoten die de soevereiniteit wilden overnemen. Oldenbarnevelt was inmiddels opgeklommen tot de hoogste stedelijke ambtenaar (stadspensionaris) van Rotterdam. Als vertegenwoordiger van deze zevende stad van Holland had hij toegang tot de Staten, het belangrijkste bestuurscollege van het gewest, en nam hij zitting in verschillende commissies. Zo ging Oldenbarnevelt in 1585 mee op diplomatieke missie naar Engeland om aan Elizabeth I de soevereiniteit aan te bieden. De Engelse koningin weigerde, maar stuurde wel troepen, geld en haar vertrouweling Robert Dudley, 1ste graaf van Leicester, om de opstandelingen te helpen.

Bij zijn aankomst in de Nederlanden wilde Leicester weldra zijn bevoegdheden verruimen. De Staten van Holland weigerden dit toe te staan en stelden in 1585 Maurits, zoon van de in 1584 vermoorde Willem van Oranje, aan als stadhouder om de Engelse landvoogd in toom te houden. Ook werd Oldenbarnevelt een jaar later benoemd tot landsadvocaat. Zijn doortastendheid en juridische kennis maakten hem geschikt om de belangen van het gewest te vertegenwoordigen.

Met instemming van zijn meesters, de Staten van Holland, slaagde Oldenbarnevelt in korte tijd erin zijn ambt als juridisch adviseur van Holland uit te breiden tot de belangrijkste woordvoerder van het machtigste gewest. Daarnaast liet hij de Engelse landvoogd vertrekken en voorzag hij de Staten van de zeven gewesten in 1587-1588 van een theoretische onderbouwing om de macht naar zich toe te trekken. Met Maurits als militair strateeg aan zijn zijde stond de landsadvocaat sindsdien aan het hoofd van een staat in wording: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Lange tijd verliep de samenwerking tussen beide heren goed. Oldenbarnevelt zorgde voor de nodige geldstromen, zodat Maurits zich als veldheer volledig op de oorlogsvoering kon richten. Na het behalen van meerdere militaire successen groeide bij de stadhouder de behoefte om mee te praten over het oorlogsbeleid, maar dit bracht hem in conflict met Oldenbarnevelt, aan wie hij de politieke kant van zijn ambt had overgelaten.

In 1600 kwam het tot een eerste botsing, toen Maurits gedwongen werd het kapersnest Duinkerken, dat diep in het vijandelijk gebied lag, te veroveren. Dankzij het goed geoefende leger wist Maurits net een overwinning te bewerkstelligen, maar het afdwingen van deze militaire campagne nam hij Oldenbarnevelt daarna hoogstpersoonlijk kwalijk.

In 1607-1609 liepen de spanningen hoger op door verschillen van inzicht over het sluiten van een bestand met Filips II. Als opperbevelhebber van het leger wilde Maurits de oorlog voortzetten om Spanje definitief te verslaan, maar Oldenbarnevelt zag hier niets in en dwong een wapenstilstand af. Uiteindelijk leidden politiek-religieuze tegenstellingen tijdens dat Twaalfjarig Bestand (1609-1621) ertoe dat Oldenbarnevelt en Maurits lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan.

Met steun van de Staten-Generaal liet Maurits zijn tegenstander in augustus 1618 arresteren. Bijna negen maanden zat Oldenbarnevelt gevangen, toen een speciale rechtbank hem schuldig bevond aan hoogverraad. Met zijn beleid had de landsadvocaat de interne veiligheid van de Republiek in gevaar heeft gebracht. Het vonnis “met den Swaerde” werd op 13 mei 1619 voltrokken. Vierhonderd jaar later houdt de zaak-Oldenbarnevelt de gemoederen nog altijd bezig, want heeft de landsadvocaat wel een eerlijk proces gekregen of stond zijn doodvonnis al vast? Op deze vraag is nooit een eenduidig antwoord gekomen.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be