Publicaties
Een gebroken familie in een gebroken land. ‘Gebroken wit’ van Astrid H. Roemer
0 Reacties
© Raoul Neijhorst
© Raoul Neijhorst © Raoul Neijhorst
Reeks: Postkoloniaal België en Nederland
literatuur

Een gebroken familie in een gebroken land. ‘Gebroken wit’ van Astrid H. Roemer

Roemer levert met dit boek een belangrijke bijdrage aan de postkoloniale Nederlandstalige literatuur.

De Surinaamse schrijfster Astrid H. Roemer (1947) vertelt al een halve eeuw verhalen over ontworteling, gebroken families en de impact van de Nederlandse kolonisatie op de Surinaamse bevolking. Ze debuteerde in 1970 met de gedichtenbundel Sasa onder het Swahili pseudoniem Zamani, om haar Afrikaanse wortels te benadrukken. Met de roman Over de gekte van een vrouw (1982) – over een zwarte vrouw die probeert te strijden tegen onderdrukking – brak ze door in Nederland. Voor haar proza-oeuvre ontving ze als eerste schrijver van Caraïbische oorsprong in 2016 de P.C. Hooft-prijs. Roemers romans spelen zich af in Suriname en in Nederland. In beide landen wordt ze geprezen als de Audre Lorde van de Nederlandstalige literatuur, omdat ze vanuit een intersectioneel perspectief zowel de witte als de mannelijke dominantie in de Surinaamse cultuur bekritiseert.

Gebroken wit is een tragische familieroman – Roemers meest vertrouwde genre – en speelt zich af in het naoorlogse Paramaribo. Het verhaal opent met het beeld van een oude vrouw in tranen, knielend en biddend voor Jezus Christus. Op haar kleren zit opgehoest bloed, veroorzaakt door haar levenslange verslaving aan tabak – niet toevallig een belangrijk Surinaams plantageproduct. De vrouw is grootmoeder Bernadette Vanta-Julienne, of Oma Bee. Het nakende einde van deze matriarch zet de reconstructie in gang van een familie die getekend is door het slavernijverleden, oorlogen, misbruik en incest. De trauma’s bleven onuitgesproken, de geheimen werden verzwegen. Tot nu.

Gebroken vorm

Roemer staat bekend om haar experimentele schrijfstijl. In Gebroken wit schrijft ze in een stream of consciousness. De aanhalingstekens in de directe rede ontbreken. Zinnen bestaan soms uit één woord. Lidwoorden of persoonsvormen worden hier en daar weggelaten. Ook het perspectief en de tijd zijn fragmentarisch opgebouwd. Bij elke alinea verschuift het verhaal in tijd en perspectief – wat niet uitzonderlijk is voor traumaliteratuur. Sommige recensenten noemden het boek daarom “onleesbaar”, maar dan hebben ze Ulysses van Joyce nog niet gelezen. Via flashback en herinneringen uit wisselende perspectieven van verschillende personages krijgt de lezer elke keer een nieuw puzzelstukje van de familiegeheimen.

Terwijl kleindochter Imker bij Oma Bee intrekt om voor haar te zorgen, wordt kleindochter Heli gedwongen om naar Nederland te migreren nadat ze een affaire heeft gehad met een oudere, getrouwde man – zoals Roemer zelf, wier middelste naam Heligonda is. Zij is het enige personage dat vanuit een ik-perspectief vertelt, wat de autobiografische parallellen met de auteur verder versterkt.

De spanning in het verhaal is opgebouwd door de vragen die de personages aan elkaar stellen, maar die niet meteen beantwoord worden. Als lezer word je geprikkeld om het antwoord op die belangrijke vragen over de familiegeschiedenis te achterhalen. Wat is er met Laura gebeurd? Waarom is Louise een alleenstaande moeder? En wie is de vader van haar kinderen? Waar is Ethel, de verloren dochter van Oma Bee en Opa Anton? Wie is de man met wie Heli een verboden affaire heeft?

Gebroken kleuren

Gebroken wit, in het boek consequent als “gebroken-wit” gespeld, is de kleur van veel emotioneel geladen voorwerpen die de tragiek van de familiegeschiedenis symboliseren. Zoals het nachthemd met de bloedvlekken van Oma Bee of de verlovingsjurk van Laura, die uiteindelijk nooit zal trouwen en in een gesloten psychiatrische instelling voor vrouwen belandt. Het is ook de kleur van amandelen uit Oma’s tuin, die als proustiaans motief in het boek functioneren. “Gebroken-wit, is de kleur van bittere en zoete amandelen als je er het donkerbruine velletje af pelt.” De associatie met huidskleur is snel gemaakt.

“Wij zijn niet zwart en wij zijn niet wit.” De familie Vanta-Julienne, met de licht getinte Bee met “slavenmeestersbloed” en de donkere Anton uit de slavernijplantages, hoort nergens bij. De spanning van die identiteitscrisis is het sterkste bij de geboorte van hun dochter, Ethel. Terwijl de donkere huidskleur van de baby een diepe teleurstelling is voor Bee, betekent het voor Anton een verwijzing naar zijn herkomst en geschiedenis. Na een pijnlijk racistische scheldtirade, waarbij Bee Anton uitmaakt voor “slaaf, negerbeest, zwartepiet, duivelsgebroed, satan!”, neemt de man Ethel weg en staat haar af voor adoptie.

Het eerste deel van de familienaam, Vanta, betekent zwart, en “is bedacht door een racist” in de periode dat Antons familie als slaven in de plantages werkte. “Waarom hebt u mij laten trouwen met die zwarte jongen?”, vraagt Bee. Een antwoord komt er niet, maar de vraag laat wel zien hoe diepgeworteld colourism is in de Surinaamse cultuur. Colourism is de intraculturele discriminatie op basis van huidskleur, waarvan de oorsprong getraceerd kan worden in de kolonisatie en de slavernij.

Gebroken familie

Het slavernijverleden laat generaties later nog altijd diepe littekens achter. Er was voor slaven geen legale manier om te trouwen. Elk kind dat geboren werd, was bij definitie onwettig en werd daardoor des te meer gezien als handelswaar. Gebroken families waren niet ongebruikelijk. De dreiging dat gezinnen door verkoop uit elkaar gerukt werden, was continu aanwezig.

“Mama, waar is mijn vader?” De geheimen rond het vaderschap (of -schappen) van Louises kinderen zorgen grotendeels voor de spanningsopbouw van de roman, omdat we als lezer als snel begrijpen dat dit gezin is ontstaan uit pijn en geweld. Louise wordt verschillende keren zwanger door verkrachting en incest. Bij de laatste ondergaat ze een abortus bij nota bene één van haar verkrachters, die gynaecoloog is.

‘Gebroken wit’ is het verhaal van een gebroken familie in een gebroken land

De vrouwen staan er alleen voor. Uit noodzaak doen ze een beroep op hun zonen voor steun en liefde. Om die reden is Oma Bee troosteloos wanneer haar twee enige zonen, Winston en Rogier, zonder haar naar Nederland migreren. Hoewel Audi, de jongste zoon van Louise, het resultaat is van een brute verkrachting, aanbidt ze hem. “Maar toen de vroedvrouw riep: Het is een jongen, Louise, begreep ze dat er een man in haar leven was gekomen om er te blijven!”

Verlangen naar ouderlijke liefde of “geborgenheid”, zoals Heli het in de roman noemt, is een terugkerend thema in Roemers werk, bijvoorbeeld in Lijken op liefde (1997), het tweede deel van haar trilogie Onmogelijk moederland. Volgens Oma Bee is er “eigenlijk niets over” van het gevoel van moederliefde. Die cyclus herhaalt zich bij haar dochter, Moeder Louise. “Kinderen waren haar overkomen […]. De kinderen waren ‘geliefde huisdieren’ die zo goed mogelijk werden verzorgd.” De analogie tussen moeder en thuisland, die vaker aanwezig is in literatuur over het slavernijverleden, ligt zo voor de hand: de connectie tussen de moeders en de kinderen is net zo gebroken als de relatie tussen Suriname en haar burgers.

Gebroken land

“Het moet zo moeilijk zijn geweest voor een jonge vrouw om een uitweg te vinden in een samenleving die geboren is uit geweld van anderen.” Die zin uit Gebroken wit symboliseert Roemers kritiek op de koloniale geschiedenis en op de patriarchale machtsstructuren in Suriname. Die kritiek zit diep in de literaire verbeelding van haar werk ingebed, ook al drijft die niet altijd expliciet de plot vooruit. Tussen de regels door lees je kritiek op de karikatuur van Zwarte Piet of de drang van Nederland om “beschaving” naar Suriname te brengen.

Roemer beschrijft Paramaribo als een smeltkroes, maar de opgelegde diversiteit in Suriname is ontstaan uit een bloederige geschiedenis. Om die reden kan de diversiteit nooit leiden tot een vreedzame eenheid, en is Paramaribo gedoemd tot “ingewikkelde rassenverhoudingen, die personen meer scheidden dan verbonden”. Het is precies die kwetsbare, gepolariseerde situatie tussen de verschillende etniciteiten, culturen en religies die Anton ziet als resultaat van slavernij. Terwijl Oma Bee er op tragikomische wijze bij blijft dat haar gezin niets met dat verleden te maken heeft, legt Anton uit dat hun armoede er een direct gevolg van is, en “geen enkel soort badwater, geen enkel soort oerwoudkruid, geen enkel voedsel, geen drum, geen dans, geen enkel soort godheid ook, de pijn van slavernij kon stillen”.

Gebroken wit is meer dan een tragische familieroman, het is het verhaal van een gebroken familie in een gebroken land. Roemer levert met dit boek een belangrijke bijdrage aan de postkoloniale Nederlandstalige literatuur.

Astrid Roemer, Gebroken wit, Prometheus, Amsterdam, 2019, 253 p.
Reeks:

Postkoloniaal België en Nederland

Het compromismuseum

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.