Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

‘Ecologieën’ van Atte Jongstra: van googelaar tot goochelaar
0 Reacties
recensie
literatuur

‘Ecologieën’ van Atte Jongstra: van googelaar tot goochelaar

Alles hangt weer met alles samen in het recentste boek van Atte Jongstra, een verzameling prozastukken voorzien van talrijke illustraties, citaten en voetnoten. Wie zich aan dit ‘album der natuur’ waagt, moet voorbereid zijn op een eindeloze dwaaltocht waarin fictie en werkelijkheid haasje-over spelen. En zien we daar Multatuli niet opduiken?

Geëquipeerd met kompas, tropenhelm, rubberlaarzen en survivalkit zal ik het avonturen om de lezer in dit stuk mee te nemen op exploratie door Ecologieën. Een beeld schetsen van de aard en inhoud van het recentste boek van Atte Jongstra (1956), is namelijk een netelige onderneming. Elke poging om orde te scheppen in deze bijzondere verzameling ideeën, teksten en beelden druist in tegen de natuur en wetmatigheden van dit album der natuur en zou het werk onrecht aandoen.

Hoe zich als recensent een weg te banen door dit ongerepte en weelderige organische proza, zonder de hakbijl erin te zetten? Welaan, laten we beginnen met een citaat:

Ecologieën. Album der natuur is een uiterst lapidaire geschiedenis van een idee over hoe de natuur samenhangt, de ‘alles is in alles’-gedachte. Ik hink, stap en spring door filosofie, literatuur en kunstgeschiedenis, op zoek naar het ecologische idee en de ecologische intuïtie voordat Haeckel het woord Oekologie bedacht.

Het woord ecologieën uit de titel, zo legt de schrijver ook uit, moeten we lezen als een genreaanduiding. Het is een verzameling van losse prozastukjes met de proto-ecologische gedachte als verbindende factor, en verrijkt met talrijke illustraties, citaten en voetnoten. Al deze ingrediënten maken van Jongstra’s speurwerk niet alleen een fraai “album”, maar ook een uiterst hybride literaire vorm, helemaal in de geest van de alles-in-allesgedachte.

Deze alles-in-allesgedachte en literaire vorm, die Jongstra bij zijn grote voorbeeld Multatuli haalde, vormt de basis van Jongstra’s eigenzinnige manier van schrijven en is dan ook een constante in zijn oeuvre: van zijn debuutwerk De psychologie van de zwavel (verhalenbundel, 1989) en Groente (roman, 1991) tot zijn recentste werk De ontgroende mens (essaybundel, 2018) en De Aardappelcentrale (roman, 2019). Over zijn verwantschap als schrijver met Multatuli, de sporen daarvan in zijn eigen werk en de vorm van het zogenoemde “organische proza” die beide auteurs nastreven, schreef Jongstra uitgebreid in Kristalman: Multatuli-oefeningen (2012). Ook in dit nieuwe boek is die verwantschap met Multatuli, en meer bepaald diens Millioenen-studiën en Ideën, bijzonder groot. In Kristalman schreef Jongstra het volgende over Multatuli’s Millioenen-studiën en Ideën:

“Multatuli schrijft ‘naar de natuur’ Die natuur doet zich chaotisch voor. Het leidende principe voor zowel de wereld als zijn proza is kristallisatie. […] De tak is bij hem zijn pen, de kristallen bestaan uit zijn associaties. Dat levert grillig proza op […] kakelbont proza vol uitweidingen, herhalingen, opsommingen, bokkensprongen, hinkstaphupjes, rijmpjes, zeer veel Duits, vertelperspectivische kronkels, noem maar op. […] Het proza in Millioenen-studiën is organisch, het spruit, windt en draait als een haagbeuk of braambos.” (Kristalman, 2012)

“Als men aan de Ideën denkt, verschijnt toch eerder het beeld van een ordeloze bloementuin.” (Kristalman, 2012)

Zo zijn ook de vorm en structuur in Jongsta’s natuurboek Ecologieën een spiegel van de natuur, zoals die er voor de proto-ecoloog in zijn chaotische, organische vorm moet uitzien. “Alles is vermengd met overhangend lover, wendingen, pauzenummers en terzijdes.” Vergeet de kunstmatige orde van de Franse meetkundige tuinen en verwelkom de Engelse landschapstuin en de wildernis van de prairiegazonhouder. “Ze hielden op hun gazon te maaien, alles begon vol te groeien met distels, struikgewas, allerlei soorten onkruid en planten die men normaliter in greppels ziet.” Even probeert de schrijver zelfs de “boomtaal” van de druïden onder de knie te krijgen en zo, letterlijk, via de taal tot de natuur door te dringen.

Net als Multatuli in zijn Millioenen-studiën en Ideën associeert Jongstra er graag op los, op zoek naar de verborgen verbanden tussen onderwerpen die nauwelijks met elkaar verband lijken te houden. “Multatuli was een intuïtiemens. Ik stel me voor dat hij pas ging denken als hij zijn gave om te formuleren aan het werk zette.” (Kristalman, 2012). Het is een “natuurlijke” manier van schrijven waarbij Fancy (de scheppende intuïtie) en Logos (de redelijkheid in de natuur) – zoals Multatuli het benoemde – samengaan en op wonderlijke wijze betekenisvolle samenhang ontstaat.

Van die samenhang tussen intuïtie en redeneringsvermogen getuigt ook de associatieve werkwijze die Jongstra in Ecologiën hanteert. In zijn zoektocht naar het ecologische gedachtegoed avant la lettre houdt de schrijver er een geheel eigenzinnige methodologie op na, gestoeld op de ’patafysica: een absurdistische parodie op de metafysica en de moderne wetenschap, bedacht door de Franse schrijver Alfred Jarry. Jongstra vertrekt van een willekeurig onderwerp dat toevallig op zijn pad komt: glaswaan, Paul Scheerbart, een wandelende monnik, Margaret Cavendish, een tentoonstelling over monsterdieren, een omvergereden zwijn, graseters zonnegymnastiek, neo-paganisme… en probeert dat vervolgens te verbinden met de ecologische idee, vanuit de vooronderstelling dat in de wereld alles met alles verbonden is.

Jongstra is niet op zoek naar de kortste weg. Hij kan zich helemaal verliezen in merkwaardige details en uitweidingen

Om de verbanden te vinden, gaat hij zoeken in het wereldwijde web – “Ik nam mijn toevlucht tot googelen, zeg maar rustig ‘fanatiek’” – dat hem van de ene tekst naar de andere leidt, tot hij via de nodige tussenstappen uiteindelijk altijd weer een aanknopingspunt bereikt. Het doet erg denken aan de six degrees of separation-hypothese, waarbij iedere levende persoon op aarde maximaal zes stappen van elke andere persoon verwijderd is. Iedereen is verbonden met iedereen, maar dan toegepast op ideeën. Al lijkt Jongstra niet zozeer op zoek naar de kortste weg. Hij vindt niet zelden plezier in het nemen van omwegen en kan zich, tot lering en vermaak van de lezer, soms helemaal verliezen in merkwaardige details en uitweidingen, in die mate zelfs dat hij wel eens de weg kwijt raakt:

“Niet helemaal passend misschien, dit citaat. Zucht, daar ging ik weer. Planloos associëren aan de hand van reeds gevormde stukjes en brokjes die toevallig komen binnenwaaien.”

“Het beeld liet me niet los, ik droomde ervan. […] Het bracht een soort kettingreactie teweeg, die droom. Langdurig googelen de volgende dag, thema ‘de omgekeerde boom’. Het een na het ander dook op. […] Graven in de bovennatuurkunde der bosjesmannen brengt je mijlenver van huis. […] Maar daarmee ben ik onverhoeds van hout tot steen geraakt. Hoe begonnen we ook alweer?”

Het uitgebreide notenapparaat samengebracht onder de titel ‘Zwamvlok’ (= een ondergronds netwerk van schimmeldraden) is daar ook een mooi voorbeeld van. Jongstra’s voetnoten zijn allesbehalve traditionele wetenschappelijke voetnoten, die je terugleiden naar de bron van een idee. Integendeel: ze schieten alle kanten op en brengen je juist verder weg van de kern. Het beeld van de omgekeerde boom, dat in het boek aan bod komt, is hier ook niet ver weg. “Uitgebotte wortels in de lucht, kruin in de grond.” Jongstra beoefent de wetenschap met andere woorden het liefst op zijn kop.

Wanneer de auteur zijn taalkundige “verkenningen” uit Ecologieën voorlegt aan een historisch taalkundige barst die in een schaterlach uit. “‘Machtig goochelwerk’, zei hij, toen hij eenmaal bijgekomen was. ‘Bilderdijk kon er wat van, maar die hoge hoed van jou mag er ook wezen.’” Van googelaar tot goochelaar, het is slechts een kleine taalkundige stap. En een kleine stap naar alweer zijn trouwe geestverwant Multatuli: “Multatuli vertoont soms ware toverkunst om zijn gebrek aan expertise te verdoezelen. Daar heb ik geen bezwaar tegen, integendeel. We zien het bij de grootste essayisten.” (Kristalman 2012, p. 268)

Ook de relatie tussen fictie en werkelijkheid draait Jongstra in zijn werk graag om:

“Vaak moet je concessies doen aan de werkelijkheid om een boek lang ‘waar’ te zijn. Ik heb gedurende mijn arbeidzame schrijversleven echter geprobeerd dit om te draaien, door uit de echte werkelijkheid de meest onwaarschijnlijke dingen op te dissen en er op te los te liegen in episodes die iedereen wel eens doormaakt. Vandaar misschien mijn sympathie voor schizofrene visioenen, oplichters, pathologische leugenaars en bandeloze fantasten.”

Dit boek staat bol van de absurde redeneringen, onconventionele denkers, curieuze feiten en theorieën waar je de wenkbrauwen van fronst

Dit boek staat bol van de absurde redeneringen, onconventionele denkers, curieuze feiten en theorieën waar je de wenkbrauwen van gaat fronsen. Het begint al bij de tekening op de kaft uit Aldrovandi’s Monstrorum Historia (1642):

“Een vis met in plaats van een rugvin een handje dat een heideborsteltje vasthoudt, zeemeerman of zeepaard van meerdere lengtemeters betreffen vanzelfsprekend evenzeer fantasie. Tegelijkertijd bevat Aldrovandi’s meer dan achthonderd pagina’s tellende inventarisatie een enorme hoeveelheid moeilijk te geloven, maar wel degelijk later wetenschappelijk bevestigde uitzonderlijkheden der natuur.”

De werkelijkheid is hier zo vaak absurder of ongeloofwaardiger dan de fictie, dat je niet langer aan de echtheid van de werkelijkheid, maar aan de fictionaliteit van de fictie begint te twijfelen. “Onwillekeurig ga je twijfelen. Bestaat de eenhoorn dan toch? Of het meisje met de twee konijnenoren?”

Het boek eindigt wanneer de fictie door de werkelijkheid wordt ingehaald: corona doet haar intrede

Het boek eindigt wanneer de fictie ook echt door de werkelijkheid wordt ingehaald, meer bepaald wanneer corona haar intrede doet. Ecologieën, dat – dat mogen we niet vergeten – wel degelijk een ernstige component heeft, hinkt verder op het spoor van Jongstra’s essaybundel De ontgroende mens (2018) waarin de mens als homo hyper erectus aan de kaak wordt gesteld. De homo hyper erectus domineert de natuur en is het respect voor het ecosysteem kwijtgeraakt.

De auteur pleit voor een verzoening met de natuur en een herstel van het evenwicht tussen natuur en mens. Ecologieën gaat op zoek naar die verloren band. Tot het coronapunt wordt bereikt, het kantelpunt waarin de houtkap, de bedreiging van de biodiversiteit en de hoogmoed van de mens, als het ware door de natuur worden afgestraft en de nood aan evenwichtsherstel onafwendbaar is geworden. De idee uit het absurdistische Un Autre Monde (1844) van Jean-Jacques Grandville, die we enkele hoofdstukken daarvoor nog lazen, waarin de artisjokken, komkommers, augurken, paddenstoelen, madeliefjes en alle andere moestuinbewoners in opstand komen tegen de mensen, lijkt plots zo gek niet meer.

Wie zin heeft om Ecologiëen nu op eigen houtje te betreden, bereidt zich het best voor op een eindeloze dwaaltocht over gebaande en ongebaande paden. De auteur is een fantastische promotor van het (her)ontdekken van vergeten teksten. Het geweldige aan dit boek is ook dat het nooit echt uit is. Je kunt alle bladzijden wel lezen van A tot Z (notenapparaat en afbeeldingen incluis), maar de zijpaden onderweg zijn eindeloos en brengen je op plaatsen waar je nooit eerder bent geweest. Elke zin, noot, prent of gedachte leidt je weer naar andere teksten, beelden en ideeën tot ver buiten het boek. “In A zowel als Z is weer een heel nieuw alfabet gelegen, en ook daar in elke letter weer een alfabet, en daar in elke letter weer…”, schreef Jongstra in De ontgroende mens (2018).

Alles is in alles, dat gold al in zijn eerste roman Groente (1991) en geldt bovenal voor Ecologieën, waarin Jongstra misschien wel dichter dan ooit bij Multatuli komt.

Atte Jongstra, Ecologieën. Een album der natuur, AfdH Uitgevers, Enschede/Doetinchem, 2020, 288 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.