Publicaties
De weg van de weerstand. 'Frictie' van Miriam Rasch
0 Reacties
recensie
maatschappij

De weg van de weerstand. 'Frictie' van Miriam Rasch

De mens is niet in data te vangen, betoogt Miriam Rasch in Frictie. De mens is één en al frictie: falen, imperfectie, twijfel. Maar een boek over frictie moet daarom nog niet zelf schuren.

Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme is het tweede boek van de Nederlandse essayiste en filosofiedocente Miriam Rasch. De insteek is een kritische reflectie op big data, automatisering en techno-optimisme. Dataïsme beschouwt, beknopt gesteld, wereld én mens in termen van data en informatie. Volgens “dataïsten” is het alleen maar efficiënt om meer data te genereren, al die datastromen vervolgens aan elkaar te koppelen en algoritmen er patronen in te laten zoeken. Algoritmen nemen al in stijgende mate beslissingen voor en over ons, maar nog lang niet zo verregaand als dataïsten betrachten of zoals Yuval Noah Harari vreest in zijn Homo Deus.

Het begrip frictie krijgt bij Rasch een technische en een ethische invulling. Technisch in de zin van seamless of frictieloos design. Rasch beschrijft frictieloos ontwerp als “het ideaal van soft- en hardware-ontwikkeling” en een dogma van het dataïsme. Frictieloos design stuurt de mens aan op de “weg van de minste weerstand”: we volgen het ontwerp vrijwel gedachteloos. De technologie werkt, de gebruiker ervaart geen storingen (fricties) en krijgt efficiëntie en gebruiksvriendelijkheid in ruil, wie kan daar nu tegen zijn? De kritische aspecten liggen bij ethische vragen, zoals over de macht van grote techbedrijven, en filosofische vragen, want in hoeverre kan zoiets onstandvastig als de mens volledig vervat worden in data?

Voor haar definitie van ethiek haalt Rasch inspiratie bij de Franse filosofe Simone de Beauvoir: frictie als basis van de ethiek (uit Pleidooi voor een moraal der dubbelzinnigheid). Frictie verwijst hier zowel naar innerlijke frictie als naar de frictie tussen mens en wereld. Ethiek veronderstelt imperfectie, falen en twijfel, en aanvaardt dat niet alles objectief kenbaar is. Op de vraag naar het goede leven is bijvoorbeeld nooit één allesomvattend en objectief antwoord mogelijk.

De mens is één en al frictie: falen, imperfectie, twijfel. Wat is de mens, vroeg Immanuel Kant zich af. Zelf stelde hij: “Uit het gekromde hout waaruit de mens is opgebouwd is nog nooit iets rechts getimmerd.” Wie of wat de mens is, staat niet vast. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw kan de mens ontstaan uit in-vitrofertilisatie. De mens kan verder leven met organen van een overledene of met een computergestuurde bionische arm. Maar de perfecte mens is middels technologie nog lang niet bereikt; het citaat van Kant geldt anno 2020 nog steeds.

Rasch pleit expliciet tegen reductionisme en een positivistisch wereldbeeld

De kern van Rasch’ betoog is dat de mens niet in data te vangen is: ze pleit expliciet tegen reductionisme en een positivistisch wereldbeeld. Dat is geen nieuwe boodschap – en dat hoeft natuurlijk ook niet. Joseph Weizenbaum bekritiseerde in de jaren 1970 “dwangmatige programmeurs” die geloven dat de wereld, in haar complexiteit, gereduceerd kan worden tot iets simpels, zodat het door een computerprogramma begrepen kan worden. Ook Weizenbaum benadrukte dat elk model een vereenvoudiging is.

Rasch pleit verder tegen een binaire kijk op de werkelijkheid. Dat leidt weleens tot doorwrochte passages, zoals wanneer ze stelt dat stilte en spreken geen tegenstelling impliceert en “dan is er een derde, vierde, of zelfs vijfde element aan toe te voegen, een element dat zich als een stroperige draad omhoogtrekt uit de lijn tussen de twee punten en die de massiviteit openbreekt.” Het komt erop neer dat zwijgen ook een vorm van spreken kan zijn. Dat doet onder meer denken aan Jean Baudrillards boek À l’ombre des majorités silencieuses ou la fin du social, waarin hij de stilte van de massa als hun sterkste wapen omschrijft. Stilte is niet zomaar zwijgen, maar kan evenzeer een daad van verzet, een protest, zijn.

Naast dataïsme en frictie voert Rasch een rist andere begrippen op. Zoals “de-automaton”, het verzet tegen verregaande automatisering. Rasch omschrijft het als “zij die weigeren als automaton voort te ratelen, die er eer in leggen een stok tussen de spaken te steken van al te gesmeerde netwerken, die meer of minder openlijk genieten van storing en frictie.” De passages waarin de concepten “the else” en “ethische differentie” aan bod komen, zijn boeiend. “The else”, een begrip van John Cheney-Lippold, is de ervaring van vervreemding bij het zien van je eigen data. Rasch omschrijft het als “een ervaring van frictie. Frictie tussen data en dat wat de data representeren”. Ethische differentie, een begrip van filosoof Rafael Capurro, is “het verschil tussen wie we zijn en hoe digitale technologieën ons beschrijven”. Rasch verbindt beide begrippen door ethische differentie te beschouwen als een abstracte uitdrukking van “the else”.

Rasch vat haar zoektocht gulzig aan, wat haar siert, maar kiest te veel gesprekspartners

Rasch vat haar zoektocht gulzig aan, wat haar siert, maar ze kiest te veel filosofen, wetenschappers en schrijvers als gesprekspartner. Ze vuurt te veel vragen en complexe concepten af die al te vaak vaag blijven, en werkt gedachten niet altijd af. Bovendien heeft ze al die begrippen niet nodig om een interessant punt te maken. Frictie als basis van de ethiek, gebaseerd op De Beauvoir, blijkt een mager uitgangspunt en de ethische kwesties worden niet ten gronde uitgespit. Rasch maakt daarin geen keuze: ze stelt veel vragen maar geeft weinig antwoorden. Datagebaseerde artificiële intelligentie (AI) zal ethische dilemma’s in ieder geval niet zomaar oplossen of automatiseren. De huidige discussies en de vele publicaties over ethiek en AI en – daaraan gerelateerd – digitalisering en automatisering zijn kritisch voor techno-optimisten zoals dataïsten en benadrukken dat AI-technologieën niet zomaar objectief zijn.

De kern van de boodschap in Frictie dringt door de vele concepten en gesprekspartners nooit helemaal door. Rasch anticipeert op die kritiek door zelf te stellen dat het boek zich moeilijk laat navertellen. Ze poogt met haar stijl “frictie in de praktijk te brengen”. Maar een werk over frictie moet daarom nog niet zelf schuren, net zoals een film die verveling als thema heeft niet zelf verveling moet opwekken. Door de meanderende vertelstijl leest het boek niet vlot. Frictie stelt een aantal boeiende vragen over urgente problemen, maar gaat gebukt onder een tekort aan heldere antwoorden.

Miriam Rasch, Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme, De Bezige Bij, Amsterdam, 2020, 240 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.