Publicaties
DE VERBEELDING VAN NEDERLAND. Het Rijksmuseum en de vaderlandse geschiedenis
0 Reacties
Voor abonnees
geschiedenis

DE VERBEELDING VAN NEDERLAND. Het Rijksmuseum en de vaderlandse geschiedenis

(Jo Tollebeek) Ons Erfdeel – 2013, nr 4, pp. 4-13

Dit is een artikel uit ons papieren archief

Het contrast kon niet groter zijn: aan de ene kant het debacle van het Nationaal Historisch Museum, aan de andere kant de triomfantelijke heropening – in april 2013 – van het Rijksmuseum aan de Amsterdamse Stadhouderskade. Nochtans had ook het Nationaal Historisch Museum aanvankelijk veel draagvlak. Vijf jaren van ruzie over de locatie van het museum en over de te postmodern geachte geschiedenisconceptie van de directeuren volgden. In 2011 draaide Rutte I de subsidiekraan dicht, een roemloos einde.

Intussen liep de grootschalige renovatiecampagne van het Rijksmuseum. Pierre Cuypers had in 1885 een gebouw opgetrokken dat een stadspoort en museum tegelijk was, een rijk gedecoreerd Gesamtkunstwerk – geen “beenderhuis” vol dode kunst, zo schreef hij, maar een levende instelling die de samenleving het erfgoed der vaderen toonde. De ene na de andere verbouwing had die kathedraal vervolgens tot een ondoordringbaar labyrint gemaakt. In 2003 ging de grote schoonmaak van start. Het Spaanse architectenduo Cruz y Ortiz gaf het museum opnieuw een transparante structuur en legde de volgebouwde binnenplaatsen open, waardoor een volwaardige entree ontstond. Een restauratiearchitect herstelde – althans gedeeltelijk – Cuypers’ oorspronkelijke decoraties. De interieurarchitect zette de museumzalen in het grijs (noir de vigne) en koos verder voor een uiterst discretevoorstellingvan de kunstwerken. Het succes was compleet.

Bovendien was de stemming van angst en onrust die de plannen voor het Nationaal Historisch Museum had begeleid, weggetrokken. In het herboren Nederland presenteerde het vernieuwde Rijksmuseum zich onbeschroomd als een instelling met ambitie. Inderdaad, het was een nationaal museum, zonder de universele reikwijdte van bijvoorbeeld het Louvre. Maar het was wél het “Museum van Nederland”. Wat dat betekende, mocht blijken uit het motto dat trots werd meegevoerd: “Het Rijksmuseum geeft de bezoeker een gevoel voor schoonheid en het besef van tijd.” De achtduizend tentoongestelde objecten lieten de bezoekers – vier maanden na de opening waren dat er al één miljoen – met andere woorden niet alleen genieten van de Nederlandse kunst; zij openbaarden ook de geschiedenis van de natie, haar leven in de tijd.

Welaan dan, laat ons het museum betreden en nagaan of en hoe het Rijksmuseum zijn ambitie heeft gerealiseerd. In welke mate is het als “Museum van Nederland” behalve een plaats van kunst ook een museum van geschiedenis? Hoe verhouden kunst en geschiedenis zich er? En hoe wordt de natie er gerepresenteerd? Het antwoord laat zich raden: op de spanningsboog van kunst en geschiedenis worden heel verschillende posities ingenomen.

"

Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€5/maand

€50/jaar

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be