Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

De Noordzee vraagt onze aandacht in kunst en literatuur
0 Reacties
© Publiek domein
© Publiek domein © Publiek domein
kunst

De Noordzee vraagt onze aandacht in kunst en literatuur

Nu de natuur zich als gevolg van de klimaatopwarming almaar luider laat horen, met onder meer een stijgende zeespiegel, rijst de vraag hoelang we in de Lage Landen onze voeten nog drooghouden. Ook in kunst en literatuur die de Noordzee verbeelden, voel je die angst voor het water.

In Museum Panorama Mesdag in Den Haag waren van oktober 2021 tot augustus 2022 panoramafoto’s van fotograaf Siebe Swart te zien, samengebracht onder de titel Time and Tide wait for no man – een citaat van de Middelengelse schrijver Geoffrey Chaucer, bekend van The Canterbury Tales. De indrukwekkende zwart-witfoto’s toonden de uitgestrekte Nederlandse kust, van de Noordzee en de Waddeneilanden tot de voormalige Zuiderzee.

Swart omschreef de serie zelf als “een logboek over een persoonlijke ontdekkingsreis langs de Nederlandse kust, weerslag van omzwervingen langs de kustlijn bij storm, eb en vloed, bij nacht en ontij, invallende duisternis of opkomende zon”. De fotograaf richtte zijn camera afwisselend meer naar boven, om de indrukwekkende wolkenluchten in beeld te brengen, of juist naar beneden, op het drassige landschap waar zee en kust elkaar raken. Op de foto’s is geen mens te zien: die heeft, als we de titel van de serie letterlijk nemen, de boot wellicht gemist.

Wie met enige klimaatangst naar deze beelden kijkt, ziet niet alleen de schoonheid van de vermenging van land en water, maar wellicht ook een oprukkende zee. Nu staat het water nog relatief laag, lijken de foto’s te zeggen, maar wat als we mens en natuur hun gang laten gaan? Het gebrek aan kleur in de foto versterkt die nostalgische blik.

Watervrees

Het is een tendens die steeds vaker terug te zien is in kunst en literatuur: de angst voor het opkomende water. Recent verbeeldden Adriaan van Dis en Eva Meijer die vrees nog treffend in hun romans KliFi. Woede in de republiek Nederland (2021) en Zee nu (2022). Beide romans bieden een fictief inkijkje in een nabije toekomst waarin we het klimaattij niet hebben weten te keren.

Adriaan van Dis en Eva Meijer plaatsen het stijgende water in een bredere context van rampzaligheid

In Van Dis’ roman staat die situatie van hoogwater niet op zichzelf; zij is onderdeel van een dystopische wereld waarin de macht over Nederland versnipperd is geraakt. We schrijven 2030. Het koningshuis is omvergeworpen en heeft plaatsgemaakt voor een president die de gevolgen van de klimaatverandering ontkent. Deze landsleider heeft evenmin veel op met de literatuur: schrijvers mogen zich in zijn ogen niet al te kritisch uitlaten, maar moeten vooral het land bejubelen.

In KliFi volgen we de vierentachtigjarige oud-bibliothecaris Jákob Hemmelbahn, die te midden van dit politieke klimaat werkt aan een roman. Hij verzet zich tegen de impliciete censuur die hem is opgelegd: hij wil de verhalen bij elkaar brengen van de slachtoffers van de verwoestende orkaan die Nederland niet veel eerder overviel:

“Jákob maakte de ontwrichting van nabij mee, hij hoorde de rivier buiten zijn oevers razen en zat dagen in het donker. Pas na het luwen van het ergste onweer zag hij de schade in zijn toch al verwaarloosde streek. Zijn terp bleef gespaard, maar nog geen kwartier rijden van zijn huis was een dijk doorgebroken en een heel dorp weggespoeld, een dorp dat iedereen De Kuil noemde en dat op geen enkele kaart stond. Geen landelijk journaal of grote krant besteedde er aandacht aan. Als de drenkelingen niet voor zijn deur hadden gestaan, als het leger niet gewonden en lijken naar zijn erf had gebracht en er geen tenten in zijn uitzicht zouden zijn geplaatst, als de soldaten niet zo bruut waren opgetreden, als hij niet zelf iemand miste die door het water gegrepen was – ach, dan was zijn sluimerende woede mogelijk niet gewekt. Maar nu kon hij niet anders: deze leugen moest worden bestreden.”

En dus kruipt Hemmelbahn in de pen en tekent hij de verhalen van de mensen in De Kuil op. Daarin toont hij niet alleen de neergang op politiek, literair en milieugebied: ook laat hij zien welke ingrijpende gevolgen de zich rap ontwikkelde technologie heeft voor de samenleving – en voor hem in het bijzonder: hij wordt afgeluisterd door een journalist die komt contoleren wat hij in zijn schild voert, waarbij ook direct zijn laptop wordt afgetapt. Verder krijgt de coronacrisis een bijrol als voorproefje van wat ons in de toekomst aan gezondheidsrampen te wachten staan.

Overstromingen vallen niet te negeren. Blijkbaar hebben we zulke fysieke catastrofes nodig om het klimaatprobleem onder ogen te zien

In KliFi fungeert het opkomende water als een metafoor voor alle narigheid die ons overspoelt wanneer we niet gauw de kraan van onze hebzucht dichtdraaien. In 2030 heeft het kapitalisme meer kapotgemaakt dan we ons nu nog kunnen voorstellen, maar negeert een belangrijk deel van de bevolking die puinhopen nog altijd.

Veel van de door Van Dis beschreven catastrofes kunnen redelijk makkelijk uit het zicht blijven. Wie beweert dat de temperatuur op onze planeet stijgt, kan als reactie verwachten dat het vorige week anders nog behoorlijk winters weer was. Ook de nadelige gevolgen van technologische ontwikkelingen blijven voor veel ogen onzichtbaar. Maar overstromingen vallen niet te negeren. Blijkbaar hebben we zulke fysieke catastrofes nodig om het klimaatprobleem onder ogen te zien, lijkt Van Dis ons te willen zeggen.

Ruimte voor reflectie

Ook Eva Meijer zette de overstroming in om haar lezers te doordringen van de naderende gevolgen van klimaatverandering. In Zee nu voltrekt zich in het Nederland van de nabije toekomst een sluipende ramp: elke dag komt de zee een kilometer verder het land in. Eb en vloed bestaan niet meer: er is alleen nog maar het stijgende tij.

Waar films die klimaatapocalyps vooral in beeld brengen als een verwoestende natuurkracht, schotelt Meijer ons hier een kalmer en geleidelijker beeld voor, met meer ruimte voor overpeinzingen over wat deze veranderingen voor ons menszijn betekenen. Die reflectie komt onder de politiek in Zee nu maar moeizaam op gang: laten we het eerst maar eens aankijken, is de reactie, er mogelijk een onderzoekje op loslaten, maar er is zeker geen reden tot paniek. Wie de Nederlandse politiek een beetje volgt, herkent in de schetsen van de personages gemakkelijk huidige bewindslieden en de afwachtende houding zoals ze die met name tijdens de coronacrisis innamen.

Ook in Meijers roman lopen de meningen over de ernst van de klimaatsituatie, ondanks de overduidelijke tekenen, nogal uiteen. Aan de ene kant zijn er de aanhangers van de actiegroep Zee Nu, die ervan overtuigd zijn dat deze vloedgolf een manier van de natuur is om aandacht te vragen voor wat wij haar als mensen allemaal aandoen. Aan de andere kant probeert een Amsterdammer met een marktkraam het volk ervan te overtuigen dat het met die waterschade allemaal wel meevalt. Maar algauw is er geen ontkennen meer aan: stad na stad wordt opgeslokt en het land wordt geëvacueerd. Sommige burgers weigeren te vertrekken; zij vinden de dood. En intussen plukt de commercie de vruchten van de angst van het volk: Meijer heeft de tekst van Zee nu doorspekt met Action-aanbiedingen, voor speciale maaltijdcapsules of kits waarmee je je overleden huisdier een waardig levenseinde kunt geven.

Ook Meijer plaatst het stijgende water in een bredere context van rampzaligheid. Niet alleen de klimaatproblematiek wordt ons uiteindelijk fataal, maar ook de gespletenheid van het volk over wat waar is en wat niet, en de kapitalistische instelling die bedrijven, zelfs in een extreem nijpende situatie, aannemen. De roman blijkt bij uitstek een geschikte kunstvorm om verschillende perspectieven inzichtelijk te maken: alle personages in Zee nu zien hetzelfde gebeuren, maar beleven de situatie compleet anders, zelfs wanneer de feiten er niet om liegen.

Van alle tijden

De behoefte om via kunst met de zee als thema een boodschap af te geven over onze veranderende omgeving bestaat natuurlijk al langer. Eind negentiende eeuw trok de Haagse schilder Hendrik Willem Mesdag er al op uit om de kust van het nabijgelegen Scheveningen af te beelden. Het zou resulteren in een panorama van welgeteld 1.680 vierkante meter groot, dat nog steeds in Den Haag te bewonderen is in het museum waar Siebe Swart een paar jaar terug zijn zwart-witfoto’s exposeerde.

Al in de negentiende eeuw schilderde Mesdag de Noordzeekust, die voor zijn ogen veranderde als gevolg van het opkomende toerisme

Op zijn panoramadoek legde Mesdag samen met collega-schilders het uitzicht vanaf het Seinpostduin vast. Dat deed hij niet zomaar: hij wilde de plek vereeuwigen die hem in de loop der jaren zoveel rust en inspiratie had gegeven, en die voor zijn ogen dreigde te veranderen. Toerisme aan zee was in opkomst, waardoor het loonde grote hotels en vakantievilla’s te bouwen aan de Scheveningse kust – tot ongenoegen van Mesdag, die het liefst uitgestrekte zeelandschappen schilderde.

In Mesdags werk is de Noordzee een nu eens kalme, dan weer woeste waterspiegel die schepen rustgevend laat deinen of juist laat vechten met de wind. De zee als een plek van tegenstellingen, die je opslokt of ontspanning biedt.

Veranderende kustlijn

Die uitersten zijn vandaag nog altijd te bespeuren in kunst die de zee verbeeldt, zegt Els Wuyts, curator van de Triënnale Beaufort, een driejaarlijkse openluchttentoonstelling langs de Belgische kust. In 2024 is het tijd voor een nieuwe editie, waarbij achttien nieuwe kunstwerken van nationale en internationale kunstenaars zes maanden lang in het kustgebied te bewonderen zijn. Dat kan in de directe omgeving van het strand zijn, maar net zo goed op het plein van een nabijgelegen dorp.

Net als Meijer en Van Dis voelt ook Wuyts dat de kustlijn opschuift. “We moeten steeds verder het land in trekken om de kunstwerken een plek te geven. Ook zien we dat kunstwerken die meerdere jaren blijven staan steeds meer omgeven worden door kunstmatig toegevoerd zand, dat bedoeld is om het strand te behouden.”

Een directe verwijzing naar klimaatverandering bracht Rosa Barba met het kunstwerk Pillage of the Sea, sinds Beaufort21 te zien aan de kust van Oostende, waar reusachtige kussens hoge torens vormen, gemaakt van beton gegoten in textiel. Van een afstand doen ze denken aan zandzakken, waarmee Barba een denkbeeldige dam creëert tegen de toekomstige stijging van de zeespiegel. Elke steen staat symbool voor een stad waarvan het lot is overgeleverd aan klimaatverandering: van Bangkok tot Rio de Janeiro, van Miami tot Jakarta. De stenen komen overeen met de populatie van de metropool in kwestie. De positie van iedere stad in de toren weerspiegelt de feitelijke hoogteligging van de plek, en toont de verhouding tot het zeeniveau dat steeds stijgt.

In de loop der jaren zal Pillage of the Sea langzaam maar zeker steeds meer onder water komen te liggen. Zo herinnert Barba ons eraan onze kwetsbaarheid te erkennen en de natuur te respecteren.

Eb en vloed

Niet alle kunstwerken in de afgelopen edities van de triënnale waren zo doordrongen van de klimaatproblematiek. Wel verwijzen ze regelmatig naar verwante onderwerpen, zoals toerisme en verstedelijking. Neem bijvoorbeeld het werk Monobloc Moments van de Finse Sara Bjarland, waarbij de plastic stoelen die mensen zo driftig meeslepen naar het strand opeengestapeld zijn tot een bronzen beeldhouwwerk. Dit werk kreeg in het voorjaar van 2024 kritiek van inwoners en bezoekers van Westduine, de kustgemeente waar het staat – ze vond het geen kunst. Monobloc Moments wordt vaak geïnterpreteerd als confrontatie met de grote hoeveelheid wegwerpartikelen waarmee wij als mensen de natuur vervuilen, hoewel de kunstenaar deze lezing zelf bestrijdt.

Tegelijkertijd roemen kunstenaars in hun werk vaak ook de veerkracht van de zee, bijvoorbeeld door een ode te brengen aan de dynamiek tussen eb en vloed. Zo plaatste Filip Vervaet op het dorpsplein van De Panne een fontein die hoger of lager spuit, afhankelijk van het tij.

De Noordzee dient steeds vaker als metafoor voor een sombere toekomst die ons dreigt te overspoelen

Hoewel de zee te groots en veelvormig lijkt om vast te leggen in woord, beeld of sculptuur, doen schrijvers, beeldhouwers, fotografen en andere kunstenaars daar al eeuwen manmoedige pogingen toe. Daarbij valt op dat zij – met name de laatste jaren – de Noordzee vooral een plek geven in werk dat veranderingen in het klimaat centraal stelt, en waarin de zee dient als dankbare metafoor voor de sombere toekomst die ons – wellicht sneller dan we denken – dreigt te overspoelen. Een aantal ideeën die al langer rondzingen, keert daarbij telkens terug: het natuurfenomeen dat geeft én neemt, dat zorgt voor leven én dood, en dat ons met de neus op het feit drukt dat we de droge grond onder onze voeten nooit als vanzelfsprekend mogen aannemen.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met emma.reynaert@onserfdeel.be.