Publicaties
Armentiers: een stad in verandering
0 Reacties
© Michael Depestele
© Michael Depestele © Michael Depestele
Reeks: De Nederlanden in Frankrijk 2.0
maatschappij

Armentiers: een stad in verandering

Vijftig jaar na de uitgave van De Nederlanden in Frankrijk, een beknopte encyclopedie geschreven door Jozef Van Overstraeten en uitgegeven door de Vlaamse Toeristenbond, keer ik terug naar Noord-Frankrijk. Ik laat me aanvankelijk leiden door het boek, maar kijk vooral wat er in die vijftig jaar veranderd is en ook wel wat er gelijk is gebleven.

Armentiers (Armentières) is geen plek waar je als toerist naartoe wil. Het is alsof je een Vlaming naar Vilvoorde of een Nederlander naar Maassluis stuurt. Het is een oud industriestadje, met de grond gelijk gemaakt tijdens de Eerste Wereldoorlog en nu stilaan opgeslokt door Lille Métropole als slaapstad.

Toonbeeld van de metamorfose

“Grootse Sint-Vaastkerk”, schrijft van Overstraeten, “binnen beter dan buiten”. Hij zou gelijk kunnen hebben want de architectuur spreekt me niet echt aan. Of het binnen beter is, kan ik niet checken want de met graffiti bewerkte deuren zijn allemaal gesloten… Van op de trappen van de kerk heb je een prachtig zicht op het majestueuze stadhuis en het belfort, een van de meest imposante exemplaren uit de regio. Maar het is een ander gebouw dat me eigenlijk naar Armentiers heeft gelokt: de oude stadshal, dat een Vlaamse neogotische driehoek vormt met de kerk en het stadhuis, alle drie van de Rijselse architect Louis Cordonnier. Nu herbergt ze Le Vivat, een cultureel centrum dat zich vooral profileert met jonge kunstenaars en een uitstekende dansprogrammatie. Elk jaar is er “Vivat la danse”, een internationaal festival en het hele jaar door hebben jonge kunstenaars en theatermakers er residentie om er nieuw werk te creëren. Le Vivat is het culturele toonbeeld voor wat de stad in alle segmenten van de urbanisatie en de samenleving wil realiseren. De baseline van de stad is dan ook: “Armentières, la métamorphose”.

Was de stad daar dan aan toe? En of! De industrie, die de stad in de 19de eeuw groot en rijk maakte, vooral textiel en, jawel, bier, heeft de regio verlaten met een totale verloedering tot gevolg. In 1969 wijdt Van Overstraeten nog een hele alinea aan de “nijverheid”, waarin hij ongeveer alle producten die met tekstiel (sic) te maken heeft, opsomt. Ook: “bier (befaamd!), grote haven voor binnenschepen”.

De wederopstanding begon echter merkwaardig genoeg in de natuur. Rondom een grote vijver (45ha), gemaakt om Rijsel in tijden van droogte te voorzien van water, ontstond een schitterend natuurgebied dat sinds de jaren ’80 werd omgevormd tot het recreatiedomein Les Prés du Hem. Het is nu een toonaangevend recreatiegebied voor het hele noorden. Aansluitend, in een oude bocht van de Leie, is een van de belangrijkste binnenhavens voor de pleziervaart ten noorden van Parijs, ingericht. De haven en Les Prés hebben ook de stad mee op de kaart gezet en dat heeft het geloof in een metamorfose met zich meegebracht.

Mademoiselle de Armentières

Eerst werden de pleinen rondom het stadhuis, belfort, kerk en hallen schoongemaakt en opnieuw aangelegd. Ik vind ze nogal kaal en zonder ziel, maar het zijn op zijn minst niet meer de asfaltvlaktes van weleer. Nu is vooral de stationsbuurt aan de beurt. Een pareltje is het gerenoveerde gebouw van de textielfabriek Mahieu. De werkplaatsen zelf gingen grotendeels tegen de grond maar de imposante verkoopshal met annex kantoorruimtes bleef overeind. Daarin zit nu zowel een bioscoop, als een winkelgalerij. Cinema Lumière ging open in 2014 en overleeft wonderwel (165.000 bezoekers in 2017). In een stadskrantje lees ik letterlijk: “Dix-sept ans après la fermeture du Rex, Armentières tient sa revanche sur le Kinepolis” (17 jaar na de sluiting van de Rex, neemt Armentiers revanche op Kinepolis). Er blijkt inderdaad weer plaats voor een kleine, bescheiden bioscoop met goedkopere tickets,

zonder betalende megaparking en slingerende wachtrijen aan de kassa. De aansluitende winkelgalerij, met de prachtige glazen arcade waar nog de woorden Filature en Tissage te lezen staan, kreeg de naam “Galerie Line Renaud”. De Franse actrice en variété-artieste werd in 1928 vlakbij geboren en bracht haar jeugd door in Armentiers en zong over heel de wereld het soldatenliedje “Mademoiselle from Armentières”. In mijn gids vermeldt Van Overstraeten beroemde zonen van Armentiers: een Leuvense rector uit de zestiende eeuw, een arts en sterrenkundige, een bisschop en een handvol schrijvers onder wie niemand die bij mij een belletje doet rinkelen, maar niet Line Renaud, die in de periode dat Van Overstraeten zijn boek schreef een heuse wereldster was. En wat die “Mademoiselle from Armentières” betreft, dat was Marie Lecocq, serveuse in een café tijdens de Eerste

Wereldoorlog, die een mep verkocht aan een Britse officier die in haar achterwerk wou knijpen. Daar kunnen de bloemenmeisjes uit de koers nog iets van leren als Peter Sagan in de buurt is! De Britse soldaat Edward Rowland, die al lid was van een rondtrekkend theatergezelschap van het leger, was er bij die avond en schreef er het beroemde liedje over. Mademoiselle werd vereeuwigd in een beeldengroep die je vindt in de gemeentelijke begraafplaats, nabij het deel waar Franse militairen liggen begraven. Het monumentje werd ingehuldigd door Line Renaud zelf. Een andere hedendaagse beroemde telg is Danny Boon, misschien wel de bekendste Franse komiek van dit ogenblik, die met zijn film Bienvenue chez les Ch’tis een ode bracht aan zijn geboortestreek, met een fijn bijrolletje voor… Line Renaud!

Maar terug naar de stationsbuurt. De fabriek zelf van Mahieu ging grotendeels tegen de vlakte, maar de typische ritmiek van die werkplaatsen wordt gesuggereerd in de hypermoderne mediatheek Albatros, in glas en metaal, tegen de oude gebouwen in rode baksteen aan gebouwd. Niet elke bewoner juicht die moderniteit toe. Als ik L’Albatros wil fotograferen roept een voorbijganger: “Niet doen, faut pas la peine…”. Recht tegenover, in

de Rue Schumann, stond de oude cinema Rex te verkommeren sinds de sluiting in 1997 (nota bene met de film “Tout doit disparaître”…), maar die wordt nu opgeknapt en er komt een stadsmuseum en ook de toeristische dienst verhuist naar hier, vanuit hun verfomfaaide huisje in de Rue de Lille. Nog verder van het centrum, denk je, maar dat zou wel eens visionair kunnen zijn, want ook in Lille Métropole is de verkeersellende vreselijk, terwijl je per spoor, op de lijn Duinkerke - Rijsel, in een kwartiertje van hier in Lille Flandre staat! Deze stationsbuurt zou wel eens de hipste van de stad kunnen worden. Enkele fraaie handelshotels, zoals het prachtige pand “Au Prophète”, op het stationsplein, zijn al gerenoveerd, andere staan in de steigers. In de nabijgelegen Rue de la Paix, ligt nog een heel groot industrieel complex waar nog de enige draaiende textielfabriek van de stad gevestigd is: TRP Charvet. In diezelfde straat staan nog de kleine arbeidershuisjes van de werknemers

van de fabriek. Het potentieel van dat soort bouwvolumes is bijzonder groot! Ook elders in de stad wordt gewerkt (of toch al studies gemaakt) om de arbeiderscités te renoveren of om grote complexen om te bouwen naar woningen, zoals het grote klooster in de Rue Kennedy, een straat waar je ook een paar mooie huizen in Art Déco ziet. De toonaangevende bouwstijl uit de periode van de wederopbouw (1920), kreeg net als in de Vlaamse Westhoek, ook hier niet echt voet aan de grond. Voor andere grote sites, zowel in de binnenstad zoals de prachtige École de Natation in de Rue Ferry of verlaten industriële gebouwen langs de Leie zijn nog geen plannen. Even surfen op internet leert dat het geliefkoosde plekken zijn voor fotografen om er aan urban safari te doen.

Euraloisirs

Of zou er een nóg hipper kwartier ontstaan net buiten de stad? In de binnenstad word je her en der herinnerd aan het rijke brouwerijverleden van Armentières. Ooit klonk de baseline “cité de la toile et de la bière”. Op talloze gevels van actuele en voormalige cafés staat een davidsster in een cirkel met eromheen « BIRES MOTTE-CORDONNIER ». De etablissementen waren eigendom van de grote brouwerij die op de oever van de Leie lag. Het was de grootste brouwerij van de streek, minzaam genoemd L’Étoile (de ster). Ze werd overgenomen door Stella (what’s in name) Artois uit Leuven en kwam zo in handen van Inbev. In 1993 stopten ze er met brouwen, in 2004 stopten alle activiteiten. En sindsdien is

het een ware Cathédrale de l’Industrie, een baken dat je kan zien vanaf de autoweg Rijsel-Duinkerke. Vega 1965, een Belgisch-Nederlandse investeringsgroep plant er Euraloisirs, een groots amusementspark met de nieuwste snufjes in de game- en entertainmentwereld. De groep bouwde eerder al Leisure Dome in Kerkrade met een bowling, een laser shoot, glowgolf en… een groot cinemacomplex. Dat laatste kunnen ze hier toch maar beter achterwege laten… Euraloisirs mikt op 500.000 bezoekers per jaar, uit de metropool, maar net zo goed uit België. De site ligt op amper een kilometer van de grens! Het klinkt allemaal een beetje megalomaan, maar daar nodigt deze indrukwekkende, beschermde industriële erfgoedsite ook wel toe uit. Rondom de brouwerij en de mouterij van Motte-Cordonnier ontstaat een grote nieuwe woonwijk, met veel aandacht voor ecologie en hedendaagse architectuur die dan toch weer heel erg lonkt naar de stijl en vooral de ritmiek van de vele textielfabrieken die ook langs de Leie waren gevestigd. Ik weet niet of al werd bestudeerd of die Leie en de Deule die het water tot tegen Vieux Lille brengen, een alternatief openbaar vervoersmiddel in het leven kunnen roepen, maar het lijkt me een onderzoek waard.

Dat Armentiers zich niet zomaar laat opslokken door de metropool, maar een eigen gezicht en identiteit wil behouden, is duidelijk en is, hoe contradictorisch dat ook lijkt, de inzet van de hele vernieuwingsoperatie die “La Métamorphose” heet.

Reeks:

De Nederlanden in Frankrijk 2.0

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be