Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

Publicaties

Context bij cultuur in Vlaanderen en Nederland

De mens laten zien die je niet bent. ‘Huiswerk’ van Marja Pruis
0 Reacties
recensie
literatuur

De mens laten zien die je niet bent. ‘Huiswerk’ van Marja Pruis

Er wordt geld gestolen in het huis van schrijfster en journaliste Carla Feij. Zij doet haar best om Rose, de Afrikaanse werkster, níét te beschuldigen: ze is toch geen vijanddenker? Huiswerk, Marja Pruis’ vijfde roman, gaat over het zelfbeeld van een vrouw als Clara.

“Geef ik mijn poetshulp een eindejaarsfooi?”, kopte De Standaard eind 2023. Het is een afweging die veel klanten van dienstenchequebedrijven blijken te maken. Mensen willen waardering voor hun poetshulp uitdrukken, voor enkele gezinnen behoort de poetshulp tot de familie. Sommigen geven een geschenkje uit schuldgevoel: in het licht van de hoeveelheid geschenken onder hun eigen kerstboom is het gênant om niets te geven.

Het zijn precies die vragen waar Clara Feij, de verteller uit Huiswerk, mee worstelt. Net als Marja Pruis (1959) zelf is zij journalist in “het zachte hoekje” van een magazine, en auteur. Ze woont met haar man in het mooiste huis van Amsterdam, heeft de kamer met een boekenwand tot aan het plafond waar ze zo lang over droomde. Ze kan “schrijven vanuit geluk, niet vanuit verlangen”. Haar poetshulp Rose, die haar huis “huuuuge” noemt, draagt bij tot dat geluk. Zodra ze Roses stille ijver drie uur om zich heen gevoeld heeft, weet Clara dat ze nooit meer iemand als haar zal vinden. Intuïtief opent ze onmiddellijk haar hart voor Rose. Ze houdt van haar snelle manier van lopen, haar kruidige geur, haar ingevlochten kapsel of net haar enorme bos haar, haar glanzende gezicht dat oplicht wanneer ze haar een kopje thee serveert. “En de zon komt alweer in brede banen de kamer in zetten.” Uit welk land Rose afkomstig is, Burkina Faso of Nigeria, dat kan Clara niet onthouden. Eigenlijk doet het er voor haar niet toe, net als het feit dat Rose liever in het zwart betaald wordt.

Clara’s kapper vindt het maar niets. Rose moet ontslagen worden, je kan maar beter op je hoede zijn. Het is een principe waartegen Clara zich heftig verzet: ze is geen vijanddenker. Ze haalt er zelfs dichter Eileen Myles bij, die heel graag een witte schrijver eerlijk wil zien over de ervaring een racist te zijn. Dat we allemaal lelijke gevoelens hebben dus? Niets van aan. Zij vertrouwt Rose, Rose vertrouwt haar. “Ik ben bang dat ik dat niet zonder trots kan zeggen”, geeft Clara toe. “Dat ik de hoofdrol speel in een feelgoodmovie. Ze kwam hier de trap op, arm en wanhopig, en gelukkig stond ik daar, boven aan die trap.”

Wanneer er geld verdwijnt, doen alle leden van het gezin Feij hun best om Rose níét te wantrouwen. Veel meer dan over de diefstal an sich gaat Huiswerk over het zelfbeeld van een vrouw als Clara, die zich, toch enigszins bewust van haar geprivilegieerde positie, grappend vergelijkt met Virginia Woolfs Mrs. Dalloway. Niet toevallig kiest Pruis de openingszinnen van deze roman als motto: ja, ook Clara zal vanuit de beste bedoelingen wel zélf de bloemen kopen, want de werkster heeft al genoeg te doen. In korte hoofdstukken volgen we Clara als Mrs. Dalloway door haar sociale kringen. Bij de kapper, bij een bloemenkraam, bij de werkmensen bij haar thuis, op een terras met haar stagiaire, bij haar gezin, bij vrienden. In al die contexten reflecteert ze op haar eigen houding en het beeld dat ze van zichzelf wil creëren: “Er zijn zoveel momenten dat het erop aankomt. Dat ik kan laten zien dat ik de mens ben die ik niet ben.”

Een beeld lokt een anekdote uit, de ene gedachte haalt de andere onderuit

Clara wil toegewijd zijn, vooral in de ogen van anderen. Wanneer een vriendin een nieuwe nier nodig heeft, fantaseert ze dat zij donor wordt. Elk bericht naar Rose sluit ze af met een uitroepteken vol positieve intenties. Het betekent een knuffel, excuses aanvaard, een wens dat het goed gaat. In haar goedheid ten opzichte van haar werkster zit een mooi verhaal, bedelaars op straat negeert ze liever. Dat laatste geldt ook voor het klimaatakkoord en gentrificatie. Dat die houding verontwaardiging opwekt bij haar kosmopolitische zoon vindt ze vervelend, maar ze ligt er niet van wakker: “Een van de wonderbaarlijke dingen van het leven is dat je ondanks dat je ‘weet’ hebt van zaken, je een prettig leven kunt leiden.”

Op dezelfde manier kan Clara in één en dezelfde beweging voor het raam staan wachten op de pakjesman én opmerken dat niemand die de film Sorry We Missed You gezien heeft nog schuldeloos online kan shoppen. Had ze nu een korte broek of een stoel besteld? Dankzij de snedige en relativerende humor waarmee Clara tegelijk haar context en zichzelf fileert, kun je de hypocrisie door de vingers zien wanneer zij en haar man besluiten om ’s nachts vergif op de rozenstruik te spuiten: “We weten allebei hoe onze directe buren over bestrijdingsmiddelen denken. Wij denken er namelijk hetzelfde over.”

Huiswerk leunt qua stijl dicht aan tegen de columns en essays van Pruis. Net als in die essays gaat er iets ongrijpbaars uit van de manier waarop haar schrijvende ik associeert en zichzelf almaar bijstuurt. Een beeld lokt een anekdote uit, de ene gedachte haalt de andere onderuit. Dat is geen bezwaar voor Clara: “Ik zou het liefst alles wat ik schrijf willen plaatsen achter een toegangspoort waarop gespijkerd staat: ambivalentie.” Aan de lezer is het om die ongrijpbaarheid te aanvaarden. Meer dan het verhaal zijn het de gedachtes van Clara die het boek sturen. Een plot boeit haar hoegenaamd niet: “Mijn plot is dat je de volgende zin wil lezen.” Over haar schrijven beweert Clara dat het vaak verkeerd begrepen wordt. Zo schreef ze voor een blad een stuk met als titel ‘Wat je van je moeder moet weten’. De redactie vatte het foutief op als een brief aan haar dochter. Het was niet eens een brief, klaagt Clara, maar een verordening.

Dat je Clara met een flinke korrel zout moet nemen, bewijst het laatste deel, dat begint met: “Wat je moet weten over je werkster.” De voorgaande delen mogen losjes aaneengeregen lijken, hier is niets vrijblijvends meer. Ook hier gaat het om een verordening: wat je moet weten over je werkster is dat ze het verhaal over haar tocht naar Europa nooit heeft verteld, dat ze dat nu voor het eerst doet, en dat jij het moet lezen. Huiswerk is dan toch geen boek zonder plot, maar een zorgvuldig opgebouwd moreel vraagstuk, een constructie waarvan het eindpunt nazindert.

Marja Pruis, Huiswerk, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2023, 214 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met emma.reynaert@onserfdeel.be.