Publicaties
De kneedbare Rembrandt
3 Reacties
Nationalmuseum, Stockholm
Nationalmuseum, Stockholm Nationalmuseum, Stockholm
Voor abonnees
kunst

De kneedbare Rembrandt

Hoe Hollandse kunst wordt gebruikt in debatten over identiteit

De geschiedenis is altijd vogelvrij geweest. Mensen hebben er vaak belang bij het verleden, of figuren uit dat verleden, in te vullen met eigentijdse denkbeelden of zelfs imaginaire feiten. Voor nationaalsocialisten was Rembrandt zo’n geliefd projectiemodel. Tijdens de oorlog werd hij gehuldigd als een op-en-top ariër met sterk nationalistische trekken, dan wel verkneed tot een volbloed edel-Germaan. Die manoeuvres met Rembrandt konden tot op zekere hoogte steunen op de geschiedschrijving – inclusief die over de Nederlandse kunst van de zeventiende eeuw. Daarbij werd telkens weer, impliciet of expliciet, de vraag gesteld: wat is ‘eigen’ aan die kunst, en wat is ‘vreemd’? Ook vandaag keert Rembrandt terug in het debat over de Nederlandse identiteit.

Verder lezen?

Dit is een artikel waarvoor je moet betalen. Koop dit artikel of neem een abonnement om toegang te hebben tot alle verhalen van de lage landen.

€5/maand

€50/jaar

JefVanStaeyen

Geachte heer De Jongh, waarde redactie,

Uw antwoord is zeker een bevredigende reactie op mijn bericht, waarvoor dank.

Maar uw tekst is voor me een brede uitnodiging om nog meer te reageren. Als de redactie van Ons Erfdeel (en u) me dat niet kwalijk neemt.

1) Een andere tijd: het Walhalla aan de Donau (1830-1842), met vandaag 129 bustes van roemruchte personen (vooral mannen) uit Duitsland en andere landen met Germaanse talen.
Het valt me op dat Rembrandt geen buste in dat Walhalla heeft. Overigens vind je er geen enkele Noord-Nederlandse schilder.
Je vindt er wel Van Dyck, Van Eyck, Rubens en Snyders (en Memling). En ook Boerhaave, Erasmus, Grotius, De Ruyter, Tromp, Willem 1 van Oranje-Nassau en stadhouder Maurits van Nassau, allemaal sinds 1847, de eerste lichting beelden. (Bach heeft tot 1916 gewacht!)
Ik ben geen kunsthistoricus (dat heeft u al gemerkt), maar ik vind de aandacht voor Van Eyck en Memling in de eerste helft van de 19de eeuw wel een verrassing. Ik verkeerde in de mening dat die pas veel later werden "herontdekt".

2) "Het [is] ook absurd trots te moeten zijn op een kunstwerk waarvan de huidige Hollanders part noch deel hebben gehad aan de totstandkoming. En dat enkel en alleen omdat zij op dezelfde bodem leven als waarop Rembrandt heeft geleefd."
Deze terechte zin stelt een essentiële uitdaging aan een tijdschrift als Ons Erfdeel, dat veel aandacht besteedt aan mensen, ideeën en werken die "op dezelfde bodem hebben geleefd" (of zijn ontstaan, etc.) als Ons Erfdeel, zijn redactie en veel van zijn lezers vandaag. Een tijdschrift voor wie de band met Spinoza of Erasmus anders is dan de band met Locke of Kant, de band met Bruegel of Ensor anders dan met Goya of Munch, en de band met Rembrandt anders dan met Rafaël.
Ons Erfdeel trekt zijn pad op de (smalle?) richel tussen twee gevaarlijke hellingen, enerzijds de helling van trots, van "onze" Rembrandt (of Bruegel), waarop De Jongh terecht wijst, anderzijds de helling van neutralisering waarbij Rembrandt een Rafaël als een ander is (die "toevallig op dezelfde bodem heeft geleefd" als wij vandaag), en waarop Ons Erfdeel zijn betekenis verliest.

3) De Rembrandts, Bruegels, Erasmussen, Spinoza's en vele anderen (Comenius, Petrarca, Bach, Picasso, Montaigne...) worden ook ingezet wanneer we op zoek zijn naar Europese identiteit. Naar wat ons "als Europeanen bindt". (En, geef ik grif toe, ik doe daaraan mee.) Misschien moeten we over die trots ook kritischer zijn.

met vriendelijke groet

Pieter Coupe

Dit is het antwoord van de auteur:

Geachte heer Van Staeyen,

Dat sommige kunstwerken uit het verleden, zoals u vragend stelt, worden verguisd omdat ze niet stroken met de moraal van vandaag, is zeker waar. Vandaag de dag draait het vooral om werken met een expliciet of impliciet koloniaal karakter. Met werken zoals het door u genoemde schilderij van Honthorst ligt dat anders. Die werden lange tijd, niet in de zeventiende maar sinds de tweede helft van de negentiende eeuw tot bijna een halve eeuw geleden, afgewezen vooral vanwege hun Italiaanse inslag (invloed van Caravaggio). Een amalgaam van nationale gevoelens, moraal en smaak vormde de grondslag van deze verwerping. Ik meen dit in mijn artikel enigszins duidelijk te hebben gemaakt. Uitvoeriger hierover schreef ik in de artikelen vermeld in het lijstje met literatuur onder mijn stuk.

Honthorst en andere Caravaggisten worden tegenwoordig op de mijns inziens juiste waarde geschat. De prachtige tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa, kort geleden in het Centraal Museum in Utrecht gehouden, was een groot succes. Over echt Hollands of niet echt Hollands maakt men zich niet zo druk meer, hoewel er in dit land regelmatig – nogal schrille – nationalistische geluiden te horen zijn. Die paradox vraagt nog om een nadere verklaring.

Hopelijk is dit een bevredigende reactie op uw bericht.

Met vriendelijke groet,
Eddy de Jongh

JefVanStaeyen

Dit is uitstekend, en bovendien goed geïllustreerd.

Met, bijkomend, de nieuwe vraag: worden sommige oude kunstwerken niet (onterecht) verguisd omdat ze niet stroken met de moraal van vandaag?

En ook, aansluitend op het begin van de tekst, over hollandsheid van de kunst: telkens ik hier in Rijsel-Lille in het Palais des Beaux-arts kom (dat doe ik vaak), blijf ik verrast door de "onhollandsheid" van het grootste werk dat in de Hollandse zaal hangt: "Le Triomphe de Silène", door Gerrit van Honthorst (Gherardo delle Notti!), omstreeks 1623-1630. Het oordeel (ook bij Vlamingen) over wat echt Hollands is, en wat niet, zit erg diep.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be