Publicaties
Schilder Bendt Eyckermans: ‘Kunst moet absoluut niets’
0 Reacties
A lover's sight, Bendt Eyckermans
A lover's sight, Bendt Eyckermans A lover's sight, Bendt Eyckermans
kunst

Schilder Bendt Eyckermans: ‘Kunst moet absoluut niets’

Ondank zijn jonge leeftijd heeft Bendt Eyckermans (1994) al enkele solotentoonstellingen op zijn naam staan en is zijn werk wereldwijd gegeerd door verzamelaars. Zelf blijft de Antwerpse schilder er nuchter bij. Eyckermans beseft dat hij nog veel te leren heeft. ‘Ik vind het belangrijk dat je als kunstenaar kennis hebt van alles wat vooraf ging.’

Klopt het dat jij niet graag praat over jouw schilderijen? Zo ja, dan hebben we een probleem.

Bendt Eyckermans: ‘Neen, ik spreek wel graag over mijn schilderijen en mijn manier van schilderen, maar niet over de diepere betekenissen die erachter zouden moeten schuilen. Ik vind het belangrijk dat er niet teveel moet worden voorgekauwd voor de kijker. Ik hoop de geest van de toeschouwer te kunnen prikkelen, zodat hij zelf associaties kan oproepen en een eigen verhaal kan maken. Mijn beeldentaal is op zich al heel duidelijk, het zijn geen grote enigma’s.’

Welke creaties hebben jou in je kinderjaren gevormd?

‘Sowieso zullen de kunstwerken van mijn familie vanaf de eerste seconde een invloed op mij hebben gehad, maar die werden pas vanaf mijn acht of negen jaar bewust erkend als unieke voorwerpen en kunstwerken. Het allereerste “kunstwerk” dat mijn interesse heeft opgewekt, kwam van mezelf. Op de kleuterschool kregen wij de opdracht om reproducties van kunstwerken te maken. Ik herinner mij een tekening in houtskool op gekleurd papier waarop ik Permeke had gekopieerd. Ik heb dat werkje trouwens nog. Ik herinner mij nog die fascinatie voor wat ik aan het imiteren was: voornamelijk het weergeven van die enorme handen en voeten in Permeke’s tekeningen, en vooral hoe plezant ik het vond om dat na te tekenen. Dat heeft mij toen erg geraakt en gevormd.’

Je groeide op tussen de beeldhouwwerken van je vader en grootvader. Je werkt ook in hun vroegere atelier. Het staat hier nog vol beelden van hen. Dat is een erfenis die je niet zomaar van je af kan schudden. Wanneer koos je zelf bewust voor de kunst?

‘Ik ben rond mijn zestiende naar de kunstschool getrokken in de hoop mijn tekenkunsten verder te kunnen ontwikkelen. Ik dacht daar ook meer vrijheid te kunnen genieten. In tegenstelling tot mijn vroegere scholen, voelde ik mij op mijn gemak op de kunstschool en dat lag grotendeels aan de mensen die ik daar ontmoette.’

Waarom koos je op je achttiende niet voor beeldhouwkunst aan de Academie van Antwerpen? Hield je van kleur en het tweedimensionale of vond je het voortzetten van het werk van je grootvader-beeldhouwer teveel van het goede?

‘Voor ik aan de Academie begon, was kleur iets dat ik niet goed kon vatten. Ik maakte meestal tekeningen die zeer grafisch getint waren. En schilderen begreep ik gewoon niet. Eenmaal aan de Academie leerde ik door het kijken naar oude meesters over de toepassing van kleuren, hoe ik door het gebruik van de juiste kleuren een schets kon omzetten tot een mooi geheel; tot een compositie in kleur en vorm.’

Was je tijdens je studies al geïnteresseerd in de schilderkunst van de twintigste eeuw? Of kwam dat pas na je afstuderen?

‘Tussenoorlogse en naoorlogse kunst, meer bepaald de Nieuwe Zakelijkheid, zijn kunststromingen die mij vanaf het begin enorm prikkelden. Ik heb daar veel uit geleerd en heb daar ook veel respect voor, vooral omdat die kunstenaars zo fantastisch waren in het documenteren van hun tijd. Dat vond ik heel inspirerend om ook toe te passen. Dankzij de Academie is mijn smaakpalet in kunststromingen enorm verbreed. Ik maakte kennis met Jean Brusselmans, wiens techniek mij heeft geleerd pasteus te schilderen. Hij ‘leerde’ mij hoe ik op verschillende manieren verf kon aanbrengen, over de vormen van zijn borstels en hoe ik op een eerder geometrische manier een lichaam kon schilderen.’

Ik herken in je werk de Gentse kunstenaar Octave Landuyt en ook de minder bekende broers Floris en Oscar Jespers zijn voorbeelden voor je. Je bestudeert de technieken van de oude meesters – tot Rubens toe – om sterker te worden in je eigen beeldtaal.

‘Ik vind het belangrijk dat je als kunstenaar kennis hebt van alles wat vooraf ging. Van de beelden van mijn grootvader heb ik geleerd over hoe een neus of lippen zijn gevormd. Ik vind het dan ook fijn om dat beeldbouwkundige in het schilderen toe te passen. Er wordt onterecht gevreesd dat je die jaren 70-mentaliteit van avant-garde moet hebben en radicaal moet zijn. Maar kunst moet net absoluut niets. Voor mij is iets een kunstwerk als het een persoon kan prikkelen en aanzetten tot denken, als het leeft in de gedachten en fantasie van een individu. Een creatie is nog geen kunstwerk omdat het af is. Ik kan mijn werken even goed in mijn atelier laten liggen, maar daar heeft de wereld niets aan.’

Je schildert het alledaagse leven. Een soort personages van mensen uit jouw leven. Ze worden wel eens antihelden genoemd. Door je schilderijen leren we jouw vrienden en familie, maar ook jou beter kennen. Typische kenmerken van je personages zijn de introverte blik, geschilderd in een soort ingeperkte ruimte, soms omgeven door een soort van koud blauw waas.

‘Ik gebruik mijn vrienden, maar evengoed mannequins. Het zijn eigenlijk geen portretten van hen die ik maak. De personen in mijn schilderijen zijn slechts figuranten die meehelpen aan het creëren van het beeld. Mijn werken gaan vaak over atmosfeer en gevoel, ik zou zelfs durven zeggen een Zeitgeist van mijn generatie. Ik vind het ook plezant om te kunnen werken met handelingen die iets dubieus kunnen hebben, die zowel iets passioneels of agressiefs in zich dragen.’

Zijn jouw werken een samenstelling van beelden? Hoe begin jij aan een werk?

‘Ik neem verschillende foto’s van momenten of van vrienden die ik vraag om in het atelier te komen poseren. Dan creëer ik een constructie om licht te ensceneren. Zaken, zoals de achtergrond of de plek waar ze zijn, verzin ik. De foto’s dienen als een bron voor de toevalligheden die ik niet kan verzinnen, zoals de plooien van een hemd. Bepaalde elementen veranderen dan in iets symbolisch.’

Je zei eerder dat een schilderij voor jou niet vol betekenis hoeft te zitten. Abstract schilderen zou dus niets voor jou zijn?

‘Geen idee. Zeg nooit nooit, maar op dit moment zou het mij geen voldoening geven. Schilderkundig kan je best interessante dingen doen. Er bestaan absoluut schilders die fantastische abstracte werken maken. Zoals Cy Twombly, die maakt mooie, gevoelige schilderijen en die gevoeligheid is iets dat mij wel fascineert.’

Waar haal je de meeste inspiratie uit bij andere schilders?

‘Dat zal bij elke schilder iets anders zijn. Maar bij het zien van een schilderij zoek ik altijd naar hoe de verf werd aangebracht en bestudeer ik het kleurgebruik. Je ziet vrijwel meteen of iemand heeft gewerkt met een interessant kleurenpalet. Daarnaast zie ik graag hoe toevalligheden een creatie sturen of hoe een element de juiste snaar kan raken door zich op de perfecte locatie te bevinden.’

Vind je dat creatief zijn pijn doet?

‘Iedereen heeft wel eens een off-day. Ik vind het dus ook niet erg om af en toe naar het atelier te gaan en gewoon in de zetel te lezen en na te denken. Ik ervaar dat als een moment van bezinning, van afstand nemen, om mijn denken te ontwikkelen en tot nieuwe inzichten te komen. Ik vind het wel belangrijk om structuur te hebben en op vaste momenten naar mijn atelier te gaan. Het is een soort houvast. Anders heeft dat een negatieve invloed op mijn denken.’

Wil je met je beelden een maatschappelijke boodschap meegeven?

‘Nee. Ik vind niet dat ik maatschappelijke problemen kan oplossen door ze in mijn schilderijen te verwerken. Ik vind het eerlijk gezegd vrij pretentieus te denken dat je met een schilderij de wereld kunt verbeteren. Ik ben geen schilder die zich genoodzaakt voelt om politieke of maatschappelijke kritiek te uiten. Ik ben bezig met mijn eigen leefwereld, de mensen die ik graag zie en wat ik zélf interessant vind. Daarnaast vind ik het verhaal over mijn familiegeschiedenis ook boeiend om rond te werken.’

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.