Publicaties
De galeriehouder uit Nürnberg
0 Reacties
column Thomas Heerma van Voss
literatuur

De galeriehouder uit Nürnberg

Thomas Heerma van Voss ontmoet een Duitse man die een tekst van hem wil uitgeven. ‘Of hij mijn verhaal wel gelezen had, bleef in het midden.’

Jaren geleden schreef ik een verhaal over de piepkleine, noodlijdende uitgeverij Babel & Voss, waarvoor ik vrijwillig en tamelijk onsuccesvol werkte als redacteur. Ik vreesde dat de uitgever in kwestie, Reinjan Mulder, boos zou worden wegens het stuk. In plaats daarvan vroeg hij me om het uit te breiden en maakte daar zelf vervolgens een volwaardig boekje van. “De uitgeverij is vastgelegd”, riep hij. “Het is niet voor niets geweest!”

Via omwegen die niet meer helemaal te herleiden zijn, kwam mijn tekst in handen van Ulrich Faure, die al een roman van mij had vertaald en ook deze tekst zonder overleg naar het Duits omzette. Direct ging hij op zoek naar een geïnteresseerde uitgeverij, en hij wist zowaar het enthousiasme aan te wakkeren van een man die in Nürnberg een galerie annex uitgeverij opzette. Die hele onderneming klonk even verwarrend als willekeurig, en daarom juist uitermate toepasselijk. Alsof er een Duits equivalent van Babel & Voss was opgedoken.

Ik mailde Faure en de galeriehouder dat ik me voor deze tekst geen betere uitgeverij kon voorstellen. Ik ging bij voorbaat akkoord.

Die hele onderneming klonk even verwarrend als willekeurig, en daarom juist uitermate toepasselijk

De galeriehouder reageerde binnen een minuut, en met enig gewicht kondigde hij een aanstaand bezoek naar Nederland aan. “I want to see who I will publish. You will be my first author.” Meerdere keren zegde hij onze afspraak op het laatste moment af. Hij was ziek, iemand nabij hem was ziek, er kwam een cruciale deadline tussen, de financiën voor de galerie bleken toch ingewikkelder dan gehoopt.

Toen was hij toch opeens in Amsterdam. Hij belde me en noemde een parkeergarage in het Centrum, waarop ik door de motregen naar hem toe fietste. Bij de uitgang stond hij te wachten. Een ietwat gedrongen man, leren jas, ringbaardje, achterover gekamd haar – ik vond het een erg flauwe associatie van mezelf, maar hij leek raadselachtig veel op Ricky Gervais in The Office.

In zijn hand hield de galeriehouder een leren koffertje waarmee hij vrolijk heen en weer zwaaide.

Hij zei “sorry”, het was me niet helemaal duidelijk waarvoor en vreemd genoeg glimlachte hij ondertussen. Alsof er een grap was gemaakt die mij ontging. Die eigenschap deelde hij met Reinjan Mulder, het vermogen om altijd te grijnzen en gniffelen, zelfs als er in de verste verte niets lolligs gezegd was.

In gebroken Engels zei de galeriehouder dat hij niet veel tijd had, hij wilde voor de spits Amsterdam uitrijden. Toch stond hij erop dat we eerst naar een galerie aan de Herengracht gingen. “Inspiration for my projects. They know I’m coming.” Ik volgde de galeriehouder, ik was stiekem wel nieuwsgierig waar dit me allemaal heen zou leiden, ongetwijfeld naar meer plekken dan een gemiddelde schrijfdag. Toch loog ik alvast, uit angst dat deze expeditie me al te veel tijd zou kosten, dat ik niet uren de tijd had: mijn zus zou in de loop van de middag langskomen.

Bij de galerie aan de Herengracht kregen we een uitgebreide rondleiding. Ik vermoedde dat de hulpvaardige directeur – zijn hulpvaardigheid wekte de indruk dat hij al weken wachtte tot er iemand langskwam – zich tijdens zijn verhaal ook afvroeg waarom hij dit deed, wie hij eigenlijk tegenover zich had, maar dat kan projectie zijn geweest.

“Great”, riep de Duitse galeriehouder af en toe. “Fantastic!” Bij het weggaan wees hij naar mij: “I’ll publish the book of this boy. When it’s finished, I will send you ten copies.”

De Duitse galeriehouder en ik streken neer in een café om de hoek. Hij vertelde over zijn galerie, die als ik het goed begreep al maanden open was. Hij sprak de mooie zin uit: “We are really growing, in the first period we lost twelve thousand euros and in the last period we lost ten thousand euros.” Ook kwam hij zonder dat hij het doorhad terug op zijn eerdere toezegging, nu was ik niet meer zijn eerste auteur, maar had hij het over een reeks met drie vergelijkbare kleine non-fictie-uitgaves. “But I haven’t read the manuscripts yet.” Of hij mijn verhaal wel gelezen had, bleef in het midden. Hij zei er niets inhoudelijks over, maar zijn enthousiasme leek te groeien met iedere slok die hij van zijn koffie nam.

Zijn hulp-vaardigheid wekte de indruk dat hij al weken wachtte tot er iemand langskwam

Toen ging het leren koffertje open, er kwamen folders tevoorschijn van zijn galerie. Niet twee of drie, maar zeker vijftien. Triomfantelijk hield hij ze omhoog, zo te zien kondigden de meeste een tentoonstelling aan. Ik zag namen van Duitse kunstenaars en flarden van experimentele schilderijen. “Do you know this artist?”, vroeg de galeriehouder steeds hoopvol. Elke keer schudde ik mijn hoofd, waarop hij werkelijk teleurgesteld leek. Ook liet hij een folder zien voor een oud & nieuw-feest dat hij in de galerie ging organiseren, geheten surprises_überraschungen. Onder die tekst stond een pixelachtig plaatje van vuurwerk en taart, het zag eruit als een afbeelding die niet goed wilde laden. “You want to come?”, vroeg hij.

Ik schudde mijn hoofd, schraapte mijn keel. Toen stelde ik de vraag die al uren door mijn hoofd ging: of hij mijn verhaal werkelijk wilde uitgeven?

“Natürlich!” Met zijn wijs- en middelvinger maakte hij een peaceteken in de lucht – zoals ik vroeger op het schoolplein weleens dingen moest beloven. Daarna greep hij mijn hand en schudde hem een paar keer hard heen en weer.

Dat deed hij opnieuw toen we twintig minuten later buiten stonden, een beetje dralend, net of we aan het einde van een date waren waarvan het verdere verloop ongewis was. Ik vroeg maar of hij de weg terug wist naar zijn auto. “Natürlich”, zei hij weer, “and you better hurry, otherwise your sister is waiting.”

Mijn zus? O ja, natuurlijk. Ik knikte en vertrok. Uit mijn ooghoek zag ik de Duitse Ricky Gervais wegstappen, fiere tred, rechte rug, terug richting zijn galerie. Zijn folders hield ik secuur onder mijn jas tegen de inmiddels stromende regen, al stopte ik ze thuis ongelezen in een la.

Twee maanden later lag er een envelop op mijn deurmat, afkomstig uit Nürnberg. Er zaten vijf A4’tjes in – vijf verschillende felle kleuren. Geen begeleidend briefje. Ik mailde de galeriehouder wat ik ermee moest. Het antwoord kwam direct: ik diende aan te geven welke kleur ik het mooist vond voor het omslag van mijn boekje. Rood, antwoordde ik. Weer maanden gingen voorbij. “Almost done!”, mailde hij. “Be patient!”

Kort daarop bleek de eerste oplage een misdruk te zijn. De galeriehouder uit Nürnberg biechtte dit op in een vrolijke mail en meldde dat de druk zou worden vernietigd. Er kwam een nieuwe aan, schreef hij, binnen een week zou er beter nieuws volgen. Dat was drie maanden geleden.

Drie dagen geleden, toen ik ervan overtuigd was dat mijn geduld sneller zou verdwijnen dan zijn optimisme, kwam er toch nieuwe post uit Nürnberg. Een kartonnen doos ditmaal, met daarin mijn eigen woorden in het Duits, in tienvoud gedrukt, en bovenop lag een briefje: Gratuliere! We dit it. Do you know any bookstore anywhere that perhaps wants to sell this book?

Thomas Heerma van Voss

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.