Publicaties
Rens Bod schreef een majestueuze geschiedenis van onze kennis
0 Reacties
geschiedenis

Rens Bod schreef een majestueuze geschiedenis van onze kennis

Hoe is onze menselijke kennis ontstaan en hoe is ze gegroeid? Waar en wanneer is de zoektocht naar kennis begonnen? Zijn er verschillen tussen de manieren waarop dit proces in uiteenlopende culturen is verlopen? Rens Bod is niet bang voor dergelijke grote vragen.

In 2010 verscheen De vergeten wetenschappen, een geschiedenis van de humaniora waarin Rens Bod besprak hoe gebieden als taal, literatuur, muziek en kunst door de eeuwen heen zijn onderzocht door alfawetenschappers uit India, China, Afrika en Europa. Dat was al een enorm ambitieus project, maar nog grootser van opzet is zijn nieuwe boek Een wereld vol patronen. Bod geeft een historisch overzicht van de ontwikkeling van onze kennis dat zowel multidisciplinair als polycentrisch is: hij bespreekt een zeer uiteenlopende reeks van wetenschappen, van filologie en recht tot geneeskunde, sterrenkunde en wiskunde; en bovendien doet hij dit voor zowel de westerse cultuur als voor de islamitische, Chinese, Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse culturen.

De humanisten waren de leermeesters van de latere natuur-wetenschappers

Bod krijgt greep op de lawine aan materiaal waar deze ambitie mee gepaard gaat door kennisverwerving te zien als een proces waarin alles draait om de zoektocht naar patronen en principes. Kennis bestaat immers niet uit losse feiten, maar uit regelmatigheden die de samenhang tussen die feiten laten zien, en kennisverwerving bestaat uit een toenemend inzicht in die samenhang. Hierbij zijn patronen waargenomen regelmatigheden die kwantitatief kunnen zijn (zoals de banen die planeten beschrijven) of kwalitatief (zoals het door Herodotus geformuleerde patroon van de opkomst en bloei en het daarna volgende verval van staten).

Patronen zijn bijzonder nuttig door hun voorspellende kracht: als we inzicht hebben in de beweging van de planeten, kunnen we bijvoorbeeld precies voorspellen wanneer een zonsverduistering zal plaatsvinden. Maar patronen verklaren niet waarom bepaalde regelmatigheden zich voordoen. Om dat te begrijpen hebben we principes nodig: die betreffen de onderliggende relaties die ten grondslag liggen aan de patronen. Principes brengen meerdere patronen onder één noemer en zijn theoretisch: in tegenstelling tot patronen zijn ze niet waarneembaar. Een voorbeeld vormen de wetten van Kepler, die de planeetbewegingen herleiden tot een bepaald onderliggend model.

De aandacht die Bod vraagt voor de geestes-wetenschappen is een verademing

Bod toont ons dus de mens als een wezen dat zoekt naar patronen en principes. Dat begon al in de prehistorie, toen rond 40.000 voor Christus de oude steentijdmens streepjespatronen op mammoetbotten kerfde om de maancyclus weer te geven. Een eerste bewustwording van principes ontstond volgens Bod ongeveer tweeduizend jaar voor Christus. Een soemerische wetstekst met rechtsregels uit die tijd bevat bijvoorbeeld een vergeldingsprincipe: “Als een man een moord pleegt, dan moet de man gedood worden.” In de klassieke oudheid vond een ware explosie van principes plaats. Voorbeelden zijn de principes van Vitruvius voor een juiste maatvoering in architectuur (de ideale verhoudingen in een gebouw zijn volgens hem gebaseerd op bepaalde numerieke relaties); het systeem waarin Ptolemaeus de planeetbewegingen onderbracht; en de vele principes in het Romeinse recht (zoals “eenieder is onschuldig tot het tegendeel is bewezen” en “hoor ook de andere partij”).

In de postklassieke tijd (500-1500) ziet Bod vooral een zoektocht naar een reductie van de soms al te talrijk geworden principes. Zo brachten Indiase wiskundigen een grote vereenvoudiging tot stand door de introductie van het decimale positiestelsel voor getallen en zocht men in verschillende beschavingen naar een universele grammatica voor alle talen. De islamitische astronomie, die een bloeiperiode kende vanaf de elfde eeuw, slaagde erin de Grieks-Romeinse astronomie te overtreffen door het systeem van Ptolemaeus, dat gebaseerd was op drie principes (de zogenaamde excenter, epicykel en equant), te verbeteren tot een systeem van twee principes (de epicykel en het koppel).

In de moderne tijd (vanaf 1500 tot nu) richt de aandacht zich met name op de verbanden tussen patronen en principes: wanneer is het bijvoorbeeld mogelijk om uit principes nieuwe en tot dusver nog onbekende patronen af te leiden en zo onze kennis te vergroten? Bod gaat uitgebreid in op de zogenaamde “empirische cyclus”, de iteratieve wisselwerking tussen empirie en theorie: we vormen een theorie (principes) op basis van waargenomen patronen; vervolgens proberen we uitgaande van die theorie nieuwe patronen te voorspellen, waarna we die voorspellingen toetsen aan de werkelijkheid. Als de metingen niet overeenkomen met wat de theorie voorspelt, dient de theorie bijgesteld te worden – enzovoorts.

In Bods fascinerende geschiedenis van onze kennis wordt voortdurend benadrukt dat drie categorieën ten onrechte altijd overmatig in de schijnwerpers hebben gestaan in de wetenschapsgeschiedenis: het Westen, de mannen en de natuurwetenschappen. Bod laat overtuigend zien dat ook niet-westerse culturen altijd druk zijn geweest met de zoektocht naar patronen en principes; dat tal van vrouwelijke wetenschappers fundamentele bijdragen hebben geleverd; en dat de natuurwetenschappen veel te danken hebben gehad aan de geesteswetenschappen. Daarbij ontmantelt Bod tal van vooroordelen, bijvoorbeeld dat de niet-westerse wetenschap op een lager plan zou hebben gestaan. Grote wetenschappelijke ontdekkingen hebben overal in de wereld plaatsgevonden: wie had bijvoorbeeld gedacht dat China al in de zeventiende eeuw bekend was met het principe van inenting tegen pokken, ver voordat die praktijk in Europa ingevoerd werd? En waarom klinken de namen van vrouwen als Hypatia van Alexandrië (de grote wiskundige uit de vierde eeuw), Anna Maria van Schurman (de zeventiende-eeuwse filologe die veertien talen sprak) en Maria Gaetana Agnesi (die de achttiende-eeuwse wiskunde in een grote synthese onderbracht) ons zo onbekend in de oren? Bijzonder interessant zijn de delen waarin Bod laat zien dat er tal van verbanden en kruisbestuivingen zijn tussen de geestes- en de natuurwetenschappen. Zo toont hij bijvoorbeeld aan dat in de vroegmoderne filologie de reconstructie van teksten plaatsvond met behulp van een soort empirische cyclus. Veel iconen van de wetenschappelijke revolutie, onder wie Copernicus, Kepler en Galileo, waren filologisch geschoold en konden daaroor het idee van een empirische cyclus van de humaniora naar de natuurwetenschappen transplanteren. De humanisten waren dus de leermeesters van de latere natuurwetenschappers.

Een wereld vol patronen is een enorm rijk boek, dat vrijwel voortdurend weet te boeien. Een puntje van kritiek zou kunnen zijn dat Bod weliswaar steeds benadrukt dat het Westen geen uitzonderingspositie inneemt als het gaat om kennis, maar dat de omvangrijkste en interessantste delen in het boek vrijwel steeds die over de westerse ontwikkelingen zijn. Er is ook veel aandacht voor de islamitische cultuur, maar de Chinese, Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse culturen komen vaak maar beknopt en fragmentarisch aan bod. In die zin is het boek niet helemaal in balans, maar het biedt hoe dan ook een schitterend panorama van de kennisgeschiedenis, en zet ons daarbij bovendien ook aan het denken over diverse al dan niet bewuste vooroordelen met betrekking tot die geschiedenis. Met name de aandacht die Bod vraagt voor de rol van de geesteswetenschappen is een verademing. In onze tijd wordt namelijk maar al te vaak gedaan alsof alleen de natuurwetenschappen er echt toe doen, terwijl de werkelijkheid is dat de diverse wetenschappen op tal van manieren met elkaar verweven zijn en elkaar kunnen inspireren.

Rens Bod, Een wereld vol patronen. De geschiedenis van kennis, Prometheus, Amsterdam, 2019, 480 p.
Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.