Deel artikel

Lees de hele reeks
de franse nederlanden

De Duinkerkse carnavalisten vieren feest, doen aan liefdadigheid én bewaken het culturele erfgoed

Door Nicolas Montard, vertaald door Arthur Chimkovitch, Marieke Van Acker
18 februari 2025 5 min. leestijd Passage

In onze reeks Passage snuiven we deze keer de carnavalsfeer op in Duinkerke. De Corsaires dunkerquois (of Duinkerkse Kapers) vormen één van de oudste carnavalverenigingen van stad. Onlangs organiseerden ze hun welbekende Bal des Corsaires. Maar deze kapers doen veel meer dan alleen maar ‘paraderen met verenhoeden’.

Voor Gérard Laridan en René Heems is carnaval een jaarlijkse traditie die ze voor geen goud zouden willen missen. Toen we hen een paar weken voor het evenement in het clubhuis van de Corsaires ontmoetten, staken ze hun ongeduld niet onder stoelen of banken.

Logisch dus dat het  volksfeest – dat al in januari van start gaat – als eerste gespreksthema op tafel komt te liggen. In Frankrijk is het carnaval van Duinkerke een van de bekendste carnavals van het land, naast dat van Nice en Granville. Typisch voor Duinkerke zijn de bandes, de chapelles en de bals. Dat zijn respectievelijk optochten door de straten, locaties waar carnavalisten binnenlopen om te dansen, een glas te drinken en te eten, en grote collectieve dansfeesten die ’s avonds plaatsvinden in zalen zoals het Kursaal, het congrescentrum van Duinkerke.

Ook dit carnaval heeft natuurlijk zijn typische attributen. Zo zijn er de grote paraplu’s. Daarover zegt de traditie dat de boeren uit Bergues (Sint-Winoksbergen) ze meebrachten om bij de optochten een goed figuur te slaan. Er is het clet’che, een kostuum dat vaak een vrouwelijke twist heeft voor mannen. En niet te vergeten: les baisers, de zoenen die op elk moment worden uitgedeeld… “Het is een carnaval dat je eigenlijk pas echt kunt appreciëren als je iemand uit Duinkerke kent. Voor buitenstaanders is het moeilijker; je kunt ons al snel voor gek verklaren.”

Gek zijn ze nochtans niet, de twee mannen met wie we samenzitten. Ze mogen dan wel typische Duinkerkse vlegelallures hebben, dat neemt niet weg dat ze met veel ernst een groot project beheren: le bal des Corsaires, of het Kapersbal, dat door hun vereniging georganiseerd wordt. Dit jaar vindt het evenement plaats op 22 februari. Deze Nuit de l’Escadre, zoals het bal ook wel wordt genoemd, werd ooit gelanceerd in 1947. Ondertussen is het Kursaal de vaste feestlocatie geworden.

Het congrescentrum, waarvan het bal drie zalen inpalmt, wordt gehuurd van dinsdag tot en met maandag. Die tijd is nodig om de climax van de avond voor te bereiden: de bestorming van een galeischip door stuntende piraten. Daarvoor wordt een beroep gedaan op de Grimp, een afdeling van de brandweer die gespecialiseerd in reddingen en interventies op moelijke plaatsen. De verdediging van het schip valt dan weer de dappere Corsaires zelf te beurt, met spectaculaire pyrotechnische effecten ter ondersteuning. “De overwinning is altijd voor ons”, glimlacht Gérard Laridan.

Andere hoogtepunten van het bal – één van de meest legendarische carnavalfeesten hier – zijn de chahut de minuit (het tumult van middernacht) en het concert van de Prout, een Duinkerkse carnavalgroep die al een optreden in de Parijse Olympia op zijn actief heeft. Alles gebeurt onder strikte beveiliging: honderdvijftig mensen zorgen voor de omkadering van ongeveer negenduizend carnavalgangers.

Filantropische en culturele vereniging

Maar de Corsaires doen veel meer dan hun jaarlijkse bal organiseren. Als filantropische vereniging doneren ze jaarlijks ongeveer veertigduizend euro aan lokale initiatieven. “Aan de Restos du cœur, maar vooral aan individuele hulpaanvragers. Een oma die haar gasrekening niet kan betalen, een studente die worstelt met haar studielening… We hebben een commissie die de aanvragen behandelt. Zo controleren we toch wel of aanvragers hun geld niet gewoon op café opdoen.”

De Corsaires tonen ook solidariteit met de minder bevoorrechte kinderen van Duinkerke. Jarenlang organiseerden ze het bal des Mousses (het bal van de scheepsjongens), een carnavalsbal speciaal voor kinderen uit sociale opvangcentra. “Met gratis toegang, terwijl een kinderbal normaal vijfentwintig euro kost.” Momenteel ligt dit initiatief even stil, maar opgeheven is het zeker niet,  benadrukt Gérard Laridan.

Daarnaast bewijzen de Corsaires ook met hun cultureel engagement dat ze “niet alleen maar met verenhoeden paraderen”. Om te beginnen publiceren ze stripverhalen en maken ze muziekalbums die bedoeld zijn om de carnavaltradities door te geven aan volgende generaties. Maar hun erfgoedproject gaat verder dan dat. Ze brachten bijvoorbeeld ook een boek uit over IJslandvisserij (toen vissers zes maanden op zee verbleven om kabeljauw te vissen) en een ander over de haven in de belle époque.

“We verdedigen het maritieme erfgoed in het algemeen.” Ook tot de conservatie van dit erfgoed willen ze bijdragen. Zo recupereerden ze het voetstuk van het voormalige standbeeld van Trystram, een Duinkerkse industrieel en politicus uit de negentiende eeuw, en lieten het voor hun clubhuis plaatsen. Of ze lieten het graf van David Riefenstahl restaureren, de componist die een cantate over kaperkapitein Jean Bart (Jan Baert) schreef. Ze steunden de aankoop van het zegel van François-Cornil Bart, de zoon van Jean Bart, ze financierden een maquette voor de Petite Chapelle, enzovoort.

De vereniging blijft wel sterk op Duinkerke gericht en heeft bijvoorbeeld geen connecties over de grens.

Ook buiten de carnavalperiode zijn de Corsaires zichtbaar in het Duinkerkse leven. Bij officiële plaatselijke ceremonies gebeurt het dat ze de delegaties mee verwelkomen, en dat in kostuum, “als de kapitein akkoord is”. Verder vinden er in de loop van het jaar verschillende inhuldigingen plaats. De Corsaires mogen namelijk niet meer dan vijftig leden tellen en om lid te worden, moet je eerst als mousse toetreden, voorgedragen door twee corsaires. “Als een mousse goed werk levert, zowel fysiek als intellectueel, kan hij proberen om corsaire te worden zodra er een plaats vrijkomt, bijvoorbeeld na een overlijden of wanneer oudere, minder actieve leden het statuut van erelid krijgen.”

“Vrijdag gaan we drie nieuwe corsaires inhuldigen in het bijzijn van onze burgemeester, Patrice Vert de Gris”, klinkt het, met een ludieke woordspeling op de naam van burgemeester Patrice Vergriete. Het grapje illustreert perfect de typische carnavalhumor die over de decennia heen levendig blijft. Toch moet Gérard Laridan (75) toegeven: “Ik doe het carnaval al mee sinds mijn veertiende. Vroeger kon je overal vrij naartoe; nu heb je een armbandje of pasje nodig om binnen te geraken in de chapelles. De tijden zijn veranderd.” Maar de geest van de corsaires, die blijft onverminderd voortleven.

Montard

Nicolas Montard

Freelance journalist

Geef een reactie

Lees ook

		WP_Hook Object
(
    [callbacks] => Array
        (
            [10] => Array
                (
                    [0000000000002dc90000000000000000ywgc_custom_cart_product_image] => Array
                        (
                            [function] => Array
                                (
                                    [0] => YITH_YWGC_Cart_Checkout_Premium Object
                                        (
                                        )

                                    [1] => ywgc_custom_cart_product_image
                                )

                            [accepted_args] => 2
                        )

                    [spq_custom_data_cart_thumbnail] => Array
                        (
                            [function] => spq_custom_data_cart_thumbnail
                            [accepted_args] => 4
                        )

                )

        )

    [priorities:protected] => Array
        (
            [0] => 10
        )

    [iterations:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [current_priority:WP_Hook:private] => Array
        (
        )

    [nesting_level:WP_Hook:private] => 0
    [doing_action:WP_Hook:private] => 
)