Publicaties
Conrad Detrez: een Limburgse Waal tussen revolutie en literatuur
2 Reacties
©Christine Manessier
©Christine Manessier ©Christine Manessier
literatuur

Conrad Detrez: een Limburgse Waal tussen revolutie en literatuur

Bekende schrijvers uit Belgisch-Limburg: ze zijn niet dik gezaaid. Weinigen zullen de naam van Conrad Detrez (1937-1985) opwerpen, een vergeten grootheid van de Belgische literatuur. Hoewel hij in het Frans schreef, werd Detrez in Vlaanderen geboren en had hij een Vlaamse moeder. Dat lees je terug in zijn literaire verbeeldingswereld. Het bewogen leven en werk van deze figuur verdient het om herontdekt te worden.

Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van de vorige eeuw was Conrad Detrez een gevestigde naam in de literatuur. Zijn romans verkochten bij tienduizenden en verschenen in het Frans, Engels, Nederlands en Portugees. Hij maakte zijn opwachting op de Franse televisie en zijn werk kreeg aandacht tot in Time Magazine. In 1978 sleepte hij met L’herbe à brûler de prestigieuze Renaudotprijs in Frankrijk in de wacht. Voor de Fransen was Detrez een razend interessante buitenstaander, wars van literaire modes, meer schrijvend vanuit een poëtisch buikgevoel dan vanuit een intellectuele pose. Het was een soort barok, ostentatief on-Frans-zijn waaruit Detrez zijn kracht putte, een beetje zoals de manier waarop de Vlamingen Hugo Claus en Louis-Paul Boon – en later Dimitri Verhulst – geliefd zouden worden in Nederland,

Een slagerszoon uit Limburg

Hoe had deze Limburgse Waal van bescheiden afkomst het zo ver kunnen brengen? Conrad Detrez was de literatuur via een zijpad ingeslagen. Het adagium van eerst leven, dan schrijven, was vuistdiep in hem gebrandmerkt. Hij werd in 1937 geboren in een Franstalige enclave in de provincie Limburg waar hij opgroeide in de slagerij van zijn ouders. Dat het plattelandsdorp Rukkelingen-aan-de-Jeker – niet zo ver van Tongeren en Maastricht gelegen – tot Vlaanderen behoorde, kwam door een miskleun van de Fransen, die het gebied in 1795 geannexeerd hadden. Pas in 1963 zou Rukkelingen-aan-de-Jeker als Roclenge-sur-Geer aan Wallonië gehecht worden. Tijdens de 133 jaar dat de Roclengeois bij de provincie Limburg hoorden, hebben zich evenwel nooit spanningen voorgedaan: de voertaal was het Frans en Limburg gedoogde dit. Slechts één keer is gepoogd het Nederlands op te leggen: door de Duitse bezetter in de Eerste Wereldoorlog.

De Vlaamse verbeeldingswereld was Detrez evenzeer eigen als de Waalse of de Franse

De moeder van Detrez was een Limburgse boerendochter uit het piepkleine Millen. Detrez zou zijn Limburgse wortels nooit verloochenen. Dat hij zich via zijn moeder op een Vlaamse herkomst kon beroepen was in literair opzicht interessant. Later bekende hij dat dit erg in zijn voordeel had gespeeld. “Tachtig procent van mijn lezers zijn Fransen”, vertelde Detrez in 1982. “Een van de oorzaken van de belangstelling van het Franse publiek is de originele sfeer van mijn boeken. Die sfeer heb ik te danken aan mijn dubbel gekruiste cultuur. Mijn moeder was een Limburgse en mijn vader een Luikenaar. Ik werd in het Frans opgevoed, maar de Vlaamse verbeeldingswereld is me evenzeer eigen als de Waalse of de Franse.”

Hij schaarde zich daarmee in een rijke traditie van verfranste Vlamingen die – vooral voor de Tweede Wereldoorlog – de Belgische literatuur kleur gegeven hadden. “Schrijvers als Charles de Coster of Michel de Ghelderode, die ik beschouw als sterke Vlaamse artistieke temperamenten – ook al schreven ze in het Frans –, hebben me rechtstreeks beïnvloed. Ik heb ook grote waardering voor een man als Claus.”

Van het seminarie naar de guerrilla

De jonge Detrez koos met overtuiging voor het priesterschap en ging aan de seminaries van Sint-Truiden en Leuven studeren. In het tweetalige seminarie van Sint-Truiden (in het zuiden van de provincie Limburg) was de sfeer spartaans en leefde hij voornamelijk in afzondering. Detrez las toen al Camus en Sartre terwijl veel Vlaamse seminaristen eenvoudige, misschien zelfs wat wereldvreemde Limburgers uit kleine dorpsscholen waren. In Leuven daarentegen ontdekte Detrez een heel kosmopolitische wereld. Vooral de kennismaking met Zuid-Amerikaanse studenten haalde zijn wereldbeeld ondersteboven.

Detrez’ roeping ging in rook op en hij vertrok in 1962 als lekenhelper naar Brazilië. Dat land stond op een keerpunt: het had een paar gouden jaren van politieke vrijheid en culturele bloei doorgemaakt maar ging, voor iedereen het goed en wel besefte, halsoverkop de dieperik in. In 1964 greep een militaire junta de macht.

Tegelijk met de ontdekking van zijn homoseksualiteit begaf Detrez zich in het clandestiene leven. In 1967 betaalde hij de eerste keer een tol voor zijn engagement. Hij werd in Rio de Janeiro opgesloten door de politieke politie en was gedwongen het land te verlaten. Na een onvrijwillige ballingschap in Europa keerde hij terug naar São Paulo. Hij kwam in aanraking met de kringen rond Carlos Marighella, de leider van de Braziliaanse guerrilla. Later zou hij Marighella in het diepste geheim gaan interviewen. Om meerdere redenen werd het een traumatische ervaring. Marighella werd kort na het onderhoud door de politie doodgeschoten. Detrez, halsoverkop teruggekeerd naar Parijs, schreef een pamflet over zijn ontmoeting met de Braziliaanse Che Guevara. Prompt werd het boek door de Franse regering verboden en de auteur zelf bijna vogelvrij verklaard. Een schokgolf rolde door de Franse letteren en drieëntwintig uitgevers, onder wie zowat alle grote namen, kwamen in verweer tegen het verbod. Onder collectief beheer brachten ze een nieuwe uitgave van Pour la libération du Brésil op de markt.

Tabula rasa met de revolutie

De echte overgang van politiek engagement naar het leven met de pen vond plaats in Portugal. Detrez werkte daar enkele jaren als journalist voor de Franstalige Belgische radio. Het was de periode vlak na de Anjerrevolutie, in het midden van de jaren zeventig, vol turbulente gebeurtenissen waar Detrez merkwaardig genoeg veel afstand tot bewaarde. Tot verbazing van veel collega’s had hij meer belangstelling voor het strand en de naar zijn mening onovertroffen Portugese mannen, dan voor de revolutie zelf. De overdosis aan ideologie uit zijn militantenjaren had hem schijnbaar murw gemaakt.

Detrez woonde een lange tijd in Parijs en ontwikkelde een haat-liefdeverhouding met de stad

Met Parijs, waar hij als schrijver langere tijd zou wonen, ontwikkelde Detrez een haat-liefdeverhouding. In de lichtstad gepubliceerd worden was essentieel vanuit commercieel oogpunt, maar verder voelde Detrez zich totaal geen Parijzenaar van inborst. In literaire salons was hij niet op zijn gemak en veel Franse schrijvers leken hem beneveld door ijdelheid.

Pas in 1980, toen het militaire regime zijn zwanenzang had ingezet, kon Detrez enkele weken naar Brazilië terugkeren. Niet zolang daarvoor was zijn roman L’herbe à brûler in het Portugees vertaald. Tot de verschijning van dat boek had Detrez zich lang op de vlakte gehouden over zijn leven als revolutionair in Brazilië. Alleen ingewijden wisten dat hij op zijn minst passief betrokken was geweest bij het gewapend verzet. Hij had ter plaatse de revolutie helpen te verwekken, maar het was een opstand die in werkelijkheid nooit geboren werd, het foetale stadium niet ontgroeide.

Met zo’n leven had hij twee kanten uit kunnen gaan. Het boek dat Detrez schreef had zelfverheerlijkend kunnen zijn, een aangedikt relaas van zijn avonturen als vermeende stadsguerrillero in metropolen als Rio de Janeiro en São Paulo – de drie-eenheid marxisme, revolutie en Zuid-Amerika lag nog steeds goed in de jaren zeventig. De hoofdfiguur van zijn sterk autobiografische relaas is echter een antiheld, eentje die de lezer met zijn neus op de feiten drukt. Die hele revolutie, in Zuid-Amerika, blijkt één grote mislukking op menselijk vlak te zijn geweest. Hoe nobel hun motieven geweest mogen zijn, de revolutiemakers die Detrez beschrijft, zijn sektarisch en wereldvreemd.

Het boek was een weerspiegeling van Detrez’ eigen transformatie. Hij omhelsde de revolutie niet langer en dweepte niet meer met regimes als dat van Fidel Castro. Van marxist-leninist van de rechte lijn was hij tot een verantwoordelijke sociaaldemocraat verveld.

Liefde en haat voor Vlaanderen

De relatie tussen Detrez en Vlaanderen is altijd vol contradicties gebleven. In 1968 verscheen een opiniestuk van hem in Le Monde waarin hij de vernederlandsing van de Leuvense universiteit met vuur verdedigde. Maar hij zou niet altijd even vriendelijk voor de Vlaamse zaak zijn.

In 1975 had hij Les plumes du coq geschreven, een satire op het bekrompen milieu en katholicisme dat hij als jongeman in Vlaanderen had leren kennen en nog steeds verfoeide. Les plumes du coq was ook de eerste roman van hem die in het Nederlands verscheen. Op de achterflap van die uitgave liet Detrez optekenen: “Ik ben erg blij dat het boek toegankelijk wordt voor Nederlandse en Vlaamse lezers, want ik sterf van verlangen om de klerikalen in Vlaanderen te schofferen.” Die hamerslag kon tellen, maar hij werd – ook dat moet gezegd – nauwelijks gehoord. Zeker in Vlaanderen ontsnapte de roman grotendeels aan de aandacht. Boven de Moerdijk was Vrij Nederland een van de weinige bladen die De veren van de haan uitgebreid besprak, overigens met veel lof. Ook Het Parool prees De veren van de haan en noemde het “een boek dat zeker zal bijdragen aan een wat genuanceerder idee over onze zuiderburen”.

In maart 1980 was Detrez in Amsterdam te gast voor de Nederlandse vertaling van L’herbe à brûler. Ook dat leek gepaard te gaan met een typisch Belgisch relletje. De Arbeiderspers wilde voor de boekvoorstelling gebruik maken van de Brakke Grond, een nieuw Vlaams cultuurhuis in Amsterdam dat oorspronkelijk dat jaar zou geopend worden. Daar botste men echter op een veto – volgens Detrez omdat hij een Waal was, bijgevolg persona non grata! Noodgedwongen werd een beroep gedaan op het Maison Descartes, het cultuurcentrum van Frankrijk.

Detrez en Vlaanderen, het bleef een balans waarop uitdagende haat en oogluikende liefde elkaar afwisselden. Als gelauwerde schrijver sloot hij zich in alle stilte aan bij de Vereniging van Limburgse Auteurs. Dat was een vrij onbeduidend genootschap, maar als symbolische geste kon zijn lidmaatschap, dat hij aanhield tot zijn dood, beslist tellen.

Detrez en Vlaanderen, het bleef een balans waarop uitdagende haat en oogluikende liefde elkaar afwisselden

Het ideale België bestond voor Detrez uit twee zo autonoom mogelijk opererende regio’s. Maar ze moesten wel hun deuren voor elkaar openhouden. Cultureel regionalisme vond hij een teken van sektarisme. Detrez nam op dit vlak uitdrukkelijk stelling in. In december 1979 ondertekende hij, samen met toonaangevende Belgische schrijvers en artiesten als Hugo Claus, Jef Geeraerts en Pierre Alechinsky, een manifest tegen de ‘culturele opsluiting’ van de regio’s.

Een halve euro voor een uitgeschreven leven

Aan zijn worsteling met België kwam bruusk een einde toen Detrez in 1982 de Franse nationaliteit aannam. Als diplomaat onder president Mitterand ging hij de Franse cultuur in Nicaragua vertegenwoordigen en stimuleren. In 1979 had in dat land een sandinistische revolutie plaatsgevonden die wel een verre echo leek van de linkse machtsovername, twintig jaar eerder, op Cuba. Voor Detrez werd het een bittere ervaring: hoofdstad Managua was een onaantrekkelijke stad, er sluimerde een burgeroorlog, de sandinisten stelden hem zwaar teleur en zelf werd hij ernstig ziek. Ook terug in Parijs konden medische onderzoeken geen soelaas brengen. Detrez zou tot de eerste generatie Europese aidsdoden behoren.

Leven stond voor Detrez gelijk aan verliezen. Zoals ook elke grashalm gedoemd was vroeg of laat te verdwijnen. Van onder zullen zijn wortelen verdorren / en van boven zal zijn tak afgesneden worden. / Zijn gedachtenis zal vergaan van de aarde / en hij zal geen naam hebben op de straten. Dit fragment uit de Bijbelse klaagzang van Job was het motto voor zijn bekroonde roman L’herbe à brûler. Helaas is het ook een beetje zijn eigen lotsbestemming gebleken. Want Detrez is vandaag onbekend. Zelfs in Franstalig België taande zijn ster. In het Nederlandse taalgebied is hij, ondanks twee uitstekende vertalingen, nooit doorgebroken. Hij belandde snel in de ramsj.

“Conrad Detrez is dood, zijn prachtig uitgeschreven leven ligt bij De Slegte voor het rapen”, signaleerde Mark Schaevers in 1987 in De Morgen over de Nederlandse vertaling van L’herbe à brûler. “Prijs voor een hoogtepunt uit Detrez’ werk en een Prix Renaudot (geen kleine Parijse prijs): 20 frank.”

Een halve euro. Ook in 1987 was dat weinig geld.

Twee romans van Detrez zijn bij De Arbeiderspers vertaald in het Nederlands: Les plumes du coq (Parijs 1975) als De veren van de haan (Amsterdam 1978) en L’herbe à brûler (Parijs 1978) als Dor gras (Amsterdam 1980).
Lees ook het stuk dat Peter Daerden over Conrad Detrez schreef in De Parelduiker (hier te bestellen).


Bibliografie

  • Hans W. Bakx, ‘De bruiden van de heer. Detrez’ roman over het internaatsleven’. Vrij Nederland, 13 mei 1978.
  • Wim Sanders, ‘Bonte roman van Detrez. Vlaamse angsten’. Het Parool, 19 augustus 1978.
  • Mark Schaevers, ‘De rekening van een leven’. De Morgen, 8 augustus 1987.
  • Paul Schampaert, ‘Interview met Conrad Detrez. Een pen schiet even goed als een geweer’. De Nieuwe, 15 april 1982.
  • ‘Un manifeste d’artistes “belges” contre le cloisonnement culturel’. Le Soir, 14 december 1979.
  • Eugène Van Itterbeek, ‘Een antwoord van het lot… Interview met Conrad Detrez’. Argus (1979) nr. 8.
Joris Kleverlaan

mooi artikel! Heb je enig idee hoe L’herbe à brûler is ontvangen in Brazilië? En onder welke titel is het verschenen?

Peter DaerdenJoris Kleverlaan

Dag Joris, bedankt voor je reactie. Het boek verscheen als 'O jardim do nada'. Het kreeg veel belangstelling in de Braziliaanse pers en er werden zelfs plannen voor een verfilming gemaakt. Maar commercieel is het boek in Brazilië geen groot succes geworden.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.