Publicaties
Bruegel was niet zo breugeliaans
0 Reacties
Wankel
kunst

Bruegel was niet zo breugeliaans

In dit Bruegeljaar, 450 jaar na de dood van de meester, ontving Gaston Durnez al verschillende uitnodigingen voor zomerse “breugeliaanse maaltijden”. Waarom roept Bruegel ons beelden en geuren te binnen van witte en zwarte pensen, en grote bierkruiken?

“Bruegel en Pallieter zijn feestelijke tweelingbroers. Wel van verschillende ouders en uit verschillende tijden!” Weinigen zullen je tegenspreken als je dat verkondigt. Je zult het dit jaar kunnen ondervinden. Bruegel is 450 jaar geleden gestorven en, zo vraagt het mij dierbare Musée de Flandre in Cassel zich af, “hoe kan men dat passender gedenken dan met taferelen van Bruegel en zijn navolgers die in het teken staan van feest en kermis?”

In een ander museum, ons Bokrijk, “tuin van de Vlaamse volkscultuur”, zal men het decor van Bruegels wereld goed in de verf zetten. En wij hebben al de eerste uitnodigingen voor zomerse “breugeliaanse maaltijden” ontvangen. Zij roepen ons beelden en geuren te binnen van witte en zwarte pensen, van worsten en “geperste kop” en grote bierkruiken. Wij zien grote schotels gele rijstpap aandragen, op lange tafelbladen.

Tandengeknars

Maar horen wij daar, tussen de verlekkerde uitroepen van de liefhebbers door, ook geen tandengeknars? Kunsthistorici en andere Kenners laten, tussen twee proeflepels in, bedroefd opmerken dat die goede oude Bruegel véél diepzinniger was dan dat, en dat hij zelf maar een viertal kermistaferelen heeft geschilderd. Oudere geletterde Vlamingen herinneren aan August Vermeylen en Paul van Ostaijen, die Felix Timmermans ooit met trillende stem hebben aangewezen als de schuldige bekokstover van al die overdadige… heu… catering.

Mag ik even terugkeren naar de tijd van “de Fé”?

Was Felix Timmermans niet de bekokstover van al die overdadige catering?

In 1924 was hij de eregast op feesten in de Brusselse volkswijk Marollen, waar Bruegel in de Kapellekerk ligt begraven. Timmermans hield er een toespraak en voelde zich de afgevaardigde van het Vlaamse volk om Bruegel te danken, die “geestelijke bewaarder van onze zeden, onze aard en onze levensuiting”. Hij noemde hem een “lacher, spotter, mystieke, triestige, tragische, satyrieke, wijze en triomfante mens”. Bruegels grote kracht was, dat hij niet boven het volk stond maar er zelf een levend stuk van was. Hij toonde “dat wij ons zelf en van ons volk moeten zijn”.

Onze nationale clown

De dichter en journalist Karel van de Woestijne reageerde als eerste op het kermisachtige, Pallieterachtige van de herdenking. Hij vroeg of de organisatoren “niet al te zeer” de tragische aspecten van Bruegel hadden vergeten. De ergste kritiek kwam van die andere grote poëet van toen, Paul van Ostaijen. Boos noemde hij Timmermans “onze nationale clown”, een scheldwoord dat op onze dagen blijft nazinderen. Ongetwijfeld was Van Ostaijen getroffen door Timmermans’ sneer naar de toenmalige modernisten.

Felix liet zich niet uit zijn lood slaan. Het succes van zijn lezingen en artikelen moedigde hem aan om voort te schrijven aan de roman die hij al een tijdje voorbereidde. Veel documentatie kon hij daar niet voor vinden. Hij baseerde zich op het weinige wat je over Bruegel kunt lezen in het Schilder-boeck van Carel van Mander (1604) . Hij raadpleegde internationale studies, bezocht plaatsen die een rol speelden, maar zijn verhaal moest onvermijdelijk voor een groot deel de vrucht van zijn verbeelding worden.

Zo blijken de breed uitgesponnen jeugdavonturen van Pieter Bruegel verzonnen te zijn, met nogal wat associaties en anekdoten uit Felix’ eigen ervaring of van artistieke vrienden. Interpretatie van prenten en schilderijen was niet minder belangrijk. Toch kon de Timmermanskenner Louis Vercammen, na een grondig onderzoek concluderen: “Het best geslaagd is het algemeen tijdsbeeld, de ziedende leefwereld van ‘onze’ Pieter Bruegel.”

Fratserige verzinsels

De publicatie van het landverwachte boek, midden 1928, was een gebeurtenis die grote krantenkoppen haalde, in Nederland zowel als in Vlaanderen. In augustus 1928 was de eerste oplage uitverkocht. Duitse en Franse vertalingen werden meteen aangekondigd. Spoedig was duidelijk dat de roman in binnen- en buitenland tot het best verkochte, meest verspreide en vertaalde werk van Timmermans zou gaan behoren.

Zijn Bruegel-roman behoort tot het best verkochte, meest verspreide en vertaalde werk van Timmermans

De grote meerderheid van de toenmalige reacties klonk zeer positief. Vaak werden er vergelijkingen gemaakt met Pallieter. De Vlaamse historicus en journalist Leo Picard sprak in een Haagse krant over “een nuchter geworden Pallieter”, die toch nog te veel woorden liet “knetteren”. Vooral in Nederlandse protestantse kringen werden de pallieteriaanse “levensvisie en levenshouding” afgekeurd.

Beelden waar het sap uit spat

De jonge Vlaamse literaire generatie reageerde met gemengde gevoelens. De romancier Maurice Roelants, voorstander van een nieuwe, psychologische romankunst (toen luid toegejuicht, nu totaal vergeten), sprak over “fratserige en onbeduidende verzinsels”. De norse Urbain van de Voorde noemde de roman gewoon een “wanproduct”. Wellicht de grootste naam uit de Vlaamse kunstkritiek van die dagen, professor August Vermeylen, pleiter voor more brains in onze literatuur, ergerde zich aan de titel van de roman : Pieter Bruegel, zoo heb ik u uit uwe werken geroken. (Dat was ook niet het mooiste beeld van “de Fé”…) Vermeylen schreef een zogenaamd interview met Pieter Bruegel en liet de schilder bekennen dat hij genoten had van de “malse Vlaamse woorden en van de beelden waar het sap uit spat”. Maar: “ Ik was zo overdadig niet. Mijn werk is bezonken en ik hield van de zuivere lijn, die met een enkele trek alles zegt: daar heeft het proza van Timmermans niets van.” Daar had Vermeylen natuurlijk een punt.

Vermeylen hekelde Timmermans’ “theater-Vlaanderen vol bestendig pittoreske Vlamingen”

Later bleef hij, tot in zijn literatuurgeschiedenis Van Gezelle tot heden (1938), zijn uitspraak herhalen over “dat kermis-Vlaanderen voor de literaire uitvoer, dat theater-Vlaanderen vol bestendig pittoreske Vlamingen”. Ook dat is een cliché geworden waarmee Timmermans vaak om de oren werd geslagen. Het heeft hem het zwaarst van alle kritiek getroffen.

God in de verf trekken

Want hij had natuurlijk nog een andere en grotere bedoeling dan een persenkermis. Zijn roman was allereerst een lofzang op de kunst. Een verfborstel hanteren werd voor Timmermans bijna een heilige daad, de kleuren kregen een mystieke inslag: “Zij dragen de schepping, zij hebben rechtstreeks met God te maken.”

Hij fantaseerde en creëerde niet zomaar een belangrijke bijfiguur in de roman. Jan Nagel, boezemvriend van Bruegel, maakte hij tot de spreekbuis van het onafhankelijke kunstenaarsgeweten. Een schilder moest niets anders doen dan werken “en de rest is zever in pakskes”, zo betoogde hij. Een schilder moest “niet over God spreken, maar hem vangen in de koleuren”. “Mystiek is: God in de verf trekken.”

Timmermans reageerde aldus tegen bepaalde uitingen in de katholieke kunst van zijn eigen tijd, toen vrome kosters en literaire bedevaartgangers hele bosjes kaarsen lieten branden tot hun kunst zwart zag van de rook.

Timmermans’ woorden werden gelezen in het licht van het groeiende Vlaamse nationalisme

Zijn taal deed de jongere, progressieve auteurs van toen wel grinniken. Voor velen zal ze tegenwoordig vreemd zijn geworden. Zoals ook de wijze waarop Timmermans van de kunstenaar een voorbarige flamingant maakt: “ Hij schilderde zichzelf, en gaf zijn volk. (…) Hij en zijn volk ! Beiden naar vrijheid snakkend, maar te schuchter, beiden vol kinderlijk geloof, begerig naar plezier en naar God, stil, hevig, sluw, dienend en opstandig, zot en wijs. Hij en Vlaanderen! Twee handen op enen buik.”

Die woorden werden toen zeker gelezen in het licht van het groeiende Vlaamse nationalisme en lokten dus politiek getinte reacties uit.

Ster van de kunstkritiek

Nu duikt in mijn herinnering een onvergetelijke medewerker op van onze cultuurredactie in mijn tijd bij De Standaard: Roger H. Marijnissen. In januari van dit jaar is hij op 95-jarige leeftijd overleden. Hij was een kenner van de middeleeuwse kunst, schreef studies over Bosch en Bruegel, toonde zich als weinig anderen vertrouwd met de restauratieproblematiek. In de krant was hij een Ster van de kunstkritiek, meester in het bondig en scherp formuleren, vaak geestig bovendien. Ongelooflijk is het dan ook dat hij in de media slechts met enkele zinnetjes werd herdacht. Hij was te oud geworden voor hun herinnering.

Het was Timmermans’ volste recht Bruegel te te rieken zoals hij hem geroken heeft

Toen het Felix Timmermans Genootschap in 1984, onder leiding van biograaf Louis Vercammen, een jaarboek wijdde aan de Timmermansiaanse Bruegel (een jaarboek dat nog altijd een maatstaf is), heeft Marijnissen de hele kwestie in enkele pagina’s samengevat en beslecht.

Aan de hand van enkele snippers van historische gegevens kan geen sluitende biografie worden geschreven, zo betoogde hij. De symbolen en zinspelingen in het werk kunnen wij in onze tijd onmogelijk alle juist en volledig interpreteren, omdat niet alleen de taal maar ook het beeld zo sterk evolueerde. Wij kunnen onvoldoende hun tijd inschatten en begrijpen, evenmin als de geest waarin de kunstenaars toen leefden en werkten.

Anachronismen?

Zo trok Marijnissen het tapijt onder de voeten van zowel de critici als de romancier weg. Dat Timmermans anachronismen en geschiedkundige onjuistheden rondstrooide? Het is onbillijk hem dat te verwijten. “Het was zijn volste recht Bruegel te zien zoals hij hem gezien heeft – pardon, te rieken zoals hij hem geroken heeft. (…) Hij is een literator, hij schrijft creatief proza.”

Nee, Bruegel was niet zo breugeliaans. Hij mikte hoog, zei Roger. Toch was hij (misschien) niet zo geleerd als uit moderne studies wel blijkt. Maar hij was beslist geen boerke.

Ik geloof Marijnissen. Wij moeten ook hem herdenken.

Wankel

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische betaling. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be