Publicaties
Boekenprogramma ‘Brommer op zee’ wil veel vertellen in weinig tijd
0 Reacties
© VPRO / Merlijn Doomernik
© VPRO / Merlijn Doomernik © VPRO / Merlijn Doomernik
recensie
literatuur

Boekenprogramma ‘Brommer op zee’ wil veel vertellen in weinig tijd

Beginnersstress, zelfopoffering én mooie zinnen: recensent Bart Van der Straeten zag en hoorde het allemaal in de eerste aflevering van Brommer op zee, het langverwachte boekenprogramma van de VPRO en Canvas. En ja hoor: volgende week kijkt hij opnieuw. Maar mag het iets minder fragmentarisch?

“Geen boekenprogramma zonder poëzie”, schmierde ze in de intro van het programma. “Over mijn lijk!” Toen ze even later Boem Paukeslag, Matthijs de Ridders recente boek over Bezette stad van Paul van Ostaijen “zo opwindend” bleek te vinden en vertelde dat ze “zo’n zin” had om er “opnieuw aan te beginnen”, speelde mijn aangeboren afkeer op van mensen die graag uitpakken met hun Gecultiveerde Smaak – en, erger nog, van presentatoren die menen dat de gezwollen uitdrukking van hun eigen enthousiasme het ultieme argument is om ook de kijker, in dit geval mij, te overtuigen. Eerder het tegendeel, zou ik zeggen, maar ik ben natuurlijk enigszins misantroop van aard en ook los daarvan gezegend met een gezonde dosis wantrouwen jegens mijn medemens, hoe literatuurlievend die ook beweert te zijn.

Na een minuut of vijf dacht ik dus niet dat het wat zou worden met dat langverwachte boekenprogramma Brommer op zee (de titel is die van een verhaal van Maarten Biesheuvel), waarvan gisteren de eerste aflevering werd uitgezonden op de VPRO (en later op de avond op Canvas). Presentatrice Ruth Joos had op bovenstaande wijze aangekondigd wat ons de volgende vijfenveertig minuten te wachten stond en het eerste programma-item was net neergelegd. Omdat er veel meer boeken verschijnen dan je kunt behandelen als je twee schrijvers uitnodigt (de kern van het programma) en omdat je de kijker niet meteen met een minutenlang gesprek kunt vervelen, bestond dat eerste rubriekje uit een (figuurlijk) spelletje pingpong tussen beide presentatoren, waarin ze elkaar elk twee recente boeken aanraadden.

Voor Ruth had Wilfried De sneeuwpanter in petto van Sylvain Tesson en Out of Place, een fotoboek van Bas Losekoot (“want fotoboeken mogen hier ook”, beriep hij zich op de schier panoramische weidsheid van de opvattingen van de redactie). Omgekeerd trakteerde Ruth haar collega op – ja dus – Boem Paukeslag – en op De jaren van Annie Ernaux, hét boek van vorig najaar. Met De jaren begon de afkeer die in me was opgekomen, flink weg te zakken: niks geen geschmier in Joos’ lofrede op Ernaux, maar een overtuigd en overtuigend pleidooi van een liefhebber/lezer, die heel goed aangaf waarom dit boek voor haar relevant en betekenisvol was. Dat nam me voor haar in. Zulks wist ze tot mijn discrete vreugde wel vaker te bewerkstelligen in de loop van het programma.

Het contrast tussen Ruth Joos en Wilfried de Jong was groot

Het contrast met Wilfried de Jong was groot, in de eerste helft van Brommer op zee. Wat hij zei over zijn twee boeken klonk weinig verrassend en weinig bezield (ik voelde niet dat hij ze zelf gelezen had), hij sprak aarzelend en deed het pingpongspel eerder stroef verlopen. Beginnersstress misschien, of de zenuwen van de allereerste aflevering?

Ach, snel over naar het eerste “grote” item van Brommer op zee: een interview van goed dertien minuten (ik heb het getimed) met auteur (en acteur) Josse De Pauw. Twintig jaar na Werk komt hij deze week met zijn nieuwe boek In open veld, “tweehonderd bladzijden aan secuur opgeblonken miniaturen”, zei Ruth Joos, en ik kon uit haar gelaatsuitdrukking of intonatie niet opmaken of ze die formulering zelf had gevonden, dan wel of die de vrucht was van het schrijfzweet van een nijvere stagiair-redacteur. Maar ook al was de ongepolijstheid ervan wel verfrissend (euhs, stiltes, versprekingen...), ook dit gesprek wilde maar niet echt op gang komen. Dertien minuten later had ik eigenlijk nog geen idee waar het boek over ging. Maar ik wist wel dat “het begin” er een rol in speelde, waar we, volgens de bebaarde acteur “veel minder” over weten dan over ”het einde”. Zou dat echt? Geen van de presentatoren vroeg erop door.

Wat ik me van dit gesprek vooral herinner is de “Hoe zeg je?” van De Pauw, als reactie op een niet overmatig duidelijk gearticuleerde vraag van De Jong, die bij tweede beluistering ook nog eens niet overmatig interessant bleek. Joos had zich inmiddels eens te meer onderscheiden door intelligent mee te denken en af en toe in te pikken op wat De Pauw eerder had gezegd. Die arme Wilfried daarentegen leek geen idee te hebben wat het verband was tussen de vragen op zijn voorbereidende fiches en de imposante baardman aan zijn tafel.

Bijna halverwege het programma waren we inmiddels, hoog tijd voor Wilfried om op te staan en zich van de grote tafel naar het “schrijfhok” te begeven. Daar zat, veilig achter plexiglas, een schrijfster opgesloten, die zich Nelleke Noordervliet liet noemen. Voor het dramatisch effect tikte De Jong live in dat hok de laatste woorden in een Word-document op zijn laptop, dat hij daarna meteen de printer uit liet rollen.

Wilfried de Jong is een man van het geschreven, overdachte woord, niet van de snelle, spontane spraak

Toen hij de tekst voorlas, een brief aan Nelleke Noordervliet was het, begreep ik het ineens: Wilfried de Jong is een man van het geschreven, overdachte woord, niet van de snelle, spontane spraak: zo helder, slim en welluidend als in deze brief heb ik hem in de hele aflevering niet meer gehoord. Kort gezegd gaf hij Noordervliet, kennelijk de dochter van een automonteur, de opdracht om tegen het einde van het programma iets te schrijven over auto’s.

Opdracht volbracht, moet Wilfried gedacht hebben, terug naar de tafel dus. Daar was inmiddels Sofie Lakmaker aangeschoven. Haar debuut De geschiedenis van mijn seksualiteit combineert branie en lef met onnadrukkelijke, en toch “zinderende kwetsbaarheid” (Ruth Joos). Die combinatie werd in het interview “dualisme” genoemd. Ook het woord “fluïde” dook geregeld op. De gespreksleiders leken er vooral op uit het bestaande beeld van Lakmakers boek te nuanceren: dat het niet alleen uit felheid en attitude is opgetrokken, maar dat er onder die laag dus kwetsbaarheid schuilt. En de dood van een moeder. Een hoofdstuk dat Lakmaker naar eigen zeggen “als een placenta” nog achteraan het al klare boek had geplakt – een prangend beeld, maar ook dat kon niet verder doorgedacht worden.

Ik bleef na veertien minuten even onvoldaan achter als bij het vorige gesprek met Josse De Pauw. Conclusie: je kunt in een kwartier tijd niet tot de nodige diepgang komen, of tot verrassende inzichten over het boek in kwestie, zeker niet met de auteur ervan. Daar heb je veel meer tijd voor nodig, de tijd om omwegjes te maken, dingen even te laten bezinken, denkoefeningen te verrichten en pistes uit te proberen.

Je kunt in een kwartier tijd niet tot de nodige diepgang komen

Zou het zo kunnen zijn dat je moet kiezen tussen spreken over een boek en spreken met een auteur? Van het boek wil je weten waarover het gaat, hoe het in elkaar zit, wat het met je doet. Zulke dingen kan een lezer wellicht beter vertellen aan een andere lezer dan de schrijver ervan. Van de auteur wil je weten wie hij/zij is, wat zijn/haar drijfveren zijn, waarom hij/zij nu dit boek heeft geschreven, welke stilistische en inhoudelijke keuzes hij/zij heeft gemaakt en waarom. Boekenprogramma of niet, misschien zijn auteurs niet de best geplaatste mensen om over hun eigen boek te vertellen aan de kijker die in de eerste plaats lezer is – de invloed van peers, weetjewel.

Maar ook daar was iets op gevonden. Sofie Lakmaker had in het voorlaatste item de bedenkelijke eer aan te mogen schuiven bij drie leden van de Brommer op zee-leesclub, haar boek is er boek van de maand.

Lezeres Nina beet het spits af. Ze gaf toe “zelf niet zo’n lezer” te zijn, maar vond De geschiedenis van mijn seksualiteit “heel toegankelijk” en “heel leuk”: “Alles voelt een beetje fluïde bij jou”, zei ze tegen de auteur, “dat vind ik wel fijn.” Baran op zijn beurt zei nadrukkelijk “dat (hij) wél een enorme lezer (was)”. Zo hield hij van de stream of consciousness in Lakmakers boek en wist hij dat Lakmaker “afgestudeerd filosofe was” aan de Universiteit van Amsterdam, “waar (hij)”, langs de neus weg, “ook op (had) gezeten”. Met enige tegenzin verklaarde hij dat de tegenstelling tussen het “wat gemakkelijke, platvloerse” en “de filosofische insteek” wel interessant was. Misschien verbeeldde ik het me, maar ik meende Lakmaker heel even een geringschattende blik te zien werpen. Henny, ten slotte, vond het boek net als Nina “heel lekker geschreven”, maar ze miste een “creatief verhaal” en “motieven”, want “in een roman handelen mensen uit motieven”.

In vijf minuten drie lezers, één auteur en twee presentatoren een zinnig gesprek laten voeren over een boek, dat lukt niet zo goed

Al die tijd was Sofie Lakmaker braaf blijven zitten, nu en dan had ze zelfs geknikt en beaamd, en een enkele keer ook tegengesproken. Alleen al voor die zelfopoffering verdient haar boek wat mij betreft een extra oplage. “Ik denk”, greep Ruth Joos net op tijd in, “dat we verschillende literatuuropvattingen zien hier!” Nou ja, wat je opvattingen noemt. In vijf minuten drie lezers, één auteur en twee presentatoren een zinnig gesprek laten voeren over een boek, dat lukt niet zo goed. De boekenclub bestaat hoofdzakelijk online. Misschien dat het daar beter lukt om van gedachten te wisselen met elkaar. En misschien dat Sofie Lakmaker onderwijl iets nuttigers kan gaan doen dan zitten luisteren naar lezers onder elkaar. Schrijven bijvoorbeeld, ik zeg maar wat.

Schrijven? Juist! Tijd om die schrijfster-achter-plexiglas nog eens te gaan checken: hoe stond het eigenlijk met haar opdracht? Wilfried, wiens beginnersstress gaandeweg was gaan liggen, spoedde zich naar het schrijfhok. Noordervliet las de tekst voor die ze in dat halfuurtje voor elkaar had gekregen – en meteen werd helder wat we al die tijd hadden gemist in het programma: literatuur! Overdachte, trage, mooie, goed geformuleerde zinnen in vorm, over “de grote zwarte auto van dokter Nieuwenhuizen”, bijvoorbeeld, “de KNO-arts van mijn altijd ergens aan lijdende moeder” – de eerste zin van Noordervliets tekst.

Ik voelde een heerlijke rust over me neerdalen waar ik me net in dreigde te gaan vermeien, toen Ruth Joos alweer (en terecht) hulde bracht aan Wim Brands, de dichter en presentator van VPRO Boeken die deze maand vijf jaar geleden overleed. Deze eerste aflevering van Brommer op zee werd, zoals Joos ons in het begin van het programma met de nodige egards had laten weten, neergelegd met poëzie, in de vorm van een poëzieclip bij Brands’ gedicht ‘De jas’.

Achtenveertig minuten waren verstreken en ik had wel een en ander opgevangen, maar wat precies?

Volgende week, werden we ten slotte gewaarschuwd, komen Mira Feticu, Charlotte Mutsaers en A.L. Snijders langs. En zoef, weg was die eerste Brommer op zee, achtenveertig minuten waren verstreken, ik had wel een en ander opgevangen, maar wat precies? En was dat niet allemaal nogal fragmentarisch – wat zou er blijven hangen?

Ja, natuurlijk, tv moet snel, snedig en afwisselend zijn, een gesprek liefst lang, traag en interessant, zoals wanneer je een pagina leest, terugbladert en opnieuw leest, en het is per definitie onmogelijk om beide tegelijk na te streven, en tegelijk kun je natuurlijk niet anders (je zou het wellicht “dualisme” kunnen noemen). En, ja, natuurlijk wil je als programmamaker toch aandacht besteden aan op zijn minst énkele boeken uit die oceaan aan boeken die elke week weer verschijnt, en aan verschillende genres, remember het fotoboek. En je wilt ook de lezer aan het woord laten, en iets van “oorspronkelijke” literatuur erin, allemaal prima – maar dat allemaal in 48 luttele minuten? Dat is toch net iets te veel van het goede.

En toch kijk ik volgende week opnieuw, al was het maar in de hoop nog zo’n placenta-uitspraak te horen (Lakmaker) waar dan wel op doorgegaan wordt. En voor die heerlijke minuut waarin de schrijver zijn vruchten uit het schrijfhok voorleest: literatuur, meneer – daar moesten ze eens een programma over maken.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.