Publicaties
Luister ook eens naar het buitengebied
0 Reacties
© Anna Groenia
© Anna Groenia © Anna Groenia
Wat met het platteland?
maatschappij

Luister ook eens naar het buitengebied

Ons beeld van het platteland ontstaat vaak vanuit een stedelijk perspectief. Onterecht, vindt cultureel antropologe Anne-Goaitske Breteler: bewoners van het platteland verinnerlijken daardoor de (negatieve) stereotypes die over hen bestaan. Breteler keerde als jonge twintiger vanuit Amsterdam terug naar haar Friese geboortedorp. Als zelfverklaarde correspondente binnenland/buitengebied vindt ze dat de samenleving veel beter naar de stem van het platteland moet luisteren.

In maart 1996 werd ik een van de 446 inwoners van het Noordoost-Friese dorp Nes. Ik groeide op bûtenút, buiten de bebouwde kom, op een achttiende-eeuwse boerderij. Samen met nog zo’n dertig kinderen uit de buurt bezetten we de bankjes van de christelijke basisschool. Terwijl ik me ontwikkelde – en baat had bij de kleinschaligheid – kromp het om me heen. De laatste winkels verdwenen: eerst de kruidenierszaak, toen de snoepwinkel. Ook in mijn klas werd het steeds rustiger. Uiteindelijk bleef ik als enige leerling van groep vijf over. Het jaar erna sloot de school in Nes.

Diezelfde krimp duwde mij op mijn achttiende weg van de boerderij, naar de stad. Ik wilde na mijn middelbareschooltijd in Dokkum (circa 13.000 inwoners) niets liever dan nieuwe prikkels opdoen. Dat zou gebeuren in de hoofdstad. Zo beïnvloedde ik opnieuw de statistieken: Nes bleef in 2014 met 301 inwoners achter en Amsterdam telde er 810.937.

De reis van platteland naar stad haalde me uit mijn vaste context. En dat leidde tot een andere blik op mezelf en mijn omgeving. Het begon met het opmerken van de kleine gedragsverschillen: niet meer groeten op straat, duidelijk mijn mening uiten en, ook niet onbelangrijk in het studentenleven, gewaagdere dingen doen. De volgende dag zou ik daar toch geen moreel oordeel over ontvangen.

Na verloop van tijd maakten die kleine realisaties van verandering plaats voor grotere inzichten. Ik merkte dat ik mijn identiteit steeds vaker ontleende aan mijn Friese, plattelandse achtergrond. Door me daarin te onderscheiden, probeerde ik een plek voor mezelf te creëren in die meedogenloze wedloop van Amsterdam. Maar mijn Friese accent leerde ik snel af; ik wilde niet dat het imago van de “lompe, domme boer” zou interfereren met mijn positie in de stad.

Het geluid van het platteland is meer dan koeiengeloei, PVV-stemmen of claxons van trekkers

Daar begon eigenlijk die onbewuste tweedeling van stad en platteland in mezelf. Mijn stadse versie bepaalde hoe plattelands ik kon zijn. En andersom evengoed, hoe stads ik wilde zijn, als ik weer eens “thuisthuis” was. Voor mij was er geen mengvorm van die twee identiteiten te maken, en volgens mij valt dat breder te trekken. Het lijkt er namelijk op dat het verschil tussen platteland en stad steeds groter wordt. Daar oefenen beide uitersten hun kracht op uit. En volgens mij is de enige manier om die afstand te verkleinen door de geluiden van het platteland niet te beperken tot koeiengeloei, Forum- en PVV-stemmen of claxons van trekkers.

Ze hebben elkaar nodig

Als ik in mijn flatje in Osdorp het gevoel van thuisthuis wilde ophalen – de ganzen die soms hun route over de Al Jazeera-satellieten vlogen, deden dat nog niet genoeg – dan moest ik Omrop Fryslân aanzetten. In de nationale media hoor je namelijk weinig inhoudelijks over het platteland. In ieder geval niet over het buitengebied zoals ik dat ervaar. Natuurlijk wel over de crises: de krimp, de sociale problematiek, boerenprotesten en alle maatregelen die daar de oorzaak van vormen. Dan zijn er nog wat documentaires, ook voornamelijk gemaakt door stedelingen, die proberen om de “authentieke” fenomenen van het leven buiten de stad vast te leggen. Bijvoorbeeld de acceptatie van een transgender vrachtwagenbestuurder, de zen geworden permaculturist of de jongeren van de zuipkeet.

Stereotype-ontkrachtende boodschappen blijven vaak uit. De stad is het uitgangspunt, ook als het gaat om de framing van het platteland. Daardoor is het onmogelijk om volledigheid in representatie te bereiken. Die top-downmethode wordt in het buitengebied haarfijn aangevoeld en de reacties daarop zijn wisselend, maar in het algemeen is het gevoel ten opzichte van de stedelingen – of “Hollanders”, zoals ze in mijn dorp genoemd worden – niet heel positief.

Plattelanders ontwikkelen een calimerocomplex met grote weerstand tegen adviezen uit de stad

Sommige plattelanders blijven gelaten onder de hiërarchische structuur zoals die hen wordt voorgesteld, maar ontwikkelen als gevolg daarvan wel een soort van calimerocomplex. Dat zien we bijvoorbeeld terugkomen in de Zwarte Piet-discussie. Er ontstaat grote weerstand tegen het opvolgen van adviezen uit de stad. Die worden – los van de inhoudelijke boodschap – meteen gezien als uiterst oneerlijk, want “ze hebben geen idee hoe het er hier aan toegaat, maar leggen ons wel verandering op”. Bovendien impliceert zo’n emancipatiecampagne vanuit de stad dat “het platteland nog niet zo ver is”, dé bevestiging van een veronderstelde achterstelling.

Aan de andere kant worden sommige stereotypes ook dankbaar geïnternaliseerd. Kijk naar de boerenprotesten: op hun trekkers reden ze naar het Malieveld, in een overall en met klompen, hier en daar een Friese vlag en Normaal-muziek op de achtergrond. Ze weten dat ze daarmee scoren. Ze voldoen aan het beeld dat de stad van hen heeft, dat wordt opnieuw vastgelegd en uitgezonden, waardoor de negatieve relatie alleen maar versterkt wordt.

Een klein onderzoek dat ik uitzette via sociale media, onderbouwt mijn bedenkingen. Het overgrote deel dat antwoord gaf op de vragen, zo’n zestig mensen, komt van het platteland. Iets meer dan de helft woont inmiddels in de stad of is via de stad weer teruggegaan naar het platteland. Een overige dertig is stadsbewoner.

Op de vraag of stedelingen een verkeerd beeld hebben van plattelanders, stemde maar liefst 90 procent voor “ja”. Daarbij noemden ze het agrarische archetype als de grootste misvatting over plattelanders door stedelingen. Opvallend is ook dat veel plattelanders aangaven bij voorbaat al te denken dat de stad hen als minderwaardig ziet. Een vooroordeel over een vooroordeel dus.

Andersom resulteerde de stelling dat plattelanders een verkeerd beeld hebben van stedelingen tot een meer gedifferentieerd antwoord. Vijfenvijftig mensen vonden van wel, zesendertig niet. En het waren vooral de plattelanders die dachten wel een goed beeld te hebben van de stad. Enerzijds zouden ze daarin gelijk kunnen hebben, zij kunnen hun kennis wel putten uit de media die de stad als norm hanteren. Maar anderzijds zou hun idee ook een hiaat kunnen blootleggen.

De stad moet beter naar het platteland luisteren, maar andersom geldt dat evengoed

Want hoezeer ik ook vind dat de stad beter naar het platteland moet luisteren, andersom vind ik dat evengoed. Voor de leefbaarheid en de toekomst van het buitengebied zijn andere ideeën nodig over diversiteit, tolerantie, manieren van leven of over mogelijkheden in het algemeen. Gedachtegoed dat zich minder stoelt op traditie of generatie, zoals dat in de stad meer voorkomt, zou nog veel kunnen betekenen als het niet meteen als “te stads” wordt weggezet.

Terugloop

Maar het allerbelangrijkste voor de toekomst van het buitengebied is dat er anders naar het platteland gekeken wordt. Wie daar woont, moet zijn stem laten horen over de werkelijke stand van zaken – en daar moet naar geluisterd worden. Want het stadse beeld van het platteland als afgeschreven krimpgebied, dat de jeugd zo snel mogelijk moet verlaten als ze iets willen bereiken, dat bestaat niet meer.

Wie op het platteland woont, moet zijn stem laten horen over de werkelijke gang van zaken

Toen ik de keuze had gemaakt en terugkeerde naar Nes in 2019, zag ik veel meer kinderen op straat. De winkels ontbraken nog steeds, maar inmiddels bood het dorp een breed scala aan ondernemingen. Natuurlijk, ook agrariërs, maar daarnaast een Theaterkerk, een buikdansschool, een bloemenkwekerij, een camping, een schildersbedrijf, een grafisch vormgeefster, een taalinstituut, een wolspinnerij en een opleidingsorgaan voor molenaars. Het dorp groeit, gestaag, en ik was dat jaar één van de maar liefst 380 inwoners.

Er is een nieuwe tendens gaande. De braindrain loopt niet zo snel meer als voorheen. Een aanzienlijk deel van de oud-klasgenoten met wie ik samen naar de steden ging om te studeren, kom ik weer tegen in de Dokkumer kroeg. Ze keren terug en werken soms nog voor een bedrijf in de stad, maar creëren vaak hun eigen plek op de markt. De jeugd zoekt er naar huizen, maar doordat er óók op het platteland heilig geloofd werd dat de krimp door zou zetten, is er amper plek.

Mijn online onderzoekje bevestigde de terugloop naar het buitengebied. Op de vraag of de plattelanders na een studie in de stad daar zouden blijven, gaf ruim 75 procent juist liever terug te keren naar het buitengebied.

Het platteland als afgeschreven krimpgebied, dat bestaat niet meer

Het mag voor zich spreken dat het platteland niet meteen geïdealiseerd hoeft te worden, of dat er niets waar is van de negatieve nieuwsgeving. Alleen het is belangrijk dat het niet langer te boek staat als een onvruchtbare plek. Want de plattelanders zelf zijn inmiddels gewend aan het beeld dat van hen geschetst wordt, en nemen dat hier en daar zelfs over. De verbaasde reacties uit de buurt over mijn terugkeer in 2019 laten dat minderwaardigheidsgevoel zien; ze konden zich niet voorstellen dat ik met mijn werk in de culturele sector een toekomst op het platteland voor me zag.

Terwijl dat voor mij júíst de reden was om terug te keren. Ik wil putten uit hun bijzondere verhalen, die vaak onder de radar zijn gebleven. En dat brengt een ander onbesproken aspect van het leven in een buitengebied naar voren; de belangrijkste pullfactor in mijn onderzoekje naar waarom plattelanders terug zouden willen keren. Het is de bekende sociale omgeving, die vaker dan in de stad, voorbijgaat aan leeftijd, klasse, opleiding of werk.

In mijn eigen zoektocht naar een midden tussen de stad en het platteland in mezelf, vond ik het antwoord in mijn oude dorp. Daar verlangde niemand van me dat ik een keuze maakte. Ik was er weer, en dat bleek het belangrijkste. Het is dan ook vanuit dat stevige fundament, mijn vertrouwde kleigrond, dat ik hoop heb. Op een plattelandse stem die – ongeacht het accent – op een gelijkwaardige manier zijn weerklank zal vinden in de grote stad.

Reeks

Wat met het platteland?

De roep van de kievit

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.