Publicaties
Beste overheid, gebruik historische kennis in de strijd tegen de pandemie
0 Reacties
© G. Castagnola / Wellcome Collection gallery, via Wikimedia Commons​ [CC BY 4.0]
© G. Castagnola / Wellcome Collection gallery, via Wikimedia Commons​ [CC BY 4.0] © G. Castagnola / Wellcome Collection gallery, via Wikimedia Commons​ [CC BY 4.0]
opinie
maatschappij
geschiedenis

Beste overheid, gebruik historische kennis in de strijd tegen de pandemie

Wie de huidige coronapandemie wil oplossen kan dat niet louter met een biomedische en technische aanpak. Vier Nederlandse historici pleiten voor een benadering die ook rekening houdt met de sociale, culturele, economische en psychologische dimensies van de samenleving. De geschiedenis dient daarbij als gereedschapskist, want uit het verleden halen we lessen en inzichten die we vandaag nog kunnen gebruiken om de pandemie te verslaan.

In de zomer van 1849 werden in heel Nederland tal van grote evenementen afgelast in verband met een uitbraak van de cholera. In tal van steden mocht de jaarlijkse kermis niet doorgaan, omdat de kans op verspreiding van de ziekte te groot werd geacht. De Amsterdamse ondernemers lieten het er niet bij zitten en tekenden protest aan. Ze stelden een petitie op waarin ze hun twee belangrijkste bezwaren kenbaar maakten: de maatregelen waren volgens hen in strijd met de wet en het gevolg van slecht politiek beleid. Ze dreigden massaal failliet te gaan, nu ze geen omzet konden draaien. Ook het volk leed er volgens hen onder, want die hadden dit soort feesten nodig om ‘in een goeden luim’ ofwel goed gehumeurd te blijven.

Het bezwaarschrift van de Amsterdamse ondernemers dateert uit 1849 maar hun argumenten komen vandaag de dag maar al te bekend voor. Naarmate de coronapandemie en de restrictieve maatregelen langer duren, laten steeds meer belangengroeperingen van zich horen. Neem maar eens een kijkje op de Nederlandse website petities.nl, waar iedereen een eigen petitie kan starten. Van horecaondernemers tot sportschoolhouders, van musea tot yogadocenten, van studenten tot muziekscholen: vele sectoren zijn intussen een petitie gestart waarin ze vragen om een versoepeling van de maatregelen.

Ook na toediening van het vaccin zullen de maatschappelijke gevolgen nog lang merkbaar blijven

Het moge duidelijk zijn: wat begon als een medische crisis, is intussen uitgegroeid tot een maatschappelijke en politieke crisis van ongekende omvang. Zoals wij eerder betoogden in NRC Handelsblad, vraagt het navigeren uit deze crisis om een brede, multidisciplinaire benadering. Het gaat hier immers om een zogeheten ‘wicked problem’ ofwel een probleem waarvan de oplossing onderdeel is van het probleem. In dit geval leidt het op korte termijn redden van levens (door toepassing van harde maatregelen), niet alleen tot financiële malaise voor grote sectoren in de samenleving, maar ook tot een onevenredig inleveren van gezonde jaren op de langere termijn. De sluiting van de sportscholen leidt bijvoorbeeld tot inactiviteit en overgewicht en sluiting van het onderwijs tot eenzaamheid en zelfmoordgedachten onder studenten en jongeren. Behalve de inzichten van virologen is daarom ook kennis nodig uit andere disciplines, zoals de economie, psychologie en cultuurwetenschappen, om evenwichtig uit de crisis te komen. Dat is des te belangrijker, omdat we hier te maken hebben met een ‘slow-onset disaster’ ofwel een ramp die zich langzaam voltrekt, als een sluipmoordenaar. Dat betekent ook dat de crisis na toediening van het medische wondermiddel, het vaccin, niet als bij een toverslag voorbij zal zijn, maar dat de maatschappelijke gevolgen nog lang merkbaar zullen blijven.

Zonder ook maar iets af te willen doen aan de noodzakelijke inbreng van medische en andere specialismes pleiten we ervoor om ook historische kennis beter te benutten in de collectieve bestrijding van de huidige coronacrisis. Historici beschikken immers over diepgaande kennis over de omgang van samenlevingen met epidemieën. Het verleden is kortom een toegankelijk reservoir van kennis en ervaringen die instructief zijn voor de toekomst. Natuurlijk is elke crisis cultuur- en tijdgebonden, maar er zijn ook steeds terugkerende patronen aan te wijzen, waaruit we enkele waardevolle inzichten kunnen destilleren. We noemen er hier vier.

Epidemieën kunnen niet louter vanuit een medisch perspectief worden beschreven

Ten eerste laat de geschiedenis zien dat epidemische ziektes niet louter vanuit een medisch perspectief kunnen worden beschreven, maar dat dit bij uitstek sociale gebeurtenissen zijn. De manier waarop mensen reageren op ziektes, de politieke en sociale interventies, de berichtgeving in de media en het zoeken naar morele en maatschappelijke oorzaken voor uitbraken zijn sociaal, cultureel en historisch bepaald. Dat blijkt ook uit twee imposante overzichtswerken: Epidemics. Hate and compassion from the plague of Athens to AIDS (2018) van Samuel Cohn en Epidemics and Society. From the Black Death to the Present van Frank Snowden. Beide auteurs wijzen op de noodzaak om epidemieën in een bredere, sociaal-historische context te plaatsen en niet louter als een medisch probleem te beschouwen. Nieuwe infectieziektes gaan bijvoorbeeld stelselmatig gepaard met het denken in termen van zondebokken, politieke onrust en maatschappelijke hervormingsbewegingen. Vanwege deze sociale dimensies stelde Richard Horton, hoofdredacteur van The Lancet, voor om Covid-19 geen pandemie, maar een syndemie te noemen. Zo’n term benadrukt dat een pandemie niet alleen medische aspecten kent, maar dat deze ook is ingebed in een bredere, sociale en ecologische context.

Ten tweede blijkt uit historisch onderzoek dat pandemieën opvallend vaak een zelfde verloop kennen. In een artikel uit 1989 vergeleek de historicus Charles E. Rosenberg het verloop van een epidemie met een toneelstuk in vier bedrijven. Eerst duiken slechts enkele verdachte gevallen op, maar naarmate de ziekte zich sneller verspreidt, groeit de maatschappelijke onrust. Men gaat niet alleen op zoek naar medische en sociale verklaringen, maar er worden ook vaak zondebokken aangewezen die de crisis zouden hebben veroorzaakt. Deze onrust mondt vervolgens uit in een crisis, die ook een politiek karakter draagt. Steevast breken daarbij rellen en protesten uit, omdat vormen van maatschappelijke onvrede of ongelijkheid boven komen drijven. Een bekend voorbeeld zijn de cholera-oproeren in 1892 in Hamburg. Bewoners van achterstandswijken waren toen woedend, omdat de stedelijke overheid had nagelaten de watervoorziening beter te regelen in de stad.

Tot slot dooft een epidemie geleidelijk uit. In Rosenbergs woorden: ‘Epidemics ordinarily end with a whimper, not a bang’. Hij verwijst daarmee naar het beroemde gedicht The Hollow Men (1925) van T.S. Eliot. Deze Amerikaans-Britse dichter vertolkte met zijn verzen de collectieve gevoelens van zinloosheid en depressie waarmee veel soldaten en burgers na de Eerste Wereldoorlog kampten. Kortom: een epidemie kan medisch gezien eindigen, maar de psychologische en sociale ontwrichting van een samenleving trekt diepere sporen. Interessant genoeg heeft het Nederlands Genootschap van Burgemeesters recent een brief opgesteld waarin wordt ingegaan op de vraag hoe burgermeesters het voortouw kunnen nemen in rouwverwerking in deze bijzondere tijd. Het Genootschap wijst op het grote belang van rituelen om gezamenlijke rouw te verwerken – zeker nu veel mensen op een andere wijze dan gebruikelijk afscheid hebben moeten nemen van hun naasten.

Juist daarom is het van belang om gedurende de hele crisis – en dat is het derde inzicht – oog te hebben voor zingevingsvraagstukken en mentale weerbaarheid. Het verleden laat tal van rituelen van zingeving en coping mechanismes zien, die ook voor hedendaagse crisisverwerking relevant zijn. Een daarvan lichten we er hier uit, namelijk de culturele vormen van veerkracht. Historisch onderzoek laat zien dat culturele media (verhalen, liederen, preken en processies, prenten, benefietconcerten) tal van functies vervulden. Ze boden niet alleen een uitlaatklep voor emoties, zoals angst en onzekerheid, maar verschaften ook troost en zingeving omdat ze mensen met elkaar verbonden. Met name het genre van het ramplied voorzag daarin: samen zingen en samen rouwen bood troost en hoop.

Daarnaast stimuleerden auteurs en kunstenaars het gemeenschapsgevoel: ze beoogden solidariteit tussen burgers te verhogen door empathie met de slachtoffers te vergroten en door liefdadigheidsacties te organiseren. Ze waren gericht op de vraag hoe de gemeenschap er als geheel weer bovenop kon komen. Tijdens de verschillende cholera-epidemieën (en andere catastrofes) kwam een indrukwekkende hoeveelheid burgeracties tot stand, gericht op het algemene herstel. Ook de lokale kranten moedigden burgers aan elkaar te helpen. Er werden de meest uiteenlopende acties georganiseerd. Zo werd in 1849 het wedrennen in de badplaats Zandvoort bijvoorbeeld 300 gulden opgehaald voor de noodlijdenden aldaar. Tijdens een benefietconcert in Rotterdam traden 250 mensen op om de gemeenschap te helpen.

Het is van belang om ook in tijden van crisis te blijven investeren in cultuur

Precies daaruit kunnen we een belangrijke les voor hedendaagse crisis trekken: cultuur is onmisbaar om de psychologische en sociale veerkracht van mensen te verhogen. Verhalen, gedichten, muziek, theater en andere kunstvormen bieden een medium waarin mensen kunnen vluchten, reflecteren en mobiliseren. Juist daarom is het van belang ook in tijden van crisis te blijven investeren in cultuur in de breedste zin van het woord.

Een vierde en laatste historisch inzicht luidt dat we naast bestrijden ook moeten accepteren dat de mensheid altijd met nieuwe infectieziekten te maken zal krijgen, dat risico’s nooit 100% afgedekt kunnen worden en dat we weer moeten leren leven met het idee dat ieder mens sterfelijk is. Overheden spreken tegenwoordig graag van exit-strategieën, alsof er een duidelijke, rechte lijn uit de crisis is. Ze maken daarbij gebruik van ‘dashboards’ die laten zien bij welk ‘r-getal’ ofwel reproductiegetal de bioscopen en theaters weer open kunnen. Zulke ‘infographics’ lijken vooral te appelleren aan onze moderne controledrift, maar belangrijker nog: ze suggereren dat interventies louter en alleen door biomedische gegevens bepaald worden.

We moeten weer leren leven met het idee dat ieder mens sterfelijk is

Dit mechanisme komt ook tot uitdrukking in de ‘gereedschapskist’ waaruit de Nederlandse politici gretig instrumenten halen om het virus onder controle te krijgen. Met een hamer moet het virus eerst een klap worden toegediend om vervolgens de samenleving te leren dansen met het virus. Die beeldspraak ontlenen de bewindslieden aan de ingenieur en publicist Tomas Pueyo, die in maart 2020 het zeer invloedrijke artikel ‘The Hammer and the Dance’ publiceerde. Hij introduceert daarin een serie ‘basic dance steps’ die regeringen zouden moeten volgen om op een zo efficiënt mogelijke wijze uit de crisis te navigeren. Tot die danspassen rekent hij zaken als afstand houden, contactonderzoek, hygiënevoorlichting en het verbieden van grote evenementen. Pueyo presenteert een technocratische en top-down benadering, waarin de interventies louter een biomedisch karakter dragen.

Als we iets kunnen leren uit het verleden, dan is het wel dat zo’n top-down, biomedische benadering onvoldoende recht doet aan de complexiteit van de huidige crisis. Veel beter zou het zijn om te spreken van adaptieve strategieën. Het vaccin gaat ons natuurlijk helpen, maar voor het vinden van de juiste uitweg is het van belang ook oog te hebben voor sociale, economische, psychologische en culturele dimensies van samenlevingen. Wij pleiten er daarom voor om een alternatieve choreografie te ontwikkelen, waarin sociale en culturele coping mechanismen ook een rol spelen. De geschiedenis kan daarbij als gereedschapskist fungeren.

Aanmelden

Registreer je of meld je aan om een artikel te lezen of te kopen.

Sorry

Je bezoekt deze website via een openbaar account.
Je kunt alle artikelen lezen, maar geen producten kopen.

Belangrijk om weten


Bij aankoop van een abonnement geef je toestemming voor een automatische herabonnering. Je kunt dit op elk moment stopzetten door contact op te nemen met philippe.vanwalleghem@onserfdeel.be.